In De kerk is fantastisch werpt professor kerkelijk recht Rik Torfs (KU Leuven) rijkelijk bloemen naar het instituut. Af en toe gooit hij de bloempotten er mee achteraan. Zo lyrisch, bevlogen en zelfs meeslepend hij schrijft over kerkgebouwen, religieuze denkers en de inherente kracht van de Blijde Boodschap, zo scherp is hij voor de lafheid die hij ziet rondwaren in de kerk, voor de sclerose in haar aderen en voor haar gebrek aan openheid naar anders- of ongelovigen.
...

In De kerk is fantastisch werpt professor kerkelijk recht Rik Torfs (KU Leuven) rijkelijk bloemen naar het instituut. Af en toe gooit hij de bloempotten er mee achteraan. Zo lyrisch, bevlogen en zelfs meeslepend hij schrijft over kerkgebouwen, religieuze denkers en de inherente kracht van de Blijde Boodschap, zo scherp is hij voor de lafheid die hij ziet rondwaren in de kerk, voor de sclerose in haar aderen en voor haar gebrek aan openheid naar anders- of ongelovigen. 'Het boek is de neerslag van jarenlang denken over de kerk', zegt Torfs in zijn gerieflijke werkkamer op de Bijzondere Faculteit Kerkelijk Recht. Ramen en deuren staan er open, er waait koele lucht binnen die de belofte in zich draagt van een warme nazomerdag. 'Er zit ook loutering in dit boek, na enige confrontaties met de instelling', glimlacht hij. 'Ook vandaag nog ben ik geregeld gedegouteerd door wat zich daarin afspeelt aan machtsmisbruik: van de reactie op het seksueel misbruik, waarover ik het vaak heb in dit boek, tot het tegenhouden van priesters die willen uittreden en trouwen. Dat blijft me ergeren. Maar je moet wel verder kunnen kijken dan dat. Elk instituut wordt gekenmerkt door een zekere slechtheid. Ik begrijp natuurlijk wel dat het contrast groter is bij de kerk. Wie de navolging van Christus predikt, schept hoge aspiraties. Nu, in Vlaanderen zie je dat machtsmisbruik minder, gewoon omdat de kerk hier nog weinig macht overheeft.' Is dat goed voor de kerk?Rik Torfs: Het is goed dat ze geen macht meer heeft om mensen onder de knoet te houden. Alleen jammer dat dat gepaard gaat met een totaal gebrek aan uitstraling. Als je in iets gelooft, dan wil je je enthousiasme daarover toch meedelen? Dat je vaststelt dat je een minderheidskerk bent, goed, maar moet het daarom een doelstelling zijn? (lacht)Wanneer hebt u de kerk het laatst gemist?Torfs: In de coronacrisis vind ik ze niet geweldig aanwezig. Nochtans mogen diepere zinvragen nu toch aan bod komen. Het antwoord op de drama's in de bejaardentehuizen had meer mogen zijn dan het aanbieden van online-erediensten. Het was het moment geweest, denk ik, om op te staan tegen de utilitaristische moraal. Het is verschrikkelijk dat men een ranking opmaakte om te bepalen wie verzorging mocht krijgen en wie niet. Wie 79 is, heeft recht op leven, wie 80 is niet meer. Zo schakel je het denken uit, het is een abdicatie die leidt tot ontmenselijking. Daartegen kwam uit religieuze hoek weinig tegengas. Hoe verklaart u dat?Torfs: Er is een gebrek aan zelfvertrouwen sinds de kerk, naast haar macht, ook haar moreel gezag is kwijtgeraakt. Dat is al ingezet met de encycliek Humanae Vitae uit 1968, die over het huwelijk en geboorteregeling ging. Dat de kerk zich daarover uitsprak, was op zich al reden tot wantrouwen. Ofwel sprak ze over zaken waarover ze niets weet, en dan had ze beter kunnen zwijgen, ofwel kende ze daar wel iets van, en dan had ze gezien haar eigen regeltjes zeker moeten zwijgen. Sinds de misbruikschandalen zijn veel kerkleiders bang om door de samenleving gepakt te worden. Ik beschrijf het verhaal van een priester die ervan beschuldigd werd seksueel contact te hebben gehad met een minderjarige. Dat klopte niet, het ging om een homoseksuele relatie met een meerderjarige. Hij werd dus vrijgepleit, en toch weigerde zijn bisschop hem een nieuwe taak in de kerk. Uit angst wellicht voor krantenkoppen à la 'Bisschop laks voor seksueel misbruik'. Dat is laf. Die bisschop had de moed moeten hebben om te zeggen dat er niks illegaals aan de hand was, dat enkel het celibaat was geschonden. Terwijl de kerk vroeger de moed ontbrak om seksueel misbruik te veroordelen, heeft ze nu niet de moed om in te gaan tegen de publieke opinie. U ergert zich aan het verengen van het christendom tot louter moraal. Waarom?Torfs: Voor mij is geloof vooral openheid voor het transcendente, openheid voor de grote vragen, het mysterie, het ongrijpbare. Ik heb de tijd meegemaakt waarin de klemtoon op de moraal kwam te liggen en altijd werd die met hardheid afgedwongen. 'Nooit seks voor het huwelijk' vind ik even hard als onze godsdienstleraar die zei dat wij allen, kinderen nog, schuldig waren aan de hongersnood in Biafra. U schrijft: 'Als dertienjarige Europeaan was ik niet schuldig aan de honger in Biafra! Niet!' Waarom wekt dat tot vandaag zo'n hevige emotie op?Torfs: (grinnikend) Omdat het gewoon niet klopt, dat besefte ik als kind al. Hij smeedde de erfzonde, die gaat om het menselijk tekort, om tot een heel persoonlijke, individuele schuld. Erg ontmoedigend. Zo spoor je toch niet aan om het goede te doen, want je bent bij voorbaat verloren. U vindt opluchting in het verhaal van tollenaar Zacheüs. Waarom?Torfs: Wanneer Zacheüs, die bepaald niet handelt volgens ethische principes, door Christus thuis bezocht zal worden, komt hij tot inkeer en schenkt hij de helft van al zijn bezit aan de armen. Het mooie is: hij gaf niet al zijn geld weg en toch vond Christus dat prima. Dat is bemoedigend. De kerk moet voor mij een plek zijn waar onvolmaaktheid nog echt mogelijk is. Dat is de omkering van hoe het vroeger was, toen de kerk dé plaats was van moralisme. Nu de samenleving behoorlijk moralistisch is geworden, zou de kerk een plaats moeten zijn waar onvolmaakten even op adem kunnen komen. God, de Heilige Drievuldigheid, het hiernamaals: rationele wezens worden niet geacht erin te geloven.Torfs: Ik had daarover eens een inzichtelijk panelgesprek met wijlen Etienne Vermeersch. Hij wees, ietwat karikaturiserend, op enkele praktische bezwaren van het hiernamaals. Zullen er voldoende staanplaatsen zijn in de hemel of zullen we kunnen zitten? (lacht) Die logische redenering legde niet de onmogelijkheid bloot van een hiernamaals, maar wel onze beperkingen als mens. Etienne bewees dat wij niet buiten concepten als tijd en ruimte kunnen denken. Daarom zei ik toen dat voor mij het hiernamaals een plek is waar we rijstpap zullen eten met gouden lepeltjes. Dat is natuurlijk zo concreet en naïef dat je er niet in kúnt geloven. Toch geloof ik erin, omdat het de hoop op eeuwig leven uitdrukt én het menselijk onvermogen om dat concreet te maken. U omhelst de menselijke onmogelijkheid om de waarheid te bevatten. Veel mensen kunnen dat niet.Torfs: Ik had als kind al het gevoel dat je de werkelijkheid niet kunt reduceren tot wat wij waarnemen, laat staan tot wat wij wetenschappelijk kunnen vatten. Het idee dat wij in staat zouden zijn, met onze beperkte mogelijkheden, de hele werkelijkheid te bevatten, gaat totaal in tegen mijn intuïtie. Ook al ben ik een vrij rationeel persoon, cerebraal zelfs, en (grinnikend) huil ik bijvoorbeeld niet zo snel als de meeste mannen, toch heb ook ik gevoelens en geloof ik in dingen die ons overstijgen. Neem geluk. Dat het bestaat, valt - anders dan het bestaan van God - niet te betwisten. Toch kun je het niet vastgrijpen. Let wel, dat betekent niet dat ik de wetenschap zou verwerpen. U schrijft dat u niet tegen het ontwijden van kerken bent, maar vindt wel dat 'een kerk een kerk moet blijven'. Legt u dat eens uit.Torfs: Ik geloof dat kerken zowel voor de eredienst kunnen en mogen dienen als voor niet-religieuze uitvaarten, tentoonstellingen en muziek- en theatervoorstellingen. De kerk is vaak de mooiste zaal van een dorp. Laat dat gebouw toch ook schitteren in andere functies. Veel mensen, gelovig of niet, zouden dergelijk gebruik intuïtief gemakkelijk aanvaarden. Er zijn natuurlijk grenzen. Dat er in de Gentse Sint-Annakerk een Delhaize komt, betreur ik. Het spirituele én het gemeenschapsvormende verruilen voor platte commercie? Onaanvaardbaar. Maar een klassiek concert, gevolgd door een receptie in de kerk: dat is toch schitterend? Van kerken gebouwen maken waar iedereen van kan genieten, is toch hoopvoller dan ze een voor een te zien sluiten? Het kerkelijk asielrecht vloeit voort uit ons aangeboren respect voor godshuizen, schrijft u.Torfs: Het beste bewijs daarvan is dat de idee van onschendbaarheid van tempels al teruggaat tot in de Romeinse tijd. Er is een antropologische openheid naar het transcendente, een natuurlijk aanvoelen dat op heilige plekken een 'onderbreken' geldt van menselijke normen. Daar zit natuurlijk een eeuwige spanning op, het asielrecht heeft iets ongehoords. Kerkasiel voor een koppel dat zonder toestemming van de ouders is getrouwd, is sympathiek. Moordenaars die hun toevlucht zoeken tot de kerk iets minder. Daarom werden er al sinds de Karolingers beperkingen ingevoerd. Priesters mochten bijvoorbeeld die mensen niet voeden terwijl ze in de kerk verbleven. Zeker sinds de Franse Revolutie blijft er van het kerkasiel niet veel meer over. Er is nog de schroom bij politie om een kerk te betreden en het verbod om erediensten te verstoren. Vandaar de marathonvieringen om vluchtelingen zonder verblijfsvergunning te beschermen. Dat oprekken van de mogelijkheden vind ik mooi. Kerkasiel mag dan absoluut noch eeuwig zijn, de idee dat de kerk een oase is waarin je even, en tijdelijk zelfs volledig, buiten de wereld staat, vind ik een belangrijke en te koesteren gedachte. Hetzelfde geldt voor het biechtgeheim, een mentale variant van het kerkasiel. Voor beide geldt: wie niet gelooft, kan ze zien als religieuze achterpoortjes in de wet.Torfs: Dat begrijp ik, al bestaan er ook seculiere varianten van het mentale asiel, denk aan het juridische en medische beroepsgeheim. Twee zaken zijn cruciaal. Ten eerste het onderscheid tussen het biechtgeheim op zich en het krijgen van vergiffenis. Biechten is geen witwasoperatie. Wie biecht zonder berouw te tonen of de wil tot herstel, kan niet worden vergeven. Het biechtgeheim biedt wel een vrijplaats waarin alles kan en mag worden gezegd. Dat verschilt niet wezenlijk van wat een psychiater, een advocaat of een OCMW-medewerker doet. Twee: een goede priester zal niet passief blijven en de persoon die misdrijven opbiecht, aansporen om aangifte te doen. Biechtgeheim en kerkasiel hoeven helemaal niet tot straffeloosheid te leiden. Ze benadrukken dat de structuren die wij maken en onze ideeën van rechtvaardigheid, misschien niet het ultieme zijn. Een ongelovige zal zeggen: biechtgeheim en kerkasiel zijn ook maar constructies van de mens.Torfs: Misschien, maar hoe komt het dat wij die zaken hebben bedacht? Omdat biechtgeheim en kerkasiel wortelen in een antropologisch behoefte, die ook uiting heeft gekregen in het medische en het juridische, en in het besef dat wij niet in alles het laatste woord hebben. Biecht u zelf?Torfs: Ik heb er altijd een hekel aan gehad. (lacht)U uit uzelf als liefhebber van de Franse jezuïet Michel de Certeau (1925-1986): hij ziet in de verrotting van de instelling de humus waaruit het goede kan groeien. Is dat niet gemakkelijk?Torfs: (lacht) Ik zie wat u bedoelt. De Certeau voelde scherp aan dat de kerk na het Tweede Vaticaans Concilie niet meer in staat was een maatschappelijk leidende rol op zich te nemen. Hij vond dat we uit dat falen de kracht konden putten om beter te doen, dat we niet wanhopig moesten worden om wat slecht gaat. Het is niet toevallig dat op zijn begrafenis ' Non, je ne regrette rien' werd gespeeld, het lied waarin Edith Piaf zingt: ' Je repars à zéro'. De gedachte dat niets definitief verloren is, is sterk tegengif voor de idee van een onstuitbare lineaire neergang van de kerk. Moet een gelovige dan maar alles aanvaarden van de kerk?Torfs: Nee, het idee van verrotting als het begin van iets nieuws kan absoluut gepaard gaan met het moreel veroordelen ervan. Weet u, de wan- of zelfs misdaden van kerkleiders hebben mij nooit doen twijfelen aan mijn geloof. Dit kan heel gek klinken uit de mond van een kerkjurist, maar ik heb zelden veel sympathie voor kerkstructuren of kardinalen. Ik heb ook niet het gevoel dat zij vromere mensen zijn dan andere. Door onder meer hun celibatair bestaan, zijn dat net vaak op zichzelf betrokken, egoïstische mensen geworden die niet veel meer hebben dan hun macht, die ze dan maar gaan misbruiken. Het ongeloof van kardinalen vind ik zelfs een vanzelfsprekendheid. (lacht) Het zal wel dat ik aan twijfel ten prooi kan vallen, maar toch niet wegens wat kerkdienaars doen? Daarvoor verwacht ik gewoon niet genoeg van hen, al zijn er natuurlijk goede bij. Ik ben ook minder scherp voor hypocrisie dan veel mensen. Ik volg de Franse schrijver François de La Rochefoucauld (1613-1680): hypocrisie is een eerbetoon van de ondeugd aan de deugd. De hypocriet is te verkiezen boven de barbaar, want de hypocriet beseft tenminste dat hij beter moet zijn dan hij is. Natuurlijk moet je maat houden met je hypocrisie. En ik blijf natuurlijk wel verwachten dat de kerk eerder het goede wil doen dan het kwade. (lacht)Is het meer valabel om van uw geloof af te vallen na een tragedie zoals de dood van een kind?Torfs: Ik vind het schoon dat iemand niet meer in God gelooft omdat hij of zij vindt dat God moreel tekortschiet. Zelf hou ik meer van de totale paradox die je in een van de mooiste Joodse verhalen vindt, met name het verhaal waarin Joden in Auschwitz een proces organiseren tegen God omdat hij hen op die plek had gebracht. Zij veroordeelden God, waarna zij allen baden tot God. (glimlacht) Dat vind ik fantastisch. (denkt na) Ik zou over al deze zaken echt graag breder willen discussiëren, in de kerk en daarbuiten. Een aantal aspecten van geloof, vergiffenis, de almacht van God, het hiernamaals... worden te gemakkelijk weggezet. Dit is een onmogelijke wens, ik weet het, maar ik zou willen dat dat weer essentiële punten van discussie zijn, ook in en met de geseculariseerde samenleving. Ik mis die diepere vragen.