Een spaarboekje brengt niets meer op, zo wordt altijd gesteld. Het is eigenlijk nog erger: met een spaarboekje verarm je. De rente op een spaarboekje staat momenteel uiterst laag. De banken bieden niet meer dan de wettelijke minimumrente en die bedraagt 0,11 procent. Dat is het gevolg van het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB): na de bankencrisis van 2008 verlaagde ze de rente tot nul procent. Dat moest het sparen ontmoedigen en ons motiveren het geld te laten rollen, om zo de economie te helpen opveren.

Maar de inflatie, de stijging van de levensduurte, lag de voorbije jaren in ons land rond de 2 procent, het cijfer waar de ECB ook naar streeft. De rekenoefening is eenvoudig: wie de voorbije jaren spaarde, verloor daardoor ook telkens een beetje aan koopkracht en verarmde dus.

Voor hun boek Investeren in de tweede helft van je leven hebben VRT-journalist Michaël Van Droogenbroeck en Knack-journalist Ewald Pironet berekend hoe groot dat effect is op langere termijn. En dat is niet min. In tien jaar tijd werd je met een spaarboekje 13 procent armer. Ook als we naar de langere termijn kijken, dus voor de bankencrisis van 2008, blijkt het spaarboekje een verliesboekje: sinds 2000 verdampte zo'n 20 procent van het spaargeld daarop.

En ook de toekomst ziet er voor spaarders weinig rooskleurig uit. De ECB zal haar beleid van lage rente door de coronacrisis nog langer aanhouden. Ook de komende jaren zullen spaarders bij de minste inflatie zeker zijn van hun verlies.

Ewald Pironet en Michaël Van Droogenbroeck, Investeren in de tweede helft van je leven. Lannoo, 336 blz, 24,99 euro.

Een spaarboekje brengt niets meer op, zo wordt altijd gesteld. Het is eigenlijk nog erger: met een spaarboekje verarm je. De rente op een spaarboekje staat momenteel uiterst laag. De banken bieden niet meer dan de wettelijke minimumrente en die bedraagt 0,11 procent. Dat is het gevolg van het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB): na de bankencrisis van 2008 verlaagde ze de rente tot nul procent. Dat moest het sparen ontmoedigen en ons motiveren het geld te laten rollen, om zo de economie te helpen opveren.Maar de inflatie, de stijging van de levensduurte, lag de voorbije jaren in ons land rond de 2 procent, het cijfer waar de ECB ook naar streeft. De rekenoefening is eenvoudig: wie de voorbije jaren spaarde, verloor daardoor ook telkens een beetje aan koopkracht en verarmde dus.Voor hun boek Investeren in de tweede helft van je leven hebben VRT-journalist Michaël Van Droogenbroeck en Knack-journalist Ewald Pironet berekend hoe groot dat effect is op langere termijn. En dat is niet min. In tien jaar tijd werd je met een spaarboekje 13 procent armer. Ook als we naar de langere termijn kijken, dus voor de bankencrisis van 2008, blijkt het spaarboekje een verliesboekje: sinds 2000 verdampte zo'n 20 procent van het spaargeld daarop.En ook de toekomst ziet er voor spaarders weinig rooskleurig uit. De ECB zal haar beleid van lage rente door de coronacrisis nog langer aanhouden. Ook de komende jaren zullen spaarders bij de minste inflatie zeker zijn van hun verlies.