Wie wil begrijpen hoe groot de sprong is die het Nederlandse journalistieke platform De Correspondent in vijf jaar heeft gemaakt, moet nog maar eens het fragment uit De wereld draait door bekijken waarin hoofdredacteur Rob Wijnberg zijn plannen voor het eerst uit de doeken doet. Een nieuw medium oprichten, zonder investeerders of advertenties, dat voorbij de waan van de dag gaat en niet aan snel nieuws of primeurs? Tafelheer Jan Mulder was toen, in maart 2013, alvast sceptisch. 'Maar Rob, wat je net zei, dat over die inbrekersstatistieken... niet echt sexy, ? Lijkt me saai', was zijn reactie toen Wijnberg, een halfjaar daarvoor ontslagen als hoofdredacteur bij nrc.next, een mogelijk artikelonderwerp uit de doeken deed.

Maar al snel vond Wijnberg de 15.000 leden die hij nodig had. Toen het artikel over de inbraakcijfers daadwerkelijk verscheen, in november 2014, had De Correspondent al meer dan 34.000 leden. Vandaag betalen 61.000 mensen jaarlijks 70 euro - of maandelijks 7 euro - voor de verhalen, documentaires en podcasts van Wijnberg en zijn team. De Correspondent is daarnaast ook een uitgeverij, met boeken over onder meer privacy en het basisinkomen in de portefeuille, en denkt na over internationale uitbreiding. Om The Correspondent, zoals die extra tak zou heten, van de grond te krijgen, verhuisden Wijnberg en uitgever Ernst-Jan Pfauth een jaar geleden naar New York. Via Skype legt Wijnberg uit hoe hij het aanpakt.

ROB WIJNBERG: Het komt erop neer dat we dezer dagen vooral koffie drinken met zoveel mogelijk mensen die ons werk interessant zouden kunnen vinden. Jimmy Whales, de oprichter van Wikipedia, is een van onze ambassadeurs, net als Nate Silver, de man achter de site FiveThirtyEight en een van de beroemdste statistici ter wereld. Maar we hebben ook minder bekende ambassadeurs, die vooral erkend worden in één bepaalde niche die wij belangrijk vinden. Zo iemand is Kashmir Hill: voor de meesten een nobele onbekende, maar een begrip in de wereld van de privacybescherming.

In De Volkskrant vroeg iemand u of Shania Twain, de country-zangeres die zich als fan van Trump ontpopte, ook ambassadeur kon worden. De vraag lag op tafel, was uw antwoord. Bent u er al uit?

WIJNBERG: We zoeken onze ambassadeurs niet uit op hun politieke voorkeur - ik vraag er tijdens zo'n gesprek ook niet naar - maar op of zij onze principes hoog achten: zonder advertenties werken, belang hechten aan de privacy van onze lezers, over trage ontwikkelingen schrijven... Met dat in het achterhoofd acht ik de kans klein dat rabiate Trumpstemmers ons zouden willen steunen.

***

Bij de vijfde verjaardag van De Correspondent hoort een nieuw boek. Dit was het nieuws niet bundelt de beste verhalen van de afgelopen jaren en brengt enkele nieuwe teksten. 'Onmisbare verhalen die niet zo snel in het journaal zullen komen, maar wél een dieper inzicht geven in hoe de wereld werkt', staat in de perstekst. Over wat er dan wel in het journaal komt, is hoofdredacteur Wijnberg in zijn voorwoord meteen scherp: 'Vergeet nepnieuws. Echt nieuws is minstens zo misleidend.' Om er meteen zijn definitie van nieuws aan toe te voegen: sensationele, uitzonderlijke, negatieve, recente gebeurtenissen.

Is die definitie niet een beetje te eng? Elke dag komt er wel een onderzoek in de krant dat op een trage ontwikkeling wijst of verschijnen er diepgaande achtergrondstukken.

WIJNBERG: Klopt, en het is ook absoluut geen definitie van journalistiek of zelfs niet van een krant. Weet je, nieuws is een even breed en moeilijk te definiëren begrip als porno. Over dat laatste heeft een Amerikaanse rechter ooit gezegd: 'Ik kan het niet definiëren, maar ik herken porno onmiddellijk als ik het zie.' Zo is het ook met nieuws. Als ik 100 mensen vraag wat er op dit moment in het nieuws, zullen 99 mensen van hen over dezelfde drie onderwerpen beginnen. En dat zijn meestal negatieve dingen die net gebeurd zijn.

Draai het maar eens om: probeer maar eens iets op de voorpagina te krijgen dat elke dag gebeurt. Stel je voor, morgen bij de krantenboer: 'Tien miljoen Nederlanders gaan elke dag zonder problemen naar het werk.' Dat krijg je niet in het journaal, want mensen vragen zich dan af: waar is het nieuws? Het gevolg daarvan is dat je van de invloedrijke, structurele evoluties bijna nooit wat hoort.

Het beste voorbeeld daarvan is klimaatverandering. Als wetenschappers niet op veel langere termijn naar het weer keken, hadden we nooit geweten dat de planeet langzaam maar zeker warmer wordt. En als je verslag wil uitbrengen over zo'n ontwikkeling, heb je een haakje nodig, meestal een sensationele, uitzonderlijke en negatieve gebeurtenis. Dit interview wordt pas nieuws als jij iets negatiefs over mij onthult.

Maar zonder berichtgeving over wat er dagelijks in de wereld gebeurt, is lange analyses schrijven toch ook onmogelijk?

WIJNBERG: Voor de goede orde: ik heb nooit betoogd dat nieuws per definitie slecht is. We kunnen niet zonder.

Met permissie, maar nog geen twee jaar geleden noemde u nieuws 'de meest ongezonde, ziekmakende en verslavende drug van de moderne tijd'. Om vervolgens te schrijven: 'Vergeet alcohol, vergeet nicotine, vergeet alle wiet, xtc en cocaïne bij elkaar: nieuws is wat ons brein, ons wereldbeeld en onze samenleving werkelijk vergiftigt.'

WIJNBERG: Ja, maar dat wil niet zeggen dat je zonder kan. Als je enkel de journalistiek leest zoals wij die maken, mis je wat, uiteraard. Ik wil ook weten of het in mijn buurt heeft gebrand en hoe mijn voetbalclub het gedaan heeft.

Maar het nieuws laat een heel groot deel van de realiteit buiten beschouwing, terwijl het wel ons wereldbeeld domineert. Driekwart van alle parlementaire vragen in Nederland komt bijvoorbeeld voort uit het nieuws. De afgelopen tien jaar zijn er acht keer zoveel Kamervragen gesteld over geweld op straat, terwijl het aantal incidenten in die periode met tien procent afnam.

Hetzelfde met terrorisme: in peilingen geven mensen terrorisme aan als grootste bedreiging voor de nationale veiligheid, terwijl er miljoenen meer mensen dood gaan aan de gevolgen van de overconsumptie van suiker. Aanslagen komen wel veel vaker aan bod in het journaal, omdat ze negatief zijn, weinig voorkomen en, niet onbelangrijk, gemakkelijk te filmen zijn. Van een ontplofte bus kun je gemakkelijk een nieuwsitem maken, van vrijheden die dagelijks onderdrukt worden niet.

Heeft De Correspondent de ambitie om het nieuws te veranderen?

WIJNBERG: Eerst en vooral willen we mensen proberen inzichten te geven in hoe de wereld werkt, wat er volgens ons aan de hand is en wat je daaraan kunt doen. De motivatie daarachter is dat we geloven in vooruitgang. De motor achter die vooruitgang, zo zegt de evolutiebioloog Matt Ridley, is het vermogen van de mens om kennis te delen. Niemand weet van a tot z hoe een iPhone werkt of hoe jij en ik nu met elkaar kunnen praten, ook al zitten we op 6000 kilometer van elkaar vandaan. Met onze journalistiek willen we meewerken aan die verspreiding van kennis, in de hoop dat we de problemen die we tegenkomen zo beter te lijf kunnen gaan.

Een mooi idee, maar De Correspondent functioneert in een groot medialandschap, met veel spelers die een groter bereik hebben en in eerste instantie het soort nieuws delen waar u een strijd tegen voert. Dat kan u toch niet onberoerd laten?

WIJNBERG: Dat is een existentiële vraag. Waarom doen we wat we doen? Doorgaans moet je vier biertjes drinken voor dit soort vragen. (lacht en denkt vervolgens na. Er valt een stilte) Onze invloed is marginaal ten opzichte van alle andere infobronnen, maar je moet ergens beginnen natuurlijk. Wikipedia begon ook met één artikel, nu is het de grootste en meest betrouwbare encyclopedie die de mens ooit gemaakt heeft.

Het staat wel vast dat er schot in zit. Vandaag bereiken we gemiddeld twee miljoen mensen per maand. En onze invloed gaat verder dan het aantal lezers dat we bereiken. In Zwitserland, Denemarken en Duitsland hebben journalisten al platforms opgericht die door De Correspondent geïnspireerd zijn. Je wordt vandaag niet meer gek verklaard als je zegt dat je aan journalistiek wil doen zonder advertenties.

Dat klopt, maar het delen van goede, volledige kennis blijft een verantwoordelijkheid van alle media. Als voor kranten en tijdschriften de nieuwsmallemolen blijft draaien, wordt de impact van jullie werk minder.

WIJNBERG: En wat is de vraag?

Het is meer een kanttekening bij uw discours.

WIJNBERG: Die is terecht.

U laat regelmatig stof opwaaien, ook onder journalisten, met uw ideeën over wat de waarheid is of wat feiten zijn. Het klassieke onderscheid tussen feit en mening is niet van tel, schrijft u.

WIJNBERG: Mensen denken vaak dat ik vind dat feiten niet bestaan, maar dat vind ik dus wel. Die feiten zijn echter niet los te zien van de mensen die ze vaststellen, het zijn altijd interpretaties. De muur tussen feiten en interpretaties moeten we als journalisten laten varen. In de plaats daarvan moeten we transparanter zijn over hoe we tot bepaalde feiten komen.

Ziet u het gebeuren dat twee journalisten naar dezelfde werkelijkheid kijken en dat twee legitieme, maar compleet tegenovergestelde interpretaties oplevert?

WIJNBERG: Totaal. Rutger Bregman schrijft euforisch over het basisinkomen, zijn collega Jesse Frederik vindt het geen goed idee. Maurits Martijn breekt een lans voor privacy, Lynn Berger vindt zijn pleidooi overdreven. We verschillen dus zeker van mening, maar uiteraard gebeurt dat binnen een bepaalde sociale bandbreedte. Een correspondent nazisme komt er niet.

Die sociale bandbreedte beperkt zich volgens veel critici tot de progressieve, linkse kant van het ideologische spectrum. Bent u het daarmee eens?

WIJNBERG: Als progressief zijn betekent dat je in vooruitgang gelooft, dan zijn wij progressief en dan ben ik daar trots op. Dat is wel iets anders dan links zijn. We zijn dat op allerlei manieren niet. Rutger Bregman wordt vaak als links gezien, omdat zijn grote idee, het basisinkomen, als een links idee wordt gezien. Maar je kunt het ook als rechts verkopen, namelijk als het middel om alle subsidies af te schaffen en alle ambtenaren te ontslaan die moeten controleren of jij een bepaalde subsidie verdient. Richard Nixon wilde het ooit invoeren in de Verenigde Staten, de Democraten hielden het toen tegen.

Vaak wordt links denken gedefinieerd als denken in structuren, en dat zit wel in de aard van De Correspondent. Als je linkse mensen vraagt waarom iemand het criminele pad opgaat, kijken ze naar de omstandigheden waarin die persoon is opgegroeid. Rechtse mensen denken vaker in termen van persoonlijke keuzes, en pleiten daarom voor zwaardere straffen. Daarom zeg ik ook dat het nieuws rechts is: het kijkt vooral naar individuen en gebeurtenissen en gaat zo mee in de rechtse filosofie.

Het nieuws rechts? Dat wil ik u heel graag zien uitleggen tegen een paar van mijn rechtse kennissen.

WIJNBERG: Mijn antwoord zou twee onderdelen bevatten. Ten eerste komt de perceptie dat de media links zijn voort uit het feit dat veel journalisten links stemmen. De tweede reden dat mensen denken dat het nieuws links is, is dat het heel vaak wordt gezegd. Het is een terugkerende kritiek, terwijl ik denk dat er vandaag meer rechtse dan linkse media zijn. Een van de grootste kranten van Nederland, De Telegraaf, is bijvoorbeeld uitgesproken rechts.

Het nieuws is niet rechts omdat de mensen die het maken dat zijn, maar omdat de basisingrediënten van nieuwsberichten parallel lopen met de basisaannames van een rechts wereldbeeld. Bijna alle zaken die in het journaal komen, worden geframed als producten van individuele beslissingen, niet als het gevolg van een structuur of een systeem.

Stel: je sluit iemand een jaar lang op in een kamer met een tv en je laat hem een jaar lang alleen maar het journaal kijken - geen duidingsprogramma's, geen documentaires. Die komt rechtser uit die kamer dan dat hij erin gaat. De kans dat het vertrouwen van de persoon in die mensheid is gegroeid, is klein.

U sprak over de sociale bandbreedte van De Correspondent. Hoever reikt die?

WIJNBERG: Mensen die rechts denken, kunnen zeker voor De Correspondent schrijven, zolang ze hun onderwerp maar benaderen als een structuur. Pure nieuwsjagers zullen zich niet snel thuis voelen bij ons. Een moeilijkere vraag is: kan een journalist voor ons werken als hij niet gelooft dat het klimaat opwarmt door de mens?

Beantwoord u ze maar.

WIJNBERG: Je zou kunnen zeggen: als die persoon niet over klimaat schrijft, is dat geen probleem. Maar een redactie is ook een sociale omgeving. Diversiteit in denkbeelden is na te streven, maar ik denk niet dat je bij ons kunt functioneren als je actief gaat uitdragen dat de klimaatverandering niet door de mens wordt veroorzaakt. Stel dat jij nu gaat uitdragen dat Elvis nog leeft, dat zwarte mensen geen mensen zijn en dat de aarde plat is: dan isoleer jij jezelf toch ook van je collega's?

***

'We zijn nog steeds een plek waar mensen hun hart kunnen volgen en journalistiek kunnen bedrijven waarvan ze geloven dat die er echt toe doet', antwoordt Wijnberg als we vragen wat de grootste verwezenlijking na vijf jaar De Correspondent is. Hij wil zijn organisatie vooral niet sleets zien worden. 'Dan hoor je: "dat is nu eenmaal zo", of "dat doen we gewoon niet". Als dat de dominante houding wordt, krijg je een cultuur van tradities, niet meer van nieuwsgierigheid.'

Dat principe is gemakkelijker hoog te houden in de tienkoppige start-up waarmee u begon dan de kmo die De Correspondent vandaag is.

WIJNBERG: Inderdaad, je krijgt onvermijdelijk meer structuren en regels. Maar het hoogste streven blijft iets wat we op De Correspondent graag georganiseerde anarchie noemen: gestructureerd, maar niet doodgeregeld.

Dit was het nieuws niet - Grote verhalen die het journaal nooit halen. De Correspondent BV. 296 blz., 15 euro. Meer info over het boek vindt u hier.