De overheid lijkt de pedalen kwijt en kan de perfecte storm waarin we zijn terechtgekomen niet aan. Dit sombere beeld, dat de zomer van 2020 overheerst, krijgt op verschillende manieren vorm. Over de manke bevoegdheidsverdeling in ons land is al veel gezegd. Ook aan het interne Vlaamse staatshuishouden is nog veel werk, getuige de lastige discussie met de lokale besturen over de contactopsporing. Maar er is meer.

Burgemeesters en gouverneurs, van alle kanten opgejaagd, nemen flinke maatregelen die tot voor kort ondenkbaar waren. De avondklok, het sluiten van gemeentegrenzen, de mondmaskerplicht in het bos: het zorgt voor wrevel. De proportionaliteit en de wettelijkheid worden in vraag gesteld. Verder valt het op hoe weinig verantwoording er moet worden afgelegd voor dit soort ingrijpende en vrijheidsbeperkende beslissingen.

Beleidsmakers liggen ook onder vuur voor een soms onsamenhangend maatregelenpakket. De cultuur- en evenementensector, hermetisch op slot, voelt zich benadeeld. Temeer omdat voor andere sectoren lossere maatregelen gelden zonder dat daar uitleg bij komt. We zijn op een moment gekomen dat de 'corona-maatregelen' steeds minder op een brede maatschappelijke instemming kunnen rekenen. Verder doet het nadenken over wie er precies het oor van onze beleidsmakers heeft wanneer dit soort beslissingen worden genomen. Dat sommige sectoren en bevolkingsgroepen zich onvoldoende gehoord voelen, zal wellicht een niet geheel onterechte klacht zijn.

Staatshervorming zal niet volstaan om het beeld van een worstelende overheid weg te nemen.

Het verhaal van zorgvoorzieningen zoals de woonzorgcentra is ondertussen bekend. Onze zorgsector levert één van de meest waardevolle bijdragen aan onze samenleving, daar is iedereen het over eens. Maar nu zaten grote delen van die zorgsector bijna onmiddellijk door hun capaciteit om de gevolgen van de storm op te vangen. Het is juist dat het ingewikkelde bestuurlijk systeem met versnipperde bevoegdheden ons te veel tijd heeft gekost om die capaciteit snel uit te breiden. Maar dat de dijken zo snel kunnen breken, toont dat er ook sprake is van een structureel capaciteitsprobleem. Veel voorzieningen zijn zeer creatief geweest, maar dat lukt niet altijd als de overheid een strak financieel en regelgevend kader oplegt.

Ten slotte heeft het beeld van de overheid die voor een minimum aan gelijkberechtiging garant moet staan een flinke knauw gekregen. De crisis komt niet bij iedereen even hard binnen, en sommige bestaande ongelijkheden worden versterkt. Het verhaal van Dylan, de jongen wiens ouders moeite hadden om voldoende eten te kopen, zit jammer genoeg nog fris in het geheugen. Sommige groepen werden plots afgesneden van bepaalde essentiële diensten die in normale tijden voor iedereen min of meer gelijk toegankelijk zijn, zoals onderwijs. De omstandigheden om dat thuis op een aanvaardbare manier georganiseerd te krijgen tijdens een lockdown zijn immers niet voor iedereen gelijk.

De overheid maakt in de ogen van veel mensen dus geen al te beste beurt, en het valt te vrezen dat het vertrouwen als sneeuw voor de zon aan het smelten is. Ik maak me zorgen, ook omdat er geen sense of urgency is om een fundamenteel debat over het functioneren van de overheid te openen. Jawel, er staat een nieuwe staatshervorming in de steigers, als we de berichten over de regeringsvorming mogen geloven. De versnippering en overlapping van bevoegdheden hebben zeker tot een soms chaotisch beheer van de corona-crisis geleid. Er valt dus iets te zeggen voor hervormingen in de structuur van onze overheid. Maar een staatshervorming alleen zal wellicht niet volstaan om het beeld van een worstelende overheid weg te nemen.

Wie verder durft kijken, moet immers vaststellen dat er ook iets aan de hand is met een aantal principes van zogenaamd 'goed bestuur' die, toch in kringen van bestuurders, bijna axioma's zijn geworden. Neem bijvoorbeeld het 'primaat van de politiek': de mantra dat alleen verkozen politici over beleid mogen beslissen. Democratisch is daar op het eerste zicht geen speld tussen te krijgen. Maar als beleidsmakers zonder veel tegengewicht van steeds zwakker wordende parlementen (of gemeenteraden) beslissen, of als zij geneigd zouden zijn om hun oor sneller te lenen aan bepaalde maatschappelijke sectoren of groepen, dan roept dat vragen op over de democratische kwaliteit van het beleidsproces.

Of neem het geloof dat overheidsdiensten meer bedrijfsmatig moeten functioneren. Ondertussen worden publieke organisaties vooral afgerekend op hun zuinigheid, efficiëntie en prestaties (voor zover die meetbaar zijn). Geen speld tussen te krijgen, want niemand die pleit voor een inefficiënte, trage en spilzuchtige overheid. Alleen mag men niet vergeten dat voor overheden ook andere waarden belangrijk zijn: gelijkberechtiging van burgers, de samenleving sterk houden in het licht van de grote uitdagingen die in het verschiet liggen. Met andere woorden: investeren in zaken die niet altijd meetbaar zijn of in een enkelvoudig efficiëntie-denken passen. Burgerparticipatie is een derde populair principe: geef de burgers meer zeggenschap en verantwoordelijkheid. Ook weer amper een speld tussen te krijgen: u en ik, de burgers, zijn de ultieme cliënt van de overheid. Alleen: niet iedereen kan of wil participeren.

Met andere woorden: in extreme omstandigheden, zoals nu, kunnen een aantal donkere kantjes zichtbaar worden van bestuurlijke principes die in normale tijden nogal kritiekloos als 'goed bestuur' gekwalificeerd worden. En ook dat is, volgens mij, een deel van de oorzaak waarom in de ogen van veel mensen de overheid vandaag geen te beste beurt maakt. Om het vertrouwen in de overheid opnieuw op te krikken zullen structurele ingrepen zoals verdere (interne) staatshervormingen niet volstaan. Ook een aantal bestuurlijke axioma's, de culturele kant van de bestuurlijke medaille, moeten onderwerp van het debat over het functioneren van de overheid worden.

De overheid lijkt de pedalen kwijt en kan de perfecte storm waarin we zijn terechtgekomen niet aan. Dit sombere beeld, dat de zomer van 2020 overheerst, krijgt op verschillende manieren vorm. Over de manke bevoegdheidsverdeling in ons land is al veel gezegd. Ook aan het interne Vlaamse staatshuishouden is nog veel werk, getuige de lastige discussie met de lokale besturen over de contactopsporing. Maar er is meer.Burgemeesters en gouverneurs, van alle kanten opgejaagd, nemen flinke maatregelen die tot voor kort ondenkbaar waren. De avondklok, het sluiten van gemeentegrenzen, de mondmaskerplicht in het bos: het zorgt voor wrevel. De proportionaliteit en de wettelijkheid worden in vraag gesteld. Verder valt het op hoe weinig verantwoording er moet worden afgelegd voor dit soort ingrijpende en vrijheidsbeperkende beslissingen.Beleidsmakers liggen ook onder vuur voor een soms onsamenhangend maatregelenpakket. De cultuur- en evenementensector, hermetisch op slot, voelt zich benadeeld. Temeer omdat voor andere sectoren lossere maatregelen gelden zonder dat daar uitleg bij komt. We zijn op een moment gekomen dat de 'corona-maatregelen' steeds minder op een brede maatschappelijke instemming kunnen rekenen. Verder doet het nadenken over wie er precies het oor van onze beleidsmakers heeft wanneer dit soort beslissingen worden genomen. Dat sommige sectoren en bevolkingsgroepen zich onvoldoende gehoord voelen, zal wellicht een niet geheel onterechte klacht zijn.Het verhaal van zorgvoorzieningen zoals de woonzorgcentra is ondertussen bekend. Onze zorgsector levert één van de meest waardevolle bijdragen aan onze samenleving, daar is iedereen het over eens. Maar nu zaten grote delen van die zorgsector bijna onmiddellijk door hun capaciteit om de gevolgen van de storm op te vangen. Het is juist dat het ingewikkelde bestuurlijk systeem met versnipperde bevoegdheden ons te veel tijd heeft gekost om die capaciteit snel uit te breiden. Maar dat de dijken zo snel kunnen breken, toont dat er ook sprake is van een structureel capaciteitsprobleem. Veel voorzieningen zijn zeer creatief geweest, maar dat lukt niet altijd als de overheid een strak financieel en regelgevend kader oplegt.Ten slotte heeft het beeld van de overheid die voor een minimum aan gelijkberechtiging garant moet staan een flinke knauw gekregen. De crisis komt niet bij iedereen even hard binnen, en sommige bestaande ongelijkheden worden versterkt. Het verhaal van Dylan, de jongen wiens ouders moeite hadden om voldoende eten te kopen, zit jammer genoeg nog fris in het geheugen. Sommige groepen werden plots afgesneden van bepaalde essentiële diensten die in normale tijden voor iedereen min of meer gelijk toegankelijk zijn, zoals onderwijs. De omstandigheden om dat thuis op een aanvaardbare manier georganiseerd te krijgen tijdens een lockdown zijn immers niet voor iedereen gelijk. De overheid maakt in de ogen van veel mensen dus geen al te beste beurt, en het valt te vrezen dat het vertrouwen als sneeuw voor de zon aan het smelten is. Ik maak me zorgen, ook omdat er geen sense of urgency is om een fundamenteel debat over het functioneren van de overheid te openen. Jawel, er staat een nieuwe staatshervorming in de steigers, als we de berichten over de regeringsvorming mogen geloven. De versnippering en overlapping van bevoegdheden hebben zeker tot een soms chaotisch beheer van de corona-crisis geleid. Er valt dus iets te zeggen voor hervormingen in de structuur van onze overheid. Maar een staatshervorming alleen zal wellicht niet volstaan om het beeld van een worstelende overheid weg te nemen.Wie verder durft kijken, moet immers vaststellen dat er ook iets aan de hand is met een aantal principes van zogenaamd 'goed bestuur' die, toch in kringen van bestuurders, bijna axioma's zijn geworden. Neem bijvoorbeeld het 'primaat van de politiek': de mantra dat alleen verkozen politici over beleid mogen beslissen. Democratisch is daar op het eerste zicht geen speld tussen te krijgen. Maar als beleidsmakers zonder veel tegengewicht van steeds zwakker wordende parlementen (of gemeenteraden) beslissen, of als zij geneigd zouden zijn om hun oor sneller te lenen aan bepaalde maatschappelijke sectoren of groepen, dan roept dat vragen op over de democratische kwaliteit van het beleidsproces. Of neem het geloof dat overheidsdiensten meer bedrijfsmatig moeten functioneren. Ondertussen worden publieke organisaties vooral afgerekend op hun zuinigheid, efficiëntie en prestaties (voor zover die meetbaar zijn). Geen speld tussen te krijgen, want niemand die pleit voor een inefficiënte, trage en spilzuchtige overheid. Alleen mag men niet vergeten dat voor overheden ook andere waarden belangrijk zijn: gelijkberechtiging van burgers, de samenleving sterk houden in het licht van de grote uitdagingen die in het verschiet liggen. Met andere woorden: investeren in zaken die niet altijd meetbaar zijn of in een enkelvoudig efficiëntie-denken passen. Burgerparticipatie is een derde populair principe: geef de burgers meer zeggenschap en verantwoordelijkheid. Ook weer amper een speld tussen te krijgen: u en ik, de burgers, zijn de ultieme cliënt van de overheid. Alleen: niet iedereen kan of wil participeren. Met andere woorden: in extreme omstandigheden, zoals nu, kunnen een aantal donkere kantjes zichtbaar worden van bestuurlijke principes die in normale tijden nogal kritiekloos als 'goed bestuur' gekwalificeerd worden. En ook dat is, volgens mij, een deel van de oorzaak waarom in de ogen van veel mensen de overheid vandaag geen te beste beurt maakt. Om het vertrouwen in de overheid opnieuw op te krikken zullen structurele ingrepen zoals verdere (interne) staatshervormingen niet volstaan. Ook een aantal bestuurlijke axioma's, de culturele kant van de bestuurlijke medaille, moeten onderwerp van het debat over het functioneren van de overheid worden.