Stephanie Mudge is een sociologe van de degelijkste soort. Vorig jaar publiceerde ze met Leftism Reinvented een doorwrocht werkstuk waarin ze de geschiedenis van de Amerikaanse Democraten, het Engelse Labour, de Duitse SPD en de Zweedse SAP onderzoekt. De conclusie: de keuze voor de Derde Weg in de jaren 1990, toen sociaaldemocratische partijen neoliberale recepten zoals deregulering, privatisering en een blind geloof in het marktmechanisme omarmden, is die partijen noodlottig geworden. Linkse economen ruimden plaats voor politieke strategen en spindoctors, die de afbraak van de verzorgingsstaat aan de achterban moesten zien te slijten onder het mom van economische efficiëntie. A recipe for disaster, zo bleek, want heel wat linkse kiezers haakten teleurgesteld en boos af.
...

Stephanie Mudge is een sociologe van de degelijkste soort. Vorig jaar publiceerde ze met Leftism Reinvented een doorwrocht werkstuk waarin ze de geschiedenis van de Amerikaanse Democraten, het Engelse Labour, de Duitse SPD en de Zweedse SAP onderzoekt. De conclusie: de keuze voor de Derde Weg in de jaren 1990, toen sociaaldemocratische partijen neoliberale recepten zoals deregulering, privatisering en een blind geloof in het marktmechanisme omarmden, is die partijen noodlottig geworden. Linkse economen ruimden plaats voor politieke strategen en spindoctors, die de afbraak van de verzorgingsstaat aan de achterban moesten zien te slijten onder het mom van economische efficiëntie. A recipe for disaster, zo bleek, want heel wat linkse kiezers haakten teleurgesteld en boos af. Terwijl Mudge in haar wetenschappelijk werk tamelijk afstandelijk de recente evolutie van grote centrumlinkse partijen analyseert, blijkt ze in levende lijve een charmante en geëngageerde vrouw die met grote bezorgdheid haar licht laat schijnen over de staat van links in Europa en de Verenigde Staten. Wanneer we haar in Utrecht spreken, waar ze aan de universiteit een gastlezing verzorgt, moet ze ons eerst uitleggen waarom ze zo 'geobsedeerd' is, zoals ze in de inleiding van haar boek schrijft, door de periode van de Derde Weg. Stephanie Mudge: 'De eerste keer dat ik mocht gaan stemmen was in 1992, toen Bill Clinton tot president van de Verenigde Staten is verkozen. Het is in de jaren daarna, de jaren van de Derde Weg dus, dat mijn generatie zich politiek is gaan engageren. Wij waren ontzettend enthousiast over die verkiezing van Clinton. Dat was ook een heel optimistische periode. Clinton sprak een andere taal dan alle Democraten vóór hem. Hij had een overtuigend verhaal. Vandaag zouden we zijn boodschap populistisch vinden, maar toen klonk ze fris en krachtig. Clinton zei dat hij de politiek weer naar de gewone man wilde brengen, maar eigenlijk was hij wat we vandaag een wonk noemen: Clinton was immers dol op cijfers, statistieken en zogenaamde evidencebased analyses die hem door experts werden aangeleverd. Toch slaagde hij er dankzij zijn charisma en directe taal in een nieuwe, onuitgegeven coalitie van kiezers op de been te brengen. Hij genoot de steun van de vakbonden, maar ook van de zogenaamde new professionals, hoogopgeleide mensen zoals ik, die niet uit de arbeidersklasse komen maar cultureel links zijn. Hij sprak ook heel veel vrouwen aan, iets wat de Democraten daarvoor nooit echt was gelukt.' Met welke boodschap wist hij dat verbond van oude en nieuwe linkse kiezers tot stand te brengen?Stephanie Mudge: Het was een slimme combinatie van gemeenschapsgevoel, persoonlijke verantwoordelijkheid en sociale rechtvaardigheid. Voor veel mensen was dat een verademing na de Reaganjaren, waarin alle politieke energie naar belastingverlaging voor de rijken leek te gaan. Tijdens de campagne sprak Clinton over gezondheidszorg, over sociale zekerheid en, ja, ook al over vrijhandel, met name over een nieuw vrijhandelsakkoord tussen de VS, Canada en Mexico, het zogenaamde NAFTA. Clinton beloofde compromissen waarvan iedereen beter zou worden, een en-enverhaal. Hij zou NAFTA invoeren én ervoor zorgen dat de sociale bescherming van Amerikaanse werknemers in het verdrag werd opgenomen. Van dat laatste is niets in huis gekomen. Dat was de allereerste keer dat de Democratische Partij haar natuurlijke achterban zo in de steek liet. Amerikaanse werknemers, die voortaan moesten concurreren met goedkope Mexicaanse arbeidskrachten, kregen te horen dat ongeremde vrijhandel een zegen was. Terwijl ook toen al heel wat economen de kwalijke gevolgen van dat beleid benoemden. Tegen het begin van de jaren 2000 voelde ik me echt bedonderd door Bill Clinton, net zoals veel van zijn aanhangers. In uw boek ziet u hetzelfde patroon bij Europese sociaaldemocratische partijen.Mudge: Dat klopt. In Zweden kozen de sociaaldemocraten al vanaf de jaren tachtig voor een beleid van loonmatiging. Sociaaldemocratische partijen in Europa en de Democraten in de VS onderhielden in de jaren 1990 ook veel contacten via denktanks en andere fora. Ze maakten deel uit van dezelfde politieke stroming. Daarom is het interessant om ze samen te onderzoeken. In Vlaanderen verliezen de socialisten al tien jaar lang verkiezingen. Moet er voor die linkse partijen niet iets geheel nieuws in de plaats komen?Mudge: Veel linkse partijen hebben de voorbije jaren het vertrouwen van hun natuurlijke achterban verloren. Dat had ook te maken met de sterrencultus onder Derde Weg-politici. Onder invloed daarvan zijn die partijen gesloten organisaties geworden waarin politieke professionals de dienst uitmaken, professionals die de achterban niet meer vertegenwoordigen. Mensen voelen zich misleid en voorgelogen door de linkse partijen die hen jarenlang hebben beloofd dat hun economische situatie zou verbeteren en dat er een meer rechtvaardige en gelijke samenleving zou komen. Beloftes die nooit zijn nagekomen, wel integendeel. Daardoor zijn kiezers uiteindelijk afgehaakt. Mensen zijn niet stom. Het verbaast me allerminst dat linkse kiezers overlopen naar extreemrechtse of naar andere extreme partijen. En daarom denk ik dat links zowel nieuwe partijen als nieuwe politieke leiders nodig heeft. Mensen zoals Jeremy Corbyn of Bernie Sanders, die gesteund worden door de basis en grassroots-bewegingen, maar die bij voorkeur wat jonger zijn. U schrijft het ontstaan van de Derde Weg mede toe aan een shift in het dominante economische denken.Mudge: Door de aanhoudende inflatie in de jaren zeventig en tachtig raakte het keynesiaanse economische denken waarop centrumlinkse partijen hun maatschappijvisie baseerden in diskrediet. Mijn vader was zo'n typisch keynesiaanse econoom. Hij werkte voor de overheid en moest onder president Ronald Reagan uiteindelijk opstappen. De brede keynesiaanse consensus, die decennialang had standgehouden, ging op de schop. Neoliberale economen maakten opgang, met Milton Friedman als boegbeeld. Zij pleitten voor deregulering en een kleine overheid. Ook linkse partijen, die altijd een belangrijke rol voor de overheid in de economie zagen weggelegd, raakten overtuigd van de weldaden van liberalisering en privatisering. Daarmee joegen ze de vakbonden tegen zich in het harnas, voor wie vaste banen en koopkracht op de eerste plaats bleven staan. Je ziet ook dat de invloed van de vakbonden in sociaaldemocratische partijen in die jaren sterk afneemt. Daarbij kwam nog dat Bill Clinton en Tony Blair geobsedeerd waren door de populariteit van rechtse politici zoals Ronald Reagan en Margaret Thatcher. Ook daarom namen ze gewillig hun economische recepten over. En vervolgens, schrijft u, moest links een beroep doen op spindoctors om asociale beleidsmaatregelen verteerbaar te maken voor traditionele linkse kiezers.Mudge: Inderdaad. Maar dat is boerenbedrog natuurlijk. Goede maatregelen behoeven geen spin. Linkse politici geloofden toen wellicht ook vaak oprecht dat een groeiende economie uiteindelijk iedereen mee naar boven zou trekken. Denk aan de beroemde oneliner van Clinton: a rising tide lifts all boats.Dat klinkt logisch: groei zorgt voor banen en een baan is de beste garantie tegen armoede, niet?Mudge: Dat klopt lang niet altijd. De achterliggende gedachte is dat met de economische groei ook de lonen zullen stijgen. In de VS was dat zeker niet het geval, want een heel groot deel van die groei zat in de financiële sector. Pas op het einde van de tweede ambtstermijn van Clinton gingen de laagste lonen een beetje omhoog. Maar de recessie die daarop volgde, heeft die stijging weer uitgewist. Resultaat: de lage lonen en de lonen van de middenklasse blijven al decennialang op hetzelfde niveau, terwijl de hoogste lonen pieken. Clinton zei eigenlijk tegen zijn kiezers: sorry, jullie welzijn ligt niet meer in onze handen, wij kunnen er alleen voor zorgen dat de economie goed draait. Het is aan jullie om een baan te zoeken en er het beste van te maken. Met concepten als 'de actieve welvaartsstaat' werden werklozen ook in Vlaanderen desnoods met harde hand richting een baan geduwd.Mudge: Een typische Derde Weg-gedachte: mensen die niet werken, moeten we het leven zodanig zuur maken dat ze niet anders kunnen dan om het even welke baan aanvaarden. Terwijl er altijd mensen zullen zijn die overheidssteun nodig hebben om te overleven. Dat soort beleid staat mijlenver van het beschermen van de zwakkeren in de samenleving, de belangrijkste reden waarom linkse partijen ooit zijn opgericht. Kennelijk geloofden nieuwe linkse leiders zoals Clinton, Blair en Gerhard Schröder dat de steun van arme mensen onvoorwaardelijk was, en dus trokken ze zich het lot van die mensen ook niet echt meer aan. Kan een linkse partij verkiezingen winnen met alleen de stemmen van de armen? Moet ze niet ook de middenklasse aan zich zien te binden?Mudge: In de VS bezit tien procent van de Amerikanen negentig procent van de welvaart. Ik zie niet goed in waarom de overige 90 procent geen voldoende grote vijver zou zijn voor links. Vergeet de armen niet, en richt je daarnaast op alle mensen met een inkomen uit arbeid, zou ik zeggen. De toename van flexwerk, wat eigenlijk een eufemisme is voor onzeker, tijdelijk en slechtbetaald werk, zorgt ervoor dat steeds meer werkende mensen geen bestaanszekerheid meer hebben. En zelfs mensen die goed hun brood verdienen, zijn bang. Je ziet hetzelfde bij de gele hesjes in Frankrijk. Het zijn veelal mensen uit de middenklasse die bang zijn voor de toekomst. Dat is kenmerkend voor een samenleving waarin de levenskansen van mensen afhankelijk zijn van de volatiliteit van financiële markten en regeringen niet langer functioneren als instellingen die mensen tegen die volatiliteit beschermen. Rond die alomtegenwoordige toekomstangst kun je volgens mij een brede linkse coalitie bouwen. Zijn linkse partijen na de financiële crisis van 2008 tot het inzicht gekomen dat het over een andere boeg moet?Mudge: Centrumlinkse partijen zouden in principe profijt moeten trekken van de financieel-economische crisis. Dat is duidelijk niet gebeurd omdat kiezers hen terecht als medeplichtig aan die crisis zagen. Sommige Derde Weg-politici zijn wel aan de kant geschoven door nieuwe leiders met een klassieker links profiel, zoals Sanders of Corbyn. Er is dus wel iets veranderd, vaak onder druk van jonge mensen, die zich in het digitale tijdperk goed weten te organiseren. Maar wat ik bij links nog altijd niet zie, is een kritische blik op wat in de jaren 1990 precies is misgegaan. Over het falen van de Derde Weg zijn toch al boekenkasten volgeschreven?Mudge: Ja, maar toch blijven de Clintons zonder enige vorm van zelfkritiek hun staat van dienst verdedigen. En Tony Blair is nog steeds Tony Blair. Hij valt nog liever dood dan fouten toe te geven. Neem nu die typische Derde Weg-aanname dat je de verzorgingsstaat ingrijpend moet hervormen om de steun van de middenklasse te winnen. Dat was niet meer dan een veronderstelling, het betere nattevingerwerk, zeg maar: als Reagan er kiezers mee kon bekoren, zal het bij ons ook wel werken. Ik geloof nooit dat mensen uit de middenklasse destijds op linkse partijen hebben gestemd om de sociale voorzieningen te korten en de markten meer macht te geven. Derde Weg-politici hebben voor zichzelf uitgemaakt dat de middenklasse dat wilde, maar die beleidskeuzes waren niet gebaseerd op een ernstige dialoog met de kiezers. Derde Weg-partijen werkten veel met polls, marktonderzoek en focusgroepen, maar dat zijn geen goede methodes om te begrijpen wat je kiezers echt willen. Gedupeerde linkse kiezers zijn vervolgens hun heil gaan zoeken bij rechts-populistische partijen, die wel nog bescherming beloven tegen de krachten van de markt.Mudge: Rechts-populisten willen de sociale zekerheid beschermen door uit de Europese Unie te stappen en handelsverdragen op te zeggen. Linkse partijen waren niet tegen handel, wel tegen ongeremde vrijhandel. Ze wilden mensen beschermen tegen de grillen van de markt. In de jaren 1990 zijn linkse partijen daarmee opgehouden en dat is hen zuur opgebroken. Politici als Jeremy Corbyn en Bernie Sanders lijken vooral terug te grijpen naar oude linkse recepten. Is dat de oplossing?Mudge: Nee, linkse partijen hebben een compleet nieuwe economische analyse nodig omdat de structuur van de economie fundamenteel is veranderd. Juist omdat de lonen al zo lang stagneren, zitten zeker in de VS veel gewone, werkende mensen tot over hun oren in de schulden. Als je niet genoeg geld hebt om de hypotheek en de rekeningen te betalen en je kinderen ziek worden, haal je een kredietkaart boven. Progressief economisch beleid moet met deze schuldeneconomie veel meer rekening gaan houden. Aan de ene kant is er de afhankelijkheid van onzekere en stagnerende lonen, en aan de andere kant de terechte angst voor de toekomst vanwege de hoge schulden die gezinnen torsen. Hun economische situatie kan bij de minste tegenslag snel omslaan. Ik denk dat een nieuwe linkse agenda die bestaansonzekerheid centraal moet stellen. In veel landen maken ook radicaallinkse partijen opgang. In België zitten er zelfs weer communisten in het parlement.Mudge:(lacht) En in de VS hebben we nu socialisten! Tot voor kort was dat volstrekt taboe, maar vandaag is een beweging als de Democratic Socialists of America heel actief binnen de Democratische Partij. U hebt het over een nieuwe linkse economische agenda. Waaruit moet die concreet bestaan?Mudge: Om een voorbeeld te geven dat me na aan het hart ligt: één kenmerk van het neoliberale tijdperk is de vermarkting van alles, zelfs van mensen, en wel op een heel diepgaande manier. Techreuzen maken monsterwinsten met het verzamelen van kennis over wie onze vrienden zijn, waar we lunchen, wat we kopen, en ga zo maar door. Maar die persoonlijke data behoren niet aan die bedrijven toe, die zijn van ons. Links moet daarom niet alleen de toenemende ongelijkheid tussen inkomens uit arbeid en inkomens uit kapitaal aan de kaak stellen, maar ook een vuist maken tegen de manier waarop grote bedrijven eenieders persoonlijke informatie vrijelijk commercialiseren, zonder dat de samenleving daar beter van wordt. Zouden traditioneel linkse kiezers daarvan wakker liggen? Mudge: Misschien niet, maar nog niet zo heel lang geleden zagen linkse partijen het ook als hun taak om mensen op te voeden. Mensen zijn niet geboren als socialisten, ze worden het, klonk het in het begin van de 20e eeuw. Partijen leerden hun achterban om op een bepaalde manier naar de wereld te kijken. Vertaald naar vandaag zou je mensen moeten leren waar de enorme winsten van de grote techbedrijven precies vandaan komen. Kan een universeel basisinkomen ook deel uitmaken van zo'n nieuwe linkse agenda?Mudge: Ik ben daar geen voorstander van. Het lijkt me geen goed idee dat alle mensen uit de hand van de overheid eten. Bovendien verandert de invoering van een basisinkomen niets aan de onderliggende, structurele economische ongelijkheid, wel integendeel. Is het debacle van links ook niet toe te schrijven aan het negeren van belangrijke thema's als migratie en identiteit?Mudge: Het politieke momentum bevond zich de voorbije jaren vooral aan de rechterkant, dankzij een combinatie van oude linkse economische boodschappen met nationalisme en xenofobie. Om die reden kun je vandaag geen succesvolle linkse politiek meer voeren als je niet ook een antwoord hebt op het etnische ressentiment waarrond rechts mensen succesvol heeft gemobiliseerd. Rechts is daar overigens in geslaagd dankzij het falen van links, dat heeft nagelaten de groeiende ongelijkheid onder ogen te zien en geen aandacht had voor de toenemende angst en onzekerheid. Mensen die zich zeker voelen over hun toekomst, maken zich geen zorgen over het feit dat er migranten naast de deur komen wonen. Ze vinden het misschien vervelend dat die een andere taal spreken, maar ze zien migranten niet als een existentiële bedreiging. Als linkse partijen de leegloop naar extreemrechts willen stoppen, zullen ze het dus wel over migratie moeten hebben. Ze moeten opnieuw gaan luisteren naar de concrete verhalen van hun kiezers, zonder mensen die kritisch staan tegenover migranten als racisten weg te zetten of hun persoonlijke ervaringen te willen weerleggen. Gewone mensen zullen zich niet altijd uitdrukken in de gepolijste taal van de politieke elite, maar dat is geen reden om hun zorgen niet ernstig te nemen. Dat is een van de boodschappen die ik wil meegeven: een nieuwe linkse agenda zal niet komen van mensen zoals ik, echt niet.