Vanaf 1 januari aanstaande zal de stad Antwerpen drie gereputeerde musea aan de lijst van haar bezienswaardigheden kunnen toevoegen. Op die datum zullen, decretaal besluit van de Vlaamse regering, de provincies hun bevoegdheid inzake Jeugd, Welzijn, Sport en Cultuur moeten overdragen naar andere bestuursniveaus. In Antwerpen heeft dat tot gevolg dat de autonome provinciebedrijven die zowel het Modemuseum (MoMu) als het Fotomuseum (FoMu) en het Zilver- en Diamantmuseum (DIVA) omvatten zullen ondergebracht worden onder de stedelijke verantwoordelijkheid of een verzelfstandiging binnen de stedelijke infrastructuur.
...

Vanaf 1 januari aanstaande zal de stad Antwerpen drie gereputeerde musea aan de lijst van haar bezienswaardigheden kunnen toevoegen. Op die datum zullen, decretaal besluit van de Vlaamse regering, de provincies hun bevoegdheid inzake Jeugd, Welzijn, Sport en Cultuur moeten overdragen naar andere bestuursniveaus. In Antwerpen heeft dat tot gevolg dat de autonome provinciebedrijven die zowel het Modemuseum (MoMu) als het Fotomuseum (FoMu) en het Zilver- en Diamantmuseum (DIVA) omvatten zullen ondergebracht worden onder de stedelijke verantwoordelijkheid of een verzelfstandiging binnen de stedelijke infrastructuur.Dat dat niet van een leien dakje loopt is de jongste maanden al wel duidelijk geworden uit gesprekken en briefwisseling tussen beide overheden. Zo'n machtsoverdracht houdt uiteraard een aantal regels in die verschillen van de ene instantie tot de andere. De provincie heeft tot nu toe een genereuze attitude getoond ten opzichte van haar musea, zowel voor het personeelsstatuut als voor de cultuurpolitieke richting die haar museuminstellingen nastreefden. Daardoor konden de drie musea in kwestie uitgroeien tot een supranationale status. In zijn zitting van 20 oktober jl. heeft het college van burgemeester en schepenen al overduidelijk in haar kaarten laten kijken. En de provincie van haar kant heeft (preventief) een Museumstichting opgericht waar zowel politici als culturele figuren deel van uitmaken. Die stichting, bedoeld om de musea een veilig kader te bieden is nu in het harnas gekropen en heeft in een brief van 25 oktober een zinnige overgangsoplossing voorgesteld die er in bestaat dat de Stichting de eerstvolgende drie jaar als het ware als voogd zou functioneren met de middelen van een dotatie om een ernstige overgang tot stand te brengen. Zoals het in de brief staat 'Het geeft de tijd die nodig is aan de Museumstichting en de stad Antwerpen om elkaar beter te leren kennen en op deze wijze kunnen het vertrouwen en de dialoog groeien'. Dat is een duidelijk uitgestoken hand naar het stadsbestuur.Van hun kant hebben de directeurs van de drie betrokken musea een felle brief gestuurd naar de Vlaamse minister voor Cultuur, Sven Gatz, waarin de problematiek snedig wordt uiteengezet. Onder meer wordt gesteld dat de stad helemaal niet voorbereid is om meer dan honderd medewerkers over te nemen, drie grote gebouwencomplexen te beheren, collecties van meer dan drie miljoen stuks te onderhouden en garanties te bieden voor een even dynamische tentoonstellings- en activiteiten kalender als nu het geval is. Het jongste collegebesluit staat volledig haaks op de tendens om culturele instellingen een meer autonome koers te laten varen. Museumdirecties en de Museumstichting zitten dus op dezelfde lijn en getuigen bovendien van de goede samenwerking die in het verleden tussen zowel de provincie als de musea bestond. In haar brief aan het stadsbestuur besluit de Museumstichting van haar kant dat de laatste uitweg uit de impasse een verdere verzelfstandiging zou zijn van de musea het best onder de verantwoordelijkheid van Vlaanderen zou vallen. Op het kabinet van minister Gatz waar het hete probleem werd uiteengezet, heeft men goed geluisterd zegt Elviera Velghe, directeur van het FoMu, maar geen enkele belofte gemaakt.Wat wil de stad Antwerpen met dit godsgeschenk? Goede vraag en we moeten vaststellen uit documenten en verhalen dat ze er alle lusten maar geen lasten van wil. En dat is merkwaardig want Antwerpen is de stad die de meeste musea onder haar hoede heeft en trots zou moeten zijn om die te zien aangroeien met enkele letterlijke edelstenen. Maar niets daarvan integendeel, er wordt gemarchandeerd op het pietluttige af en dat geeft te denken. Toen cultuurschepen Eric Antonis onder zijn voorbeeldig beleid het MAS in het leven riep om er de geschiedenis van de stad uitgebreid te illustreren met elementen uit de diverse stedelijke musea werden, na hem, het Scheepvaartmuseum, het Etnografisch museum en het Volkskundig museum gewoon leeggeplunderd en naar het MAS overgeheveld waar de reserves nu uitpuilen van objecten die nu en dan een plaats kunnen krijgen in een tentoonstelling maar verder aan het oog onttrokken blijven. Anderzijds weet de overheid niet wat ze met de lege gebouwen moet aanvangen zoals het Steen (vroeger Scheepvaartmuseum) dat trouwens geen optimale museumstructuur had, net zoals het Vleeshuis (waar nu een specifieke instrumentenverzameling m.b t. het klavecimbel is ondergebracht) en het fraaie Etnografisch museum dat al vroeger aan de provincie werd overgedragen om er het Zilver- en Diamantmuseum (na grondige verbouwingen) in onder te brengen. Men zal trots zeggen dat het museum Plantin en Moretus grondig werd gerenoveerd maar daartegenover staat dat het vroegere museum Smidt van Gelder al jaren ontkleed ligt te verkommeren aan de Belgiëlei. Er zit geen duidelijke lijn in het Antwerps museumbeleid, men doet maar wat.De vraag is of het huidig stadsbestuur wel een cultureel programma voorstaat of dat cultuur op de onderste trap van zijn belangstelling staat. Het valt te vrezen van wel want de opeenvolgende schepenen van Cultuur hebben zulk uitgebreid takenpakket dat bij hen cultuur niet prioritair is. Nochtans is, door de eeuwen heen, die cultuur altijd een van de speerpunten geweest in het beleid. Burgemeesters als onder meer Camiel Huysmans en Lode Craeybeckx (toevallig beiden socialist) wisten op een haast perfecte manier politiek en cultuur te laten samensmelten omdat ze beseften hoe cultuur een stad groter en aantrekkelijker kan maken zowel voor de eigen bevolking als voor bezoekers. Dat blijkt nu geen prioriteit meer. De fameuze landmarks waarmee men nu triomfeert zijn ontstaan vanuit andere instanties. Het gerechtsgebouw door het betrokken ministerie en het Havenhuis via de maritieme kringen. Men pronkt met andermans veren en nu ligt er een kip met gouden eieren op tafel waar men niet van wil smullen.