Directeurs en schepenen van Onderwijs zijn het opvallend eens over de vaste benoeming, het merendeel vindt namelijk dat deze moet verdwijnen. Dat blijkt uit een onderzoek door het OVSG dat De Morgen kon inkijken. Slechts 21,8 procent van de ondervraagden wil dat de vaste benoeming blijft bestaan. De rest is voorstander van een 'gewoon' contract.

Zekerheid

De vaste benoeming is een van de heilige huisjes binnen het onderwijs. Het systeem zorgt ervoor dat startende leerkrachten genoodzaakt zijn om verschillende jobs te combineren, maar eens benoemd, geeft het veel zekerheid. 'Om deze reden ging ik er vanuit dat het thema vooral bij jonge leerkrachten leeft en minder bij directeurs', verduidelijkt OVSG-directeur Patriek Delbaere in de krant. Maar hij moest dus vaststellen dat ook zij 'worstelen met de benoeming.' Ze geven vooral de voorkeur aan een mandaatvorm of een contract van onbepaalde duur.

Begin dit jaar vroeg ook Vlaams Parlementslid Ann Brusseel (Open VLD) aandacht voor het thema. Uit een rondvraag bleek dat ook bijna de helft van de, ondervraagde, leerkrachten een contract van onbepaalde duur verkiezen.

Geen prioriteit

Zowel het Katholiek Onderwijs Vlaanderen en het Gemeenschapsonderwijs (GO!) gaven toe aan dat ze de afschaffing ervan 'niet als een prioriteit' beschouwen. Iets waar het OVSG zich bij aansluit.

In 2015 vervroegde minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) nog de benoeming van duizenden leerkrachten. Zij werden benoemd op 1 juli 2015 in plaats van 1 januari 2016, zodat zij meer zekerheid hadden over hun job. (AVE)

Directeurs en schepenen van Onderwijs zijn het opvallend eens over de vaste benoeming, het merendeel vindt namelijk dat deze moet verdwijnen. Dat blijkt uit een onderzoek door het OVSG dat De Morgen kon inkijken. Slechts 21,8 procent van de ondervraagden wil dat de vaste benoeming blijft bestaan. De rest is voorstander van een 'gewoon' contract. De vaste benoeming is een van de heilige huisjes binnen het onderwijs. Het systeem zorgt ervoor dat startende leerkrachten genoodzaakt zijn om verschillende jobs te combineren, maar eens benoemd, geeft het veel zekerheid. 'Om deze reden ging ik er vanuit dat het thema vooral bij jonge leerkrachten leeft en minder bij directeurs', verduidelijkt OVSG-directeur Patriek Delbaere in de krant. Maar hij moest dus vaststellen dat ook zij 'worstelen met de benoeming.' Ze geven vooral de voorkeur aan een mandaatvorm of een contract van onbepaalde duur. Begin dit jaar vroeg ook Vlaams Parlementslid Ann Brusseel (Open VLD) aandacht voor het thema. Uit een rondvraag bleek dat ook bijna de helft van de, ondervraagde, leerkrachten een contract van onbepaalde duur verkiezen. Zowel het Katholiek Onderwijs Vlaanderen en het Gemeenschapsonderwijs (GO!) gaven toe aan dat ze de afschaffing ervan 'niet als een prioriteit' beschouwen. Iets waar het OVSG zich bij aansluit. In 2015 vervroegde minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) nog de benoeming van duizenden leerkrachten. Zij werden benoemd op 1 juli 2015 in plaats van 1 januari 2016, zodat zij meer zekerheid hadden over hun job. (AVE)