Tineke Sonck heeft lang gezwegen. Er waren zo veel redenen om niet te praten. 'Eerst hield ik het geheim omdat ik niet begreep wat er gebeurde. Nadien omdat ik geen ophef wilde maken. Nog later omdat ik mijn ouders geen schuldgevoel wilde bezorgen. Maar nu mijn eigen kinderen staan te trappelen om naar de sportclub te gaan, is zwijgen geen optie meer. Het kan niet zijn dat ik mijn kinderen afzet op een plek waar het met mij zo misgelopen is en ik niks onderneem om het voor hen veiliger te maken', vertelt ze. Van haar zevende tot haar dertiende werd Sonck seksueel misbruikt door haar turncoach. Met drie lotgenoten richtte ze de vzw Voices in Sport op, die streeft naar een veilig klimaat voor sportende kinderen.
...

Tineke Sonck heeft lang gezwegen. Er waren zo veel redenen om niet te praten. 'Eerst hield ik het geheim omdat ik niet begreep wat er gebeurde. Nadien omdat ik geen ophef wilde maken. Nog later omdat ik mijn ouders geen schuldgevoel wilde bezorgen. Maar nu mijn eigen kinderen staan te trappelen om naar de sportclub te gaan, is zwijgen geen optie meer. Het kan niet zijn dat ik mijn kinderen afzet op een plek waar het met mij zo misgelopen is en ik niks onderneem om het voor hen veiliger te maken', vertelt ze. Van haar zevende tot haar dertiende werd Sonck seksueel misbruikt door haar turncoach. Met drie lotgenoten richtte ze de vzw Voices in Sport op, die streeft naar een veilig klimaat voor sportende kinderen. Sonck gaat niet gebukt onder wat haar overkwam. Ze is een goedlachse, optimistische vrouw, een moeder van twee, met een geslaagde carrière. Ze is de Nederlandstalige woordvoerster van PS-politicus Paul Magnette. Net dat het haar voor de wind gaat, deed haar twijfelen: zou ze wel met haar verhaal naar buiten komen? 'Ik vreesde dat de mensen me voortaan anders zouden benaderen. Dat ik "Tineke, het slachtoffer" zou worden. "Slachtoffer" is zo'n negatief woord. In het Engels spreken ze over " survivor", "overlevende": het zou mooi zijn als we wat mij en zovele anderen overkomen is, meer in dat licht zouden zien. Onze jammerlijke ervaringen geven ons een expertise, en daar willen we iets mee doen.' Wat is er gebeurd? Tineke Sonck: Ik was vier toen ik in een roze turnpakje een lokale sportzaal binnenliep voor een uurtje kleuterturnen. 'Ze amuseert zich en heeft talent, maar ze moet naar een professionele club waar ze meer kan trainen', zeiden ze daar snel. Ik belandde in een grote Franstalige club, niet ver van waar ik woonde. Spannend, want ik sprak geen woord Frans, maar het onthaal was warm en ik had meteen vriendinnen die me op sleeptouw namen. De eerste weken ging mijn mama nog mee, maar het liep zo vlot dat ze daarmee stopte. Het was, in één woord, fantastisch bij die club. Eén ding zat me dwars. Franstaligen kussen elkaar gedag. Bij ' bonjour' hoorde ' un bisou' en op ' au revoir' volgde nog een kus. Ik vond dat raar, wij hadden die gewoonte thuis niet, maar iedereen deed het, dus ik deed mee. Bij de hoofdtrainer voelde die kus net iets anders. Zijn zoenen duurden langer en landden almaar dichter bij mijn mond. Wat er precies scheelde, kon ik als zevenjarig meisje niet thuisbrengen. Na een paar maanden kuste hij mij vol op de lippen en legde hij zijn hand op mijn billen. Open en bloot, hij verstopte niks. Ik wist niet wat ik daarmee aan moest en wurmde me giechelend van hem weg. Vervelend, maar ik maakte er geen drama van. Het was maar een kus. Ik was negen toen we met de keurgroep op stage gingen. Van één tot twee uur 's middags hadden we een verplichte siësta. Er werd hard getraind op dat kamp en ik viel als een blok in slaap. Toen ik wakker werd, zat de hoofdtrainer op de grond naast mijn bed. Ik voelde zijn adem. Hij ging met zijn hand onder mijn pyjama, betastte mijn borsten en zocht zijn weg naar beneden. Ik keek wanhopig naar mijn drie vriendinnen, die een paar meter verderop lagen, maar zij waren vast in slaap. Hij had een rare glimlach, die aangaf: dit is oké, hoor. Toen drong hij met zijn vingers bij me binnen. Ik sloot mijn ogen in de hoop dat hij zou denken dat ik in slaap was gevallen, maar daar trok hij zich niks van aan. Het duurde tot hij er genoeg van had. Plots stond hij op. Hij riep door de kamer dat we moesten opstaan en trok de deur achter zich dicht. Ik sprong uit mijn bed. Bleek dat hij mijn pyjama had opengeknoopt: dat moet zijn gebeurd terwijl ik nog sliep. Hij had zelfs de moeite genomen om het touwtje tussen mijn broek en mijn hemdje los te maken. Halfnaakt vertelde ik mijn drie beste vriendinnen wat er zonet was gebeurd. Ik vroeg of hij dat ook bij hen deed, maar dat bleek niet het geval. Daar hebben we de afspraak gemaakt om er nooit wat van te zeggen. Ik wist: vertel ik dit aan mijn ouders, dan grijpen zij in en mag ik niet meer turnen. Dan zie ik mijn vriendinnetjes niet meer. Redenen die nu onnozel lijken, maar voor mijn negenjarige zelf leken ze het einde van de wereld te betekenen. Op die stage heeft hij zich nog één keer aan me vergrepen. Nadien kreeg hij de gelegenheid niet meer. Maar hij vond iets anders. We werden meerdere keren per week gewogen en gemeten. Dan trok hij mij, in een volle turnzaal, tegen zich aan, 'om te controleren of je puberteit al is begonnen'. Want schaamhaar of ontwikkelende borsten zouden zogezegd het einde van mijn turncarrière inluiden. Ik moest voor hem gaan staan. Hij opende mijn turnpakje en begon erin te woelen. En niemand greep in? Sonck: Vandaag snap ik dat evenmin. In die turnzaal moet tachtig man aan het sporten zijn geweest. Hebben mensen dat gezien? Zeker. Dat niemand ingreep, maakte het voor mij des te verwarrender. Ik dacht: dit hoort erbij. Als ik nu naar een verklaring zoek, dan speelt mee dat hij directeur, oprichter en boegbeeld van de club was. Trainers moesten zich het vuur uit de sloffen lopen eer hij ze een contract waardig achtte. Hij bepaalde álles. Dat blijft een zwak excuus, uiteraard. Ik schets maar hoe het toeging. Die publieke betastingen waren erg beschamend. Ik staarde naar de grond en telde de putjes in de betonvloer. Hebt u nooit gedacht: ik hang dit aan de grote klok? Sonck: Integendeel. Na dat kamp waarop hij me verkrachtte, heb ik tegenover mijn ouders zelfs overgecompenseerd: 'Het was fantastisch leuk en tof op onze stage, amai!' Een schep erbovenop om het helemaal weg te stoppen. Mijn ouders maken zichzelf verwijten nu ze het weten, maar zij hadden dit destijds echt niet kunnen zien. Op een gegeven moment zocht een merk van turnpakken modellen voor een fotoshoot. Ik werd uitverkoren en de hoofdtrainer zou me brengen. Ter plekke wilde hij de autodeur niet openen, tenzij ik hem kuste. Hij regelde het dat ik me voor zijn ogen moest omkleden. Ook hier: de mensen van de fotoshoot moeten dat opgemerkt hebben. Maar ze redeneerden: het zijn onze zaken niet. Was u bang voor hem? Sonck: Nee. Omdat hij mij nooit fysiek pijn heeft gedaan, denk ik. Het was meer een onrust: wat heeft hij vandaag weer in petto? Op mijn dertiende ben ik bij die club vertrokken. Nadien zag ik hem nog wel eens op wedstrijden, maar dat verliep afstandelijk. Twee jaar later stopte ik met competitiesport. De dader heb ik nooit meer gezien. Op welke manier werkte het misbruik door in uw leven? Sonck: Ik dacht dat ik het redelijk goed had kunnen afsluiten. Tot ik met jongens begon te verkeren. Mijn vriendinnen ontdekten hun seksualiteit en vonden dat allemaal zo leuk en spannend. Maar alles waar zij naar uitkeken, voelde voor mij afschuwelijk. Meerdere hoopvolle aanbidders werden zonder tekst en uitleg de laan uitgestuurd. Ik ben sociaal, een flapuit eigenlijk, maar op seksueel vlak verkrampte ik. Gelukkig had mijn eerste bedpartner geduld met mij. Een echte uitleg heb ik hem niet gegeven. Ik zei dat ik ooit iets had meegemaakt dat me parten speelde en waardoor ik rustig wilde opbouwen. Hij accepteerde dat en respecteerde dat ik er niet dieper op inging. Het misbruik benoemen gebeurde pas twee jaar geleden. Onderzoekster Tine Vertommen deed een oproep bij Van Gils & gasten: ze was op zoek naar mensen met een verhaal van misbruik in de sport. Dat ik ondertussen moeder was geworden, heeft me ertoe aangezet om contact met haar op te nemen. Tijdens het interview vroeg ik de hele tijd: 'Is wat ik meemaakte erg genoeg? Kom ik in aanmerking voor uw studie?' Door er nooit over te praten had ik niet de bevestiging gekregen dat me iets ernstigs was overkomen. Het was een ervaring die ik in een doosje had gestopt, om het nooit meer te openen. Nu pas begrijp ik de feiten ten volle. Is de dader nog actief in het turnen? Het lijkt onwaarschijnlijk dat u zijn enige slachtoffer bent geweest. Sonck: Het toeval wil dat zich deze week nog andere slachtoffers bij de vzw hebben gemeld. De Waalse gymfederatie nodigde me uit voor een gesprek, om te zien of er nog een potentieel gevaar is. De dader schijnt zware gezondheidsproblemen te hebben en is niet meer actief in het turnen. De feiten zijn verjaard, een klacht indienen heeft voor mij niet veel zin meer. Destijds had ik dat ook niet aangedurfd, denk ik. Mijn woord tegen het zijne? Dan zou ik afgeschilderd worden als een leugenaar. Ik heb het hem nooit bij andere meisjes zien doen en heb mijn geweten gesust met het idee dat ik de enige was. Het schuldgevoel, nu er ook andere slachtoffers blijken te zijn, is gigantisch. Wat willen jullie bereiken met Voices in Sport? Sonck: Het taboe doorbreken en het debat op gang trekken. Aangeven wat je kunt doen opdat dit niet nog meer jongerenlevens verpest. We zijn geen meldpunt en hebben zelf geen achtergrond in de hulpverlening. We pretenderen niet om voor alle slachtoffers te spreken. En we kennen niet het antwoord op alle vragen, ook niet tegenover het beleid. Maar we kunnen andere slachtoffers wel op weg zetten. We luisteren naar wie met een verhaal zit. Aan iedereen die een verschil wil maken in deze problematiek reiken we de hand. We willen federaties, clubvoorzitters en ouders bijstaan die zich afvragen hoe ze signalen kunnen opvangen. Met andere slachtoffers praten is spannend en heftig, maar ik merk dat ik er nuchterheid en rationaliteit bij aan de dag leg. Ik denk niet bij elk woord terug aan wat ik zelf heb meegemaakt. Dat functionele, plichtbewuste zie ik terug bij veel slachtoffers. 'Oké, ik heb iets ergs meegemaakt. Hoe kan ik die vreselijke ervaring omzetten in iets positiefs?' Wat het slachtoffers doet om eindelijk hierover te praten: het is onvoorstelbaar. Al gaat iedereen er uiteraard mee om zoals hij of zij wil. Als iemand het voor zich wil houden en het gevoel heeft dat het voor hem of haar echt afgesloten is, moet je dat respecteren. Stuurt u met een gerust gemoed uw kinderen naar de sportclub? Sonck: Ja. Wat mij overkwam, is een uitzondering, maar het heeft me wel sensoren gegeven die andere ouders niet hebben. Toen mijn kinderen de eerste keer naar de dansles gingen, checkte ik de infrastructuur: zijn er afgesloten ruimtes en moeten mijn kinderen daar komen? Gaat er iemand mee als ze naar het toilet moeten? Ik stel die vragen niet met een wrang gevoel, maar heb wel meer geruststelling nodig dan een ander. Toch blijf ik geloven dat sporten normaal een plezier voor iedereen is. Wat ik heb meegemaakt, zal me mijn optimisme niet afpakken.