Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

'Fijn om eens niet louter over rouw te praten', schreef ze vooraf. Bij het begin van onze wandeling door de Gentbrugse Meersen voegt Uus Knops eraan toe dat ze zich lang tegen het etiket van 'rouwexpert' heeft verzet. 'Al heb ik die weerstand gaandeweg wel wat losgelaten.' Knops is psychiater, gespecialiseerd in angst- en stemmingsstoornissen. Drie jaar geleden bracht ze Casper, een rouwboek uit, over de vermissing en het overlijden van haar broer Casper, die in november 2005 met zijn vriend Christophe Fasseur op rugzakreis naar Venezuela vertrok, klaar om na zijn universitaire studie het volle leven te ontdekken. Maar de twee verdwenen van de radar en werden pas na een maandenlange zoektocht teruggevonden, dood, in het nevelwoud bij de bergrivier La Fría. Sinds de publicatie van het boek groeide Knops uit tot een veelgevraagde stem op het vlak van rouw en verdriet. 'Maar mijn leven bestaat uit meer dan rouw alleen', zegt ze terwijl we over het kerkhof van Gentbrugge stappen, de in mist gehulde moerassen tegemoet. 'Ik stop mijn leven graag zo vol mogelijk en ben met veel meer bezig dan enkel met rouw. Sinds ik mijn armen bij wijze van spreken heb geopend en mijn verzet tegen de al te nauwe associatie "Uus Knops? Ha, dat is die van de rouw!" heb opgegeven, komen er gek genoeg ook allerlei andere projecten mijn kant op.' Een van die projecten is Een klein afscheid, het nieuwe boek dat ze samen met haar buurman Joris Hessels uitbrengt. Daarin getuigen veertien mensen over het vaak moeilijke afscheid van mensen die er wél nog zijn: kinderen die hun ouders niet meer zien, vrienden die uit elkaar groeien, oud-collega's die elkaar missen, zelfs iemand die plechtig afscheid neemt van haar eigen identiteit. Uw totemnaam bij de scouts was 'richtinggevende adelaar'. Volgens de verklarende Totemzoeker is de adelaar 'goed ontwikkeld, zowel op lichamelijk als geestelijk vlak'. Klopt dat nog altijd? Uus Knops:Qua geest ontwikkel ik me inderdaad erg graag. Ik ben een enorm 'hoofdig' mens, al van kindsbeen af. Maar qua lichaam is er nog ruimte voor ontwikkeling, zoveel is duidelijk. Dat zal een levenslange opdracht blijven. (lacht) Als kind moesten we van onze vader altijd minimaal drie hobby's uitoefenen: een culturele, een sociale en een sportieve. Ik ben een volhouder - ook dat is eigen aan de adelaar - en dus ben ik de lessen piano en notenleer tot het einde blijven volgen. Ik ben ook bij de gidsen geweest en daarna groepsleider geworden. Maar mijn sportieve hobby's heb ik nooit lang volgehouden. Ik heb elke sport weleens geprobeerd, maar ik heb nog altijd niet dé sport gevonden die bij me past. U hebt een tijdje aan 'Mindful Run' gedaan. Wat heeft dat u gebracht? Knops: Het was een interessante ervaring, en ik kan niet goed verklaren waarom ik het gevoel van toen niet heb kunnen vasthouden. Ik ben ermee begonnen tijdens mijn burn-out, enkele jaren geleden. In die periode werd me ineens duidelijk hoe 'hoofdig' ik leefde: ik had mijn lichaam altijd als een vehikel gezien, als een kruiwagen om mijn hoofd overal naartoe te brengen. Er zorg voor dragen was me vreemd. Tot ik werd teruggefloten door die burn-out, stilviel en merkte dat mijn lichaam evenveel te vertellen had als mijn geest. Uw lichaam schreeuwde om aandacht? Knops: Het was niet zo dat ik het totaal verwaarloosde. Maar als ik al eens ging hardlopen, moest ik dat op voorhand afstemmen met mijn man, want de rest van de dag was ik gegarandeerd niets meer waard. Dan moest hij voor de kinderen zorgen, want ik lag uitgeteld in de sofa. Mijn schoonbroer heeft me in die periode Mindful Run leren kennen, een andere manier van lopen, niet zo prestatiegericht. Ik lette niet langer op mijn hartslag, mijn tijd of de afgelegde afstand, maar wel op mijn ademhaling. Ik probeerde te lopen in het hier en nu, los te komen van de takenlijstjes of de andere gedachten in mijn hoofd, mijn zintuigen te laten werken en alleen door mijn neus in en uit te ademen. Je neus vormt in Mindful Run de brug tussen je hoofd en je hart. Op die manier ga je niet in het rood, want je neus doet dienst als een natuurlijke snelheidsbegrenzer. Ik heb een opleiding gevolgd om coach te worden en heb hier in de Gentbrugse Meersen cursussen gegeven aan kleine groepjes lopers. Superfijn om te doen en ik voelde me echt beter, het lopen bracht me veel rust. Maar ik ben er ondertussen toch weer mee gestopt. Vraag me niet waarom. Luiheid zal zeker een rol spelen. Ik hou sport gewoon nooit lang vol. Ik zal mijn geest altijd voorrang geven. Als ik nog dertig mails moet beantwoorden, zal ik dat altijd eerst doen voor ik mijn lichaam wat aandacht geef. Hoe verzorgt u uw lichaam nu? Knops: Ik wandel veel, dat is minder lastig dan lopen. (lacht) Dagelijks kom ik wel aan mijn 8000 stappen. Daarnaast probeer ik wekelijks naar de gym te gaan, in een industriële loods hier in de buurt. Dan waan ik me altijd even in New York, dat helpt. En padel deed ik graag, maar ik ben out met een tenniselleboog. 'Reinheid, rust en regelmaat' was het motto van uw ouders. Welke mechanismen hebt u in uw leven ingebouwd om een nieuwe burn-out te voorkomen? Knops: Ik schiet op elk van die drie aspecten nog altijd tekort. Ik kan zeker nog gezonder eten en ik kan zeker nog meer slapen. Ik ben een avondmens, ik moet me telkens naar mijn bed slepen. Ik sta dus nog altijd gulzig in het leven. Maar ik heb na mijn burn-out natuurlijk wel wat gesleuteld aan mijn ritme. Op werkvlak hou ik nu veel meer zelf de regie in handen. Ik bepaal zelf hoe hard en hoeveel ik werk, ik wil me niet meer haasten voor een baas. Mijn werk is nu ook veel afwisselender dan vroeger. Zo ben ik vorige week gestopt met een interimjob. Ik wil me nu een paar weken toeleggen op voordrachten geven, en ik wil ook wat meer tijd maken voor de kinderen. Met de oudste, die nu elf is, ga ik in de paasvakantie de laatste honderd kilometer van de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela wandelen. 'Het kan helpen om je leven te zien als een rivier, eerder dan als een meer', schrijft u in Een klein afscheid. 'Als je rivier kolkt door heftige emoties, probeer dan op de oever te staan en te kijken naar wat er gebeurt, in een metapositie.' Waarom rationaliseert u uzelf en uw emoties zo vaak? Knops: Ik doe dat inderdaad graag. Als er iets blijft hangen of als ik met mijn man of kinderen nogal kort omgesprongen ben, probeer ik altijd twee stappen terug te zetten. Wacht even, denk ik dan. Hoe komt dat nu precies? Maar waarom ik alles zo rationaliseer? (denkt na) Om anderen niet het slachtoffer van mijn emoties te laten worden? Of omdat onze emoties minder stuurbaar zijn dan onze rede? Ik word ook nog vaak door mijn emoties overmand, vergis je niet. Onlangs nog, toen iemand me zei dat ze benieuwd was naar 'mijn strenge oordeel' over een toneelstuk. Ik was door die opmerking volledig van de kaart, lichamelijk zelfs. Blijkbaar heb ik het er moeilijk mee als mensen me op een blinde vlek wijzen, zoals het feit dat ik streng zou zijn. Ik dacht dat ik mezelf ondertussen wel goed genoeg kende, maar nee dus. Hebt u nog veel voeling met wie u was voor uw broer stierf? Knops: (denkt na) Toch wel, ja. Ik ben nogal een melancholica. Ik denk vaak terug aan mijn studententijd en de herinneringen die ik uit die periode aan mijn broer heb, zijn nog altijd levendig. We zaten allebei op kot in Gent en zagen elkaar die laatste jaren vaak. Die beelden staan me nog helder voor de geest. Maar of ik na zijn dood veel veranderd ben? Ik denk dat ik sinds zijn dood bewuster níét meer volhoud, al eens van koers durf te veranderen en veel ervaringen wil opdoen. Uw rouwpijn was voelbaar in elke vezel van uw lijf, schrijft u in Casper, een rouwboek. Uw middenrif trok samen, uw maag en darmen kermden, uw schoudergordel blokkeerde. Voelt u het verdriet nog soms lichamelijk? Knops: Nee, die tijd is voorbij. Maar ik heb de rouw wel lang lichamelijk gevoeld, dat klopt. Veel langer dan ik gedacht had. Rouwen gebeurt nu eenmaal ook lichamelijk, al staan we daar nog altijd te weinig bij stil. Ik krijg geregeld reacties van mensen die die passages lezen en me vertellen hoe opgelucht ze zijn dat ze niet de enigen zijn met lichamelijke pijn. Uw broer was net af- gestudeerd als geograaf toen hij naar Venezuela vertrok, u koos voor psychiatrie. Wat trok u zo aan in de menselijke geest? Knops: Ik was al vroeg gefascineerd door ons brein en wat daar allemaal mis mee kan gaan. Mijn moeder is opvoedster, zij zat dus al in de hulpverlening, en mijn vader is erg rationeel. Die twee aspecten samen hebben me, denk ik, tot bij psychiatrie gebracht. U werkt al vijftien jaar als psychiater. Wat hebt u geleerd over onze psyche? Knops: Ik ben vol bewondering voor de veerkracht en het doorzettingsvermogen van individuele mensen. Met de meeste patiënten kan ik - al dan niet met een team - ver raken en mooie stappen zetten, hoe diep ze soms ook zitten als ze bij me terechtkomen. Maar als ik kijk naar het collectieve niveau, naar wat er gebeurt in de geestelijke gezondheidszorg als sector, word ik op slag verdrietig. Hoe komt het toch dat we er niet in slagen om dat als samenleving georganiseerd te krijgen? We falen met z'n allen, al jaren aan een stuk. Ik schaam me er soms voor. We moeten dat toch beter geregeld krijgen? Het is zo normaal dat iemand met een gebroken been naar het ziekenhuis gaat en binnen afzienbare tijd geholpen wordt. Maar in de psychiatrie krijgen we dat niet geregeld. Daar zijn er nog altijd lange wachtlijsten en worden mensen nog veel te vaak van het kastje naar de muur gestuurd. Hoe komt het dat we als maatschappij het gekwetste lichaam hoger inschatten dan de gekwetste geest? Knops: Omdat het zichtbaarder is? En omdat het eenvoudiger te herstellen lijkt? We hebben nog altijd het idee dat de geest veel complexer is dan het lichaam, en met zo veel verschillende factoren te maken heeft. We beschouwen het 'eigen aandeel' van de patiënt in de geestelijke gezondheidszorg ook nog altijd als groter. Elke manier om een geestelijke stoornis te diagnosticeren en te catalogiseren is bovendien ontoereikend, wat bij lichamelijke letsels niet het geval is. Daar is er meer consensus en duidelijkheid. Waaruit put u hoop? Knops: Ik heb veel vertrouwen in de mens. Ik vertrouw erop dat het beter zal worden, door individueel engagement en door inspanningen van het beleid. Ik hoef over het algemeen niet zo veel moeite te doen om hoop te voelen, ook niet als het gaat om de maatschappelijke omgang met rouwen. Een initiatief als de Onumenten (cirkelvormige herdenkingsmonumenten voor de coronadoden in verschillende steden en gemeenten, ontworpen door landschapsarchitect Bas Smets, nvdr), waar ik nauw bij betrokken ben, geeft aan dat rouw steeds beter bespreekbaar wordt en dat er een soort rouwrevolutie aan de gang is. Gelooft u in een hiernamaals? Knops: Ik maak er mijn eigen verhaal van. En dat verhaal verandert vaak. Ik heb niet zo'n stabiel idee over het hiernamaals, maar ik gebruik voor mezelf en voor anderen wel dikwijls de geruststellende woorden dat diegene die overleden is nog altijd aanwezig is. En als mijn vader of moeder sterven, zullen ze herenigd worden met Casper, geloof ik. Maar een duidelijk beeld van wat er op de dood volgt, heb ik niet. (zwijgt even) Soms ben ik erg droevig over wat voorbij is, andere keren denk ik: ook deze droefheid zal ooit weer voorbij zijn, net als alles in dit leven. Dat relativeringsvermogen helpt me om weer verder te gaan.Hebt u veel angsten? Knops: Ik zie de buitenwereld niet meteen als een plek vol gevaren, nee. Al zal mijn kinderen alleen op reis zien gaan altijd wel moeilijk blijven. En door veel verhalen over verlies te horen, spelen er altijd veel scenario's door mijn hoofd en ben ik me altijd bewust van alle gevaren en de broosheid van het leven. Zeker als het om het leven van mijn kinderen gaat. Het liefst van al sla ik mijn vleugels om hen heen, maar tegelijk voel ik de behoefte om hen te doen groeien in hun zelfstandigheid. Wat is voor u de zin van het leven? Knops: Balanceren tussen zorgen voor jezelf en zorgen voor de ander. Een dagelijkse oefening en misschien zullen de twee nooit helemaal in evenwicht zijn, maar ik blijf er in elk geval naar streven.