Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

Ietwat vreemd misschien voor iemand die zo vaak op de radio komt, maar Annemie Peeters kan niet luisteren naar zichzelf. 'Ik zou er veel van kunnen leren, maar ik hoor dan enkel wat ik fout doe. Een vraag laten liggen, de toonhoogte die niet juist zit: kleine dingen, hoor, maar ik kan er niet tegen.' Ook haar nieuwe praatprogramma De boshut, dat deze zomer elke zaterdag op Radio1 wordt uitgezonden, herbeluistert ze niet. Reacties lezen in de mailbox van de zender doet ze evenmin. Niet de slechte - 'ik zou er alleen maar onzeker van worden' - noch de goede - 'als je enkel de complimenten leest, denk je dat je geweldig bent, en dat is ook niet de bedoeling.' Een afgezonderde hut in het bos mag dan de ideale plek zijn om een goed gesprek te voeren met een gast, in haar eentje zou Annemie Peeters er nooit willen gaan zitten. 'Ik ben niet graag alleen. Toen ik pas voor de radio begon te werken, heb ik één keer alleen gereisd, naar Ierland, omdat het moest, en ik vond het vreselijk. In je eentje in een hotel overnachten en 's morgens zonder gezelschap aan het ontbijt zitten, voor mij is dat de gruwel. Iemand die alleen eet, ik vind dat zo'n hartverscheurend beeld. Ik vermijd het dus ook voor mezelf. Wellicht omdat ik de blik van de andere niet wil trotseren. Blijkbaar sta ik daar niet boven. En op mijn leeftijd zal dat ook niet meer veranderen. (lacht) In een volgend leven lukt het me misschien wel.' Elke aflevering van De boshut begint u met een anekdote over hoe u als kind in het bos dennenappels raapte met uw grootvader. 'Het waren de gelukkigste momenten van mijn kindertijd', zegt u. Dat klinkt alsof er een nostalgisch mens schuilgaat in Annemie Peeters. Annemie Peeters: Ik heb de emoties misschien wat aangedikt omdat het voor de radio is, maar het verhaal klopt wel. De herinnering aan hete zomers waarin we samen urenlang dennenappels raapten, staat me heel helder voor de geest. Ik keek erg naar mijn grootvader op. Max heette hij, en ik heb mijn oudste zoon naar hem vernoemd. In de naam van mijn tweede zoon, Nathan, zit de naam verwerkt van zijn vrouw, mijn grootmoeder Anna. Ze waren heel aanwezig in mijn leven. Bompa kwam elke dag bij ons thuis, ze woonden twee huizen verder. Omdat mijn ouders gingen werken, bracht hij ons naar school met de fiets. Hij was een lange, slanke man en droeg altijd een Franse baret op zijn hoofd. Ook in huis. Hij is gestorven aan dementie. Net zoals mijn moeder. De dag van mijn vijftigste verjaardag kwamen we allebei te weten dat zij er ook aan leed. Mijn moeder had gezegd dat ze een feestje voor me zou geven, zoals ze altijd deed bij onze verjaardagen. Maar toen ik met mijn kinderen aankwam bij mijn ouders, was er geen feestje. Ze was het vergeten. En toen besefte ze: ik heb het ook. We hebben toen urenlang in de tuin gezeten om te praten en haar te troosten. Ze had haar eigen vader verzorgd, ze wist heel goed wat haar te wachten stond. Ze wist dat het de hel ging worden. En toch is ze nog gelukkig geweest, denk ik. Zelfs toen ze in het ziekenhuis lag en amper communiceerde. Ze riep niet, huilde niet en was nooit kwaad. Pas toen ze niet meer wilde eten werd het duidelijk dat ze het begon op te geven. Bent u zelf bang om de ziekte te krijgen? Peeters: Ja, maar het is niet zo dat ik mijn geheugen angstvallig in de gaten houd. Je kunt obsessief bezig zijn met de vraag of je het ook zult krijgen of niet, het zal niks aan de uitkomst veranderen. Ik word zestig eind augustus. Als je zestig bent, mag gebeuren wat gebeurt. Ik vind dat een mooie leeftijd om te zeggen dat ik een geweldig leven heb gehad. Zeventig is natuurlijk ook goed, graag zelfs. Ik bedoel maar: ik hoef niks meer te rekken of krampachtig voort te zetten. Alzheimer zit in de familie, maar fietsen ook. Uw grootvader deed het veel, uw oudste zoon is nog coureur geweest, en zelf zit u ook vaak op de fiets. Peeters: Ik fiets vooral voor het plezier, maar ik gebruik het ook als vervoersmiddel, om naar mijn pa te gaan, bijvoorbeeld. Toen de lockdown werd afgekondigd, ben ik even heel bang geweest dat ik niet meer naar Koen zou kunnen gaan, die 40 kilometer van mij woont (haar partner Koen Meulenaere, sinds kort gepensioneerd journalist bij De Tijd, waar hij onder de naam Kaaiman columns schreef, nvdr). Gelukkig mochten we nog sporten buiten. En dus fietste ik om de andere dag naar hem. Het heeft mijn lockdown danig opgefleurd. Jullie zijn tien jaar samen. Is het een bewuste keuze om niet in hetzelfde huis te wonen? Peeters: Misschien doen we het ooit nog wel, maar op dit moment is het vooral uit praktische overwegingen dat we elk in ons eigen huis blijven wonen. Ik vind dat mijn zonen van 25 en 23 nog net iets te jong zijn om hun thuis af te pakken. Zelf ben ik ook nog niet klaar om er afscheid van te nemen. Ik heb dit huis 15 jaar geleden alleen gekocht, nadat ik gescheiden was van de vader van mijn zonen. Ik heb er ondertussen mijn eigen plek van gemaakt. Dit is het huis waar iedereen zich thuis voelt. Mijn zonen komen en gaan, af en toe blijven hun vriendinnen hier ook logeren, en ik vind dat heel fijn. Twee geweldige vrouwen, overigens: ambitieus, niet op hun mond gevallen, zelfbewust. Het zijn vrouwen die niet met zich laten sollen, een flinke carrière voor ogen hebben, en zich niet afhankelijk maken van een man. (lacht) Zou het dan toch waar zijn dat mannen een vrouw zoeken naar het evenbeeld van hun moeder? Fietst u vooral om het lijf of het hoofd in balans te houden? Peeters: Allebei. Je komt als een andere mens terug na een stevige rit, je hoofd is helemaal leeg. Maar ik doe het ook om er goed te blijven uitzien. En gezond te blijven. Bijvoorbeeld bij het coronavirus blijkt zwaarlijvigheid toch een bezwarende factor te zijn. U hebt een tattoo, las ik. Mag ik die eens zien? Peeters:(stroopt haar rechterbroekspijp op) Het is een libel op mijn rechterenkel. Ik was 45, ik wou een tattoo maar wist niet wat, en toen ik in de catalogussen van Tattoo Bertje in Oostende een libel zag, dacht ik: dat past nog bij mij. Een libel is beweeglijk en vrij en heeft toch ook een scherp kantje, want zo'n beest kan venijnig bijten naar het schijnt. Ik heb ze samen met mijn toenmalige lief laten zetten. Zodat we elkaars hand konden vasthouden. (lacht)Deed het pijn om ze te laten zetten? Peeters: Eigenlijk niet. Het is nochtans dunne huid daar. Daarom zal de libel ook nooit verrimpelen, die huid blijft altijd strak. Maar pijnlijk was het niet. Bevallen is erger. (lacht)Of er nog een tweede of derde komt? Nee. Dan kun je niet meer stoppen, denk ik, en wordt het zoiets als botox. Ik wil nergens aan verslaafd zijn. Velen zijn het misschien vergeten, maar u hebt ooit nog erotische literatuur bedreven. in 2009 schreef u een kortverhaal en in 2010 zelfs een roman die Neem mij heette. Ging u dat gemakkelijk af, over seks schrijven? Peeters: Toen blijkbaar wel. Nu zou het moeilijker zijn, omdat mijn zonen zouden meelezen. Ik heb dat toen om den brode gedaan, als alleenstaande moeder die een huis moest afbetalen. Dat kortverhaal was voor een bundel die overal verkocht ging worden, tot in de tankstations toe, dus ik dacht: daar valt geld mee te verdienen. En dat bleek ook zo te zijn. Seks verkoopt altijd. (lacht)Ach, ik heb er destijds niet lang bij stilgestaan. Het werd mij gevraagd, het ging toevallig over seks, maar het had evengoed over mijn kindertijd kunnen gaan. Ik schrijf wel graag. In de tijd van Peeters en Pichal (een consumentenprogramma op Radio1 dat door Annemie Peeters en Sven Pichal gepresenteerd werd en liep van 2007 tot 2012, nvdr) schreef ik ook columns voor Het Nieuwsblad. Dat zou ik best wel willen oppikken, ja. Hoewel, sinds ik met Koen samen ben, is de drempel wel een pak hoger en durf ik niet meer zo goed. Tegen hem zou ik compleet verbleken, vrees ik. U wordt omschreven als perfectionist. Klopt dat? Peeters: O, wie zegt dat? Is dat belangrijk voor u? Peeters: Ik wil graag weten bij wie ik zo overkom. Associeert u het dan met iets negatiefs? Peeters: Ik zou niet niet-perfectionistisch willen zijn, maar tegenover anderen kan het wel vervelend zijn. Omdat je weinig amateurisme verdraagt en veeleisend bent. Eigenlijk moet je het beperken tot jezelf, maar ik zal mijn eigen perfectionisme zeker al weleens opgelegd hebben aan iemand anders. (denkt na) In de tijd van Peeters en Pichal en De bende Van Annemie zat ik elke morgen enorm gefocust op de redactie te werken. Dagelijks een actueel programma maken was een hels ritme, en ik wilde elke uitzending perfect voorbereiden. Vorige week zei een redactielid van De boshut tegen mij: 'Jij bent hier zo ontspannen, Annemie, je bent dus wél aanspreekbaar voor een uitzending.' Ze bedoelde het zeker niet kwaad, maar het raakte mij wel. Alles raakt mij wat mensen over mij zeggen. Daarom lees ik die commentaren op de websites ook nooit. Ik weet hoe ik radio wil maken, en ik zal het ondertussen wel wat in de vingers hebben, maar bij elk nieuw programma denk ik vlak voor de eerste uitzending: ik kan het niet. Ook nu weer bij De boshut, terwijl ik dat programma nota bene zelf heb bedacht en zoals altijd enorm goed voorbereid ben. U zei daarstraks al dat u onzeker bent, maar dat kan ik me van u moeilijk voorstellen. Peeters: Waaruit zou je dan zelfverzekerdheid kunnen afleiden? Uit het feit dat ik op de radio kom? Uit uw scherpe, radde tong? Peeters: Als mijn tong al ooit scherp was, dan was dat in Peeters en Pichal en dan kwam dat door de aard van het programma. Dat heeft niets met zelfverzekerdheid te maken, wel met je job doen en de vragen stellen die ik toen moest stellen als journalist. In De boshut ben ik helemaal niet scherp. Integendeel. Dat was ik zelfs in De bende van Annemie al niet meer. Maar blijkbaar raak ik heel moeilijk van dat imago af. Gek, want wie naar De boshut luistert, zou toch moeten horen dat ik niet de harde tante ben voor wie ik nog altijd word gehouden. En dat ik rad van tong ben? Tja, ik praat nu eenmaal graag. Ik babbel tegen iedereen. Voor de microfoon, in de supermarkt, overal. Met mensen praten uit allerlei kringen, dat lijkt me maar normaal voor iemand met mijn vak. Werd het taalgevoel gestimuleerd bij u thuis? Peeters: (denkt na) Ik kom steeds meer te weten over mijn vader. Ik hou nu gesprekken met hem die ik nooit eerder had, omdat mijn moeder het toen altijd overnam. Dat was vroeger zo: als de dochters op bezoek kwamen, zetten de vaders zich op de achtergrond. Maar de laatste jaren wordt hij meer en meer een mens die ik begrijp. En neemt hij een steeds grotere plek in mijn hart in. Hij vertelde me onlangs nog dat hij graag leraar wilde worden. En volgens de directeur van zijn school kon hij dat ook. Maar hij kwam uit een gezin van negen kinderen, zijn vader was gestorven, en zijn moeder stond alleen in voor de boerderij. Hij moest dus gaan werken. Naar de vakschool is hij nog mogen gaan om elektriciteit te gaan studeren, en daarna is hij de mijn van Beringen ingestuurd. Ik vind dat hartverscheurend. (valt even stil) Onze pa zijn boekenkast staat vol met klassiekers. De gebroeders Karamazov, Ernest Claes, noem maar op. Hij las ons daar vroeger ook uit voor. Dus ja, van hem zullen we allemaal toch wel iets geërfd hebben. Mijn broer Marnix is schrijver geworden, mijn zus Chris is leerkracht Nederlands. Ik mocht studeren wat ik wilde. Eerst werd het tekenen en schilderen aan Sint-Lukas, maar na enkele maanden wilde ik dat niet meer. Toen koos ik archeologie, maar dat was het ook niet. Daarna kwam ik op het RITCS terecht voor een opleiding regie, en die heb ik afgemaakt. Mijn ouders hebben nooit moeilijk gedaan over mijn bochtige parcours. Straf, toch? Betalen voor drie kinderen op kot, zo vanzelfsprekend was dat voor hen niet. Vorig jaar zei u in een interview: 'Ik heb intussen veel mensen verloren. Te veel.' Wie zijn die mensen? Peeters: (zwijgt even) Hun foto's staan op een rijtje in mijn slaapkamer. Mijn moeder. Vriendinnen. Een collega. Mijn beste vriendin viel van de ene op de andere dag weg door hartfalen. Dat was heel ingrijpend. Daar moet je bij stilstaan. Ineens word je bang dat je er niet alles hebt uitgehaald. Dat je te veel hebt lopen mopperen. (glimlacht) Gelukkig mopper ik niet veel. Maar de laatste jaren zeg ik steeds vaker tegen Koen: beseffen we genoeg hoe fijn het is? Ze is nu anderhalf jaar dood. We kenden elkaar van in de lagere school. Ze was ook de meter van Nathan. Zij zou net als ik 60 geworden zijn dit jaar. We zouden dat samen vieren. (met tranen in haar ogen) Niet dus. Ik ben op een punt gekomen in mijn leven waarop ik steeds meer besef dat je tijd moet maken voor de mensen die je belangrijk vindt. Daarom heb ik tijdens de lockdown ook zo hard gevloekt. Want terwijl ik dat eindelijk besefte, was de mogelijkheid er niet om die tijd te geven. Mijn ene zoon zat vast in Barcelona, bij mijn pa durfde ik niet meer op bezoek, hij wordt 89 deze zomer, en ik was voortdurend bang dat Koen en ik elkaar niet meer zouden kunnen zien. Sinds Koen met pensioen is, en hij kan gaan fietsen wanneer hij wil, ben ik weleens jaloers. Soms denk ik: misschien moet ik wat minder gaan werken. Wie weet hoelang duurt het nog. Maar ik werk nog altijd heel graag. Het maakt me gelukkig. We zullen zien. Er zal nog veel op zijn plaats vallen de komende jaren. Er is nog veel te beslissen. Gelukkig maar.