"Toch wil ons land met deze eenmalige overname Griekenland een hart onder de riem steken, terwijl het onder druk staat aan de buitengrens van de Europese Unie", stelt de minister. Deze solidariteit moet voor haar wel gepaard gaan met meer verantwoordelijkheid en een eerlijke verdeling van de lasten tussen alle lidstaten van de Europese Unie. De 18 zeer kwetsbare niet-begeleide minderjarigen leven momenteel in uiterst precaire omstandigheden in Griekenland. Fedasil, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) en de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) stellen alles in het werk om deze jongeren snel naar ons land over te brengen. De praktische uitvoering gebeurt in overleg met de Europese Commissie en Griekenland. Het logistieke aspect wordt geregeld door de International Organisation for Migration (IOM), die ook een eerste medische controle zal uitvoeren. Bij aankomst zullen de 18 opgevangen worden in een observatie- en oriëntatiecentrum van Fedasil. Daar is medische en psychologische begeleiding voorzien. Later worden ze opgevangen in door Fedasil gecofinancierde vrije plaatsen binnen de jeugdhulp. Daarom werd er ook overleg gepleegd met de gemeenschappen. Verder blijft ons land op Europees niveau pleiten voor een herziening van de huidige regels. Ad-hocoplossingen zoeken, boot per boot, crisis na crisis, is niet efficiënt. Er is nood aan een globale oplossing, aldus De Block, die al langer pleit voor een mechanisme waarbij duidelijk wordt welke inspanning de verschillende landen doen in vergelijking met de gehele inspanning op Europees niveau. Dit moet gebeuren op basis van objectieve cijfers. Vandaag doet België proportioneel veel meer dan de meeste lidstaten. Enkel Griekenland en Duitsland vangen bijvoorbeeld meer niet-begeleide minderjarigen dan België. In relatieve cijfers doet ons land zelfs meer dan Duitsland. (Belga)

"Toch wil ons land met deze eenmalige overname Griekenland een hart onder de riem steken, terwijl het onder druk staat aan de buitengrens van de Europese Unie", stelt de minister. Deze solidariteit moet voor haar wel gepaard gaan met meer verantwoordelijkheid en een eerlijke verdeling van de lasten tussen alle lidstaten van de Europese Unie. De 18 zeer kwetsbare niet-begeleide minderjarigen leven momenteel in uiterst precaire omstandigheden in Griekenland. Fedasil, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) en de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) stellen alles in het werk om deze jongeren snel naar ons land over te brengen. De praktische uitvoering gebeurt in overleg met de Europese Commissie en Griekenland. Het logistieke aspect wordt geregeld door de International Organisation for Migration (IOM), die ook een eerste medische controle zal uitvoeren. Bij aankomst zullen de 18 opgevangen worden in een observatie- en oriëntatiecentrum van Fedasil. Daar is medische en psychologische begeleiding voorzien. Later worden ze opgevangen in door Fedasil gecofinancierde vrije plaatsen binnen de jeugdhulp. Daarom werd er ook overleg gepleegd met de gemeenschappen. Verder blijft ons land op Europees niveau pleiten voor een herziening van de huidige regels. Ad-hocoplossingen zoeken, boot per boot, crisis na crisis, is niet efficiënt. Er is nood aan een globale oplossing, aldus De Block, die al langer pleit voor een mechanisme waarbij duidelijk wordt welke inspanning de verschillende landen doen in vergelijking met de gehele inspanning op Europees niveau. Dit moet gebeuren op basis van objectieve cijfers. Vandaag doet België proportioneel veel meer dan de meeste lidstaten. Enkel Griekenland en Duitsland vangen bijvoorbeeld meer niet-begeleide minderjarigen dan België. In relatieve cijfers doet ons land zelfs meer dan Duitsland. (Belga)