Volgens een re- cente telling van de Vrije Universiteit Brussel zijn er alleen al in Brussel meer dan 210 geregistreerde vechtsportclubs. Al die clubs moeten, een onderbreking tijdens de zomer niet te na gesproken, al meer dan een jaar de deuren gesloten houden voor hun 13-plussers. 'Ik begrijp heel goed waarom de coronamaatregelen nodig zijn', vertelt Ibrahim Emsallak, ex-bokser en coördinator van de Vlaamse Boksliga. 'Maar zeker voor jonge boksers in grote steden als Brussel is het een ramp. Vaak zijn het jongens die in kleine appartementen wonen, zonder tuin en zonder veel ruimte om zich uit te leven. Als ze de deur opentrekken, kijken ze op het asfalt van een drukke straat. De boksclub is voor hen veel meer dan de plek waar ze hun sport beoefenen. Het is voor die jongens behalve een uitlaatklep vaak ook de belangrijkste sociale structuur in hun leven. Soms is de club het enige wat hen nog bindt met de samenleving. In een aantal gevallen kan het een middel zijn om hen voor ontsporing te behoeden.'
...

Volgens een re- cente telling van de Vrije Universiteit Brussel zijn er alleen al in Brussel meer dan 210 geregistreerde vechtsportclubs. Al die clubs moeten, een onderbreking tijdens de zomer niet te na gesproken, al meer dan een jaar de deuren gesloten houden voor hun 13-plussers. 'Ik begrijp heel goed waarom de coronamaatregelen nodig zijn', vertelt Ibrahim Emsallak, ex-bokser en coördinator van de Vlaamse Boksliga. 'Maar zeker voor jonge boksers in grote steden als Brussel is het een ramp. Vaak zijn het jongens die in kleine appartementen wonen, zonder tuin en zonder veel ruimte om zich uit te leven. Als ze de deur opentrekken, kijken ze op het asfalt van een drukke straat. De boksclub is voor hen veel meer dan de plek waar ze hun sport beoefenen. Het is voor die jongens behalve een uitlaatklep vaak ook de belangrijkste sociale structuur in hun leven. Soms is de club het enige wat hen nog bindt met de samenleving. In een aantal gevallen kan het een middel zijn om hen voor ontsporing te behoeden.' Els Dom, coördinator van Risicovechtsportplatform Vlaanderen, vertelt dat haar organisatie al in mei 2020 ging samenzitten met de verschillende vechtsportfederaties om te onderzoeken wat er, met respect voor de coronamaatregelen, nog mogelijk was. 'Er zijn online initiatieven genomen, en er is geprobeerd om het gemis op te vangen met conditietrainingen. Maar op den duur is iedereen dat beu. Dat is ook begrijpelijk: de essentie van deze sporten is contact. En daar kunnen we nog altijd geen antwoord op geven. Zoals het ook bijzonder moeilijk is om een antwoord te geven op de sociale noden. Zeker in de grote steden spelen de clubs daarin een belangrijke rol. Het zijn, soms in eerste instantie, ontmoetingsplaatsen. Ik weet dat clubs zoals de Brussels Boxing Academy heel erg hun best hebben gedaan om hun leden alternatieven aan te bieden, maar makkelijk is het zeker niet.' Ibrahim Emsallak legt het uit met een vergelijking. 'Zonder contact boksen is als zwemmen zonder zwembad. Je kunt proberen de zwemmers een jaar lang op het droge te laten trainen, maar na een tijdje zul je ze verliezen. Dan stoppen ze ermee. Of gaan ze op zoek naar een vijver waar ze illegaal kunnen zwemmen, zonder aanwezigheid van een redder.' Dat is precies wat er vandaag aan de hand lijkt. Volgens de Vlaamse vechtsportfederaties zouden de clubs ondertussen ongeveer een derde van hun leden verloren hebben. 'Misschien komen ze terug wanneer we weer trainingen kunnen geven, ' zegt Els Dom, 'maar dat is koffiedik kijken.' Tegelijk lijkt een aantal jonge vechtsporters de 'vijver' op te zoeken. Vooral in de grotere steden doen de jongeren ondertussen hun eigen ding. In sommige gevallen, zoals aan de Blaarmeersen in Gent (zie foto's) blijft dat beperkt tot stevig sparren, soms gaat het ook om serieuzer werk. Getuige daarvan onder meer de filmpjes op Delbenito Tv, een YouTubekanaal dat de afgelopen maanden verslagjes toonde van boks- of free fight-wedstrijden in Brusselse parken of op pleintjes. Gevoelige lezers blijven misschien beter van het kanaal weg, al valt wel op dat de wedstrijden - even abstractie genomen van de coronamaatregelen - al bij al vrij gedisciplineerd verlopen. De kampen worden begeleid door een rapper/scheidsrechter, en de vechters lijken de regels van de fairplay al bij al goed na te leven. 'Zulke straatgevechten zag je al langer in de Verenigde Staten', zegt Emsallak. 'Dat het fenomeen nu ook bij ons opduikt, heeft alles te maken met de sluiting van de clubs. Het is bijzonder moeilijk tegen te houden. Het is, net zoals depressie, intrafamiliaal geweld of toegenomen alcoholgebruik, een onvermijdelijk neveneffect van corona.' Emsallak maakt zich wel zorgen over het fenomeen. 'Wat ik op YouTube heb gezien, ziet er beschaafder uit dan wat je in de VS soms ziet, maar toch: ik kan dit soort gevechten alleen maar afkeuren. Ik begrijp het, maar het gaat in tegen alle regels. Het zijn gevechten zonder trainers of ervaren scheidsrechters die de regels kennen en weten wanneer je een kamp stil moet leggen. Vaak zie je dat jongens uit andere gewichtsklassen of van verschillende niveaus het tegen elkaar opnemen. En er is ook geen controle van het materiaal. Het is, met andere woorden, een uitgelezen recept voor problemen. Hier zullen ongelukken van komen. Als die er al niet zijn geweest.' Professor Marc Theeboom, voorzitter van de onderzoeksgroep Sport & Society (VUB), heeft de wedstrijden op YouTube aandachtig bekeken. 'Wat we hier te zien krijgen, ziet er inderdaad vrij gedisciplineerd uit. De vraag is: wat krijgen we niet te zien? Als het misloopt, wordt dat natuurlijk niet op YouTube gezet.' Ook volgens Theeboom zijn er aan het fenomeen gevaren verbonden. Maar een verbod heeft volgens hem geen zin. Eerder integendeel. 'Als de overheid hiertegen optreedt, zal het fenomeen van de parken en pleintjes verhuizen naar het ondergrondse. Eerder dan voor een verbod pleit ik ervoor dat de lokale overheid en de buurtsportmedewerkers dit ondersteunen. Zolang het bovengronds blijft, kun je ervoor zorgen dat het verantwoord blijft. Ik weet wel, het idee dat een lokale overheid een kickbokswedstrijd in een park faciliteert, zal veel mensen tegen de borst stuiten. Maar het is niet zo dat die wedstrijd niet zal doorgaan als je het als overheid verbiedt.' Professor Hebe Schaillée, postdoctoraal medewerker van de onderzoeksgroep Sport & Society, wijst er nog op dat die facilitering ook voor de clubs interessant kan zijn. 'Het laat clubs niet alleen toe om in contact te blijven met hun leden, het zouden ook plekken kunnen zijn waar de clubs nieuwe leden kunnen werven.' Dat hier inderdaad een potentieel is, wordt alvast bevestigd door de jongens op de foto, voornamelijk Afghaanse boksers die trainden aan de Blaarmeersen. De trainer van de groep verklaarde aan de fotograaf dat ze geen deel uitmaakten van de club. Wel waren ze van plan er binnenkort een op te richten. Ibrahim Emsallak zei het al: in nogal wat vechtclubs gaat het niet alleen om de sport. De clubs bieden ook structuur en sociale verbinding aan jongeren die dat in het dagelijkse leven vaak moeten missen. 'Zeker de hardere vechtsporten oefenen een aantrekkingskracht uit op kwetsbare jongeren', zegt Els Dom. 'Dat biedt veel kansen, ook al omdat uitgerekend die sporten inherent discipline en respect vergen.' Dat een langdurige sluiting van de clubs deze jongeren geen goed heeft gedaan, lijdt weinig twijfel. De kwestie werd in augustus 2020 al aangekaart door Jean-Christophe Van Ghyseghem, voorzitter van de Brusselse Jah Boxing Academy. Een van de 300 leden van zijn club was O., een zeventienjarige bokser die volgens Van Ghyseghem goed op weg was om Belgisch kampioen te worden. Maar toen kwam corona. Van Ghyseghem zag zijn pupil afhaken. Pas in augustus dook hij weer op, dit keer als een van de aanstichters van de druk gemediatiseerde rellen op het strand van Blankenberge. 'Ik heb het al meermaals aan de hoogste politieke instanties gesignaleerd', verklaarde Van Ghyseghem na het incident in Het Nieuwsblad. 'Open de sportzalen voor zulke jongeren, of je krijgt file aan de gevangenispoorten. Die gasten moet je van kortbij opvolgen en perspectief bieden, anders loopt het fout.' Volgens Emsallak beschrijft Van Ghyseghem een extreem voorval dat weinig vertelt over de mentaliteit van de gemiddelde jonge bokser in de stad. 'De club van Van Ghyseghem ligt in de Anneessenswijk, een buurt waar je veel meer dan gemiddeld wordt geconfronteerd met jongeren in kwetsbare posities. Het is alsof je zou vragen aan een cipier in een jeugdinstelling hoe hij over de jeugd van tegenwoordig denkt. Het vormt de blik waarmee je naar de dingen kijkt. Maar hij heeft wel een punt. De bokssport is ook een middel om emoties te kanaliseren, structuur te bieden en te disciplineren. Je hebt nog sporten die dat doen, maar onze sport is daarin een uitblinker. Als die sport dan plots wegvalt, valt ook de structuur weg, en is er plots veel te veel vrije tijd. Dat zijn situaties waarin jongeren niet altijd de beste beslissingen nemen.' Professor Theeboom hoef je niet te overtuigen van het grote maatschappelijke potentieel van vechtsporten. 'Maar tegelijk denk ik: het is maar sport. Je moet de mogelijkheden niet overschatten. En veel, zo niet alles, hangt af van de omkadering. De figuur van de coach in de eerste plaats.' Theeboom schreef een jaar of tien geleden een boek over het thema. Vechtsporten met een +, extra kansen voor kwetsbare jongeren. In het boek staat een citaat van Maya Angelou, Amerikaans schrijfster en activiste, dat mooi beschrijft wat coaches voor jongeren kunnen betekenen. 'Ik heb geleerd dat mensen vergeten wat je hebt gezegd, dat ze vergeten wat je hebt gedaan, maar ze zullen nooit vergeten welk gevoel je hun hebt gegeven.' Het citaat maakt meteen ook duidelijk dat de rol van die coaches veel verder reikt dan het puur sportieve. En op dat extrasportieve terrein valt in de clubs nog winst te boeken. 'We hebben dat met het Risicovechtsportplatform onderzocht', vertelt Els Dom. 'Veel coaches bleken onvoldoende geschoold. Maar tegelijk was er ook een groot gebrek aan opleidingsmogelijkheden.' Die scholing is nochtans van essentieel belang. 'Ondersteuning in zulke clubs vereist een grote professionaliteit', zegt Hebe Schaillée. 'Uiteraard moeten coaches de technische competenties hebben. Maar in veel gevallen moeten ze ook beschikken over de competenties die we van jeugdwerkers verwachten.' Een sportcoach is niet per definitie een psycholoog. Uiteindelijk, besluit Marc Theeboom, biedt de sport vaak een ingang. Een eerste gesprek of contact. 'Maar coaches moeten ook beseffen dat sommige situaties hun petje te boven gaan, en durven door te verwijzen.'