Uit een intern rapport van een kleuterschool in Ronse zou blijken dat 'zelfs kleuters er al onder invloed lijken te staan van een extremistische stroming binnen de islam.' Dat bericht bracht Het Laatste Nieuws maandag. Het nieuws dat er bij kleuters al 'tekenen van beginnende radicalisering' vastgesteld werden, werd snel overgenomen door andere media, waaronder Knack. Maar hoe onrustwekkend zijn zulke vaststellingen? En kunnen we bij kleuters überhaupt over radicalisering spreken?
...

Uit een intern rapport van een kleuterschool in Ronse zou blijken dat 'zelfs kleuters er al onder invloed lijken te staan van een extremistische stroming binnen de islam.' Dat bericht bracht Het Laatste Nieuws maandag. Het nieuws dat er bij kleuters al 'tekenen van beginnende radicalisering' vastgesteld werden, werd snel overgenomen door andere media, waaronder Knack. Maar hoe onrustwekkend zijn zulke vaststellingen? En kunnen we bij kleuters überhaupt over radicalisering spreken?Radicaliseringsexpert Christophe Busch (Kazerne Dossin) heeft bij dat laatste in ieder geval zijn twijfels: 'Het probleem bij kleuters is eerder dat ze een uiting geven aan zaken die ze thuis horen. Dat kan inderdaad gaan over zaken die ons zorgen baren, zoals een wereldbeeld met enerzijds goede gelovigen en anderzijds ongelovigen die het niet zouden verdienen om te leven. Maar dat een kleuter zoiets zegt, betekent niet dat het kind ook beseft wat dat betekent. Ik zou dus heel voorzichtig zijn met het toeschrijven van radicaliseringsprocessen aan kleuters.'Het gedrag dat een kleuterleidster beschreef in het bewuste rapport gaat van 'Arabische verzen uit de Koran citeren tijdens de speeltijd' tot 'niet naar school komen omdat onze schoolvisie niet past binnen de geloofsovertuiging'. Verder beschreef het rapport dat een meisje weigerde om een jongen een hand te geven. In extreme gevallen kwam het zelfs tot 'moordbedreigingen door een kind uitgesproken aan "ongelovigen"' en 'andere kinderen "varkens" noemen en met de vinger aan de keel bewegingen maken'. Ouders zouden de problemen weggelachen hebben.Eerder dan bij de kleuter zelf processen vast te stellen, is het volgens Busch vooral belangrijk aandacht te schenken aan de omgeving en het netwerk van de kleuter. 'We moeten ons de vraag stellen in wat voor milieu een kleuter opgroeit. En vooral: wat gebeurt er als er op lange termijn geen correctie komt?'Die correctie moet op school van de leerkrachten komen. Maar hoe gaan die dan best met zorgwekkend gedrag om? 'In de eerste plaats moeten leerkrachten problematisch gedrag intern melden, om dan samen te kijken hoe het probleem binnen de school best aangepakt wordt. Als er een interventie nodig is, gebeurt dat idealiter in de eerste plaats in de vorm van dialoog tussen de school en de ouders zelf. Blijkt het probleem groter, dan kunnen ander instanties ingeschakeld worden om invloed uit te oefenen op het milieu van het kind', aldus Busch.Het probleem negeren, is volgens Busch in ieder geval uit den boze. 'Maar anderzijds is het ook fout om te overreageren', zegt hij. 'Je moet het gedrag van een kind ook niet meteen gaan criminaliseren. Volgens mij is het vinden van dat evenwicht de uitdaging voor onze samenleving: ons de vraag stellen waar en hoe we de juiste personen kunnen inzetten om tot een dialoog te komen. Die persoon kan gaan van de directeur tot de turnleraar.'Tot slot moeten we het kind in kwestie niet enkel corrigeren, maar vooral ook beschermen, vindt Busch. 'Niet alleen voor slechte invloeden uit de omgeving thuis, maar ook voor de maatschappelijke reactie. Het kan ook niet de bedoeling zijn dat kinderen op de speelplaats als 'radicaal' bestempeld worden.'Ook Bart Soenens, professor in de ontwikkelingspsychologie en onderzoeker aan de Universiteit Gent, relativeert de bevindingen van het rapport. 'De kans is groot dat wat het rapport beschrijft, nogal een oppervlakkig gegeven is. Het gaat waarschijnlijk vooral over imitatiegedrag. De kleuterleeftijd is een leeftijd waarop kinderen nog heel ontvankelijk zijn voor invloeden vanuit de omgeving, vooral van de meest dichte hechtingsfiguren zoals ouders en leerkrachten.''Daar komt nog bij dat kleuters een erg specifieke manier van denken en naar de wereld kijken hebben. Kleuters zijn namelijk sowieso vrij radicaal in hun denken: ze zien de wereld nog heel zwart-wit. Die combinatie van ontvankelijkheid voor boodschappen uit hun dichte omgeving en hun zwart-witdenken zorgt ervoor dat kleuters wel eenvoudig radicale boodschappen opnemen. Maar dat hoeft niet te betekenen dat die boodschappen ook onmiddellijk diepgeworteld zijn in hun denkbeelden en in wie ze zijn. Dat zijn processen die pas in de adolescentie echt vorm krijgen.'Maar is het gedrag dat vastgesteld werd dan zorgwekkend? Ja en neen, zegt Soenens. 'Wat onderzoek over vooroordelen en racisme toont, is dat kleuters door een periode gaan waarin ze geneigd zijn tot vooroordelen op basis van uiterlijke kenmerken, zoals huidskleur. Dat heeft ermee te maken dat kleuters nog niet voorbij de uiterlijke verschijningsvorm van dingen kunnen kijken. Ze gaan mensen die er hetzelfde uitzien als zij sneller bevoordelen. Die tendens daalt meestal al in de lagere school.''Natuurlijk, als je blijvend gebombardeerd wordt met radicale boodschappen die denigrerend zijn naar andere groepen toe, kan dat leiden tot radicalisering op latere leeftijd. Alles hangt ervan af of het kind met zulke boodschappen blijft geconfronteerd worden, en of er een correctie komt. Dat kan bijvoorbeeld een leerkracht zijn die radicale verhalen doorprikt of een multiculturele klasomgeving die het kind leert omgaan met diversiteit. Als die correctie er komt, is de kans groot dat het vastgestelde gedrag gedrag van voorbijgaande aard is.'Soenens benadrukt nog dat die correctie wel voorzichtig moet gebeuren. 'Uit onderzoek is gebleken dat als een kind het gevoel heeft dat er vreemden binnendringen in zijn persoonlijke levenssfeer, dat verzet kan creëren en je een averechts kan bereiken. Dan schermt het kind zich af van je invloed als leerkracht. De manier van communiceren is dus cruciaal.' Iemand die de dialoog aangaat met jongeren die dreigen te radicaliseren, is jihadexpert Montasser AlDe'emeh. Hij zegt zich al langer van het fenomeen bewust te zijn: 'Ik heb al meermaals benadrukt dat in sommige gevallen de indoctrinatie van bij de geboorte start. Dat kunnen veel mensen zich nog steeds niet voorstellen. Ik schrijf erover, ik praat erover, maar het wordt vaak niet ernstig genomen. Er wordt van het probleem weggekeken, ook binnen de moslimgemeenschap.'AlDe'emeh maakt sinds september van vorig schooljaar deel uit van een team dat binnen de scholengroep Brussel de vinger aan de pols houdt en ingrijpt als er radicalisering bij leerlingen dreigt. Sinds het begin van het project ging hij al in tientallen middelbare en lagere scholen bemiddelen.'Scholengroep Brussel ziet al jaren dat er iets moet gedaan worden aan de situatie. Algemeen directeur Jacky Goris heeft mij de kans gegeven om een team op te richten. Daarmee gaan wij langs op scholen en helpen wij kinderen en jongeren om kritisch na te denken. We gaan na waar het probleem zich bevindt. Komen de radicale ideeën van de imam, van een leraar uit de Koranschool, de ouders? En dan gaan we met de personen in kwestie spreken.'De concrete aanpak verschilt van geval tot geval, vertelt AlDe'emeh. 'Als een leerling problematisch gedrag vertoont of problematische dingen zegt, gaan we bijvoorbeeld een klasgesprek organiseren. Soms begeleiden we de leerling ook individueel. Of we gaan met de ouders praten en we blijven de situatie opvolgen. Het gaat erom dat we kinderen en jongeren kritisch leren denken, ze wegtrekken uit het zwart-witdenken en ze introduceren in de wereld van de nuance en het relativeren.'In kleuterscholen is het team voorlopig nog niet tussengekomen.