Aan de muur van de kleine zaal in het Zuidelijk Toneel in Tilburg wapperen vellen papier in de wind. Op de bladen zijn aanwijzingen en geheugensteuntjes gekrabbeld, zoals: 'Rashif = taal, gedachten, brein.'
...

Aan de muur van de kleine zaal in het Zuidelijk Toneel in Tilburg wapperen vellen papier in de wind. Op de bladen zijn aanwijzingen en geheugensteuntjes gekrabbeld, zoals: 'Rashif = taal, gedachten, brein.' Samen met fotograaf en filmmaker Ahmet Polat en muzikante Michelle Samba legt Rashif El Kaoui er de laatste hand aan De bastaard, zijn nieuwe voorstelling waarin hij de sporen volgt van zijn vader Ahmed, die vanuit Marokko naar België kwam, een relatie begon met de Kempense Christine en negen jaar geleden stierf in het zuiden van Frankrijk. 'Mijn ouders zijn vroeg uit elkaar gegaan', zegt El Kaoui. 'Op den duur kwam mijn vader maar twee of drie keer per jaar meer. Tot ik hem op mijn elfde zei dat hij beter niet meer kwam. Er was altijd ruzie, ik zag geen andere uitweg. Ik heb hem nog één keer gezien, toen ik vijftien was, en daarna nooit meer.' U was deze zomer gastcolumnist in Knack. 'Als theatermaker neem ik eindelijk mijn eigen verhaal in de hand', schreef u in een van die stukken. Rashif El Kaoui: Ik probeer me altijd in dienst van anderen te stellen. Van mijn leerlingen als ik lesgeef, van de regisseur en het stuk als ik acteer. Maar ik ben nu 33 en ik wil me stilaan ook ten dienste van mijn eigen verhaal stellen. In de rol van figurant zit iets nobels, maar af en toe moet je de hoofdrol durven op te nemen. 'Ik weet dat ik moet gaan, maar ik weet niet of ik wil', schreef u ook, over uw geplande reis naar Marokko. Wat hield u tegen? El Kaoui: Mijn vader wilde ons nooit meenemen naar Marokko, hij ging altijd met een buddy. Ik had dus geen connectie met mijn familie daar. Ik heb het ook jarenlang vermeden. Ik had er al lang op vakantie kunnen gaan, maar ik was bang: dat het me te veel zou doen, of dat het me juist niets zou doen. En, wat heeft de reis met u gedaan?El Kaoui: Veel te veel. Maar op een andere manier dan ik gedacht had. Ik kon me wel voorstellen hoe mijn vaders dorp in de Atlas eruit zou zien, maar het bleek toch compleet anders te zijn toen ik er deze zomer was. Om de lucht op te snuiven, de mensen te ontmoeten, de bergen te zien. Daarna ben ik naar de plek in Frankrijk gegaan waar mijn vader is gestorven. Hij is tijdens het vissen in zee beland, bij een rotswand met uitzicht op Marokko, en pas twee weken later is hij gevonden in een haven. Ook dat was intens. Heeft de reis u dichter bij uw vader gebracht?El Kaoui: Iedereen vertelde me halve verhalen. Mijn oom Abdelkarim zei iets over mijn vader, maar dan kwam ik bij tante Fatma en die vertelde weer iets anders. Een volledig verhaal heb ik nog altijd niet, maar er zijn nu wel zaken die ik beter begrijp of beter kan plaatsen. Door zelf in Marokko te zijn, zag ik dat mijn vader zijn hele leven met dat bergdorp in zijn hoofd is blijven zitten. Het dorp in de buurt van de Pyreneeën waar hij ging wonen, leek qua natuur ook sterk op zijn geboortedorp in de Atlas. Hij wilde dus terug naar zijn jeugd, vermoed ik, maar hij kon niet terug. (denkt na) Ik denk niet dat ik ooit klaar zal zijn met mijn vader. Ik drink bijvoorbeeld niet omdat ik bij hem heb gezien wat het met een mens kan doen. Op die manier stapelt zijn invloed zich op, zelfs na zijn dood. Waarom acteert u? El Kaoui:Ik heb me altijd vrijer gevoeld op een podium dan ernaast. In het dagelijks leven vind ik het veel moeilijker om ruimte in te nemen dan in het theater, waar er een duidelijke afspraak is: op het podium heb je ruimte. (zwijgt even) Het is in interactie met de wereld dat je jezelf leert kennen, anderen zijn een spiegel voor jezelf. Ik was me al snel bewust van die spiegels, van hoe ik werd gezien. Ofwel ga je in die aannames mee, ofwel ga je ertegenin. Ik ben ergens in het midden uitgekomen: ik rijd met een witte Mercedes met geblindeerde ruiten, maar achterin hangen wel altijd twee jasjes en enkele hemden klaar, zodat ik me snel kan omkleden als ik ergens aankom waar mijn naam en gezicht een obstakel kunnen vormen. Voortaan wilt u de naam 'bastaard' met trots dragen, en niet langer met schaamte. El Kaoui: Veel van het discours dat we hier voeren, komt overgewaaid uit de VS, omdat we er in het Nederlands nog geen woorden voor hebben. Dan lees ik in zogenaamd 'kritische columns' dat het Amerikaanse discours niet het onze is. Zet er dan toch iets tegenover. Het 'bastaardschap' of 'dubbelbloedschap' wordt hier nog niet gezien als een volwaardige identiteit, het is niet hetzelfde als bij het Afro-Amerikaanse of Afro-Europese discours. In Groot-Brittannië ben je black, of je nu halfzwart of helemaal zwart bent. Hier wordt vaak gezegd: 'Komaan, dan krijg je toch het beste van twee werelden!' Mijn ervaring is anders. Ja, je krijgt een inkijk in twee werelden, maar je krijgt ook shit van twee kanten. Onze maatschappij is nog niet aangepast aan die gelaagdheid, we houden nog altijd van heldere afbakeningen. Maar we zullen toch moeten leren om buiten onze eigen kaders te kijken. En ons ervan bewust worden dat we allemaal in een kader zitten, ook al ben je wit en hetero en man. Als je dat hardop durft te zeggen in Vlaanderen, heb je voor je het weet een horde conservatieve opiniemakers aan je been. (lacht) Waaruit put u hoop? El Kaoui: Uit het feit dat ik al lang niet meer alleen sta met mijn discours, en uit de wetenschap dat de bastaardidentiteit er een van morgen is, en zo stilaan ook van nu. Of het nu gaat om de fluïditeit van gender of om complexe familiale verhalen, veel mensen kunnen zich met de bastaard identificeren. Na onze try-out op Theater Aan Zee afgelopen zomer kwam er een West-Vlaamse vrouw naar mij die vroeg: 'Maar ben ik dan ook een bastaard? Ik herken me wel in jouw verhaal.' (lacht) Dat is juist eigen aan de bastaardidentiteit: er zit zoveel nuance in. 'Het zijn vloeibare tijden', heeft de Pools-Britse filosoof Zygmunt Bauman niet zo lang geleden geschreven. Grenzen vervagen, of het nu gaat om landsgrenzen of om grenzen in onze geest. En uit die vloeibaarheid put ik hoop.