Ons land heeft een historische traditie van sociaal overleg met een sterk, divers en breedgeschouderd middenveld: een diverse laag van organisaties die de belangen

verdedigen van hun leden en doelgroepen: vakbonden, vrouwenorganisaties, mutualiteiten, milieuorganisaties, armenverenigingen, etc. Het is dankzij dat overlegmodel dat we van heel wat maatschappelijke verworvenheden genieten. Geen betaald verlof zonder vakbonden, geen vrouwenstemrecht zonder de vrouwenbeweging, geen verenigingsleven zonder verenigingen, ... Dat middenveld, of in ieder geval een belangrijk deel ervan, bevindt zich al een paar jaar in de frontlinie van een ongelijke oorlog.

'Regering stelt middenveld en zelfs eigen overheidsinstellingen voor als wereldvreemd en overgesubsidieerd'

Het akkoord van de huidige regering gaf al duidelijke en alarmerende signalen van de richting waarin het beleid wil gaan wat betreft haar relatie tot het middenveld: middenveldorganisaties moeten uitvoerders worden van politieke beslissingen in plaats van belangenbehartigers van hun achterban en doelgroep.

Dat is problematisch om verschillende redenen. Samenlevingen kunnen maar democratisch zijn wanneer burgers beschermd worden tegen mogelijke willekeur van overheid of private sector. Een maatschappij is nooit af. Elke samenleving (re)produceert haar eigen ongelijkheid, haar eigen democratisch tekort. De mogelijkheid om eender welk maatschappijproject radicaal in vraag te stellen is dan ook een cruciale pijler van de democratie. Die waakhondfunctie is bij uitstek de functie van middenvelorganisaties en onafhankelijke overheidsinstellingen.

Kribbige Wetstraat

En uitgerekend die "politieke" opdracht wordt onder dit beleid onophoudelijk in vraag gesteld en frontaal aangevallen. Wanneer milieu-, armoede-, of vluchtelingenorganisaties een duidelijk standpunt innnemen en formuleren, wordt de Wetstraat zenuwachtig en kribbig. In die mate dat men er niet voor terugdeinst om organisaties en hun woordvoerders af te dreigen met het intrekken van subsidies, het ultieme wapen om hen monddood te maken.

Na de middenveldorganisaties moeten nu ook onafhankelijke overheidsorganen eraan geloven. Kritiek op het beleid mag officieel, maar wordt officieus niet langer geapprecieerd en zelfs afgeweerd. Organen die hun publieke taak degelijk uitvoeren worden onder vuur genomen omdat op hun opdracht ideologisch niet rijmt met een bepaald partijprogramma.

'Een democratisch beleid stimuleert en omarmt tegenspraak en toont zich bereid tot luisteren en leren van de beschikbare en kostbare expertise in het middenveld en in de publieke structuren die waken over de samenleving.'

Een democratisch beleid stimuleert en omarmt tegenspraak en toont zich bereid tot luisteren en leren van de beschikbare en kostbare expertise in het middenveld en in de publieke structuren die waken over de samenleving. In de plaats daarvan voert de regering een discours dat het middenveld en zelfs haar eigen overheidsinstellingen voorstelt als een wereldvreemd en overgesubsidieerd links clubje.

Onafhankelijkheid van organisaties, koepels en overheidsinstanties is essentieel voor het consequent en correct uitvoeren van hun opdracht. Wanneer die onafhankelijkheid en het bestaansrecht van deze democratische pijlers in twijfel wordt getrokken, dan is er sprake van een breuk. Een breuk tussen de bestaande kaders of de status quo enerzijds, en het streven naar wat wenselijk en beter is anderzijds.

Gelijke kansen als streefdoel?

Wanneer de kersverse Staatssecretaris voor Gelijke Kansen het vuur opent op het orgaan dat waakt over gelijke kansen voor alle burgers, en dat orgaan zonder enige dialoog of doorlichting wegzet als niet niet objectief en bewust partijdig, dan is dat zonder meer verontrustend.

Het beleid, of in ieder geval een deel van de regering, gaat hier namelijk lijnrecht in tegen een instituut dat moet waken over mensenrechten, om burgers te beschermen tegen racisme en discriminatie. Dit is een aanval op de mensenrechten tout court, die naadloos past in een strategie die we ook elders in de wereld, van bij de Noorderburen tot in de VS, zien opmars maken: het creëren van een samenleving met geprivilegieerde en tweederangsburgers. De cirkel is rond: eerst creërt men wetten die enkel nieuwkomers viseren en sanctioneert men advokaten die hen verdedigen. Vervolgens zet men de aanval in op instanties die waken over de rechten van wie kwetsbaar staat. Gelijke kansen en rechten zijn niet langer een streefdoel.

Ons middenveld en diverse overheidsorganen werken dagelijks aan een betere en gelijkere samenleving. Een overheid die welzijn en gelijkheid nastreeft en ernstig neemt, ondersteunt hen in hun opdracht in plaats van hen aan te vallen.

We moeten dringend weg van de polemiek en van de burgeroorlog tegen de civiele samenleving, terug samen rond de tafel van het overleg en de dialoog.

Ons land heeft een historische traditie van sociaal overleg met een sterk, divers en breedgeschouderd middenveld: een diverse laag van organisaties die de belangenverdedigen van hun leden en doelgroepen: vakbonden, vrouwenorganisaties, mutualiteiten, milieuorganisaties, armenverenigingen, etc. Het is dankzij dat overlegmodel dat we van heel wat maatschappelijke verworvenheden genieten. Geen betaald verlof zonder vakbonden, geen vrouwenstemrecht zonder de vrouwenbeweging, geen verenigingsleven zonder verenigingen, ... Dat middenveld, of in ieder geval een belangrijk deel ervan, bevindt zich al een paar jaar in de frontlinie van een ongelijke oorlog. Het akkoord van de huidige regering gaf al duidelijke en alarmerende signalen van de richting waarin het beleid wil gaan wat betreft haar relatie tot het middenveld: middenveldorganisaties moeten uitvoerders worden van politieke beslissingen in plaats van belangenbehartigers van hun achterban en doelgroep.Dat is problematisch om verschillende redenen. Samenlevingen kunnen maar democratisch zijn wanneer burgers beschermd worden tegen mogelijke willekeur van overheid of private sector. Een maatschappij is nooit af. Elke samenleving (re)produceert haar eigen ongelijkheid, haar eigen democratisch tekort. De mogelijkheid om eender welk maatschappijproject radicaal in vraag te stellen is dan ook een cruciale pijler van de democratie. Die waakhondfunctie is bij uitstek de functie van middenvelorganisaties en onafhankelijke overheidsinstellingen.En uitgerekend die "politieke" opdracht wordt onder dit beleid onophoudelijk in vraag gesteld en frontaal aangevallen. Wanneer milieu-, armoede-, of vluchtelingenorganisaties een duidelijk standpunt innnemen en formuleren, wordt de Wetstraat zenuwachtig en kribbig. In die mate dat men er niet voor terugdeinst om organisaties en hun woordvoerders af te dreigen met het intrekken van subsidies, het ultieme wapen om hen monddood te maken.Na de middenveldorganisaties moeten nu ook onafhankelijke overheidsorganen eraan geloven. Kritiek op het beleid mag officieel, maar wordt officieus niet langer geapprecieerd en zelfs afgeweerd. Organen die hun publieke taak degelijk uitvoeren worden onder vuur genomen omdat op hun opdracht ideologisch niet rijmt met een bepaald partijprogramma.Een democratisch beleid stimuleert en omarmt tegenspraak en toont zich bereid tot luisteren en leren van de beschikbare en kostbare expertise in het middenveld en in de publieke structuren die waken over de samenleving. In de plaats daarvan voert de regering een discours dat het middenveld en zelfs haar eigen overheidsinstellingen voorstelt als een wereldvreemd en overgesubsidieerd links clubje.Onafhankelijkheid van organisaties, koepels en overheidsinstanties is essentieel voor het consequent en correct uitvoeren van hun opdracht. Wanneer die onafhankelijkheid en het bestaansrecht van deze democratische pijlers in twijfel wordt getrokken, dan is er sprake van een breuk. Een breuk tussen de bestaande kaders of de status quo enerzijds, en het streven naar wat wenselijk en beter is anderzijds.Wanneer de kersverse Staatssecretaris voor Gelijke Kansen het vuur opent op het orgaan dat waakt over gelijke kansen voor alle burgers, en dat orgaan zonder enige dialoog of doorlichting wegzet als niet niet objectief en bewust partijdig, dan is dat zonder meer verontrustend.Het beleid, of in ieder geval een deel van de regering, gaat hier namelijk lijnrecht in tegen een instituut dat moet waken over mensenrechten, om burgers te beschermen tegen racisme en discriminatie. Dit is een aanval op de mensenrechten tout court, die naadloos past in een strategie die we ook elders in de wereld, van bij de Noorderburen tot in de VS, zien opmars maken: het creëren van een samenleving met geprivilegieerde en tweederangsburgers. De cirkel is rond: eerst creërt men wetten die enkel nieuwkomers viseren en sanctioneert men advokaten die hen verdedigen. Vervolgens zet men de aanval in op instanties die waken over de rechten van wie kwetsbaar staat. Gelijke kansen en rechten zijn niet langer een streefdoel.Ons middenveld en diverse overheidsorganen werken dagelijks aan een betere en gelijkere samenleving. Een overheid die welzijn en gelijkheid nastreeft en ernstig neemt, ondersteunt hen in hun opdracht in plaats van hen aan te vallen.We moeten dringend weg van de polemiek en van de burgeroorlog tegen de civiele samenleving, terug samen rond de tafel van het overleg en de dialoog.