Elke week vraagt Knack aan ondernemende Belgen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

Op de vintage dressoir in het appartement van Kaat Beels, zes hoog in Brussel, staat een emaillen bordje. Réalisatrice lees ik, met eronder een camera op een statief. De camera is gericht op een vrouw met lang, donker haar, ze zit in een stoel. 'De vrouw lijkt een beetje op Nathalie', zegt Beels, die al meer dan vijfentwintig jaar samen is met Nathalie Basteyns. Ze hebben twee kinderen en maakten de voorbije jaren naam als regisseurs van Clan, Beau Séjour, Tabula Rasa en Façades. De opnames voor de tweede reeks van Beau Séjour zijn zojuist afgerond. Ze vonden grotendeels plaats aan de kust: in Koksijde, Zeebrugge en De Haan. Redelijk absurd noemt Beels het, dat een ploeg van vijftig volwassenen zes maanden aan een stuk keihard werkt om een verhaal, een illusie tot stand te laten komen. 'We hebben in de kou gefilmd, midden in de nacht, en waarvoor eigenlijk: een zelfverzonnen leugen?' 'Kaat heeft altijd in haar fantasiewereld geleefd', vertelde uw moeder me. 'Als kind al wilde ze de hele tijd ontsnappen aan de realiteit.'Kaat Beels: Ik kon uren in een boek of een film wegglijden, zo diep dat ik met de werkelijkheid niets meer te maken had. Ik werd helemaal door mijn fantasie meegesleurd, kon heel gemakkelijk wegdromen en de werkelijkheid vergeten. Mijn vader nam me als kind vaak mee naar de Jekino, een cinemaclub in Antwerpen waar ik onder andere De gebroeders Leeuwenhart gezien heb. Ik was er totaal door overdonderd, ik wilde gewoon verdwijnen in die film. Bent u vrij van geest opgevoed? Beels: Mijn ouders waren echte mei 68'ers. Vrij rebels ingesteld, vooral om zich af te zetten tegen hun eigen opvoeding. Ze hebben allebei Latijn-Grieks gestudeerd en zijn allebei in een strikt, katholiek gezin opgegroeid. Dat wilden ze ons niet meer aandoen. Mijn broer en ik zijn naar een steinerschool geweest, waar een gevoel van geborgenheid creëren belangrijker was dan competitie of puur kennis opdoen. Esthetisch heeft die schoolkeuze me erg gevormd: we waren vaak bezig met schilderen, tekenen, kleuren kiezen en verhalen vertellen. Vooral mijn moeder heeft lang met haar afkomst geworsteld, met 'wat de mensen zouden denken'. Het lag bijvoorbeeld niet in de lijn van de verwachtingen dat ik met een vrouw naar huis zou komen. Voor Nathalie was ik altijd met jongens samen geweest, en dat viel toch wel even tegen: ineens was ze niet meer zo open van geest. (lacht) Gelukkig is ze daarna ongelooflijk geëvolueerd. Op latere leeftijd is ze opnieuw gaan studeren en zo is ze in een progressief milieu terechtgekomen. Nu is ze zelfs bevriend met de hippe Antwerpse scene, heel grappig. Actrices met wie ik nu werk, zijn dikwijls vriendinnen van mijn moeder. 'Ik was gisteren op een feestje', vertellen die me dan, 'en je moeder was er ook.' Uw vader was naar verluidt Peter Pan in het diepst van zijn gedachten. Hij was altijd aan het spelen en had lak aan sociale conventies. Leeft u ook zo onbevangen? Beels: Nee, helemaal niet. Ik censureer mezelf veel meer, ik pas me gemakkelijk aan de heersende normen aan, probeer zo veel mogelijk binnen de lijntjes te kleuren. Op een set ga ik op mijn buikgevoel af: ik wil me als regisseur zoekend opstellen, samen met de acteurs aftasten wat de juiste weg is. Maar in het dagelijks leven ben ik me altijd erg bewust van welke sociale codes en conventies bij een bepaalde situatie of milieu horen. Op de duur is dat vermoeiend, maar ik kan er niets aan veranderen, ik heb die gevoeligheid altijd al gehad. Op mijn eerste dag in de steinerschool wilden mijn ouders me wit brood meegeven, voor 's middags. 'Nee', zei ik. 'Dat mag niet.' In mijn hoofd had ik al een heel beeld van die school gevormd, en bij de antroposofische geitenwollensokkensfeer van een steinerschool paste volgens mij alleen bruin brood. (lacht)Mijn vader heeft dat veel minder. Hij heeft jaren als advocaat gewerkt, maar eigenlijk was hij daar veel te vrij van geest voor. Hij ging met een trottinette naar de balie en liep luid zingend door de lange gangen van onze school. Iedereen keek naar ons, ik schaamde me kapot, maar mijn vader vond het fantastisch. Het kon hem niets schelen wat andere mensen van hem dachten. Mist u uw jeugd weleens? Beels: De laatste tijd wel. Ik probeer steeds vaker herinneringen uit mijn jeugd te reconstrueren. Mijn moeder was onlangs de zolder aan het opruimen en daarbij had ze een van mijn oude dagboeken gevonden, van toen ik veertien was. Ik kon me van de meeste gebeurtenissen van toen niets meer herinneren, alsof het over het leven van iemand anders ging. Destijds ging uw moeder graag betogen, in een bontjas. Beels: Een witte nepbontjas. Zo bourgeois als maar kon zijn. De politie gebruikte haar als mikpunt voor hun waterkanon, ze was de enige witte vlek in de grijze massa van betogers. (lacht)Bent u de voorbije maanden zelf met gebalde vuist de straat op gegaan, voor het klimaat of de cultuursector? Beels: Ik vind mezelf te weinig geëngageerd, maar onlangs stond ik toch op het punt om te gaan betogen. Tegen de besparingen bij de VRT en in de cultuursector. Ik vind het echt te ver gaan, het is wrang aan het worden, maar ik ben uiteindelijk toch niet geweest. De eerste keer moest ik werken en de tweede keer kon ik geen opvang vinden voor onze kinderen. Die gaan dan toch nog voor op mijn engagement. De vader van jullie kinderen woont in hetzelfde flatgebouw als jullie en is nauw bij hun opvoeding betrokken. Voor een conformist is dat vrij open van geest. Beels: Op dat vlak ben ik geen grijze muis. Ik ben zelfs heel open van geest, denk ik, en ondertussen zit ik in een levensfase dat ik me over dat soort levenskeuzes niet meer wil verantwoorden. Maar ik zal er niet voor op een praalwagen of op de barricades gaan staan, ik ben bescheiden en ik heb geen al te groot ego. Niet toevallig sta ik achter de camera, niet ervoor. Jullie zoontje heeft niet zo lang geleden tegen u gezegd: 'Mama, je doet zo veel voor ons, leef je nog wel voor jezelf?'Beels: Dat vond ik een straffe opmerking, zeker voor een kind van vijf. Hij had gelijk: tussen Façades en de tweede reeks van Beau Séjour heb ik twee jaar niet gefilmd en was ik heel erg in functie van het gezin aan het leven. Omdat Nathalie door haar MS in een rolstoel zit, komt er veel op mijn schouders terecht. Ik vind dat niet erg, maar ik cijfer me inderdaad wel gemakkelijk weg. En zeggen dat Nathalie en u lang de wereld hebben rondgereisd. Voor de openbare omroep maakten jullie samen reportages in Sao Paulo, Bangkok en Kathmandu. Waren jullie zo wild van hart? Beels: Zorgeloos, vooral. Er was nog geen sprake van Nathalies ziekte en we hadden nog geen kinderen. We kregen een A4'tje met wat research onder onze neus en we sprongen in het vliegtuig, voor een documentaire over bijvoorbeeld straatkinderen in Nepal. Drie, vier weken ter plekke blijven, zoeken naar het juiste verhaal en de juiste personages, alles zelf opnemen en afwerken: het was een fantastische tijd, die helaas nooit meer zal terugkomen. Toen bij Nathalie een agressieve vorm van MS werd vastgesteld was dat ongetwijfeld ook voor u een slag in het gezicht. Beels: Zeker, en die slag is traag aangekomen. Nathalie is ooit heel ziek teruggekomen van een draaiperiode in China, de dokters dachten dat ze een tropische ziekte opgelopen had, en vervolgens heeft het nog jaren geduurd voor ze een duidelijke diagnose gekregen heeft. (zwijgt) MS is gewoon verschrikkelijk, je kunt het niet anders verwoorden. Voor de kinderen, voor mij, maar natuurlijk vooral voor Nathalie. Ik kijk ernaar en maak het van dichtbij mee, maar zij is totaal opgesloten in haar eigen lichaam. Elke dag is een gevecht met de pijn, een zoektocht om met de situatie om te gaan. Ook daarom is het zo fijn om samen in fictieve werelden te kunnen duiken: even weg van de dagelijkse pijn. Komt Nathalie in uw dromen nog weleens zonder rolstoel voor? Beels: Nee, en dat is heel raar. Blijkbaar is dat de realist in mij: er moet echt al een mirakel of een wetenschappelijk wonder gebeuren voor ze haar vorm van MS kunnen genezen, en ik zal nooit een fantasie hebben die niet uitvoerbaar is. Ik vind het heel jammer dat ik die naïviteit zelfs in mijn dromen niet meer kan hebben. Nathalie wel, zij droomt nog geregeld dat ze weer kan stappen. Dat is ook waarom ik indertijd voor haar gevallen ben, omdat ze zo'n dromer is. Haar grootste kracht is dat ze iedereen rond zich weet te enthousiasmeren om samen haar droom, of onze droom, te realiseren. Ook nu weer heeft ze veel goodwill gecreëerd, zodat het voor ons allebei een stuk draaglijker wordt. Zo betaalt het productiehuis waarvoor we werken een persoonlijk assistente, die ons drie dagen in de week komt helpen. Nathalie staat al een aantal jaren met de hoogste prioriteit op een wachtlijst voor een persoonlijk assistentiebudget, maar die wachtlijsten zijn walgelijk lang. Ze heeft er recht op, het zou ons gezin enorm helpen, we betalen al heel ons leven braaf belastingen, maar er komt niets van in huis. Ik weet niet waaraan de overheid allemaal geld uitgeeft, maar in elk geval niet aan zorg en cultuur. (lacht) We vallen twee keer uit de boot. Hoe kunt u haar pijn verzachten? Beels: Ik probeer empathisch te zijn, maar ik ben tegelijk ook grotendeels de motor van het gezin. Als ik bij elke tegenslag mee de dieperik in ga, gebeurt hier niets meer. Door de jaren heb ik dus een soort hardheid ontwikkeld waardoor ik de boel kan blijven trekken. Natuurlijk zijn er momenten dat haar pijn zo groot is dat ik er ook door overmand word, dat ik er emotioneel mee aan kapot ga, maar ik laat dat weinig toe. Ik wil ook niet in alles moeten toegeven aan die ziekte. We proberen ons leven er zo weinig mogelijk door te laten beïnvloeden, wat naïef is, want dat kan gewoonweg niet. Vroeger reisden we veel, reizen was onze vrijheid. Maar de lichtheid van toen heeft plaatsgemaakt voor een enorme zwaarte. We reizen nog wel af en toe, maar dat is altijd bijzonder omslachtig. We hebben al de gekste toestanden meegemaakt: dat we naar een filmfestival in Tallinn wilden, en dat de mannen van het rolstoeltransport ons per ongeluk op een vliegtuig naar Ljubljana gezet hadden. Of dat Nathalie een hotelkamer niet binnen raakt, omdat ze niet door de deur kan, en dat we uiteindelijk na lang aandringen een andere kamer krijgen, de royal suite zelfs. Het spontane reizen is verdwenen. Hoe houdt u de angst voor de toekomst buiten? Beels: Negeren helpt, voor een stuk. We leven veel meer van dag tot dag, van project tot project. De voorbije weken is Nathalie een paar keer opgenomen in het ziekenhuis, en toen heb ik wel gedacht: hopelijk is dit niet het begin van het einde. Het ziekteverloop is grillig, en als de slechte periodes te lang duren word ik echt wel angstig. Gelukkig kwam er tot nog toe altijd een moment dat Nathalie weer verder kan. Ze kan soms heel ziek zijn, maar er komt altijd wel een dag dat ze zich weer beter voelt. Net omdat het zo onvoorspelbaar is, kan ik me er maar beter niet te veel zorgen om maken. Heeft haar ziekte ook uw blik op uw eigen lichaam veranderd?Beels: Niet meteen. (denkt na) Ik heb blijkbaar goede genen en ik heb de grenzen van mijn lichaam altijd al goed aangevoeld. Ik sport niet, maar ik eet wel gezond en als ik moe ben of me niet goed voel, doe ik het rustig aan. Nathalie heeft altijd al de neiging gehad om over haar grenzen te gaan, om niet te luisteren naar de signalen van haar lichaam, al is ze daar nu helaas wel toe verplicht. Hebt u zich ooit schuldig gevoeld ten opzichte van haar, omdat uw lichaam wel nog naar behoren functioneert?Beels: Nee, integendeel. Ik moet oppassen dat ik haar geen schuldgevoel aanpraat. Dat was ook het eerste wat ze ons in de MS-kliniek vertelden: 'De ziekte is zo grillig, begin het niet te analyseren.' Het gaat niet plots minder goed met je omdat je een dag niet geoefend hebt, of omdat je ongezond gegeten hebt, maar ik betrap mezelf er soms toch op dat ik dat denk of zeg. Terwijl Nathalie natuurlijk gewoon het slachtoffer van die ziekte is, en er geen enkele schuld aan heeft. Jullie zoon werd vlak voor de opnames van Clan geboren, jullie dochter vlak voor die van de eerste reeks van Beau Séjour. Er komt geen derde kind meer? Beels: (lacht) Nee, twee volstaat. De kinderen zouden het nochtans graag willen, maar het gaat niet meer gebeuren. Cello wilt u kennelijk wel nog leren spelen.Beels: Heeft mijn moeder je dat verteld? Ik denk er inderdaad aan, maar zij neemt het blijkbaar al voor waar aan. (lacht) Mijn broer is professioneel violist en ik vind het fantastisch om hem bezig te zien. Tot mijn achttiende heb ik dwarsfluit gespeeld, en ik merk dat ik de laatste jaren een heel praktische mens geworden ben. Elke dag ben ik een to-dolijst aan het afwerken, dat gevoel. Het is ook bijna onvermijdelijk: vroeg of laat beland je in die molen van werk, relatie, kinderen. Het vrije deel in mijn hersenen dat vroeger naar creëren ging, ben ik precies ergens onderweg kwijtgespeeld. Door cello te leren spelen, wil ik die kant van mezelf weer herontdekken.