Tijdens mijn laatste zwerftocht door de buik van Antwerpen viel het me op. In mijn oude straat, Goddaard, waren de ruwe kasseien weg. Ze hadden iets poëtisch. Nu ligt er een lelijke vloer over de poëzie, in een oude historische straat. Toen ik er woonde, hingen er op mijn koelkast een paar zinnen van Wannes Van de Velde. 'Die kasseien waren onze vriend, de medeplichtige die we herkenden aan zijn geur. Ze geurden in de regen naar zeewier, stookolie en kelders. Dat weten wij, omdat we ooit een band smeedden met de straten, met plaatsen die mythische namen dragen zoals Bloedberg of Goddaert.'
...

Tijdens mijn laatste zwerftocht door de buik van Antwerpen viel het me op. In mijn oude straat, Goddaard, waren de ruwe kasseien weg. Ze hadden iets poëtisch. Nu ligt er een lelijke vloer over de poëzie, in een oude historische straat. Toen ik er woonde, hingen er op mijn koelkast een paar zinnen van Wannes Van de Velde. 'Die kasseien waren onze vriend, de medeplichtige die we herkenden aan zijn geur. Ze geurden in de regen naar zeewier, stookolie en kelders. Dat weten wij, omdat we ooit een band smeedden met de straten, met plaatsen die mythische namen dragen zoals Bloedberg of Goddaert.'Ik slenterde verder, turend naar de grond. Ook op andere plaatsen zag ik hopen kasseien liggen: van de Volksstraat over de Pestalozzistraat tot de Herentalsebaan, de straat van Bart De Wever. Overal rook ik de geur van asfalt en uitgewassen beton. Alsof er, net voor de verkiezingen, een stille revolutie is begonnen. Niet alleen in Antwerpen is dat zo. Ook in progressieve oorden viel de kassei uit de gratie. In Gent stond het zelfs in het vorige bestuursakkoord. 3.7. Om het comfort voor fietsers te verhogen worden kasseien gebannen bij de (her)aanleg van straten.Niemand lijkt het nog op te nemen voor de kassei. Politici van links en rechts loven allemaal de deugden van asfalt: comfortabel, veilig, mooi, glad. Ook het internet kraakt onder de jeremiades over kasseiwegen. Vrouwen met hoge hakken mokken dat je erop valt, fietsers dat je erop beeft, autobestuurders dat je er niet snel op kunt rijden. Op YouTube staan filmpjes over de ergste, chicste en onvermijdelijkste kasseiwegen. Alleen aan de Scheldekaaien, tussen Parijs en Roubaix en op andere routes van de flandriens worden ze gedoogd. Hoewel. Tien jaar geleden was wijlen Paul Tant, burgemeester van Kruishoutem, in alle staten. Hij wilde van de Huisepontweg in zijn dorp een asfaltweg maken. Toen bleek dat twee wielertoeristen de kasseien hadden laten beschermen als erfgoed: Guy Verhofstadt en zijn fietsmaat André Denys. 'Omdat ze er elke zondag op willen stoempen met hun wielrennerspet op', brieste Tant. Uiteindelijk moest die andere flandrien, Kris Peeters, zijn boosheid temperen. 'De meeste van onze kasseien dateren uit de negentiende eeuw', zegt Dries Tys, hoogleraar middeleeuwse archeologie aan de VUB. 'Toch waren ze in sommige steden al veel vroeger te vinden. In Mechelen, bijvoorbeeld, lagen er al in de twaalfde eeuw kasseien in de belangrijke straten naar de Sint-Romboutskerk en het stadhuis. De grote markten zijn pas later aangelegd, tussen 1250 en 1350. Ook met kasseien, om het belang van die openbare plaatsen te benadrukken. We denken vandaag dat middeleeuwse steden heel vuil waren, maar dat was niet noodzakelijk zo. Er reden karren met paarden rond, er werd handel gedreven. Het was dus belangrijk om de wegen te verharden. Zo bleef alles ook hygiënisch.' Nadat de vorsten uit Habsburg de macht hadden gegrepen, werden er ook buiten de steden wegen met kasseien aangelegd. Die kwamen vooral uit de steengroeves van Quenast, in Waals-Brabant. Elk dorp had in die jaren wel zijn kasseileggers. Sommige waren beroemd - die van Eernegem, bijvoorbeeld. Of die van Waterloo, Les Gilets Blancs, die heel Europa rondtrokken. In Moskou legden ze het Rode Plein aan, in Nancy de machtige place Stanislas en in Berlijn de kaaien voor het Hauptbahnhof. Waar ze ook kwamen, overal liepen Les Gilets Blancs voorop in de sociale strijd, met hun eigen fanfare. Al speelde die op den duur almaar stiller. 'In 1834 werd macadam ontwikkeld', zegt Tys. 'Een nieuwe vorm van straatbedekking, die later zou leiden tot cementwegen. In nazi-Duitsland gebruikten ze dat om snelwegen aan te leggen.' Na de Tweede Wereldoorlog kwam het asfalt op. De gloriejaren van de kassei waren voorbij, de fanfare van Les Gilets Blancs werd ontbonden. Een zomeravond in Antwerpen. Op mijn balkon hoor ik beats van een dj. Wat verderop, op de Marnixplaats, is het feest. Het plein is heraangelegd, zonder kasseien. Ik herinner me een buurtvergadering, op een winteravond twee jaar geleden. 'Die kasseien van de Marnixplaats gaan eruit', zei districtsvoorzitter Paul Cordy (N-VA). Binnenkort zou er uitgewassen beton liggen, zodat iedereen daar veilig kon rijden. Hij en zijn bestuur voerden nog hevige discussies met de erfgoeddiensten, die belachelijk deden over die kasseien. Maar, zo verzekerde Cordy ons die winteravond, zij zouden winnen. De dj speelt door. Ik kijk naar de zomerlucht en het monumentale huis aan de overkant, in de Tolstraat. De Passer heet het. Na jaren ben ik er nog altijd niet op uitgekeken, zelfs de achterkant van De Passer telt honderden details. Ooit was het het woonhuis van Jean-Jacques Winders, ook weleens de Antwerpse Michelangelo genoemd. Een van de meest illustere architecten-beeldhouwers van de stad. Hij ontwierp het Museum voor Schone Kunsten en won in 1873 een wedstrijd om een monument te maken ter ere van de Vrijmaking van de Schelde. Het zou komen op de Marnixplaats, een nieuw, rond plein dat het hart van het Zuid moest worden. Winders bouwde er een orgie van beelden. Een explosie van kunst die veertig meter boven de grond eindigt met Neptunus, die zijn drietand hemelwaarts steekt. De God van de Zee was te zien vanaf de Schelde. Op 14 augustus 1883 werd het monument ingehuldigd. 'Men kan erin lezen dat de kunstenaar een hart draagt, dat klopt voor het vaderland', schreef iemand toen. 'Kunst brengt gunst', riep Winders zelf. En dat elk detail telde, ook de ligging van de kasseien rond zijn beeldenorgie. 'Het is triest', vertelt hoogleraar erfgoed Piet Lombaerde (Universiteit Antwerpen). 'Zeker op die negentiende-eeuwse pleinen vormen kasseien vaak één geheel met de oude huizen en hun daken, maar ook met standbeelden. Het is weer iets van de oude stad dat verdwijnt. Hoewel Antwerpen een middeleeuwse stad is, is het stadsbeeld vooral in de negentiende eeuw vastgelegd. Mensen zoals stedenbouwkundige Le Corbusier wilden alles uit de negentiende eeuw bannen. Dat spookbeeld duikt vandaag opnieuw op. Die burgerlijke negentiende eeuw moet weg, met haar grote bomen, boulevards en kasseien. Een paar jaar geleden wilden ze het Stadspark in Antwerpen omploegen. Dat is een romantisch landschapspark uit die eeuw, een uniek stuk erfgoed. Maar het stadsbestuur wilde daar een modern park van maken, geschikt voor evenementen. Dat past helemaal in hoe men vandaag over de openbare ruimte denkt: een stad moet vooral neutraal, functioneel en commercieel zijn. Dat merk je zelfs in de architectuur. Zelden wordt er nog iets met beeldwaarde gebouwd. De vastgoedsector heeft daar alle baat bij. Zo kunnen ze gebouwen over dertig jaar weer afbreken en iets nieuws neerzetten.' 'En de kasseien, professor?' vraag ik. 'Die passen niet meer in die visie. Je moet overal snel en vlot kunnen passeren. Die kasseien zitten letterlijk in de weg, ze vertragen het verkeer. Terwijl dat vroeger net als een voordeel werd gezien. In mijn buurt hebben ze in de Charlottalei de kasseien weggehaald. De auto's rijden er nu met een razende snelheid door.' 'Het stadsbestuur zou ook kunnen zeggen: "We proberen die oude historische stad zo veel mogelijk intact te houden." Vandaag krijg je daar in het straatbeeld steeds minder informatie over. De band tussen verleden en heden wordt meer en meer doorgeknipt. Jongeren zullen straks letterlijk niet meer weten hoe die oude stad aanvoelde.' Het is donker op mijn balkon. De dj houdt ermee op, ik ga weer naar binnen. Kijk naar een foto die Bruno Barbey op 10 mei 1968 maakte in de rue Gay-Lussac in Parijs. Studenten geven elkaar kasseien door, om een barricade op te bouwen. Sous les pavés, la plage kalkten ze op de muren. Niet alleen in Parijs zorgden kasseien voor revoluties. In Brussel voeren actievoerders al jaren een heroïsche strijd voor de kasseien van de Havenlaan. Maar de meest legendarische kasseioorlog had in 2008 plaats in Gent. Drie jaar vochten buurtbewoners daar voor de kasseien van de Muide. Een oude havenwijk, die eind negentiende eeuw gebouwd werd onder het bewind van stadsingenieur Emile Braun. Later zou hij nog burgemeester worden. 'Miele Zoetekoeke' noemden ze hem in Gent, maar de man kende ook wat van architectuur. Op de kaaien van de Muide liet hij loodsen bouwen, gemaakt met materiaal uit de Wereldtentoonstelling van Antwerpen in 1885. Ontelbare schepen meerden er aan met katoen en andere goederen. Om op de terugreis stabiel te kunnen blijven, vertrokken ze weer met een ruim vol Belgische kasseien. De haven is allang weg uit de Muide, maar de loodsen staan er nog. En ook de straatnamen verwijzen naar dat glorieuze verleden: de Helsinkistraat, de Oslostraat, de New-Yorkstraat... Steden waarmee de Muide handel dreef. Er is zelfs een Chocoladesteeg, wellicht om Miele Zoetekoeke te plezieren. In 1996 werd de Voorhaven beschermd als stadsgezicht, inclusief de kasseien. De volgende dag bel ik aan bij Rik Lammertyn, een van de oud-strijders van de kasseioorlog. 'Toen wij in 2006 in de Muide kwamen wonen, waren die kasseien in erbarmelijke staat. Niemand betwistte dat de straten heraangelegd moesten worden. Opnieuw met kasseien, had het stadsbestuur beloofd, want het stadsgezicht is beschermd. Tot een garagist ging klagen bij een schepen. Hij vond dat kasseien niet praktisch waren en stelde asfalt voor. De socialistische schepen rook stemmen. "Begin met een petitie", zei ze tegen de garagist. Dat deed hij ook. Zij zorgde intussen voor een nieuwe bouwvergunning met asfalt. We wisten van niets, tot we het hoorden van de werfverantwoordelijke. Toen zijn we in actie geschoten. Met een eenzijdig verzoekschrift hebben we de werken laten stilleggen. Daarna zijn we naar de kortgedingrechter en de Raad van State gestapt. Het heeft ons veel geld gekost, maar wij zijn gelukkig niet arm.' 'Waarom deed u dat?' vraag ik. 'Omdat we van deze buurt en haar erfgoed houden', zegt Lammertyn. 'Ondertussen liet de stad de straten maanden open liggen. Een bewuste strategie. Hoe langer dit duurde, redeneerden ze, hoe meer tegenkanting die kasseiliefhebbers zouden krijgen en dan zouden ze het wel opgeven. De socialisten zijn zelfs met een petitie rondgegaan: gebruik je gezond verstand, leg een laag asfalt.' 'Jullie werden destijds de loftbewoners genoemd', zeg ik. 'Om ons te destabiliseren. Maar het klopt wel dat dit een strijd was van de hogere middenklasse. Ik ben opgegroeid in Sint-Martens-Latem. Iedereen woont daar in een villa, achter een hek, en denkt hetzelfde. Toen ik aan de unief rechten ging studeren, heb ik voor de eerste keer een arbeiderskind ontmoet. Vandaag werk ik in de reclamesector in Brussel, in een bedrijf waar afkomst er niet toe doet. Ik wilde dat mijn kinderen ook in zo'n omgeving zouden opgroeien. Daarom vonden we het een goede zaak dat ze naar een concentratieschool gingen. Het was ook een van de redenen waarom we in de Muide zijn komen wonen. Dit is een heel diverse buurt, geen rijkengetto. Ik hou ook van oude havens - in mijn vrije uren ben ik verbindingsofficier bij de marine. Hier wonen nog veel gepensioneerde schippers en migranten. Die kasseien waren echt wel het laatste van hun zorgen, maar dat geldt voor de meeste mensen. Sommigen zeiden mij toen: "Ik associeer kasseien met de negentiende eeuw, met armoede en uitbuiting." Tja. Alsof het Gravensteen gebouwd is door mensen die een dertiende maand hadden.' Uiteindelijk haalden de drie actievoerders hun slag min of meer thuis. De Raad van State velde in 2011 de kasseiarresten 210.690 en 215.635. In de beschermde delen kwamen opnieuw kasseien, in de rest van de Muide asfalt. 'Wie heeft die kasseien aangelegd?' vraag ik. 'Portugezen', antwoordt Lammertyn. 'In België zijn er amper nog kasseileggers.' Op zijn bureau staat nog altijd een kassei die hij van vrienden kreeg. 'EIS KASSEI' staat erop. 'Noem me geen kasseifundamentalist', zegt hij. 'Ik vind dat kasseien alleen moeten blijven op plaatsen waar ze een historische betekenis hebben. Op de Korenmarkt zijn ze ook verdwenen. Een meisje wilde ze beschermen en richtte een Faceboekgroep op, maar ze had geen geld voor een advocaat. We hebben dat bekeken, maar die kasseien waren niet beschermd. Juridisch heb je dan geen poot om op te staan. Je bent dan afhankelijk van de goodwill van machthebbers, maar die kiezen bijna altijd voor asfalt of beton. Behalve misschien in Brugge: daar heeft de stad er alle belang bij om een soort Disneyland te blijven.' 'Heb je tijd om wat te gaan wandelen?' vraagt hij. Een kwartier later slenteren we langs de kade van de Muide. 'Het is hier mooi', zeg ik tegen Rik Lammertyn. 'Het wordt nog mooier', antwoordt hij. 'Als alle loodsen straks gerenoveerd zullen zijn.' Onderweg bellen we aan bij Ann Van Gysel, die met haar man ook strijd voerde voor de kasseien. Toen woonde ze in de New-Yorkstraat. Nu nog maar deeltijds in de Muide, de rest van de tijd woont ze in het echte New York. 'Ik heb een communicatiebureau en moest daar veel zijn. Omdat we geen zin meer hadden om altijd op hotel te gaan, hebben we een appartement gekocht in Dumbo, een oude havenwijk in Brooklyn. Vandaag is dat een hippe wijk, maar toen was het heel verloederd. "You're crazy", zei onze makelaar.' Dumbo deed haar niet alleen denken aan de Muide, er lag ook een stuk uit haar oude Gentse buurt. Lang geleden arriveerden in Dumbo schepen uit de côté van Miele Zoetekoeke. In hun ruimen lagen kasseien, Belgian Blocks. Ze hadden er dan maar de straten mee geplaveid, zoals dat ook in Charleston en andere havensteden in Amerika was gebeurd. 'Toen we in Dumbo gingen wonen, lagen die oude kasseien schots en scheef', zegt Van Gysel. 'Het stadbestuur wilde die Belgian Blocks weg, net zoals in Gent. Maar ook daar ontstond een protestbeweging om ze te behouden.' 'Hadden jullie daar iets mee te maken?' vraag ik. 'Helemaal niet. Amerikanen gingen met petities rond. Preserve the Original Belgian Block Streets. Jaren heeft die commotie aangesleept, maar ook zij hebben het gehaald. Er liggen nu weer kasseien. Het New Yorkse bestuur beseft nu dat die stenen een historische charme hebben. Ook in de rest van de stad worden er steeds meer gelegd: op de herdenkingssite van 9/11, bijvoorbeeld, in Soho en in TriBeCa.' 'En de fietsers?' vraag ik. 'Mooi zijn is soms een beetje lijden. Waarom dragen vrouwen anders hakken? (lacht) Kasseien kunnen trouwens best fietsvriendelijk zijn. Als er aan weerszijden een granieten fietspad wordt gemaakt, bijvoorbeeld.' Ze hebben in Dumbo ook wat geleerd uit de strijd voor de Belgian Blocks, zegt Van Gysel. 'Onlangs moesten een paar straten heraangelegd worden. Vooraf werden alle bewoners uitgenodigd. Ze presenteerden vijf voorbeelden van straatbedekking waarover je kon fietsen of wandelen. Achteraf hielden ze polls, en de uitslag namen ze mee in hun eindoordeel. Maar in België beslissen de politici. Als het nergens naar lijkt, moet je als burger maar protesteren.' 'Toch heeft ook onze kasseioorlog iets opgeleverd', zegt Rik Lammertyn. 'We hebben de vzw Voorhaven opgericht. We doen vanalles. Op Monumentendag geven we bijvoorbeeld rondleidingen door de buurt.' Ze wandelen dan van de Oslostraat via de Londenstraat naar de Chocoladesteeg. En vertellen over de Muide, de kleine wijk die ooit contact had met de grote wereld. Oude verhalen over kasseien, maar ook nieuwe. 'Toen de Voorhavenlaan heraangelegd werd, is er ook een parkje gekomen. Daardoor werd de straat in tweeën geknipt en moest het eerste deel een nieuwe naam krijgen. De stad had beslist om dat deel "Aardvoor" te noemen, naar een weg uit de middeleeuwen. De bewoners waren in alle staten. Aardvoor, dat lijkt wel heel erg op Aarsvoor. Wie wil er nu in godsnaam in een bilspleet wonen? We hebben dan maar het stadsbestuur aangeschreven. "Burgemeester Termont is schepen van de Haven geweest, hij zal toch nog wel een paar steden kennen waarmee de Muide handel heeft gedreven." (lacht) Afijn, de weg heet nu de Santosstraat.' We wandelen ernaartoe. Een kind met een duwstokje steekt de straat over. In de midden van de weg gaan de kasseien plots over in asfalt. Alsof iemand een absurde grap wilde uithalen. 'Hier stopt het beschermde gebied', legt Lammertyn uit. 'De stad wilde alleen maar kasseien leggen waar het wettelijk verplicht was, dus niet in de rest van de straat.' We steken de asfaltgrens over. Kruisen een man met wilde bloemen en klaprozen, die hij langs de kade plukte voor zijn vriendin. We slenteren verder door het land van het asfalt, op weg naar het Santos van de Muide.