Nieuws over bomen kan ook hoopvol en geestig zijn, zo leerde de Gazet van Antwerpen gisteren. Op één week tijd werden in de omgeving van Puurs-Sint-Amands meer dan 500 bomen geplant. Door de plantsoendienst van de gemeente? Door het Agentschap Voor Natuur en Bos (ANB)? Neen, een geheimzinnig collectief genaamd The Phantom Tree Company was de 'schuldige'.

Stiekem bomen planten? 6 tips voor een groene guerrilla.

Deze acht eco-helden - zouden ze een cape dragen tijdens hun acties? - schatten dat ze al zo'n 2 hectare inheemse bomen hebben aangeplant op braakliggende gronden van overheid en intercommunales. Wat dit nieuws echt hoopvol maakt, is dat deze groene jongens zich niet richten tégen de overheid, maar zich profileren als bondgenoten ervan in de strijd tegen de nefaste gevolgen van klimaatopwarming. Bomen spelen daar een cruciale rol in.

Helemaal fantastisch is het dat de gemeente Puurs-Sint-Amands die uitgestoken hand niet heeft weggeslagen. 'Wij vinden het leuk dat zij ons helpen,' lieten ze weten. Het gemeentebestuur engageert zich zelf om de komende jaren 50.000 bomen bij te planten.

De actie van The Phantom Tree Company verdient applaus, want ze is positief en constructief. Niet lullen, maar poetsen, zeggen de Nederlanders. The Phantom Tree Company doet dat ook: in plaats van eindeloos door te bomen, planten ze bomen.

Ik hoop dat The Phantom Tree Company navolging krijgt, zowel van guerrilla-planters als van de overheid. Daarom alvast deze 6 tips voor wie verstandig wil meewerken aan meer en betere natuur:

1. Gebruik in buitengebied bij voorkeur inheems (en autochtoon) plantgoed

Zorg ervoor dat de bomen die u plant, ook van nature voorkomen in de streek waarin je plant.

Elsen en wilgen in natte grond, (zomer/winter)eiken, tamme kastanje en linde (een topboom voor bijen!) in goed doorlatende grond (de gewone tuingrond) en hazelaar in zwaardere grond.

Meer informatie vindt u op de uitstekende sites vanEcopedia en Bomenwijzer.

2. Maak structuren en overgangen van bos naar grasland

Overgangen van grasland naar bosrand hebben de hoogste biodiversiteit. Insecten bijvoorbeeld, worden aangetrokken door de temperatuurverschillen die je aantreft in zo'n stroken. Zij trekken op hun beurt vogels en andere dieren aan.

Plant dus niet alleen bomen, maar ook struiken en kruidachtige vegetatie. Zet bijvoorbeeld aan de rand van een bos haagbeuk, meidoorn of sleedoorn.

3. Laat u bijstaan

Een bos aanplanten is niet het moeilijkste werk. Een nieuw bos redt het niet zonder een minimum aan onderhoud. Ga dus in overleg met natuurbewegingen zoals Bos+ en Natuurpunt of het ANB.

4. Neem de steden in

Aanplantingen binnen verstedelijkt gebied zijn haalbaarder en even effectief.

Kies binnen de stad voor gevelgroen (check hier drie eenvoudige tips van Velt), droogte-resistente struiken (zoals hemelsleutel, Russische salie, zonneroosjes, alium... ) en vaste planten die hitte-eilanden kunnen weerstaan (zoals geranium, helmbloem, ijzerhard (uitstekend voor vlinders!), tijm, lavendel...).

Check hier een lijst met klimaatbomen voor in de stad.

Wie bomen in de stad wil planten, moet er rekening mee houden dat deze specifieke eisen hebben. Denk na over de maximale hoogte en breedte die de boom mag bereiken. Het zou jammer zijn mocht boom al na een aantal jaren moeten sneuvelen. Informeer je over de bodem, ga bijvoorbeeld na of die zal betreden worden of niet. Laat je helpen door de Bomenwijzer.

5. Make flowers, not war

Maak zaadbommen met zaad van één- en meerjarige bloemen die je kan droppen op mistroostige plekken in de stad.

Leer hoe je dat doet in onderstaande filmpje of bekijk dit recept van Greenpeace. Richt je op arme bodems, daar zijn deze bloemen dol op. Denk aan braakliggend terrein, omgewoelde aarde en zelfs aan steenpuin.

6. Nog één tip voor gemeente- en stadbesturen

Maak u kenbaar als eco-guerillavriendelijke stad of gemeente en voorzie in plekjes waar groene burgers aan de slag kunnen gaan. Of nog beter: werk een duurzaam beleid uit rond groenbeheer. Ga te rade bij de tuinbouwkundige Bart Backaert, die pionierswerk verrichte als hoofd van de Aalsterse groendienst.

Frederik Houssin legt ecologische tuinen aan en engageert zich met zijn vzw Het Ministerie Voor Natuur voor meer natuur, onder meer door de inrichting van tijdelijke natuur op braakliggende projectgronden.

Nieuws over bomen kan ook hoopvol en geestig zijn, zo leerde de Gazet van Antwerpen gisteren. Op één week tijd werden in de omgeving van Puurs-Sint-Amands meer dan 500 bomen geplant. Door de plantsoendienst van de gemeente? Door het Agentschap Voor Natuur en Bos (ANB)? Neen, een geheimzinnig collectief genaamd The Phantom Tree Company was de 'schuldige'. Deze acht eco-helden - zouden ze een cape dragen tijdens hun acties? - schatten dat ze al zo'n 2 hectare inheemse bomen hebben aangeplant op braakliggende gronden van overheid en intercommunales. Wat dit nieuws echt hoopvol maakt, is dat deze groene jongens zich niet richten tégen de overheid, maar zich profileren als bondgenoten ervan in de strijd tegen de nefaste gevolgen van klimaatopwarming. Bomen spelen daar een cruciale rol in. Helemaal fantastisch is het dat de gemeente Puurs-Sint-Amands die uitgestoken hand niet heeft weggeslagen. 'Wij vinden het leuk dat zij ons helpen,' lieten ze weten. Het gemeentebestuur engageert zich zelf om de komende jaren 50.000 bomen bij te planten. De actie van The Phantom Tree Company verdient applaus, want ze is positief en constructief. Niet lullen, maar poetsen, zeggen de Nederlanders. The Phantom Tree Company doet dat ook: in plaats van eindeloos door te bomen, planten ze bomen. Ik hoop dat The Phantom Tree Company navolging krijgt, zowel van guerrilla-planters als van de overheid. Daarom alvast deze 6 tips voor wie verstandig wil meewerken aan meer en betere natuur:1. Gebruik in buitengebied bij voorkeur inheems (en autochtoon) plantgoedZorg ervoor dat de bomen die u plant, ook van nature voorkomen in de streek waarin je plant. Elsen en wilgen in natte grond, (zomer/winter)eiken, tamme kastanje en linde (een topboom voor bijen!) in goed doorlatende grond (de gewone tuingrond) en hazelaar in zwaardere grond.Meer informatie vindt u op de uitstekende sites vanEcopedia en Bomenwijzer.2. Maak structuren en overgangen van bos naar grasland Overgangen van grasland naar bosrand hebben de hoogste biodiversiteit. Insecten bijvoorbeeld, worden aangetrokken door de temperatuurverschillen die je aantreft in zo'n stroken. Zij trekken op hun beurt vogels en andere dieren aan. Plant dus niet alleen bomen, maar ook struiken en kruidachtige vegetatie. Zet bijvoorbeeld aan de rand van een bos haagbeuk, meidoorn of sleedoorn. 3. Laat u bijstaanEen bos aanplanten is niet het moeilijkste werk. Een nieuw bos redt het niet zonder een minimum aan onderhoud. Ga dus in overleg met natuurbewegingen zoals Bos+ en Natuurpunt of het ANB.4. Neem de steden inAanplantingen binnen verstedelijkt gebied zijn haalbaarder en even effectief. Kies binnen de stad voor gevelgroen (check hier drie eenvoudige tips van Velt), droogte-resistente struiken (zoals hemelsleutel, Russische salie, zonneroosjes, alium... ) en vaste planten die hitte-eilanden kunnen weerstaan (zoals geranium, helmbloem, ijzerhard (uitstekend voor vlinders!), tijm, lavendel...). Check hier een lijst met klimaatbomen voor in de stad.Wie bomen in de stad wil planten, moet er rekening mee houden dat deze specifieke eisen hebben. Denk na over de maximale hoogte en breedte die de boom mag bereiken. Het zou jammer zijn mocht boom al na een aantal jaren moeten sneuvelen. Informeer je over de bodem, ga bijvoorbeeld na of die zal betreden worden of niet. Laat je helpen door de Bomenwijzer.5. Make flowers, not warMaak zaadbommen met zaad van één- en meerjarige bloemen die je kan droppen op mistroostige plekken in de stad. Leer hoe je dat doet in onderstaande filmpje of bekijk dit recept van Greenpeace. Richt je op arme bodems, daar zijn deze bloemen dol op. Denk aan braakliggend terrein, omgewoelde aarde en zelfs aan steenpuin.6. Nog één tip voor gemeente- en stadbesturenMaak u kenbaar als eco-guerillavriendelijke stad of gemeente en voorzie in plekjes waar groene burgers aan de slag kunnen gaan. Of nog beter: werk een duurzaam beleid uit rond groenbeheer. Ga te rade bij de tuinbouwkundige Bart Backaert, die pionierswerk verrichte als hoofd van de Aalsterse groendienst.