De rode roots van Raoul Hedebouw

Raoul Hedebouw 'Voor de familie heet hij Roel. Maar Franstaligen kunnen Raoul gemakkelijker uitspreken.' © IDAgency

Een sterke debater, perfect tweetalig, die houdt van een kwinkslag. Zo kennen de Vlamingen Raoul Hedebouw, de nieuwe voorzitter van de Partij van de Arbeid (PVDA/PTB). Achter zijn haast olijke imago gaat evenwel een stamboekmarxist schuil, die weinig opheeft met dissidenties in de partij.

In de Wetstraat moffelen ze het liever weg, maar sinds 2019 is de PVDA/PTB in aantal zetels de derde partij van het land: na de N-VA en de PS, maar ver voor alle andere politieke formaties. Ook in het buitenland is dat niet onopgemerkt gebleven. In november maakte The Economist zijn lezers attent op het succes van de Belgische marxisten: ‘In 1869 noemde Karl Marx België nog “het knusse, goed beschermde, kleine paradijs van de eigenaar, de kapitalist en de priester”. In 2021 biedt datzelfde België Europa’s beste hoop voor de ideologie die zijn naam draagt.’ Die hoop, dat is dus de PVDA. En sinds december is de hoop van de PVDA’ers gevestigd op hun nieuwe voorzitter en politieke vedette, de 44-jarige Raoul Hedebouw.

In de jaren zeventig verhuisden tientallen PVDA’ers, onder wie de familie Hedebouw, naar Wallonië. Het was een geplande politieke migratie.

Het stond in de sterren geschreven dat zijn partijgenoten Hedebouw zouden kiezen, en niet alleen omdat hij de enige kandidaat was. Hij is scherp, intelligent en heeft gevoel voor humor. Wat daarbij in de media weinig aandacht kreeg, is het feit dat Hedebouw haast letterlijk een geboren marxist is: zijn biografie leest als een minigeschiedenis van zijn partij. Zoals de familie Eyskens de christendemocratie in de genen heeft, de De Croos bekendstaan als geboren liberalen en de Tobbacks als spreekwoordelijke socialisten, zo geldt voor Raoul Hedebouw dat hij een stamboekmarxist is.

Mijnwerkersmacht

Het begon allemaal halfweg de jaren zestig, toen twee vrienden uit het Sint-Jozefscollege van Tielt naar de Katholieke Universiteit van Leuven spoorden: Ludo Martens (de eerste voorzitter van de PVDA) ging geneeskunde studeren, Hubert Hedebouw (de vader van Raoul) psychologie. Het waren de stormachtige jaren van ‘Leuven-Vlaams’ en mei 68 , toen Franse studenten de Sorbonne verlieten om front te vormen met de arbeiders van Renault-Billancourt. Ook in Leuven werden oude vrienden nieuwe kameraden: in de Studenten Vakbeweging (SVB) ontpopte Ludo Martens zich tot de politieke leider van een groep studenten die tot het inzicht waren gekomen dat ze alleen ‘links’ konden zijn als ze het leven van de arbeidersklasse zouden delen. Hubert Hedebouw behoorde tot de groep, net als zijn Limburgse studiegenoot Kris Hertogen. Hedebouw kreeg een oogje op diens oudste zus, Paula Hertogen, die aan de sociale hogeschool al eens was geschorst wegens ’te linkse’ opvattingen. Paula werd later de moeder van Raoul.

Op 5 januari 1970 brak in Limburg de ‘grote mijnstaking’ uit. De mijnwerkers vroegen een opslag van vijftien procent, maar na onderhandelingen tussen vakbonden en directie kregen ze veel minder. Na een week staakten al 23.000 mijnwerkers, tegen de eigen vakbonden in, dus zonder stakingsgeld. Meteen trok een aantal SVB-studenten naar Limburg. Zij vonden de mijn de ideale plaats ‘om de maatschappij, letterlijk, van onderuit te bekijken’. Tijdens die staking werd de onverschrokken Kris Hertogen – later dus de oom van Raoul Hedebouw – de woordvoerder van Mijnwerkersmacht, een actiecomité dat studenten en mijnwerkers verenigde. Hertogen: ‘In Leuven gingen wij snel lopen als de rijkswacht eraan kwam. De mijnwerkers vochten gewoon terug.’ Steracteur Julien Schoenaerts kwam klarinet spelen bij de stakerspost: ‘Ik voelde dat zich hier een brok geschiedenis afspeelt, geschiedenis die veel belangrijker is dan gelijk welke toneelvoorstelling ook’, verklaarde Schoenaerts in Het Zondagsblad aan journalist ‘Rikkie Van Cauwelaert’. Na 44 dagen trokken de mijnwerkers aan het langste eind: de loonsverhoging bedroeg uiteindelijk geen 15 maar 22 procent.

Het is het vroegste voorbeeld van de manier waarop de PVDA graag actievoert, ook vandaag nog: niet aan de onderhandelingstafel maar op straat, en daar zorgen dat je aanwezigheid gezíén wordt: door de mensen ter plaatse, en door de pers. In die zin is er weinig verschil tussen de aanwezigheid van de linkse studenten in Limburg in de winter van 1970 en de hulpacties van de PVDA in de ondergelopen stadjes aan de Vesder in de zomer van 2021. Het verklaart ook waarom de PVDA zich de voorbije jaren in de Kamer nog zo hardnekkig heeft ingezet voor een verhoging van de pensioenen van de oud-mijnwerkers. Voor de PVDA was dat een zaak van rechtvaardigheid, voor Raoul Hedebouw bovendien een late overwinning in een strijd die zijn familie mee was aangegaan.

In 1945 zegent de latere kardinaal Cardijn (rechts) het huwelijk in van de grootouders van Raoul Hedebouw.
In 1945 zegent de latere kardinaal Cardijn (rechts) het huwelijk in van de grootouders van Raoul Hedebouw.

AMADA

In haar eigen officiële geschiedenis, Een halve eeuw eigenzinnig marxisme, situeert de PVDA haar geboorte ook in die context waarin studenten en arbeiders schouder aan schouder stonden. Toen kreeg ‘de idee vorm om een nieuwe arbeiderspartij op te richten: niet louter een strijdcomité of een autonoom arbeiderscomité, maar een nieuwe communistische partij’. Zo ontstond in 1971 de ‘marxistisch-leninistische’ partij AMADA (‘Alle Macht aan de Arbeiders’), waarvan stichter Ludo Martens de eerste voorzitter was. De Chinese president Mao Zedong gold als lichtend voorbeeld, en zelfs de studie van Stalins leer en werken kreeg zijn plaats. Al snel werd de partij, in 1979 omgevormd tot de Partij van de Arbeid (PVDA), voorwerp van kritiek. Martens zou niet zozeer een partij dan wel een politieke sekte leiden. Als communistische partij huldigde ze het ‘democratisch centralisme’: inhoudelijke dissidentie werd niet geduld. Vandaar dat het al vlug en met grote regelmaat tot een breuk kwam met ontgoochelde leden, inbegrepen oud-strijders van het eerste uur. Toch wist Martens zich al die jaren gesteund door een kern van getrouwen, met daarbij oom Kris Hertogen en vader Hubert Hedebouw, en een aantal ‘Dokters voor het Volk’ zoals Kris Merckx en Dirk Van Duppen. Die jonge wolven waren heel wat radicaler dan de ‘gewone’ communisten van de Kommunistische Partij van België.

Er bestonden nogal wat clichés over communisten. Jan De Wilde heeft ze meesterlijk bezongen: ‘Communisten zijn vieze mannen/Met snorren en een vette pet/Ze smeden meestal snode plannen/En liggen tot ’s middags in bed.’ In werkelijkheid waren de PVDA’ers van de eerste generatie kinderen van de CVP-staat. Bij de familie Hedebouw uit Ruddervoorde waren ze thuis met zes, bij de Hertogens in Hasselt met acht. Grootvader Arsène Hedebouw was de gemeentelijke CVP-voorzitter. De andere grootvader, Robert Hertogen, was een spilfiguur in de christelijke arbeidersbeweging in Limburg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had grootvader Hertogen zich ontpopt als een absolute vertrouweling van Jozef Cardijn, de stichter van de Katholieke Arbeiders Jeugd (KAJ). Men kan zich vandaag moeilijk voorstellen hoe mateloos populair die ‘kardinaal Cardijn’ was. In tienduizenden Vlaamse arbeidershuizen hing het portret van de gloedvolle priester met zijn karakterkop. Als hij sprak – met luide stem en grote gebaren – hingen duizenden jongeren aan zijn lippen. Toen Robert Hertogen op 26 april 1945 met Hortense Heining trouwde, zegende Cardijn in hoogsteigen persoon het huwelijk in. Het moet een opperste eer geweest zijn voor de grootouders van Raoul Hedebouw.

‘Onderschat die familiale traditie niet’, zegt Raouls oom Jan Hertogen, de bekende socioloog die zelf ook een kopstuk van Mijnwerkersmacht was: ‘Mijn vader werkte voor de christelijke arbeidersbeweging, al zijn kinderen werden lid van de jeugdbeweging KSA (voor jongens) of VKSJ (voor meisjes) en zijn later in hun beroepsleven betrokken gebleven bij de emancipatie van de arbeiders, de leerkrachten en het personeel van de welzijns- en gezondheidssector. En nu breit ook Roel een politiek vervolg aan die familiale geschiedenis. (met brede glimlach) Als kind al was hij de man. Met voorsprong de grootste mond van alle neefjes en nichten.’ Roel? Jan Hertogen: ‘Voor de familie is het Roel. Maar officieel heet hij Raoul. Franstaligen spreken dat gemakkelijker uit.’

Franstaligen? Inderdaad. Vanaf het midden van de jaren zeventig woonde het gezin Hedebouw-Hertogen in Herstal, nabij Luik. Die verhuizing was een gevolg van de nieuwe partijstrategie. Oom Jan Hertogen: ‘In Vlaanderen bestond toen een berufsverbot tegen de nieuwe jonge intellectuelen van links. Als men ontdekte dat een arbeider over een universitair diploma beschikte, vloog hij eruit. Werkgevers en vakbonden traden daarbij arm in arm op. Ludo Martens overtuigde de partijleiding ervan om een nationale partij te worden. Bij ontstentenis van een Franstalig equivalent – de talloze marxistische en communistische partijtjes die toen actief waren, werden als niet van de juiste lijn beschouwd – besliste men om zelf een Franstalige vleugel uit de grond te stampen. Tientallen Vlaamse partijleden verhuisden naar Wallonië. Het was een geplande en georganiseerde vorm van politieke migratie.’ Daarom verkaste Kris Hertogen naar Marcinelle, bij Charleroi, en het echtpaar Hedebouw-Hertogen naar Herstal, bij Luik. Daar werden Raoul en zus Line geboren.

Ruige jaren

Het bleven ruige jaren. Vader Hubert Hedebouws carrière is exemplarisch voor het opgejaagde leven van de eerste generatie PVDA’ers. Eerst werkte hij bij Citroën in Vorst: na geen twee weken organiseerde hij zijn eerste staking, waarop de rijkswacht tot in de fabriekshallen chargeerde. Hedebouw werd meteen ontslagen. De ene C4 volgde op de andere: bij bestekfabrikant Wiskemann (1971), bij kachelfabrikant Nestor Martin (1972), bij papierfabriek Catala (1973), bij bandenfabriek Uniroyal (1974) en ten slotte bij Ford Genk (1978, na weer een heftige staking). Later werkte hij tot zijn pensioen bij de hoogovens van Cockerill-Sambre, het latere Arcelor. In het partijblad Solidair bracht vader Hedebouw onder de schuilnaam ‘Jean Valet’ verslag uit over de sociale wantoestanden in de Luikse staalindustrie.

Moeder Paula Hertogen, vader Hubert Hedebouw en kinderen Lise en Raoul.
Moeder Paula Hertogen, vader Hubert Hedebouw en kinderen Lise en Raoul.

In 1992 werd ook Raouls moeder, Paula Hertogen, samen met een collega ontslagen bij het constructiebedrijf Sherwood in Petit-Rechain. Oom Jan Hertogen: ‘Ze waren beiden vakbondsafgevaardigden en hadden een beschermd statuut. Dus dat ontslag ging tegen het arbeidsrecht in. Daarop kampeerden die twee koppige vrouwen een maand lang in een caravan bij de fabriekspoort, om zo hun eis kracht bij te zetten om weer aan het werk te kunnen. Alle media berichtten erover, belangrijke vakbondsleiders als de latere minister Josly Piette (ACV) en nationaal ABVV-voorzitter François Janssens kwamen hun steun betuigen. Het mocht niet baten. Dat ontslag heeft Roel diep geraakt. Hij was toen vijftien.’ Ook in Wallonië was de klassenstrijd een bitter gevecht.

Ik vraag me af of Raoul niet beter zou erkennen dat “zijn” PVDA niet los gezien kan worden van de oude partij en de ideeën van de vorige generatie.’ Oom Jan Hertogen

De collectieve verhuizing vanuit Vlaanderen naar Wallonië bepaalt tot vandaag het wezen van de PVDA-PTB. Ze heeft de partij genetisch unitair gemaakt. Raoul Hedebouw kan net zo goed een Vlaming als een Waal worden genoemd. Het is op lange termijn ook de juiste beslissing gebleken: de ‘potgrond’ voor communisten is vruchtbaarder in een regio waar iemand als Julien Lahaut nog altijd een halve heilige is.

Retour à la Flandre

Vandaag is de PVDA-PTB opnieuw aan een nieuwe fase toe. Dat is ook een van de redenen waarom Raoul Hedebouw de nieuwe nationale voorzitter moest worden. In een recent interview met het Britse Jacobin Magazine, een blad van intellectueel-marxistische signatuur, geeft hij extra duiding bij de nieuwe uitdagingen waarvoor de linkerzijde staat. Volgens Hedebouw zullen de nationalistische partijen in 2024 mogelijk zo sterk staan dat het land dreigt te splitsten. Dat zou het niet gemakkelijker maken voor de PVDA-PTB om zowel bij Vlaamse als bij Franstalige arbeiders te blijven werken aan wat in het marxistische jargon ‘de vorming van het collectieve bewustzijn van de arbeidersklasse’ heet. Dus maakt de PVDA zich klaar om bij de verkiezingen van 2024 in een soort dialectische beweging te zorgen voor een ‘retour à la Flandre’. Hedebouw: ‘Vandaag leeft het grootste deel van de werkende klasse in Vlaanderen.’

Het gevecht aangaan met extreemrechts en nationalisten: ook dat is een grote opdracht voor de PVDA’ers van de tweede generatie, dus voor Raoul Hedebouw en de zijnen. Vader en moeder Hedebouw en oom Kris Hertogen blijven politiek actief en maatschappelijk geëngageerd. Maar er is ook opvolging. Neef Geert Asman, de zoon van de tweede echtgenote van Kris Hertogen, was in 2018 in Zelzate een van de architecten van het eerste ‘rood-rode’ schepencollege van de SP.A (nu Vooruit) en de PVDA. Tot vorige maand was Asman er nog eerste schepen. Om gezondheidsredenen concentreert hij zich nu op zijn werk als arts bij Geneeskunde voor het Volk. Daar werkte een aantal jaren lang ook nicht Jo Hertogen als arts. Raouls zus Line is getrouwd met Rafik Rassaa, de PVDA-fractieleider in de provincieraad van Luik. Dat jonge netwerk beperkt zich niet tot de Hedebouws of de Hertogens. Ook in de ‘PVDA-families’ Merckx, Van Duppen, Pestieau of De Witte volgden kinderen hun ouders op in hun partijpolitieke engagement. Veel kinderen van de eerste generatie PVDA’ers blijven ook tot vandaag met elkaar bevriend.

Congolese kronieken

Ook veel van Hedebouws familieleden die geen lid (meer) zijn van de PVDA, delen een soortgelijk sociaal engagement. Advocaat Jos Vander Velpen, de man van tante Marina Hertogen en dus een aangetrouwde oom van Raoul, werkte tien jaar lang mee aan het PVDA-blad Solidair. Later werd hij voorzitter van de Liga voor Mensenrechten. Verder is Vander Velpen auteur van een lange reeks boeken over extreemrechts. Nicht Els Hertogen bekleedt sinds 2019 een sleutelpositie in het Vlaamse middenveld als directeur van 11.11.11.

Oom Jan Hertogen heeft een verklaring voor dat gedeelde engagement: ‘In hun jonge jaren waren velen van hen lid van Rode Jeugd, de jongerenorganisatie van de PVDA. Dat was mede een gevolg van de sociale uitsluiting van hun ouders. Ik noem ze “de vergeten generatie”. Zij hebben op eigen kracht hun plaats moeten zoeken in een samenleving die niet op hen aan het wachten was.’ En hun engagement bleef niet beperkt tot het binnenland. Toen vlak voor de Amerikaanse inval in Irak een Belgische vredesdelegatie naar Bagdad afreisde, waren nichten Jo Hertogen, Line Hedebouw en partner Rafik Rassaa erbij. Hun ouders hadden in hun studentenjaren tegen de oorlog in Vietnam betoogd, of beter: tegen de Amerikaanse militaire interventie in Vietnam. Dat antiamerikanisme, ook anti-imperialisme genoemd, staat nog steeds centraal in de politieke werking van de PVDA. Dat blijkt in de Kamer als er moties op tafel komen die China veroordelen. Telkens legt Raoul Hedebouw dan uit waarom de PVDA die niet steunt: niet omdat zijn partij pro-China zou zijn, maar omdat ze de ‘Amerikaanse agressie’ een veel groter gevaar vindt.

Oom Jan Hertogen: 'Als kind al was Roel de man.'
Oom Jan Hertogen: ‘Als kind al was Roel de man.’

Raoul Hedebouw zelf was al van in zijn jeugd een overtuigde anti-imperialist. Begin jaren 2000 trok hij naar Congo. Op een YouTube-filmpje zie je hoe familie en vrienden hem uitgeleide doen in Brussel-Zuid, De Internationale zingend. In Congo was Hedebouw twee jaar lang de medewerker van niemand minder dan Ludo Martens. Officieel was Martens nog PVDA-voorzitter, in de praktijk was hij alleen nog bezig met Congo. Het is intrigerend hoe Martens in de laatste fase van zijn politieke leven optrok met de zoon van zijn allereerste compagnon de route, Hubert Hedebouw. Vanuit Kinshasa schreef Raoul Hedebouw zijn Croniques congolaises/Congolese kronieken. De toon was radicaal anti-Amerikaans. ‘ Jour de colère, jour de tristesse‘ schreef hij in maart 2003, kort nadat de Amerikaanse inval in Irak was ingezet. ‘Gisterenavond, bij een goed glas Primus in een café, kondigde men de Amerikaanse aanval aan. (…) Een biertje later vraag ik aan een bevriende dokter wat de mensen in Kin denken van Saddam Hoessein. “Bij ons noemt men een dapper man een Saddam of een Bin Laden.” Hij voegde eraan toe dat “op 11 september 2001 er niet alleen ongelukkige mensen waren in Kinshasa”.’ Wat er in die bar in Kinshasa ook gezegd is: in het relaas van Hedebouw herhaalden gewone Congolezen wat toen in Solidair stond.

PVDA 2.0

Bij zijn terugkeer naar België is Raoul Hedebouw klaar voor de binnenlandse politiek. Hij wordt provinciaal voorzitter van de PVDA in Luik, nationaal woordvoerder, gemeenteraadslid en Kamerlid. De nieuwe PVDA-voorzitter, Peter Mertens, zette vanaf 2008 de modernisering van de partij in en nam afstand van ‘het dogmatisme’ van daarvoor. Ook partijleden die met volle overtuiging die ‘dogmatische periode’ hadden beleefd, schikten zich naar de nieuwe lijn.

In die context schoot de carrière van Raoul Hedebouw pijlsnel omhoog. In de Wetstraat gaat men ervan uit dat hij straks ook de Vlaamse verkiezingsdebatten extra pit zal geven. Maar onder marxisten blijft Raoul Hedebouw een echte marxist. In het hogervermelde interview in Jacobin Magazine legt hij openhartig uit dat de PVDA, ondanks belangrijke organisatorische veranderingen, nog altijd het principe van het ‘democratisch centralisme’ centraal stelt. Ook Hedebouw wil daar niet op toegeven. Hij verwijst naar het Eenheidscongres van december 2021: dat werd voorbereid door negenhonderd leden in meer dan tachtig commissies en resulteerde in tweeduizend pagina’s verslagen en amendementen: ‘Imagine having to digest all that!‘ Tegelijk benadrukt hij: ‘Eenheid binnen de partij is belangrijk.’ Versta: openlijke kritiek en georganiseerde interne dissidentie zijn nog altijd taboe.

Oom Jan Hertogen, zelf ‘een communist zonder partij’, vraagt zich af of zijn neef die continuïteit niet opnieuw duidelijker moet maken: ‘Peter Mertens heeft een scherpe breuk gemaakt met het verleden – dus met de PVDA waarin Raouls vader Hubert en zo veel familieleden en vrienden jarenlang actief zijn geweest. Nu doet de PVDA alsof dat verleden nooit heeft bestaan. Is dat vol te houden? Ik vraag me af of Raoul niet beter zou erkennen dat “zijn” PVDA niet los gezien kan worden van de oude partij en de ideeën van de vorige generatie. Zo kan hij ook het familiale engagement verder uitdragen: net als Cardijn mensen ervan overtuigen dat het de moeite waard is om te vechten voor een betere wereld.’

Hoe dan ook, met Raoul Hedebouw lijkt de continuïteit tussen de oude PVDA van Ludo Martens en de vernieuwde PVDA van Mertens meer verzekerd dan die tussen de SP.A van Patrick Janssens en Vooruit van Conner Rousseau, of die tussen de CVP van Jean-Luc Dehaene en de christendemocratische varianten die Joachim Coens of Sammy Mahdi voor ogen hebben. Raoul Hedebouw was en blijft een marxist die gepokt en gemazeld is in de partij van zijn ouders, zijn familie en hun vrienden. Die PVDA heeft hij inderdaad helpen vernieuwen: niet om ze te veranderen, maar om ze te verbeteren, als marxistische partij. Ook de PVDA 2.0 vindt en bewaart haar eenheid rond haar leiding. En die leiders moeten weten dat zij zelf niets voorstellen zonder het collectief dat hen omringt. In het Hedebouw-Engels luidt dat:’It’s not the great men that make history but the class struggle.’ Of hij inderdaad een afspraak met de geschiedenis heeft, zal straks moeten blijken. In de strijd om de Vlaamse kiezer.

De rode roots van Raoul Hedebouw

– 1977 geboren in Luik

– 1996 woordvoerder scholierenstakingen in Franstalig België

– 2000 bioloog (Université de Liège)

– 2003 voorzitter provinciale afdeling PTB Luik

– 2004 nationaal woordvoerder van de PVDA/PTB

– 2012 gemeenteraadslid in Luik

– 2014 Kamerlid

– 2021 partijvoorzitter PVDA/PTB

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content