Belgen kunnen tegenwoordig goed turnen. Ze blinken uit in meerkamp. Ze hockeyen, voetballen en lopen marathons als nooit tevoren. Wordt skiën het volgende bastion dat valt onder de opmars van onze sporters? Het zou zomaar kunnen. De nummer één op de wereldranglijst bij de junioren is namelijk een Belg. Oostenrijk, hét skiland bij uitstek, heeft Sam Maes al gesmeekt of hij zich alsjeblieft wilde naturaliseren.

Zijn ouders droomden ervan een hotel met zicht op de Alpen uit te baten. Hij was twee toen ze naar Zell am Zee verhuisden, een paar maanden later bond de jonge Sam zijn eerste skilatten om. 'In Oostenrijk is dat eigenlijk nogal laat voor je eerste skilessen', lacht Maes, een krullenbol van twintig. 'De snelheid, het sturen, de wind in je haren: ik was er meteen aan verslingerd. Dus je schrijft je in voor lokale wedstrijdjes, die win je - en voor je het weet, ga je naar de topsportschool. Daar hebben ze twee jaar gedacht dat ik een Oostenrijker was.'

Ook al woon ik in Oostenrijk, België is mijn land.

Toen uitkwam dat Maes een Belgische identiteitskaart had, stond hij voor een verscheurende keuze. Oostenrijk kent geen dubbele nationaliteit, en je moet er staatsburger zijn om deel te nemen aan het topsportprogramma. Maes koos voor België en skiet sinds deze winter in de wereldbeker. Tot ieders verbazing, inclusief de zijne, behaalde hij er al rankingpunten. 'Doordat ik voor België uitkom, kan ik me veel gemakkelijker voor wereldbekermanches plaatsen. In de grote skilanden moet je vechten om een plek bij de selectie. Een twintigjarige Oostenrijker, bijvoorbeeld, maakt zo goed als geen kans. Ik dacht: laat ik daarvan profiteren en een voorsprong nemen in ervaring - maar nu pak ik warempel al punten. In Val d'Isère finishte ik als achtentwintigste, in Saalbach zelfs als eenentwintigste. Ik kan het amper geloven.'

Kan het nog beter?

Sam Maes: Wanneer ik wedstrijden opnieuw bekijk, doen mijn ogen pijn van alle fouten die ik mezelf zie maken. Een beetje zuiverder skiën en ik win vlot tien plaatsen. (schrikt van zijn eigen woorden) Maar de voetjes blijven op de grond! Ik zal niet elke wereldbekermanche in de punten skiën. Ervaring opdoen op moeilijke pistes, me aanpassen aan wedstrijdomstandigheden: daar draait het deze winter om.

De kloof met de top is nog altijd groot. Op het einde van de loop, wanneer de vermoeidheid toeslaat, verlies ik veel tijd. Mijn conditie moet beter. Technisch haal ik een aardig niveau, leren de tussentijden me: in Saalbach had ik in de technische passages de derde en de vierde tijd van het hele veld.

Oostenrijk is dé grootmacht in het alpineskiën, met 122 olympische medailles. Dat is bijna het dubbele van Zwitserland, de nummer twee op de lijst. De Oostenrijkse bond heeft u al meermaals gevraagd of u zich wil naturaliseren.

Maes: Een paar weken geleden hebben ze me opnieuw gepolst. Ik moet toegeven: het streelt mijn ego. Maar voor België kiezen vond ik niet moeilijk. Ook al woon ik er niet, het is mijn land. Het is een gevoelskwestie.

De Oostenrijkse skifederatie zou u anders beter kunnen ondersteunen dan de Belgische instanties.

Maes: In Oostenrijk is skiën dé sport. Je hebt er de beste trainers, de beste infrastructuur - het zou me nergens aan ontbreken. Maar er zouden ook nadelen zijn: het Oostenrijkse sportsysteem staat voor een genadeloze survival of the fittest. Je moet direct presteren, de druk is enorm. En voor wie ernaast valt, is er geen vangnet.

Door voor België te kiezen, moet ik het allemaal zelf uitzoeken. Maar dat stoort me niet. Ik sta nog altijd in contact met de beste Oostenrijkse trainers. Als je een beetje uit je doppen kijkt en de juiste vragen stelt aan de juiste mensen, kom je al een heel eind.

© VI Images / Soenar Chamid sportf

Een Belgische skiër, is dat als een bobsleeër uit Jamaica? Ons land telt meer scheepsliften dan bergpassen.

Maes: In de skiwereld vinden ze dat wel speciaal, ja. In de uitslagen ben ik een curiosum, met dat Belgische vlaggetje achter mijn naam.

Hoe sterk is de band met België nog, na achttien jaar afwezigheid? Weet u bijvoorbeeld dat onze regering is gevallen?

Maes: Daar heb ik iets van opgevangen, ja, maar politiek interesseert me niet zo. De Belgische sport volg ik wél op de voet. De WK-finale van de hockeyers heb ik bijvoorbeeld live gezien, en ik heb luid gesupporterd. Eigenlijk is het raar dat je juicht omdat een landgenoot aan de andere kant van de wereld een trofee wint, in een sport die je amper kent. Zoals gezegd: het is een gevoelskwestie.

Wintersport is duur. Vindt een Belgische skiër gemakkelijk sponsors?

Maes: De prestaties van de laatste weken doen de interesse merkbaar stijgen, maar in mijn sport zul je sowieso meer investeren dan verdienen. Ik krijg een toelage van het BOIC en ik word gesteund door Adeps (de sportadministratie van Franstalig België, nvdr). Sport Vlaanderen categoriseert skiën als een niet-prioritaire topsport, waardoor ze mij niet kunnen helpen. Daarop hebben we beslist om me bij een Waalse skiclub aan te sluiten. Nu, het zou kunnen dat de regels in de toekomst weer veranderen en het misschien interessanter wordt om toch voor Sport Vlaanderen te kiezen.

Tijd voor slalom for dummies. Waar maakt een slalommer het verschil?

Maes: Skiën draait om efficiëntie. Het doel is om zo weinig mogelijk te driften: de ski's mogen niet dwars op de piste komen te staan. De toppers skiën van poort naar poort zonder snelheid te verliezen. We krijgen voor de wedstrijd een half uur om het parcours te verkennen. Iedereen trekt dan naar de cruciale passages, waar je de volgende poort niet ziet. Die passages leer je vanbuiten, en toch is afdalen voor een groot stuk een kwestie van intuïtie. Je hebt die passages nooit op snelheid geskied, en het is altijd maar afwachten hoe de sneeuw reageert. Je eigen sneeuwgevoel speelt een cruciale rol.

En dan zoekt u een evenwicht tussen risico's nemen en inhouden?

Maes: Daar komt het op neer, ja. Dat is geen kwestie van durven - ervaren skiërs durven alles, bij wijze van spreken. Het is eerder: hoever kan ik pushen voor ik uit de bocht vlieg. Ik kom pas kijken op het hoogste niveau. Ik heb de luxe dat ik alles of niets kan spelen. Een keer niet finishen is geen groot drama. Op elke piste zijn er ook passages waar je 'met je kopje' moet skiën om het te halen. Die voegen de organisatoren eraan toe met het idee: wie er blind invliegt, zal híér in de fout gaan.

Sam Maes

- 7 juni 1998: geboren in Edegem

- 2016: wordt 7e in de reuzenslalom op de Olympische Jeugdwinterspelen in Lillehammer

- 2017: behaalt brons in het team event op het WK voor junioren

- 2018: neemt deel aan de slalom en de reuzenslalom op de Olympische Winterspelen van Pyeongchang. Debuteert in de wereldbeker en eindigt meteen in de punten

Hoe belangrijk is het materiaal?

Maes: Uiterst belangrijk. Ik heb een tiental skisets. Sommige zijn sneller op agressieve, ijzige sneeuw, andere lopen beter op plakkerige papsneeuw. Het draait om grip: je mag er niet te veel hebben en niet te weinig. De grote kampioenen hebben specialisten in dienst dankzij wie ze blind op hun materiaal kunnen vertrouwen - wedstrijd per wedstrijd de juiste ski's kiezen is een kunst. Ik hoop dat dat er in de toekomst voor mij ook in zit.

Conditioneel hoort skiën bij de allerzwaarste sporten. In tegenstelling tot wat het cliché zegt: après-ski zit er voor u niet in.

Maes: O nee. Skiën is een wintersport, maar eigenlijk dekt die term de lading niet. Wij zijn het hele jaar in de weer. In de zomer doen we aan intensieve fitnesstraining. De winter is, gek genoeg, een kalmere periode. Dan werk je vooral hersteloefeningen af, om de spieren soepel houden. Zo'n zware afdaling laat sporen na, dat kan ik je wel zeggen.

U doet aan slalom en aan reuzenslalom. Wat is het verschil en wat verkiest u?

Maes: In de gewone slalom staan de poortjes dicht bij elkaar: dan neem je veel bochten in korte tijd. Bij reuzenslalom liggen de poortjes veel verder uiteen, waardoor de snelheid een pak hoger ligt.

Momenteel focus ik op de reuzenslalom, waarin mijn positie op de wereldranglijst het best is en ik meer kans lijk te hebben om door te breken. Met gewone slalom heb ik altijd meer affiniteit gehad, puur omdat ik die leuker vind. Maar goed presteren is het leukste van allemaal, en dus zeg ik: reuzenslalom.

De echte waaghalzen kiezen voor de afdaling of downhill. In die skidiscipline vallen doden.

Maes: Downhill is het snelheidsnummer van het alpineskiën. Skiërs zoeken de meest ijzige, snelste stukken van de berg op, en natuurlijk kan dat ook misgaan. Laatst was er een vreselijk ongeval tijdens de wereldbekerwedstrijd van Val Gardena. Ik heb toen weggekeken. Beelden van crashende skiërs: mijn maag draait ervan om. Alle respect voor de atleten in de downhill, maar wat zij doen is niets voor mij. Ik ben geen type dat het gevaar opzoekt.

Wat hebt u al gebroken bij het skiën?

Maes: Niet veel. In mijn jonge jaren heb ik mijn knie eens gebroken. Ik heb daar toen lang mee gesukkeld, omdat ik net een groeispurt had. Maar dat is het qua blessures. Vind je dat raar?

Als ik zie hoeveel amateurskiërs tijdens een wintervakantie moeten worden gerepatrieerd, lijkt me dat zelfs een klein mirakel.

Maes:(lacht) Daar mag je het niet mee vergelijken. Wij nemen meer risico's, maar we kunnen ze ook beter inschatten.

Hoe gaat het nog met dat hotel in Zell am Zee?

Maes: Dat is ondertussen verkocht. Mijn ouders zijn tien jaar geleden uiteengegaan. Ze baten nu elk een bed and breakfast uit in Zell am Zee - pension Andrea en pension Max - op 200 meter van elkaar. De meeste gasten zijn skiërs, maar het zomerseizoen wordt almaar belangrijker. Soms help ik met inchecken, maar eigenlijk zien ze me niet vaak in de pensions. De schaarse dagen dat ik thuis ben, moet ik rusten.

Waar mikt u dit seizoen nog op?

Maes: Het hoofddoel is het WK voor junioren, eind februari. Daar is een medaille een realistisch doel. In de wereldbeker wil ik gewoon goed skiën, zonder dat ik me vastpin op een positie. Dit seizoen draait om stappen zetten, technisch en fysiek.

Op lange termijn mik ik op de Olympische Winterspelen van 2022. Daar wil ik aansluiten bij de wereldtop. Hopelijk zal ik er in de buurt van de medailles eindigen, maar ik zeg er eerlijk bij: ik heb geen idee of dat haalbaar is. Vorig jaar in Pyeongchang ben ik verliefd geworden op de winterspelen. Wat een evenement, zeg. In Zuid-Korea ervoer ik dat mijn achterstand op de wereldtop nog groot was. Het gaf me de motivatie om extra hard te werken. Ja, dat toernooi was een keerpunt.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.