In de zaak-Jozef Chovanec ontbreekt een sleutelelement: het politieverslag over wat zich heeft afgespeeld in 2018 in de politiecel op de lichthaven van Charleroi. Het relaas is bekend: Jozef Chovanec werd er dood zes inspecteurs van de federale politie in bedwang gehouden, daarbij werd plezier gemaakt door de politieagenten en een ambulancierster, deed één agente een Hitlergroet en werd Chovanec het ademen bemoeilijkt - onder meer door de agent die 16 minuten lang op zijn borst zat. Chovanec overleed drie dagen na het brutale politieoptreden.
...

In de zaak-Jozef Chovanec ontbreekt een sleutelelement: het politieverslag over wat zich heeft afgespeeld in 2018 in de politiecel op de lichthaven van Charleroi. Het relaas is bekend: Jozef Chovanec werd er dood zes inspecteurs van de federale politie in bedwang gehouden, daarbij werd plezier gemaakt door de politieagenten en een ambulancierster, deed één agente een Hitlergroet en werd Chovanec het ademen bemoeilijkt - onder meer door de agent die 16 minuten lang op zijn borst zat. Chovanec overleed drie dagen na het brutale politieoptreden. Jessika Soors, Kamerlid voor Groen en lid van de commissie Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken, heeft aan Kamervoorzitter Patrick Dewael (Open VLD) en commissievoorzitter Ortwin Depoorter (Vlaams Belang) gevraagd of de commissie inzage kan krijgen in dat politieverslag.Dat verslag, opgemaakt en verstuurd naar het kabinet-Jambon daags voor Chovanec zou overlijden, is volgens Jambon een 'neutraal relaas van de feiten, maar zonder de vreselijke details die op de camerabeelden te zien waren.' Uit dat verslag, zei Jambon gisteren, 'kon op geen enkele manier een problematisch optreden van de politie afgeleid worden'. Als dat zo is, dan heeft de politie mogelijk een probleem: met die interventie is, getuige de videobeelden die er recent over werden gepubliceerd, één en ander misgelopen. Er is de Hitlergroet van een agente, er is het gelach op de gezichten van inspecteurs terwijl ze met hun volle gewicht op Chovanec liggen, er is het feit dat één agent 16 minuten op de man zijn borst heeft gezeten, er is het deken dat op Chovanecs gezicht werd gelegd tijdens de gespierde interventie... Als dergelijke elementen niet in het politieverslag staan, dan kunnen ook daarover ernstige vragen worden gesteld. Volgens Soors is het niet zo eenvoudig. 'Jan Jambon heeft hoe dan ook een probleem. Ook al was er uit dat verslag niets op te merken - en dat is discutabel, want al op 26 februari heeft zijn kabinet aan de politie gemaild dat dit een "vreemd verhaal" is - dan nog is de dood van een man na een politie-interventie iets uitzonderlijk. Is dat niet voldoende om als minister van Binnenlandse Zaken een onderzoek aan te vragen? Dit doet dus hoe dan ook vragen rijzen over Jambon zijn functioneren als minister.'Soors ziet een disfunctioneren op twee niveau's: 'Ten eerste op bestuursniveau. Op 26 februari heeft de Slovaakse ambassade een brief gestuurd aan de overheidsdienst Buitenlandse Zaken. Daarin stond letterlijk: "De ambassade betreurt het, met grote droefheid, om u te informeren over een ernstig diplomatiek incident." Wanneer zoiets wordt geschreven, dan verdwijnt dat niet in een voetnoot. Het is onbegrijpelijk dat Jambon zoiets zou vergeten zijn. Hij roept iets in als excuus dat eigenlijk net zijn probleem blootlegt.'Die bedenking formuleert ook een overheidsfunctionaris met ervaring met het de geplogenheden tussen ministeries en ambassades. 'Een minister van Binnenlandse Zaken heeft niet bijzonder veel contacten met ambassadeurs. Laat staan dat er veel brieven binnenkomen over de dood van een man na een politie-interventie - ook al uniek - waarin gewag wordt gemaakt van een "ernstig diplomatiek incident" én er ook nog eens een spoedaudiëntie werd gevraagd tussen die ambassadeur en de minister'. Het tweede disfunctioneren ziet Soors op kabinet-niveau: 'Als zijn kabinet meer wist dan hij, dan is dat een probleem. Dan bewijst dat dat hij zijn kabinet niet onder controle had.' De overheidsfunctionaris ziet dat voortduren tot op vandaag. 'Het is toch opmerkelijk dat blijkbaar niemand van Jambons voormalige kabinetsmedewerkers hem hebben gecontacteerd. Niet wanneer de zaak aan het licht kwam en ook niet nadat Jambon zo stellig heeft ontkend dat hij of zijn kabinet van iets wisten. Zij hadden hem toch moeten inlichten, dan had Jambon zijn verhaal op een geloofwaardige manier kunnen bijstellen.' Twee van Jambons toenmalige kabinetsmedewerkers, Joy Donné en Yngvild Ingels, zetelen vandaag voor N-VA in de commissie Binnenlandse Zaken. Soors blijft erbij dat Jambon in nesten zit. 'Het gaat er niet alleen om of zijn functioneren als minister problematisch was, maar ook of hij daarenboven gelogen heeft.'