Filosoof Geoffroy de Lagasnerie geldt in Frankrijk en ver daarbuiten als een briljant en hip boegbeeld van nieuw radicaallinks. Samen met schrijver Edouard Louis en filosoof en historicus Didier Eribon, zijn wettelijke partner sinds 2003, vormt hij een hechte intellectuele en vriendschappelijke drie-eenheid. Wordt een van hen in Frankrijk bekritiseerd, dan gaan ze samen, doorgaans nogal virulent, in de tegenaanval.
...

Filosoof Geoffroy de Lagasnerie geldt in Frankrijk en ver daarbuiten als een briljant en hip boegbeeld van nieuw radicaallinks. Samen met schrijver Edouard Louis en filosoof en historicus Didier Eribon, zijn wettelijke partner sinds 2003, vormt hij een hechte intellectuele en vriendschappelijke drie-eenheid. Wordt een van hen in Frankrijk bekritiseerd, dan gaan ze samen, doorgaans nogal virulent, in de tegenaanval. Anders dan Louis en Eribon, die het milieu van de verpauperde arbeidersklasse waarin ze opgroeiden te boek hebben gesteld, is Lagasnerie afkomstig uit de bemiddelde Franse bourgeoisie. Het weerhoudt hem niet om radicale standpunten in te nemen waarmee hij niet alleen rechts, maar niet zelden ook gematigd links de gordijnen injaagt. Voor Geoffroy de Lagasnerie, soms ook de filosoof van de wanorde genoemd, is politiek een strijd, en zijn links en rechts onverzoenbare antagonisten. In het najaar van 2020 verscheen zijn recentste boek, Sortir de notre impuissance politique, opgevat als een lezing in 74 punten. Volgens Lagasnerie, sympathisant van de (uiterst-) linkse partij La France insoumise, rijgt links de nederlagen aan elkaar door een tekort aan strategisch vernuft en resultaatgericht denken. Anne Hildago, de socialistische burgemeester van Parijs en verwachte linkse presidentskandidate in 2022, noemde het pamflet 'inspirerend'. Waar komt uw gevoel van politieke onmacht precies vandaan? Geoffroy de Lagasnerie: De afgelopen jaren heb ik, zoals veel mensen die ik ken, geparticipeerd in heel veel sociale protestbewegingen: tegen racisme bij de politie, tegen dierenleed, tegen het gevangenissysteem, tegen mannelijke dominantie, tegen klassegeweld, tegen de pensioenhervorming, tegen het migratiebeleid. Ik heb deelgenomen aan manifestaties, bezettingen, stakingen, colloquia. Maar ondanks het soms grote aantal deelnemers en de strijdlust blijf ik achter met een gevoel van onmacht en verlamming. Er gaapt een enorme kloof tussen de energie die linkse mensen in sociale strijd investeren en de objectieve resultaten die ze binnenhalen. Paradoxaal genoeg leidt dat niet tot zelfkritiek over de gekozen actiemiddelen. De voorbije dertig jaar hebben traditionele actiemiddelen zoals stakingen of betogingen in Frankrijk geen enkele grote politieke of sociale overwinning voortgebracht. Maar hoewel de linkerzijde blijft verliezen, zowel maatschappelijk als electoraal, blijft ze vasthouden aan uitgewoonde vormen van protest. Links gedraagt zich als een automaat in plaats van als een strateeg. Waarom hebben traditionele actiemiddelen als stakingen en demonstraties afgedaan? Lagasnerie: Er is gewoon sleet op die formules gekomen. Als iets bekend is, en zelfs door de staat erkend, treedt er gewenning op en verliest een actiemiddel zijn disruptieve, destabiliserende kracht. Het wordt een deel van het politieke spel. Machthebbers houden in hun besluiten al rekening met de mogelijkheid van manifestaties en stakingen. Maar als het verrassingseffect weg is, kan sociaal protest de machtsverhoudingen niet meer wijzigen. Stakingen en betogingen vertonen vandaag meer overeenkomsten met een spektakel, met jezelf in scène zetten als een politiek handelend sujet, dan met echte politieke actie. En dus moeten we op zoek naar meer effectieve actiemiddelen. Daarin staat voor u de 'directe actie' centraal. Lagasnerie: Klopt, en dat kan gaan om een breed scala van acties: het kraken van panden, het bezetten van gebouwen, onderdak geven aan vluchtelingen, slachthuizen blokkeren, rechtszaken aanspannen tegen het beleid en de staat. Een heel belangrijk punt is dat als progressieve bewegingen opnieuw iets willen bereiken, ze de macht over de politieke tijd moeten heroveren. De grote sociale bewegingen van het eind van de 19e eeuw, tot in de jaren 1960, waren altijd strijdbare bewegingen, die iets wilden veroveren: de achturige werkdag, betaald verlof, bescherming tegen arbeidsongevallen, abortus... Bewegingen vóór iets, die hun agenda oplegden en belangrijke maatschappelijke veranderingen afdwongen van regeringen die soms veel meer reactionair waren dan huidige regeringen. Sociale bewegingen van de laatste decennia in Frankrijk zijn haast alleen tégen iets: tegen de ontmanteling van de sociale zekerheid, tegen de hervorming van het arbeidsrecht. Er is nooit eens een staking vóór een zesde week betaald verlof of vóór het nationaliseren van de banken. Terwijl zo'n offensieve agenda veel meer enthousiasme zou opwekken, getuige daarvan de klimaatbeweging. Die heeft de laatste jaren dan ook belangrijke resultaten geboekt, mede dankzij klimaatzaken in heel veel landen, waarbij activisten via de rechtbank een ambitieuzer klimaatbeleid afdwingen. Maar veel vormen van directe actie zijn bij wet verboden. Lagasnerie: Of iets conform de wet is, doet voor mij eigenlijk niet ter zake. Je voert actie in naam van hogere ethische normen zoals rechtvaardigheid en solidariteit. Door middel van een directe actie breng je eigenlijk nu al de nieuwe wereld tot stand waarvoor je ijvert. Heel vaak zul je dan zien dat de staat moet inbinden. Denk aan Carola Rackete, de Duitse scheepskapitein van Sea-Watch die werd gearresteerd omdat ze zonder toestemming een reddingsschip voor migranten in de haven van Lampedusa had aangelegd. Naderhand heeft de rechtbank geoordeeld dat ze handelde conform het zeerecht. Het is nu de toenmalige Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini die zich voor justitie moet verantwoorden. In Frankrijk hadden we Cédric Herrou, die herhaaldelijk is gearresteerd omdat hij migranten de grens tussen Italië en Frankrijk hielp oversteken en ze nadien opving en verzorgde. Uiteindelijk heeft het Grondwettelijk Hof hem gelijk gegeven. Door anders te handelen dan de wet voorschrijft en dankzij een juridische guerrilla, is het Herrou gelukt om de wetten te doen verbreken die van hem een crimineel maakten. Ik geloof dat directe actie voor sociale bewegingen vandaag moet zijn wat de staking was voor de arbeidersbeweging in de jaren 1930. Op de langere termijn pleit u voor een doordachte strategie, een ondergronds plan zelfs, om de instellingen te infiltreren. Wat bedoelt u precies? Lagasnerie: Ik vraag me soms af wat er psychologisch mis is met de linkerzijde. Alles wat ons macht zou kunnen verlenen, lijken we als negatief, oneerbaar of verdacht te beschouwen. Waardoor we dus constant onszelf pijnigen. Hetzelfde met het uitbrengen van je stem bij verkiezingen. Veel linkse mensen gaan niet meer stemmen in Frankrijk, en dat is een groot probleem. Maar om terug te keren naar de instellingen: in een wereld waarin we worden geconfronteerd met sterke machtssystemen, kunnen reële veranderingen alleen systemische veranderingen zijn. Dan raak je dus aan de staat, justitie, het onderwijs, de politie. Links moet een programma op lange termijn opstellen om machtsposities in die instanties in handen te krijgen, en zo de instellingen van binnenuit te veranderen. Dat betekent dus in de praktijk dat linkse mensen rechter, minister, hoogleraar economie, centraal bankier of bedrijfsleider moeten worden. Ik baseer me hier ook op een persoonlijke ervaring. Toen ik rechtenprofessor was aan de Sorbonne, zag ik dat al mijn linkse studenten de staat en de instellingen de rug toekeerden. Ze werden advocaat of actief bij ngo's. De meer rechtse en conservatieve studenten werden onderprefect, hoge ambtenaar of docent aan de universiteit. Wat als het tegenovergestelde het geval was geweest? Dan beschikten we vandaag over machtige hefbomen voor sociale actie. Iets anders: u hebt de beweging van de gele hesjes actief gesteund. Lagasnerie: Absoluut, de hesjes waren een van de grote linkse bewegingen van de laatste jaren. Het was immers een zuiver materialistische beweging: het ging over mensen die honger hebben, mensen die zich niet meer kunnen verplaatsen omdat ze de benzine niet kunnen betalen, mensen die in hun dagelijkse leven worden geconfronteerd met ontberingen en sociaal-economische achterstelling, en die daartegen in opstand komen. Dat maakte van de hesjes een vrij radicale protestbeweging, van mensen die door de Franse politiek helemaal zijn vergeten. De gele hesjes hebben hun realiteit opnieuw het politieke landschap binnengebracht. De zorgen van het perifere Frankrijk, het Frankrijk van de armen, de arbeiders en de steuntrekkers, van al degenen met wie de politiek geen rekening houdt. De gele hesjes werden ook gezien als de stoottroepen van extreemrechts, en sloegen in Parijs en andere steden geregeld de boel kort en klein. Lagasnerie: Natuurlijk was er onder de gele hesjes ook racisme, homofobie en antisemitisme. Maar de vraag die we ons moeten stellen, is: wat doet links als er een beweging opstaat met mensen zoals ze zijn? Karl Marx schreef dat heel wat intellectuelen die de loftrompet staken over de massa en de arbeiders, afstand begonnen te nemen ten tijde van de Commune, de revolutionaire regering die in 1871 een aantal maanden over Parijs heerste. Terwijl auteurs zoals ik, aldus Marx, die principieel meer voorstander waren van een georganiseerde revolutie door de partij en de vakbonden, aan de kant van de Commune zijn gaan staan. Het volk lijkt nooit op het ideaalbeeld dat intellectuelen ervan hebben, zoveel is zeker. Bij de gele hesjes zitten nu eenmaal mensen zoals ze zijn gevormd door de politieke, intellectuele en mediatieke structuren van de afgelopen 20 jaar. Didier Eribon heeft laten zien hoe links de arbeidersklasse aan haar lot heeft overgelaten. Dat heeft de traditionele linkse aanhang in de armen van extreemrechts geduwd. Maar door met die mensen te praten, door hun vergaderingen bij te wonen, door allianties te smeden, kun je ze vaak doen terugkeren naar meer emanciperende en solidaire denkkaders. Maar waren de gele hesjes succesvol? Lagasnerie: Helemaal niet. Ook de toevlucht nemen tot geweld - wat ik níét principieel veroordeel, het ging bovendien vooral om het vernielen van spullen - heeft de beweging niet geholpen. Ook op politieagenten koelden de hesjes vaak hun woede. Lagasnerie: Ja, maar als manifestaties worden omkaderd door een uiterst repressief politieapparaat, en de politie is daar aanwezig als vertegenwoordiger van de staat waartegen je je ongenoegen wilt uiten, is het begrijpelijk dat soms ook agenten in het vizier komen. Ook al is dat strategisch niet verstandig, want men zal je vervolgens onderwerpen aan een extreem machtig repressieapparaat. Dat is ook gebeurd met de gele hesjes. Velen zijn veroordeeld tot zware straffen. Vandaag zitten er nog altijd ongeveer 500 gele hesjes in de gevangenis. De acties van de hesjes zijn dus voornamelijk uitgemond in repressie, zonder echte economische of sociale overwinningen. Geweld kan legitiem zijn, schrijft u, bijvoorbeeld als je de uitwijzing van een migrant wilt verhinderen. Dat soort uitspraken zorgt in Frankrijk voor withete reacties. Lagasnerie: Wat mij dan weer schokt, is dat er nooit wordt gesproken over het geweld van de staat. Als president Emmanuel Macron maatregelen neemt die tot gevolg hebben dat migranten verdrinken in de Middellandse Zee, kort op sociale steunprogramma's, of politiemensen mobiliseert om manifestanten hardhandig uiteen te drijven, laat hij zich zien als een heel gewelddadig personage. Maar er lijkt alleen sprake van een probleem met geweld als het gaat over de mensen op straat, nooit als het gaat over de dominerende of regerende klasse. Los daarvan zijn linkse sociale bewegingen in mijn ogen te veel geobsedeerd door geweld. Ze maken een fetisj van spectaculaire acties, die misschien op het moment zelf heel bevredigend zijn, maar die in de praktijk nauwelijks resultaten opleveren. Geweld om het geweld valt natuurlijk ook nooit goed te praten. Maar er bestaat geen geweldloosheid in een wereld van extreme tegenstellingen. Hoe staat links ervoor ruim een jaar voor de presidentsverkiezingen in Frankrijk? Lagasnerie: Op dit moment is het een ramp. Zoals heel vaak op links zie je de neiging om onderlinge verschillen sterk te benadrukken en het overwicht van partijpolitieke instanties. Vooralsnog lijkt het erop dat elke linkse kandidaat zelfstandig zijn kans wil gaan wagen, om dan elk afzonderlijk 10 procent van de stemmen te behalen, en zo mee een duel tussen Marine Le Pen en Emmanuel Marcon in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen onvermijdelijk te maken. Terwijl de gemeenteraadsverkiezingen hebben laten zien dat sterke linkse allianties, zogenaamde watermeloencoalities, dus ook met de groenen en met La France insoumise, goede scores kunnen behalen, denk aan Grenoble, Bordeaux of Lyon. Het zal aan intellectuelen en burgers zijn om politici te dwingen zo'n brede linkse coalitie te sluiten en te komen tot een equivalent van het programme commun van François Mitterand indertijd: een gemeenschappelijk programma rond een aantal progressieve hervormingen. Zonder iets vergelijkbaars zal links de presidentsverkiezingen van 2022 nooit winnen. Tot slot. U citeert in uw boek twee uiteenlopende succesverhalen waaruit links lering kan trekken: het neoliberalisme aan de ene kant, en de LGBT-beweging aan de andere kant. Lagasnerie: We moeten ons laten inspireren door winnaars, zoveel is zeker. Het neoliberalisme is een goed voorbeeld om te laten zien dat rechtse bewegingen ook heel revolutionair, offensief en inventief kunnen zijn. Neoliberalen werden in de jaren 1960 nog gezien als radicalen en fanatici. Toch zijn ze erin geslaagd in slechts een paar decennia hun programma door te duwen. Dus heb ik me afgevraagd waaruit de succesvolle werkwijze van het neoliberalisme bestond. Dat was om te beginnen de afwezigheid van de obsessie met publieke zichtbaarheid. Het belangrijkste is niet om doorlopend in het nieuws te zitten. Veel doeltreffender is het om gestaag en subtiel machtsposities te veroveren, in bekende handelshogescholen en economische faculteiten met name, boeken te schrijven of zomerscholen te organiseren, ook al nemen er soms maar een handvol mensen aan deel. Zo heeft het neoliberalisme in twintig jaar tijd de geesten ingrijpend veranderd. Door misschien maar duizend mensen te veranderen, maar wel de duizend belangrijkste economische besluitvormers: centrale bankiers, ministers van Economie, grote bedrijfsleiders ... En dat volstond. Wat we daaruit kunnen leren, is dat je zonder sterk in de media aanwezig te zijn, en met heel weinig mensen, de wereld kunt veranderen. Het was een briljante en bewuste strategie. Er zijn teksten bekend van neoliberalen waarin letterlijk staat: we laten de mainstream media aan de marxisten. Ze denken dat ze aan de winnende hand zijn, maar hebben niet in de gaten wat er ondergronds gaande is. We moeten dus als progressieve krachten onze prioriteiten opnieuw scherpstellen. Wat is een doelmatig actiemiddel? Daar reikt het neoliberalisme ons sleutels aan. En de LGBT- beweging? Lagasnerie: Die leert ons het belang van de cultuur. Je verandert de samenleving niet alleen door de wetten te wijzigen, je moet ook de mentaliteiten veranderen - wat de socioloog Emile Durkheim de gewoontes noemt, vastgeroeste manieren om de ander te zien. De sterkte van de homobeweging is dat het een culturele beweging is, die erin is geslaagd de film, het theater, en zelfs de massacultuur, zoals televisieseries, games en comics, binnen te dringen, en zo geleidelijk de geesten heeft weten te transformeren. Mensen zijn daardoor gewend geraakt aan andere soorten realiteiten, andere manieren om liefde te bedrijven, andere lichamen - verwijfde mannenlichamen, translichamen - en dat heeft heel veel veranderd op het vlak van de seksuele vrijheden, voor iedereen.