Die goede oude Louis.
...

Die goede oude Louis. Vijftien jaar geleden kwam ik hem elke dag tegen. Hij zat aan de uitgang van het Centraal Station. Te wachten tot er iemand een euro in zijn muts wierp. 'Dank u', zei Louis dan. Of, als er een mooi meisje geld in zijn muts wierp: 'Dank u, u bent een heel schoon meisje.'Op een avond in 2005 ben ik naast hem gaan zitten. Hij vertelde me dat hij ooit beroepsmilitair wilde worden. En toen was zijn vader gestorven. Louis was er ziek van. Hij durfde zelfs niet naar zijn graf 'want ik zou hem uit de grond trekken'. Hij was beginnen drinken en werd ontslagen uit het leger. Louis liet zijn baard groeien, laadde zijn valies en vertrok te voet naar de stad. Naar het plein waar hij zo vaak met zijn vader geweest was.Het was het plein dat iedereen kende: van het Centraal Station, van de Zoo, van de Elisabethzaal. Maar ook omdat het het centrum van de wereld was, de plaats waar alles gebeurde. Daar zat hij nu al jaren. Zijn dagen hadden geen begin en geen einde. Een jaar na ons eerste gesprek. Een koppel kwam uit het station. Apestoned. Ze lieten hun kinderen achter op het station. Louis riep ze bij hem, zong een wiegenlied en kocht van zijn laatste centen een ijsje. Het verhaal verspreidde zich snel door de stad. Een dag later stond Louis in de krant. 'Bedelaar stationsplein redt twee kinderen.' De man die jaren naar het nieuws op zijn plein had zitten kijken, was plots zelf nieuws geworden.Maar het nieuws, dat gebeurde de dagen erna. Toen de journalisten allang weer weg waren. Er kwamen mensen uit het station, speciaal om Louis te zien. Van overal - van de kust, uit Limburg, uit Gent. Alleen maar om te zeggen: 'Dank u, Louis. Voor wat ge gedaan hebt.' Mensen gooiden krantenartikels in zijn muts. Kinderen kwamen voelen of zijn baard wel echt was. Anderen fluisterden: dat is de 'bedelaar van de gazet'. Zelfs de artiesten van de Elisabethzaal hadden het gehoord. Nick Cave, Helmut Lotti... Ze stopten allemaal even voor die man met zijn lange baard.De roem beviel hem wel. 'Awel Louis', riep ik. Hij lachte. 'De voorbijgangers werpen vanalles in mijn muts', zei hij. 'Truien, een aarbeientaart....' En toen haalde hij een groot ding uit zijn rugzak. 'Wat is dat?', vroeg ik hem. 'Een hogedrukreiniger''Ik ben de eerste zwerver met een hogedrukreiniger.'En toch had dat voorval met die kinderen hem aan het denken gezet. Hij wilde ook een vrouw, zei hij. Ze hoefde niet eens schoon te zijn, maar wel lief. Gewoon een vrouw om heel veel kinderen mee te maken. Toen nam fotografe Saskia Vanderstichele deze foto. Net daarna begon het te onweren. Later hebben ze Louis van het plein geveegd. Zwervers horen niet meer op plein, vonden de mannen van 't Schoon Verdiep - in Antwerpen moet echt alles kapot. Zelfs een lieve zwerver die een plein kleur gaf. Ik heb Louis daarna nooit meer teruggezien. Hoorde wel dat hij kinderen hielp oversteken aan een school in Deurne en dat hij daar ongelofelijk populair was. Zoals op het plein, destijds. Dat hij in eenzaamheid moest sterven, verdiende hij niet. Ik koester nog altijd deze mooie foto van Saskia. Toen hij nog droomde op een donderdagavond in 2006, net voor het ging onweren.