Het is een trend waar economen, sociologen en als het goed is ook politici zich al langer zorgen over maken: de meritocratie bestaat niet, oftewel niet iedereen vertrekt met dezelfde bagage aan de meet. Gelijke kansen zijn er helemaal niet voor iedereen, en de grootste winnaars zijn niet altijd de hardste werkers of de slimste jongens. In De tirannie van verdienste gaat Michael Sandel - hij doceert al sinds 1980 filosofie aan Harvard - nog een stap verder: zelfs een echte meritocratie zou niet per se een eerlijkere samenleving zijn dan degene die we vandaag hebben. Want verdienen slimmere mensen met meer diploma's het wel om beter beloond te worden dan degene die de pech hebben om minder goed te kunnen studeren, of beter met hun handen kunnen werken? Sandel trekt in twijfel of talent wel de allesbepalende factor moet zijn voor maatschappelijk succes, en hij doet dat - zoals in zijn vorige boeken - op een verhelderende en overtuigende manier. Natuurlijk, daarvoor moet de lezer van De tirannie van verdienste eerst aan zichzelf toegeven dat de successen die hij in zijn leven boekte op zijn minst niet geheel zijn eigen verdienste zijn. De kans is groter dat hij die te danken heeft aan de steun van zijn ouders, het land waarin hij geboren is of - eigenlijk hetzelfde - puur geluk.
...

Het is een trend waar economen, sociologen en als het goed is ook politici zich al langer zorgen over maken: de meritocratie bestaat niet, oftewel niet iedereen vertrekt met dezelfde bagage aan de meet. Gelijke kansen zijn er helemaal niet voor iedereen, en de grootste winnaars zijn niet altijd de hardste werkers of de slimste jongens. In De tirannie van verdienste gaat Michael Sandel - hij doceert al sinds 1980 filosofie aan Harvard - nog een stap verder: zelfs een echte meritocratie zou niet per se een eerlijkere samenleving zijn dan degene die we vandaag hebben. Want verdienen slimmere mensen met meer diploma's het wel om beter beloond te worden dan degene die de pech hebben om minder goed te kunnen studeren, of beter met hun handen kunnen werken? Sandel trekt in twijfel of talent wel de allesbepalende factor moet zijn voor maatschappelijk succes, en hij doet dat - zoals in zijn vorige boeken - op een verhelderende en overtuigende manier. Natuurlijk, daarvoor moet de lezer van De tirannie van verdienste eerst aan zichzelf toegeven dat de successen die hij in zijn leven boekte op zijn minst niet geheel zijn eigen verdienste zijn. De kans is groter dat hij die te danken heeft aan de steun van zijn ouders, het land waarin hij geboren is of - eigenlijk hetzelfde - puur geluk. Maakt uw boek uw lezers daardoor niet in de eerste plaats wat gedeprimeerd? Niemand kan echt over zijn eigen lot beslissen.Michael Sandel: Dat was absoluut niet mijn bedoeling in ieder geval. Ik wil ook helemaal niet suggereren dat mensen hun leven niet in eigen handen hebben. We zijn wel degelijk verantwoordelijk voor onze acties, en wat we doen met de kansen die we krijgen, maar we moeten dat ook niet overdrijven. We mogen niet vergeten dat we een schuld hebben tegenover onze gemeenschap, onze ouders en familie, en de leraars die ons vroeger hebben geholpen. We hebben bovendien het geluk om te leven in een samenleving die waarde hecht aan de talenten en vaardigheden die wij toevallig hebben. Ik pleit voor een zekere bescheidenheid, die de meritocratische hubris moet compenseren. Ik wil ook waarschuwen voor die harde keerzijde van een meritocratie, van mensen die denken dat ze hun succes enkel en alleen aan zichzelf te danken hebben en neerkijken op degenen die niet zo ver zijn geraakt. We zijn afhankelijk van elkaar, en van de gemeenschap. Vindt u dat deprimerend? Ik vind dat juist inspirerend. Stel dat u daarvoor kon kiezen: zou u van de Verenigde Staten een echte meritocratie van gelijke kansen maken?Sandel: Dat hangt er maar vanaf wat u daar precies mee bedoelt. Als mensen beloond worden volgens hun echte bijdrage aan het algemeen belang, ben ik daar zeker een voorstander van. Helaas zijn er vandaag twee andere visies dominant: er wordt vooral gekeken naar de expertise van de hoogopgeleide, technocratische elite die ons bestuurt, of naar het talent van mensen om veel geld te verdienen in onze markteconomie. Dat zouden voor mij nooit de absolute maatstaven mogen zijn. U citeert uitgebreid Michael Young, de Engelse socioloog die in de jaren vijftig de term meritocratie muntte en die van meet af aan zag als een dystopie. Hij lijkt zelfs meer heil te zien in een op erfrecht gebaseerde aristocratie, aangezien de mensen daar aan de onderkant kunnen blijven dromen van wat ze hadden kunnen verwezenlijken in een eerlijke wereld, en waar de mensen aan de top misschien iets minder arrogant zijn en beseffen dat ze hun succes echt niet aan zichzelf te danken hebben. Spreekt u dat ook aan?Sandel: Young heeft ons heel interessante inzichten gegeven, maar hij romantiseerde misschien wat te veel het beeld van een aristocratie. Ik zie ook wel de logica daarachter, maar ik heb uiteraard geen enkele nostalgie naar zulke samenlevingen. Zo'n beeld is enkel interessant om ons een spiegel voor te houden. Het alternatief voor een meritocratie dat ik verdedig, is geen aristocratie, maar een democratie waarin aan politiek wordt gedaan vanuit het algemeen belang. Zelfs de meest succesvolle leden van een samenleving moeten hun afhankelijkheid van de gemeenschap waarin ze zijn opgegroeid erkennen. U bent erg kritisch voor Democratische politici zoals Barack Obama en de Clintons, die in hun speeches telkens weer dezelfde meritocratische slogans gebruiken. 'You can make it if you try', is er zo eentje. Dat klopt natuurlijk niet helemaal, maar het is wel een heel aantrekkelijk, inspirerend ideaal. Kun je het politici echt verwijten dat ze zulke boodschappen hebben voor hun kiezers?Sandel: Zulke slogans suggereren dat de oplossing voor de ongelooflijk toegenomen ongelijkheid in de Verenigde Staten sociale mobiliteit is voor individuen. Dat klopt gewoon niet, het is onvoldoende om tegen een paar mensen te zeggen dat ze - als ze maar hun best doen en erin slagen naar de universiteit te gaan - kunnen ontsnappen aan hun lot. Mensen hebben het gevoel dat de neoliberale globalisering ervoor heeft gezorgd dat hun hele gemeenschap is verdwenen. Ze horen nergens meer bij, en het gaat hier over miljoenen mensen die daarmee worstelen. Focussen op individuen is daarvoor echt geen adequaat antwoord. Nee, politici moeten een bredere agenda opstellen. Hoe moet zo'n agenda er dan uitzien?Sandel: In de eerste plaats gaat het over de waardering van het werk van alle mensen, alle soorten van werk ook. Kort voor hij vermoord werd, bracht Martin Luther King een bezoek aan Memphis in Tennessee. De vuilnisophalers waren daar aan het staken. In een speech vertelde hij hen: uiteindelijk is jullie werk even belangrijk als dat van een geleerde fysicus. Als jullie je werk niet naar behoren doen, wordt de stad door ziektes geteisterd. Dat treft iedereen. Alle vormen van arbeid zijn dus evenwaardig. Dat is toch een andere soort van moraal dan tegen zo'n afvalophaler te zeggen: als je hard studeert en aan een beurs kunt raken om naar de universiteit te gaan, kun je gelukkig iets anders gaan doen met je leven. Natuurlijk moeten er beurzen zijn voor zulke mensen, maar op hetzelfde moment hebben we politici nodig die een groter verhaal brengen dan dat. We zien dat heel goed tijdens de pandemie. De mensen met een essentiële job voor wie we applaudisseren, zijn absoluut niet het best betaald. Denk maar aan de mensen die in deze maanden in supermarkten werken, of pakjes rondbrengen. We moeten er eerst voor zorgen dat zij beter betaald worden, maar ze moeten ook meer erkenning krijgen in de samenleving. Mensen zonder een universitair diploma verdienen ook in normale tijden respect. Heeft Joe Biden dat al beter begrepen dan zijn Democratische voorgangers?Sandel: Het is te vroeg om dat te zeggen. Donald Trump en zijn regering hebben de pandemie zodanig slecht aangepakt dat Biden zich begrijpelijkerwijs vooral daarop focust. Hij heeft zijn ideeën over deze thema's nog niet heel duidelijk geformuleerd, maar ik hoop dat hij dat snel zal doen. Uw boek is het best denkbare argument voor een basisinkomen voor iedereen, los van verdiensten of talenten. Bent u daar een voorstander van?Sandel: Als dat een manier is om mensen te belonen voor alle vormen van arbeid die bijdragen aan de samenleving, en dus ook voor taken die vandaag onbetaald blijven, kan ik daar een voorstander van zijn. Maar conservatieve politici willen een basisinkomen vaak gebruiken om de welvaartsstaat af te schaffen en dat lijkt me een slecht idee. Er zijn ook techondernemers in Silicon Valley die zo'n basisinkomen willen gebruiken om werknemers eenvoudigweg af te kopen. Ze zoeken naar manieren om zo veel mogelijk jobs te vervangen door robots, en hopen met zo'n inkomen een opstand te vermijden. Daar maak ik me zorgen om, want op zo'n manier zeggen we tegen mensen dat ze eigenlijk geen nuttige bijdrage meer hebben te leveren aan de samenleving. Robots zullen alleen maar meer jobs overnemen, en opleidingen worden alleen maar belangrijker op de arbeidsmarkt van een kenniseconomie. Valt dat wel te stoppen?Sandel: Nogal wat mensen zien technologische innovaties als natuurverschijnselen, alsof wij daar helemaal geen grip op hebben. Dat is natuurlijk niet zo. De samenleving, en wat wij belangrijk vinden, geeft richting aan welke innovaties worden bedacht. Vandaag zorgt technologie ervoor dat hoogopgeleide werknemers veel productiever worden, en dus ook een hoger loon kunnen onderhandelen. Tijdens de industriële revolutie gebeurde hetzelfde voor lager opgeleiden. Wat voor soort technologie willen we, en wat moeten we ontmoedigen? Die discussie gaat in de eerste plaats over macht, en we moeten daar dringend bewuster over nadenken. Moeten politici zich sterker laten horen in zulke debatten? Vandaag lijken ze cheerleaders van eender welke innovatie.Sandel: Dat denk ik wel, maar ook burgers hebben die plicht. Bedrijven weten politici altijd te beïnvloeden, of hun steun af te kopen. We kunnen het dus niet eenvoudigweg aan hen overlaten. Politici zijn veel hoger opgeleid dan vroeger. U vergelijkt die 'diplomademocratie' waarin we leven met de politiek in de negentiende eeuw, toen niet diploma's maar rijkdom en bezit allesbepalend waren om macht te hebben. Is het echt weer zo erg?Sandel: Ik zal daar geen allesbepalend oordeel over vellen, maar de gelijkenis is opvallend. De manier waarop mensen zonder diploma in de politiek worden uitgesloten, lijkt echt op de manier waarop mensen zonder eigendom in de negentiende eeuw werden genegeerd. De reden daarvoor is onze kijk - niet alleen in de politiek, van de hele samenleving - op wat een politicus moet zijn. Wat u afkeurend een technocratische elite noemt, zullen anderen wellicht the best and the brightest noemen. Is het zo erg om daardoor bestuurd te worden?Sandel: Hoe u ze ook wilt noemen: de voorbije vier decennia zijn we slecht bestuurd door de elite. Ik vergelijk het palmares van onze elite van de voorbije veertig jaar, met de veertig jaar daarvoor. Na de Tweede Wereldoorlog zijn welvaartsstaten opgebouwd, in de VS werd de formele segregatie afgeschaft, de burgerrechtenbeweging heeft belangrijke doorbraken geforceerd en de economische groei kwam alle klassen ten goede. Wat hebben we daarna gezien? De ongelijkheid steeg spectaculair en de economische groei ging vooral naar de top van de samenleving. De onderste helft is er in heel veel landen amper op vooruit gegaan. Over de oorlogen in Irak en Afghanistan zullen we maar zwijgen, maar die best and brightest hebben het er helemaal niet zo goed van afgebracht. Ik ben dus redelijk sceptisch als dat soort van termen wordt gebruikt. We zien dat die laatste veertig jaar ook de periode is waarin parlementsleden en ministers veel vaker een universitair diploma hadden dan ervoor. Net na de Tweede Wereldoorlog zaten meer mensen met een arbeidersachtergrond en zonder diploma in de politiek. Is het dat verschil dat die andere uitkomst bepaald?Sandel: Ik zal niet zeggen dat dat de belangrijkste reden is. De grootste verschuiving is vooreerst de omarming en vervolgens het triomfalistisch geloof in het marktdenken, waarover ik in Niet alles is te koop al schreef. Dat heeft de ongelijkheid spectaculair doen toenemen. Dat hangt natuurlijk wel samen: die ideeën zijn onze technocratische elite aangeleerd aan de universiteiten waar ze hun diploma's hebben gehaald. Ook de verschraalde opvattingen over wat het algemeen belang is, als zijnde alleen nog maar dat wat consumenten willen, worden daar doorgegeven. U schrijft dat opleiding - het al dan niet hebben van diploma's - de grootste electorale kloof is in landen als de VS. Daarin heeft zich ook een merkwaardige verschuiving voltrokken: terwijl de Democraten traditioneel laagopgeleiden vertegenwoordigden, zijn dat nu partijen waar vooral hoger opgeleiden op stemmen. Hoe is dat kunnen gebeuren?Sandel: Centrumlinks heeft op een bepaald moment de globalisering omarmd. Dat kwam al overeen met hun kosmopolitische manier van leven, maar er zat ook een economische redenering achter. Het vrije verkeer van goederen, kapitaal en mensen zou voor grote economische groei zorgen. De winsten daarvan zouden worden gebruikt om de zogezegde verliezers te compenseren, degenen die niet meekonden in die wereldwijde race. Dat is alleen nooit gebeurd, terwijl die mensen veel zijn verloren. Het idee dat ze tot een nationale gemeenschap behoorden die er voor hen was en voor hen zorgde is opgegaan in die grenzeloze wereld. Links heeft daarmee een leegte gelaten, die sindsdien wordt opgevuld door het hypernationalisme en de xenofobie van een aantal rechtse politici. Het zijn de hoogopgeleiden die wél profiteerden van de globalisering die nog altijd centrumlinks stemmen. Eén passage vond ik aandoenlijk in uw boek: u heb het over uw eigen studenten - jonge, intelligente mensen - die echt geloven dat ze hun succes helemaal aan zichzelf te danken hebben, en niet lijken te beseffen dat ze veel geluk hebben gehad met waar ze zijn geboren.Sandel: Ik heb mededogen met mijn studenten. Al vanaf ze tieners waren, stonden ze onder enorme druk om te presteren. Ze moesten niet enkel op school hoge punten halen, daarnaast moesten ze ook nog aan heel wat extra activiteiten deelnemen om meer kans te maken aan de universiteit. Ze moeten zich dus staande houden in een hypercompetitieve wereld, net op een moment dat jongeren eigenlijk even een stap terug zouden moeten zetten en nadenken over wat ze zelf willen in hun leven. Die druk maakt hen angstig, of soms zelfs al depressief. Natuurlijk geloven ze vervolgens dat het wel degelijk door hun eigen inspanningen is dat ze aan een universiteit binnen raken - die inspanningen waren vaak enorm. Dat is de reden waarom ik het in de titel van mijn boek over een tirannie heb. Dat geldt niet enkel voor de mensen die zich vernederd voelen door het systeem, en achtergelaten worden. Dat geldt evengoed voor de winnaars: de prijs om te winnen is voor veel mensen vandaag ontzettend hoog. U schrijft met veel begrip over de kiezers die in 2016 voor Donald Trump kozen. Maar wat zult u van die mensen denken als ze Trump na deze vier rampzalige jaren opnieuw verkiezen?Sandel: Ik hoop uiteraard dat het niet gebeurt, maar dat zou mij er inderdaad wel toe brengen om de wijsheid en het fatsoen van heel wat van mijn medeburgers in twijfel te trekken.