In 'Onvoltooid Vlaanderen. Van taalstrijd tot natievorming' schetst ADVN-onderzoeker Frank Seberechts (het Archief, Documentatie en Onderzoekscentrum voor het Vlaams-nationalisme) de geschiedenis van de Vlaamse natievorming. Hij brengt het moeizame maar succesvolle verhaal van de Vlaamse beweging om de Nederlandstaligen hun rechtmatige plaats te geven in België, eerst als taalgroep, later als volk met een eigen deelstaat.

Het boek is geen uitgave van de N-VA, maar met het slotessay van partijvoorzitter Bart De Wever kan het wel gezien worden als een etappe van Objectief V, het studiecentrum binnen de partij dat een nieuwe start neemt na het vertrek van Hendrik Vuye en Veerle Wouters uit de N-VA. Die startte met de petjesactie in de Ronde van Vlaanderen en krijgt na het boek nog een vervolg met enkele studiedagen. De partij kocht overigens 4.000 exemplaren, die verspreid zullen worden onder de bestuursleden en medewerkers. 'Het is belangrijk om de eigen achterban te socialiseren in de Vlaamse Beweging', stelde De Wever woensdagavond.

Voor hem is 'nation building' een belangrijke opdracht van de N-VA. De Vlaamse beweging is er volgens hem wel in geslaagd op het vlak van het 'banaal' nationalisme. 'Jongeren zijn grootgebracht en leven in een Vlaamse context. Heel hun referentiekader is Vlaams. Maar het zichzelf als lid beschouwen van een groep is geen evidentie', aldus De Wever die verwees naar het zelfbewustzijn van de Basken en de Schotten.

'Beteugeling van democratische rechten'

In het slotessay merkt Bart De Wever op dat het hedendaags Vlaams-nationalisme niet langer ingegeven is door een historische wrok voor het aangedane leed in het verleden. Het hedendaags Vlaams autonomiestreven wordt volgens hem gedreven 'door het verlangen van een gemeenschap die zichzelf ziet als politieke entiteit.' Maar 'Vlaanderen zit geblokkeerd in een ondoorzichtig staatkundig kluwen, beperkt door allerlei grendels en mechanismen die ooit ontwerpen werden ter bescherming van de gemeenschappen in dit land, maar die vandaag vooral een beteugeling vormen van de meest primaire democratische rechten', aldus de N-VA-voorzitter.

De Wever stelt vast dat de Belgische staat uitgehold is tot een optelsom van twee democratieën. 'We worden niet meer geblokkeerd in onze sociale en culturele opgang, maar in onze democratische rechten én in onze economische ontwikkeling', luidt het. In Vlaanderen vindt een meerderheid dat de rol van de overheid moet beperkt worden, de markt en de gemeenschap hun werk moeten doen en dat de overheid die werking enkel kan ondersteunen; in Franstalige België vindt men dat overheid niet enkel een actieve rol in economie en samenleving moet spelen, maar die ook moet reguleren en beheersen.

Veel te veel politici

Door de unitaire aard van de Belgische staat werden bevoegdheden nooit in hun totaliteit overgeheveld, waardoor het land door de opeenvolgende staatshervormingen verworden is tot een ingewikkelde en ondoorzichtige warboel met een wildgroei aan instellingen en veel te veel politici. De sociaal economische hefbomen bleven bovendien stevig in federale handen, aldus nog De Wever, voor wie de zesde staatshervorming het probleem enkel vergroot heeft.

Voor hem heeft een nieuwe staatshervorming geen zin meer. 'We moeten ervoor zorgen dat de Franstaligen zelf 'demandeur' worden', door een sociaaleconomische herstelbeleid te voeren en de macht van het federale niveau te gebruiken. 'Want hoe je het ook draait of keert, we zullen een tweederdemeerderheid nodig hebben, met een meerderheid in elke taalgroep', vervolgt De Wever die beseft dat het om strategie op de lange termijn is, met veel risico en zonder zekerheid. De finaliteit is een confederale staat.

De Wever neemt ook uitdrukkelijk afstand van de collaboratie: 'Die collaboratie was een vreselijke fout op alle vlakken. Ze heeft de Vlaamse ontvoogdingsstrijd jaren teruggezet, en de legitieme Vlaamse eisen bevuild met het odium van het nationaalsocialisme.'

In 'Onvoltooid Vlaanderen. Van taalstrijd tot natievorming' schetst ADVN-onderzoeker Frank Seberechts (het Archief, Documentatie en Onderzoekscentrum voor het Vlaams-nationalisme) de geschiedenis van de Vlaamse natievorming. Hij brengt het moeizame maar succesvolle verhaal van de Vlaamse beweging om de Nederlandstaligen hun rechtmatige plaats te geven in België, eerst als taalgroep, later als volk met een eigen deelstaat. Het boek is geen uitgave van de N-VA, maar met het slotessay van partijvoorzitter Bart De Wever kan het wel gezien worden als een etappe van Objectief V, het studiecentrum binnen de partij dat een nieuwe start neemt na het vertrek van Hendrik Vuye en Veerle Wouters uit de N-VA. Die startte met de petjesactie in de Ronde van Vlaanderen en krijgt na het boek nog een vervolg met enkele studiedagen. De partij kocht overigens 4.000 exemplaren, die verspreid zullen worden onder de bestuursleden en medewerkers. 'Het is belangrijk om de eigen achterban te socialiseren in de Vlaamse Beweging', stelde De Wever woensdagavond. Voor hem is 'nation building' een belangrijke opdracht van de N-VA. De Vlaamse beweging is er volgens hem wel in geslaagd op het vlak van het 'banaal' nationalisme. 'Jongeren zijn grootgebracht en leven in een Vlaamse context. Heel hun referentiekader is Vlaams. Maar het zichzelf als lid beschouwen van een groep is geen evidentie', aldus De Wever die verwees naar het zelfbewustzijn van de Basken en de Schotten. In het slotessay merkt Bart De Wever op dat het hedendaags Vlaams-nationalisme niet langer ingegeven is door een historische wrok voor het aangedane leed in het verleden. Het hedendaags Vlaams autonomiestreven wordt volgens hem gedreven 'door het verlangen van een gemeenschap die zichzelf ziet als politieke entiteit.' Maar 'Vlaanderen zit geblokkeerd in een ondoorzichtig staatkundig kluwen, beperkt door allerlei grendels en mechanismen die ooit ontwerpen werden ter bescherming van de gemeenschappen in dit land, maar die vandaag vooral een beteugeling vormen van de meest primaire democratische rechten', aldus de N-VA-voorzitter. De Wever stelt vast dat de Belgische staat uitgehold is tot een optelsom van twee democratieën. 'We worden niet meer geblokkeerd in onze sociale en culturele opgang, maar in onze democratische rechten én in onze economische ontwikkeling', luidt het. In Vlaanderen vindt een meerderheid dat de rol van de overheid moet beperkt worden, de markt en de gemeenschap hun werk moeten doen en dat de overheid die werking enkel kan ondersteunen; in Franstalige België vindt men dat overheid niet enkel een actieve rol in economie en samenleving moet spelen, maar die ook moet reguleren en beheersen. Door de unitaire aard van de Belgische staat werden bevoegdheden nooit in hun totaliteit overgeheveld, waardoor het land door de opeenvolgende staatshervormingen verworden is tot een ingewikkelde en ondoorzichtige warboel met een wildgroei aan instellingen en veel te veel politici. De sociaal economische hefbomen bleven bovendien stevig in federale handen, aldus nog De Wever, voor wie de zesde staatshervorming het probleem enkel vergroot heeft. Voor hem heeft een nieuwe staatshervorming geen zin meer. 'We moeten ervoor zorgen dat de Franstaligen zelf 'demandeur' worden', door een sociaaleconomische herstelbeleid te voeren en de macht van het federale niveau te gebruiken. 'Want hoe je het ook draait of keert, we zullen een tweederdemeerderheid nodig hebben, met een meerderheid in elke taalgroep', vervolgt De Wever die beseft dat het om strategie op de lange termijn is, met veel risico en zonder zekerheid. De finaliteit is een confederale staat. De Wever neemt ook uitdrukkelijk afstand van de collaboratie: 'Die collaboratie was een vreselijke fout op alle vlakken. Ze heeft de Vlaamse ontvoogdingsstrijd jaren teruggezet, en de legitieme Vlaamse eisen bevuild met het odium van het nationaalsocialisme.'