Weissensee in het Berlijnse stadsdeel Pankow, het hart van de vroegere DDR. Uniforme gebouwen herinneren aan het verslagen communisme. Nieuwe staan er ook. Met veel licht, niet te hoog, niet te vervreemdend, vlak bij het groen. Volslagen rust aan het uiteinde van de stad. Hier woont Heinz Bude, hoogleraar in het meer dan driehonderd kilometer verderop gelegen Kassel, waar hij, wanneer er colleges zijn, twee, drie dagen per week verblijft. 'Ik heb altijd in Berlijn gewoond, ben hier in Kreuzberg geboren. Weggaan doe ik niet meer. Vier maanden schrijven en nadenken in Los Angeles, zoiets wel. Maar meer niet.' Ik ontmoette hem nooit eerder. Hij is op dit moment een van de bekendste sociologen van Duitsland. Of filosofen. Hij balanceert tussen de twee disciplines. De plek waar sociologie spannend wordt. Vooral de laatste jaren maakte hij furore met werk over het gevoel van de wereld. Gefühl in het Duits, mood in het Engels. En nu ook met een splinternieuw boek. De titel: Solidarität.
...

Weissensee in het Berlijnse stadsdeel Pankow, het hart van de vroegere DDR. Uniforme gebouwen herinneren aan het verslagen communisme. Nieuwe staan er ook. Met veel licht, niet te hoog, niet te vervreemdend, vlak bij het groen. Volslagen rust aan het uiteinde van de stad. Hier woont Heinz Bude, hoogleraar in het meer dan driehonderd kilometer verderop gelegen Kassel, waar hij, wanneer er colleges zijn, twee, drie dagen per week verblijft. 'Ik heb altijd in Berlijn gewoond, ben hier in Kreuzberg geboren. Weggaan doe ik niet meer. Vier maanden schrijven en nadenken in Los Angeles, zoiets wel. Maar meer niet.' Ik ontmoette hem nooit eerder. Hij is op dit moment een van de bekendste sociologen van Duitsland. Of filosofen. Hij balanceert tussen de twee disciplines. De plek waar sociologie spannend wordt. Vooral de laatste jaren maakte hij furore met werk over het gevoel van de wereld. Gefühl in het Duits, mood in het Engels. En nu ook met een splinternieuw boek. De titel: Solidarität.Het gevoel van de wereld. Wat is dat precies voor u? Heinz Bude: Dat wat bepalend is voor hoe wij de wereld zien. Met 'wij' bedoel ik de samenleving in haar geheel. Niet deze of gene groep die zijn stem verheft of strijdvaardig rechten opeist. Die mood, dat gevoel van de samenleving, kunnen we soms moeilijk definiëren. Vergelijk hem met die van een individu. Ik wil 's morgens naar mijn werk vertrekken maar vind de autosleutel niet. Dat brengt verwarring teweeg. Plotseling rijzen vragen: waarom doe ik dit allemaal? Heb ik niets beters te verrichten dan me naar het werk te haasten? Verborgen onvrede komt aan de oppervlakte. Er ontstaat in mijn hoofd een stemming die ik niet meteen kan beschrijven en evenmin onder controle krijg. Zo gaat het ook met de samenleving. Er zit onbehagen in. Een zekere hopeloosheid. Het vermoeden dat we verkeerd bezig zijn. Dat ontstond in het eerste decennium van deze eeuw. Gedurende twintig jaar hadden we enthousiast het neoliberalisme omarmd. Links en rechts verschilden daarin nauwelijks van elkaar. Tony Blair, Bill Clinton, Gerhard Schröder: ze namen allemaal het liberalisme als uitgangspunt en probeerden vervolgens, binnen dat kader, een paar sociale correcties aan te brengen. En daar bleef het bij. Er was een ongebreideld geloof in de kracht van het individu. Stilaan, vanaf het begin van deze eeuw, voelden mensen: dit is fout. De gedachte dat de wereld niets op zichzelf is, dat ze louter afhangt van onze keuzes, klopt niet. De wereld bestaat echt, zelf, autonoom, onafhankelijk van wat wij willen. Gaat het stilaan beter met het levensgevoel in onze samenleving? Bude: Niet echt. Vandaag zegt 82 procent van de Duitsers tevreden te zijn met de eigen levensomstandigheden. Tegelijk vinden dezelfde mensen dat het met de samenleving fout gaat. Volgens mij kan dat alleen goed komen door een vernieuwde aandacht voor solidariteit. Solidariteit. Dat is een oud en ook wel erg abstract woord. Bude: Toch kan het redding brengen. Wanneer het zijn elementaire betekenis herwint: aandacht voor anderen, betrokkenheid. Niet wanneer wereldverbeteraars solidariteit eisen, dat werkt niet. Integendeel, het maakt mensen boos. Ze zetten zich ertegen af. Ook solidariteit als therapie om ons minder schuldig te voelen, is onzin. Solidariteit heeft pas echt betekenis wanneer ze meer doet dan twee mensen met elkaar verbinden. Nodig is een derde element, een gemeenschappelijk doel of verlangen. Neem nu Duitsland. De Ossies voelen zich vaak doodongelukkig. Ze hadden meer van de vrijheid verwacht. De inwoners van het Westen kijken nog altijd op hen neer, bijna dertig jaar na de val van de Muur hier in Berlijn. Je lost dat niet op met lege praatsessies. Verhalen over wederzijdse levenservaringen volstaan niet om voor elkaar meer sympathie te ontwikkelen. O zeker, lieden van het Oosten zullen geduldig luisteren naar die van het Westen. Maar als het erop aankomt, wijken ze niet van hun vroegere standpunt af. Daar slagen ze alleen in als ze samen een gevoel van solidariteit ontwikkelen, als ze hun schouders zetten onder iets gemeenschappelijks. De toekomst van Duitsland is zo'n doel. Dat kan, dat werkt. Ik mocht het zelf meermaals ervaren. Je kunt een café in een verloren provinciestadje van Mecklenburg-Vorpommern binnenstappen en daar met de stamgasten een goed gesprek over solidariteit voeren. Op voorwaarde dat je hen respecteert als mens. Wanneer ze zich daarover gerustgesteld voelen, kun je in een gesprek bijzonder ver gaan. Het begrip solidariteit dat u hanteert is erg persoonlijk. Voor velen past solidariteit eerder in een verhaal van rechtvaardige structuren. Bude: En dat is fout. Ik zeg natuurlijk niet dat rechtvaardige structuren overbodig zijn. Maar ze volstaan niet. Bovendien klinkt een schreeuw om meer gerechtigheid vaak dwingend, hard voor de medemens. Solidariteit gaat verder, is geen juridische eis maar is genereus gedrag. Zo had ik verschillende interviews met welgestelde industriëlen in Beieren. Ze zetten zich erg in voor de allochtone bevolking. 'Waarom dan?' vroeg ik hun. 'Jullie zijn wellicht christenen, misschien vinden jullie die vreemdelingen niet zulke leuke mensen. En toch geven jullie hun steun.' Het antwoord was simpel: 'Ze zijn nu eenmaal hier. En wij kunnen het ons veroorloven hen te helpen.' Daarop zouden voorstanders van meer sociale rechtvaardigheid zeggen: 'Dat is niet oké. Het feit dat industriëlen zich zo veel generositeit kunnen veroorloven, wijst er juist op dat de maatschappelijke ongelijkheid te groot is.' Bude: Daarin vergissen ze zich. Een samenleving blijft niet solidair als ze alleen op rechtvaardige structuren rust. Er is ook behoefte aan persoonlijke inzet. De jongste jaren ben ik heel erg bezig met wie werkelijk uit de boot valt. Dat zijn niet langer de goedbetaalde arbeiders in de grote Duitse fabrieken, maar mensen met baantjes in de marge. Zij die gebouwen schoonmaken, tijdelijke jobs hebben, in gaarkeukens werken. Ze komen nauwelijks rond: zowat 15 procent van de bevolking. Vaak hebben ze gewoon te weinig geld om behoorlijk te leven. Dat moet meer worden. 'Haal het geld bij de rijken', zeggen mensen dan graag. Daarop antwoord ik: 'Nee, het zijn jullie die moeten betalen. Iedereen. Met het geld van de rijken komen we er niet. En een solidaire samenleving kan pas ontstaan wanneer je er zelf aan meewerkt.' Dan schrikken ze even. Ze hadden gehoopt van hun gewetensnood verlost te zijn. Door de rekening door te schuiven naar anderen. Solidariteit komt ook in het gedrang door het toegenomen groepsdenken. Vrouwen, etnische groepen, dorp tegen stad: iedereen strijdt voor zijn belangen. Hoogstens hoor je nog dat hun groepsbelang ook de hele samenleving ten goede komt.Bude: Groepsbelangen zijn niet bevorderlijk voor de solidariteit in de samenleving als geheel. Zo vind ik de zogenoemde safe spaces een ramp. Plekken, aan Amerikaanse universiteiten bijvoorbeeld, waar groepen die zich kwetsbaar wanen, zoals vrouwen of minderheden, zeker mogen zijn dat ze er geen ideeën of theorieën zullen horen die ze niet fijn vinden. Zo verwerven ze het recht veilig opgesloten te blijven in hun eigen wereldje. Heel erg. Een identiteitspolitiek en solidariteit zijn onverzoenbaar. Ik geloof juist in gevaarlijke ontmoetingen die je met andere mensen in contact brengen. Dangerous encounters. Alleen zo ontstaat mogelijk een gemeenschappelijk doel. En misschien op den duur waarachtige solidariteit. Waar en hoe zou die solidariteit gestalte kunnen krijgen? Bude: Overal. Neem migratie. Daar zit nog altijd een stuk gêne en ongemak in. Willen we samen wat bereiken, dan moeten mensen er zich goed bij voelen. Daartoe kun je niemand dwingen. Solidariteit begint met tact. Scheldpartijen en wederzijdse verwensingen zijn absoluut contraproductief. Tact werkt wel. En gematigdheid. Je hoeft niet alles te zeggen wat juridisch kan. Een ander voorbeeld: voor het overleven van onze sociale rechten, iets waarin wij van de Verenigde Staten en China verschillen, is een onderliggend gevoel van solidariteit noodzakelijk. Waarom kunnen we dat ontwikkelen? Omdat we mensen zijn. Omdat het absurd schijnende leven alleen door solidariteit een diepere betekenis krijgt. Dat heb ik geleerd van Albert Camus, die ik zeer bewonder. Uw ideeën past u ook toe op de universiteit. Daarover zegt u: ze is met ongeveer alles bezig, behalve met waarheid. Bude: Universiteiten hebben vandaag bijkomende taken waarmee ze vroeger niet werden belast. Bijvoorbeeld de socialisatie van zeer diverse studenten die niet weten wat te doen in de omgeving waarin ze terecht zijn gekomen. Nuttig werk, die socialisatie, maar ondertussen gaan kerntaken verloren. Zelf ben ik een groot voorstander van hoorcolleges voor grote groepen, terwijl het juist mode is daar smalend over te doen. Kijk, er bestaat vandaag een grote kloof tussen enerzijds de massa informatie en anderzijds de kennis, die niet mee evolueert. Het hoorcollege kan bijdragen om daaraan te verhelpen. Het zorgt voor het performatieve element van de kennis. Door de aanpak van de hoogleraar, de manier waarop hij praat, zich beweegt, argumenteert, maakt hij wat hij zegt geloofwaardig. Doet hij studenten in zijn woorden geloven. Waar komt het bij onderwijs, en zeker bij universitair onderwijs op aan? Mensen moeten in hun leven belangrijke beslissingen leren nemen, vaak onder tijdsdruk. Daarvoor volstaat het niet om netjes opgesomd en wetenschappelijk uitgewerkt een aantal scenario's voorgeschoteld te krijgen. We moeten leren doorgronden, evalueren, overwegen, kiezen. Hoorcolleges helpen daarbij. Indirect. Ze zijn niet dwingend. Ze proberen niet mordicus iets in te prenten. Dat is juist hun sterkte. Herhaaldelijk komt een ander thema in uw werk naar voren: uw scepsis tegenover meditatie. Bude: Absoluut. Meditatie, het is een woord dat aardig klinkt. Maar veel minder aardig is. Vaak is het een veilige vlucht, ver weg van elke solidariteit. De vlucht bestaat erin zichzelf goed te voelen zonder zich om anderen te bekommeren. Een simpele manier om zelf te overleven. En dat werkt niet, zoals ik van Theodor Adorno heb geleerd: als iedereen probeert te overleven, gaan we allemaal ten onder. Overleven is niet genoeg, we moeten méér doen. Vandaar, nogmaals, de noodzaak om werkelijk solidair te zijn. Weet u wat ik echt niet goed vind in onze tijd? We kijken naar Boeddha als naar een lichtbak, en we vergeten Jezus Christus. Tussen beiden zijn er gelijkenissen, maar vooral grote verschillen. Boeddha was een heraut van de meditatie, van het contemplatieve leven. Veel van onze tijdgenoten volgen hem. Flegmatiek denken stelt hen gerust, verschaft hun zelfs enige geborgenheid door hen vrij te maken van de wereld. Jezus Christus was anders. Niet dat hij contemplatie onbelangrijk vond. Hij trok zich geregeld terug om te bidden of na te denken. Maar er was bij hem geen fuga mundi, geen vlucht van de wereld. Zijn concrete inzet voor mensen bleef primeren. Er is in onze samenleving wat minder Boeddha en wat meer Christus nodig. En wat meer Albert Camus. Niets mooier dan blijvende inzet, dan onophoudelijke solidariteit. Nu u het toch over religie hebt: in uw boek Solidarität, dat in maart verscheen, grijpt u wel erg vaak naar evangelieteksten terug. Vindt u religie belangrijk? Bude: Religie past alleszins goed bij het begrip solidariteit. Religie betekent hoop. En het besef dat het laatste woord niet is gezegd. Niet over de opwarming van de aarde. Niet over migratie. Niet over het misschien wel langzaam verdwijnende project Europa. Er blijft altijd hoop. Die verschilt duidelijk van optimisme, waar ik tegen ben. Ik vind dat zo'n onzin, die haast mechanische reflex waarmee sommigen altijd weer de optimist proberen uit te hangen. Wanneer het een hele dag regent, zijn er mensen die een roze bril opzetten om toch maar te kunnen zeggen dat het prachtig weer is. Maar dat is het niet. Optimisme kan een manier zijn om de werkelijkheid te ontkennen. Ik ben voor hoop zonder optimisme. Bent uzelf gelovig? Bude: Ja. Ik ben katholiek. Dat wist ik niet. Bude: Ik loop er niet mee te koop, zoals sommigen doen op de opiniepagina's van kranten. Hun katholiciteit is vaak een manier om zich van anderen te onderscheiden, om de groep waartoe ze behoren helder af te bakenen. Ik ben met plezier katholiek. Voor mij betekent dat onder meer dat niet alleen mensen ertoe doen. De wereld in haar geheel hangt ook van dieren af, van bomen en planten. Ze is groter dan wij alleen. Een socioloog-filosoof die katholiek is! In onze tijd niet vanzelfsprekend... Bude: Soms wordt het gesprek er gemakkelijker door. Ontmoet je iemand anders, dan kan die je meteen situeren. Dat helpt om samen een gemeenschappelijk doel te vinden, dezelfde gedachte als bij het zoeken naar solidariteit. Ik weet het, Max Weber vond dat een katholiek geen intellectueel kon zijn. Maar hij vergiste zich. Weet u dat de eerste denkers die in de vorige eeuw het totalitarisme bestreden, zoals later Hannah Arendt, katholieken waren? Hun idee was: de kerk gaat nooit volledig op in een politiek systeem. Ze staat er altijd een beetje naast. In de praktijk hebben katholieken die gedachte niet altijd waargemaakt. Maar soms wel. En ze konden verantwoorden waarom. U zei dat u geen optimist bent. Hoe kijkt u naar de toekomst? Bude: Er is geen toekomst als het niet nu is. Het heeft geen zin haar te hanteren als een abstract concept. De toekomst begint op dit moment, niet ergens ver weg in het onbekende. Want in dat geval is ze enkel een droom, iets waar wij in het werkelijke leven niets mee te maken hebben. Ziet u voorbeelden van een toekomst die er nu al is? Bude: Zeker. Ik denk dat we het einde meemaken van de ongebreidelde technologische golf. De elite van Sillicon Valley voelt dat, wat haar nerveus maakt. Er is een nieuwe generatie aangetreden die meer oog heeft voor het ethische in het digitale. In de negentiende eeuw moest het wilde kapitalisme worden getemd. Vandaag de vlot ogende jongens van Sillicon Valley. Hun macht is te groot en wordt onvoldoende gecontroleerd. Vele mensen beseffen dat. De tegenbeweging is ingezet. Een ander punt. Er komt weer een economie van de dingen. Met grotere aandacht voor het voorwerp. Industrie en diensten zullen daarbij hand in hand gaan. Het oude adagium 'groei zit altijd in kennis, nooit in dingen' is compleet passé. Er zit overmoed in, en een gebrek aan respect voor het voorwerp in al zijn eenvoud en schoonheid. Voorwerpen zijn vandaag niet langer wegwerpvoorwerpen. Ze worden gerecycleerd. Of gewoon hersteld. De herwaardering van het voorwerp. We voelen haar elke dag groeien. Dat leidt tot een intensieve in plaats van een extensieve economie. En tot een aandachtiger leven.