Als een schichtige, kalende conciërge in een grijze stofjas schuifelt Audrey Bonnet door het decor - een klaslokaal met beige meubilair en dito muren - tijdens de eerste minuten van Romeo Castellucci's Jeanne d'Arc au bûcher. Het mannetje veegt rustig tussen de schoolbanken. Maar de bewegingen worden, net als de muziek, almaar driftiger en dreigender. Plots rukt hij het krijtbord van de muur en, vervolgens, de kleren en de pruik van zijn lijf. Daar staat ze. Naakt, met lange bruine haren en een melancholische oogopslag: Jeanne d'Arc. Ze breekt het decor af tot een kale, witte box. De witte vloertegels breekt ze met haar handen open. Tijdens de scènes die volgen, herbeleeft d'Arc de heftigste momenten uit haar leven. Intussen blijft ze graven. Tot ze tijdens de laatste scène neerzijgt in haar zelfgegraven graf. Deze Jeanne d'Arc au bûcher ging in januari 2017 in de Opéra de Lyon in première en speelt binnenkort in De Munt.
...