Dat meldt hij zaterdag in een persbericht, op de internationale dag tegen genitale verminking.

Mahdi kondigde in zijn beleidsnota aan dat er bij de opvang van asielzoekers een bijkomende aandacht zou gaan naar kwetsbare groepen. Slachtoffers van genitale verminking worden in de opvangwet uitdrukkelijk als kwetsbare personen vermeld. Volgens onderzoek loopt 23 procent van asielzoekende meisjes het risico op een genitale verminking.

Structurele middelen

Fedasil werkte tot nog toe op projectmatige basis samen met GAMS België, een vzw die streeft naar de afschaffing van vrouwelijke genitale verminking in België en in de rest van de wereld. In samenwerking met GAMS kregen referentiepersonen in de asielcentra al een vorming rond gendergerelateerd geweld. Ook zijn er fiches gemaakt die nog in gebruik moeten genomen worden in de asielcentra.

Met deze structurele middelen kunnen er opnieuw vormingen doorgaan. Daarnaast is een goede voorlichting noodzakelijk bij mensen die hier toekomen uit bepaalde landen.

'Een genitale verminking tast hun lichaam aan en het is in geen geval een vrije keuze van die meisjes en vrouwen. Een duurzame werking bouw je uit met middelen waar je jaarlijks zeker van bent', aldus Mahdi in het persbericht.

De vrijgemaakte middelen kaderen in de begrotingsinjectie die binnen het kader van het regeerakkoord zijn toegewezen aan het departement asiel en migratie om nieuw beleid te voeren.

Referentiecentra

Mahdi's partijgenote Els Van Hoof lanceert zaterdag bovendien een nieuw voorstel om slachtoffers van vrouwenbesnijdenis beter te begeleiden. In een resolutie vraagt ze de federale regering om het aantal referentiecentra voor genitale verminking uit te breiden naar Antwerpen, Leuven, Charleroi, Roeselare en Luik. Momenteel zijn er zo'n centra in Brussel en Gent.

Ook stelt ze voor hun werking te integreren met die van de Zorgcentra na Seksueel Geweld en om het psychosociale en medisch-seksuologische luik van de referentiecentra uit te breiden.

Ze vraagt ook om in te zetten op een betere registratie en opleiding van zorgpersoneel rond het omgaan met slachtoffers van genitale verminking in de materniteiten van ziekenhuizen.

Cijfers

Volgens cijfers die werden vrijgegeven door minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke en staatssecretaris voor Gendergelijkheid, Gelijke Kansen en Diversiteit Sarah Schlitz woonden er in 2018, het laatste jaar waarvoor er cijfers beschikbaar zijn, 17.575 vrouwen en meisjes in België die reeds besneden werden en liepen er 8.342 een risico op besnijdenis.

De slachtoffers van vrouwelijke genitale verminking wonen hoofdzakelijk in de steden Brussel, Antwerpen en Luik.

Dat meldt hij zaterdag in een persbericht, op de internationale dag tegen genitale verminking. Mahdi kondigde in zijn beleidsnota aan dat er bij de opvang van asielzoekers een bijkomende aandacht zou gaan naar kwetsbare groepen. Slachtoffers van genitale verminking worden in de opvangwet uitdrukkelijk als kwetsbare personen vermeld. Volgens onderzoek loopt 23 procent van asielzoekende meisjes het risico op een genitale verminking.Fedasil werkte tot nog toe op projectmatige basis samen met GAMS België, een vzw die streeft naar de afschaffing van vrouwelijke genitale verminking in België en in de rest van de wereld. In samenwerking met GAMS kregen referentiepersonen in de asielcentra al een vorming rond gendergerelateerd geweld. Ook zijn er fiches gemaakt die nog in gebruik moeten genomen worden in de asielcentra. Met deze structurele middelen kunnen er opnieuw vormingen doorgaan. Daarnaast is een goede voorlichting noodzakelijk bij mensen die hier toekomen uit bepaalde landen. 'Een genitale verminking tast hun lichaam aan en het is in geen geval een vrije keuze van die meisjes en vrouwen. Een duurzame werking bouw je uit met middelen waar je jaarlijks zeker van bent', aldus Mahdi in het persbericht. De vrijgemaakte middelen kaderen in de begrotingsinjectie die binnen het kader van het regeerakkoord zijn toegewezen aan het departement asiel en migratie om nieuw beleid te voeren.Mahdi's partijgenote Els Van Hoof lanceert zaterdag bovendien een nieuw voorstel om slachtoffers van vrouwenbesnijdenis beter te begeleiden. In een resolutie vraagt ze de federale regering om het aantal referentiecentra voor genitale verminking uit te breiden naar Antwerpen, Leuven, Charleroi, Roeselare en Luik. Momenteel zijn er zo'n centra in Brussel en Gent. Ook stelt ze voor hun werking te integreren met die van de Zorgcentra na Seksueel Geweld en om het psychosociale en medisch-seksuologische luik van de referentiecentra uit te breiden. Ze vraagt ook om in te zetten op een betere registratie en opleiding van zorgpersoneel rond het omgaan met slachtoffers van genitale verminking in de materniteiten van ziekenhuizen. Volgens cijfers die werden vrijgegeven door minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke en staatssecretaris voor Gendergelijkheid, Gelijke Kansen en Diversiteit Sarah Schlitz woonden er in 2018, het laatste jaar waarvoor er cijfers beschikbaar zijn, 17.575 vrouwen en meisjes in België die reeds besneden werden en liepen er 8.342 een risico op besnijdenis. De slachtoffers van vrouwelijke genitale verminking wonen hoofdzakelijk in de steden Brussel, Antwerpen en Luik.