'Dit is de absurde consequentie van de opeenvolgende staatshervormingen', zegt een lid van een van de drie parlementen die het Brusselse Gewest rijk is sinds zijn oprichting in 1989. Het kan inderdaad verbazen dat Vlamingen en Franstaligen in Brussel elk een eigen parlement hebben waar ze zich beraden over gemeenschapsmateries als gezondheid, cultuur, onderwijs en sport. Een typisch Belgische situatie is dat die parlementen, hoe klein ook, gespiegeld zijn aan de structuur van de andere parlementen: met een voorzitter, een ondervoorzitter, een bureau, een uitgebreid bureau en fractieleiders.
...

'Dit is de absurde consequentie van de opeenvolgende staatshervormingen', zegt een lid van een van de drie parlementen die het Brusselse Gewest rijk is sinds zijn oprichting in 1989. Het kan inderdaad verbazen dat Vlamingen en Franstaligen in Brussel elk een eigen parlement hebben waar ze zich beraden over gemeenschapsmateries als gezondheid, cultuur, onderwijs en sport. Een typisch Belgische situatie is dat die parlementen, hoe klein ook, gespiegeld zijn aan de structuur van de andere parlementen: met een voorzitter, een ondervoorzitter, een bureau, een uitgebreid bureau en fractieleiders. Neem nu de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), die bestaat uit de 17 leden van de Nederlandse taalgroep. 'Een smurfenparlement' zegt een criticaster, die erop wijst dat de Raad strikt genomen geen wetgevende bevoegdheid heeft omdat hij geen wetten, decreten of ordonnanties goedkeurt, maar slechts verordeningen. 'Nee', zegt een ander, 'hier kunnen Vlamingen het beleid op essentiële gebieden mee bepalen.' Dat laatste is slechts gedeeltelijk waar, want de Vlaamse ministers in de Brusselse regering, die het zogenaamde College van de VGC uitmaken, hangen voor gemeenschapsmateries als onderwijs en cultuur grotendeels af van wat de bevoegde ministers in de Vlaamse regering hen toebedelen. De relatieve macht belet niet dat de voorzitter van de Raad van de VGC bijna 14.000 euro bruto per maand verdient (meer dan het dubbele van wat een gewoon Brussels Parlementslid krijgt, namelijk 6750 euro bruto) en er drie medewerkers op nahoudt. De griffie houdt ook een dienstwagen met chauffeur ter beschikking voor de voorzitter, al wordt die ook gebruikt door leden van het Bureau en ingezet voor administratieve transporten. Het riante loon met bijbehorende faciliteiten van VGC-voorzitter Carla De Jonghe (Open VLD) is hetzelfde als dat van haar Franstalige collega Julie De Grootte (CDH), voorzitter van de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF). De Raad van de VGC huist in een mooi gebouw in de Lombardstraat. De Raad van de COCOF, ook wel het Parlement Francophone Bruxellois genoemd, huurt een opvallend gebouw wat verderop, dat speciaal voor dit parlement werd gebouwd. Het was misschien efficiënter en zeker goedkoper geweest als de deelparlementen afwisselend gebruik zouden maken van het halfrond van het Brussels Parlement, dat heel vaak leeg staat. Maar voor het politieke prestige moet een goede besteding van overheidsgeld wel vaker wijken in dit land. In vergelijking met vroeger legt de Raad van de VGC zichzelf iets minder in de watten. Toen waren er twee dienstwagens met chauffeur, waarvan een voor de vorige griffier. Het personeelskader is ook niet meer volledig ingevuld. Merkwaardig blijft dat ook in dit kleine parlement de fractieleiders, net als in grotere Belgische parlementen, een stevige vergoeding boven op hun basisloon krijgen. Merkwaardig, omdat de grootste fractie (Open VLD) maar vijf leden heeft. Groen, CD&V en N-VA tellen drie leden, SP.A twee en Vlaams Belang één. Een fractie wordt erkend als ze minstens 10 procent van de leden heeft. Op 17 is dat dus 1,7 - een cijfer dat naar beneden wordt afgerond. Deze regeling zorgt ervoor dat ook een politieke partij in de Raad met maar één verkozene, als een fractie wordt beschouwd. Ondanks die bescheiden omvang van de fracties, levert dit elk van de zes Vlaamse fractieleiders een bruto maandloon op van 12.000 euro. De meest absurde situatie is die van Dominiek Lootens-Stael (Vlaams Belang), die zich leider van een fractie mag noemen waarvan hij het enige lid is. En waarvoor hij ook nog een fractiesecretaris krijgt. In het Brussels Parlement geldt - per taalgroep, om de Vlamingen ter wille te zijn - dezelfde tienprocentregel. Ook in het Brussels Parlement kunnen dus Vlaamse éénmansfracties worden erkend en financieel ondersteund. Dat levert het nodige tandengeknars op aan Franstalige zijde, waar de PTB geen recht heeft op het statuut van een fractie, omdat die met vier vertegenwoordigers op 72 de Franstalige minimumgrens van 7,2 verkozenen niet haalt.