In aanloop naar de derde ronde van de rector- en vicerectorverkiezingen aan de UGent hoorde men overal dat de verkiezingen over inhoud moeten gaan en niet over negentiende-eeuwse steekspelletjes.

Als personeelslid van de universiteit en na 33 jaar trouwe dienst en ettelijke inhoudelijke conflicten kan ik dit alleen maar toejuichen.

Rectorverkiezingen: 'Willen we een elite in toga?'

De openheid waarmee gediscussieerd wordt op sociale media vind ik alvast hartverwarmend. Facebookpagina's als deze en het rectordebat #ugentkiest roepen niet alleen personeelsleden en studenten maar iedereen die geïnteresseerd is in het hoger onderwijs op om deel te nemen in de discussie.

Hoofdredacteur van Knack Bert Bultinck schreef eerder al dat 'de vorming van de nieuwbakken elite' op het spel staat, een elite ' die op haar beurt weer nieuwe elites zal moeten opstuwen in de vaart der volkeren.'

Democratisch als ik ben vraag ik me nu al af welke elite we willen? Een belangrijke vraag met 200 jaar geschiedenis in het achterhoofd.

'In de nasleep van de rectorverkiezingen aan de UGent is het na maandenlange discussies in de verschillende bestuursraden eindelijk zover: het hermelijn mag ook gedragen worden door de vicerector, weliswaar in een kleinere versie'. We schrijven 2008. Bij het uitvaardigen van het besluit is nog niet duidelijk of het hermelijn in konijn of nepbont gemaakt zal worden. De onderhandelingen met Gaia zijn nog lopende. Het hermelijn is een reep wit bont, afkomstig van het gelijknamige marterachtige roofdiertje waarvan de vacht in de winter wit kleurt maar de punt van de staart zwart blijft. In de loop der tijden werd het dragen van het hermelijn voorbehouden aan koningen, hoge geestelijken en magistraten om hun status te laten excelleren.

De kledij van hoogleraren aan Belgische universiteiten werd in een koninklijk besluit vastgelegd: de rector zal een reep hermelijn over de rechterschouder gespeld worden bij de jaarlijkse aanstelling. We schrijven 1838 en koning Willem I, de stichter van die Belgische universiteiten ziet dit met lede ogen aan. Hij weigert België als staat te erkennen, ondanks de officiële eedaflegging van Leopold I in 1831 als koning der Belgen. Op de hermelijnen mantel van Leopold I zijn geen tekenen van de vrijmetselarij opgespeld zoals bij diens schoonvader King George IV van het Verenigd Koninkrijk. Het wordt tot op heden nog altijd betwist of Leopold I actief vrijmetselaar was. Dat hij protestants was, maakte hij duidelijk tot op zijn sterfbed. Maar dit alles was irrelevant in zijn streven naar meer macht binnen Europa.

Wat denkt onze toekomstige elite over dit soort negentiende-eeuwse rituelen?

Ondertussen zijn toga en hermelijn al lang verdwenen in het staatsieportret van de huidige koning en vertoont deze zich bij officiële plechtigheden meestal in burgerkledij van een Belgische modeontwerper. Zo ook bij zijn bezoek aan de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschap en Kunsten (KVAB) die zetelt in het Academiegebouw, destijds als paleis ontworpen voor de zoon van Willem I. De Academie is een genootschap van elitairen met als hoofddoel ongebonden en interdisciplinair na te denken en te debatteren over maatschappelijke, wetenschappelijke en artistieke evoluties. Men kan slechts ingewijd worden op voordracht van twee peters (sinds 1988 kan dat ook een meter zijn). In die Academie besliste men in 2013 na jarenlange discussie in de 'Commissie Rituelen' dat de leden een epitoga kunnen dragen. Met een reepje wit bont, oorspronkelijk hermelijn, later konijn en nu synthetisch bont. Dat reepje is natuurlijk kleiner dan dat van de rector en dat van de vicerector van de UGent.

In de programma's van beide (vice)rectorduo's geen woord over die elites met toga's en nepbont. Ik heb dan ook meteen de vraag ingediend voor het volgende rectorendebat. Wat denkt onze toekomstige elite over dit soort negentiende-eeuwse rituelen?

Dr. Marc Cosyns is werkzaam bij de vakgroep huisartsgeneeskunde en eerstelijnsgezondheidszorg van de Universiteit Gent.

In aanloop naar de derde ronde van de rector- en vicerectorverkiezingen aan de UGent hoorde men overal dat de verkiezingen over inhoud moeten gaan en niet over negentiende-eeuwse steekspelletjes.Als personeelslid van de universiteit en na 33 jaar trouwe dienst en ettelijke inhoudelijke conflicten kan ik dit alleen maar toejuichen.De openheid waarmee gediscussieerd wordt op sociale media vind ik alvast hartverwarmend. Facebookpagina's als deze en het rectordebat #ugentkiest roepen niet alleen personeelsleden en studenten maar iedereen die geïnteresseerd is in het hoger onderwijs op om deel te nemen in de discussie.Hoofdredacteur van Knack Bert Bultinck schreef eerder al dat 'de vorming van de nieuwbakken elite' op het spel staat, een elite ' die op haar beurt weer nieuwe elites zal moeten opstuwen in de vaart der volkeren.'Democratisch als ik ben vraag ik me nu al af welke elite we willen? Een belangrijke vraag met 200 jaar geschiedenis in het achterhoofd.'In de nasleep van de rectorverkiezingen aan de UGent is het na maandenlange discussies in de verschillende bestuursraden eindelijk zover: het hermelijn mag ook gedragen worden door de vicerector, weliswaar in een kleinere versie'. We schrijven 2008. Bij het uitvaardigen van het besluit is nog niet duidelijk of het hermelijn in konijn of nepbont gemaakt zal worden. De onderhandelingen met Gaia zijn nog lopende. Het hermelijn is een reep wit bont, afkomstig van het gelijknamige marterachtige roofdiertje waarvan de vacht in de winter wit kleurt maar de punt van de staart zwart blijft. In de loop der tijden werd het dragen van het hermelijn voorbehouden aan koningen, hoge geestelijken en magistraten om hun status te laten excelleren.De kledij van hoogleraren aan Belgische universiteiten werd in een koninklijk besluit vastgelegd: de rector zal een reep hermelijn over de rechterschouder gespeld worden bij de jaarlijkse aanstelling. We schrijven 1838 en koning Willem I, de stichter van die Belgische universiteiten ziet dit met lede ogen aan. Hij weigert België als staat te erkennen, ondanks de officiële eedaflegging van Leopold I in 1831 als koning der Belgen. Op de hermelijnen mantel van Leopold I zijn geen tekenen van de vrijmetselarij opgespeld zoals bij diens schoonvader King George IV van het Verenigd Koninkrijk. Het wordt tot op heden nog altijd betwist of Leopold I actief vrijmetselaar was. Dat hij protestants was, maakte hij duidelijk tot op zijn sterfbed. Maar dit alles was irrelevant in zijn streven naar meer macht binnen Europa.Ondertussen zijn toga en hermelijn al lang verdwenen in het staatsieportret van de huidige koning en vertoont deze zich bij officiële plechtigheden meestal in burgerkledij van een Belgische modeontwerper. Zo ook bij zijn bezoek aan de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschap en Kunsten (KVAB) die zetelt in het Academiegebouw, destijds als paleis ontworpen voor de zoon van Willem I. De Academie is een genootschap van elitairen met als hoofddoel ongebonden en interdisciplinair na te denken en te debatteren over maatschappelijke, wetenschappelijke en artistieke evoluties. Men kan slechts ingewijd worden op voordracht van twee peters (sinds 1988 kan dat ook een meter zijn). In die Academie besliste men in 2013 na jarenlange discussie in de 'Commissie Rituelen' dat de leden een epitoga kunnen dragen. Met een reepje wit bont, oorspronkelijk hermelijn, later konijn en nu synthetisch bont. Dat reepje is natuurlijk kleiner dan dat van de rector en dat van de vicerector van de UGent.In de programma's van beide (vice)rectorduo's geen woord over die elites met toga's en nepbont. Ik heb dan ook meteen de vraag ingediend voor het volgende rectorendebat. Wat denkt onze toekomstige elite over dit soort negentiende-eeuwse rituelen?Dr. Marc Cosyns is werkzaam bij de vakgroep huisartsgeneeskunde en eerstelijnsgezondheidszorg van de Universiteit Gent.