'Tijd voor tristesse!' dacht u.
...

'Tijd voor tristesse!' dacht u. Olivier Py:(lacht) Peter de Caluwe, de directeur van De Munt, heeft me deze opdracht gegeven. En tegen Wagner zeg ik nooit nee. In 2005 heb ik zijn Tristan und Isolde en Tannhäuser geënsceneerd in het Grand Théâtre de Genève; in 2015 Der fliegende Holländer bij Theater an der Wien. En voor Lohengrin is de tijd nu rijp, zowel in mijn carrière als in het huidige Europa. Ik ben 52 jaar: 'Waarom Auschwitz?' is dé filosofische vraag van mijn generatie, al mijn hele leven ben ik erdoor geobsedeerd. Dankzij Lohengrin kan ik die obsessie als het ware in scène zetten. Wagner onderzoekt de link tussen de Duitse romantiek en het nationalisme waaruit het nazisme zou ontstaan. Dat doet hij door Elsa en Lohengrin als hoofdpersonages op te voeren. Elsa, een meisje uit het Antwerpen van 933, is de dochter van de overleden hertog. Ze wordt er onterecht van verdacht haar broer, de troonopvolger, vermoord te hebben. Ridder Lohengrin redt haar en wil met haar trouwen, op voorwaarde dat ze nooit naar zijn naam of afkomst vraagt. Elsa doet dat toch, waarop Lohengrin vertrekt. In Elsa kun je het volk zien, dat altijd zoekt naar een messias. En Lohengrin belichaamt de kunst en cultuur. De moraal van hun verhaal is: als je kunst en cultuur tot politiek verheft, gaan ze kapot. Wagner was een romanticus en een nationalist. In Lohengrin verbeeldt hij het landschap waarin het Deutsche Reich ontstaat, een groots Duitsland waarin kunst en cultuur centraal staan, maar hij toont dus óók hoe het zichzelf vernietigt. De nazi's hebben Lohengrin slecht gelezen. Eigenlijk was het nazisme een vorm van collectieve zelfmoord. Plaatst u de opera ook letterlijk in een landschap? Py: Ja. Scenograaf Pierre-André Weitz bouwt een afgebrand theater. Het jaar is 1946: deze opera over het Reich speelt zich af in de smeulende ruïne ervan. Ook mijn vorig werk voor De Munt - Dialogues des Carmélites (2017) - speelde in een donker decor. Die voorstelling, waarin een vrouw twijfelt over haar leven als karmelietes, en Lohengrin zijn mijn donkerste, persoonlijkste werken tot dusver. Als zeventienjarige twijfelde ik tussen een toekomst in de kerk of in het theater. Ik wilde heroïsch leven. Ik zocht en zoek geen geluk - ik wil me vooral niet vervelen. De wereld in het theater is zoveel echter dan de wereld erbuiten, waar mensen geloven in shoppen en sporten. Alsof ze gepassioneerd zijn door de verveling. Als regisseur, en als festivaldirecteur, wil ik mensen een overweldigend, ander beeld van de wereld laten ervaren. Elsa blijft verweesd achter na Lohengrins vertrek. Uw publiek ook? Py: Verweesd én vol energie: meer kan en moet kunst niet teweegbrengen. In kunst ligt geluk niet voor het rapen, kunst is geen therapie. Ik ben bipolair: denkt u dat regisseren helpt om uit een depressie of een manie te raken? No way. Leeftijd is therapie: hoe ouder je wordt, hoe minder heftig de pieken en de dalen. Wat kunst je wél geeft, is zachtheid. Zelfs Lohengrin doet dat. Je duikt in een zwart gat vol stormachtige muziek, je vergeet alles, en na vier uren kruip je er geïmponeerd maar ongedeerd uit. Het is een mystieke ervaring waarvan het publiek twee dagen zal moeten bekomen.