Sinds het begin van de pandemie staan in het debat erover twee begrippen centraal: immuniteit en solidariteit. Vandaag vertaalt zich dat in de idee dat wie zich laat vaccineren solidair is en anderen niet. Je werkt dan immers mee aan het opbouwen van immuniteit op gemeenschapsniveau. Wie echter wat dieper graaft merkt al gauw dat dit gebaseerd is op een heel eenzijdig begrip van zowel solidariteit als immuniteit. Tijd om het verband tussen beide begrippen kritisch tegen het licht te houden.

***

In Frankrijk wordt al wekenlang betoogd tegen de zogenaamde covid-pas, en in landen waar halsstarrig wordt vastgehouden aan lockdowns zoals Australië zijn intussen traangas en zelfs rubberkogels nodig om ze af te dwingen. Politiek, media en intelligentsia kijken weg of houden vast aan de geruststellende idee dat het gaat om onwetenden of egoïsten met gebrek aan verantwoordelijkheidszin. Mensen die openlijk het vaccin weigeren worden echte outcasts: zij brengen anderen in gevaar en verdienen het volgens sommigen al niet meer om zelf verzorgd te worden als ze covid-19 zouden oplopen. Hoe gemakkelijk is het om de polarisatie louter toe te schrijven aan de domheid of het slechte karakter van anderen? Een vruchtbare dialoog kan enkel ontstaan als we ophouden dit te zien als een strijd tussen goed en kwaad en dit beginnen begrijpen als een politieke breuklijn die niet zal verdwijnen door mensen te beschuldigen en door maatregelen repressief af te dwingen.

Het verschil tussen goed en kwaad en tussen solidair en niet-solidair wordt meestal gemaakt op basis van wetenschappelijke inzichten over immuniteit en hoe dat op groepsniveau te bereiken. In maart 2020 werd onder andere in Nederland en het Verenigd Koninkrijk nog overwogen om het virus vrij te laten circuleren onder jonge en gezonde mensen om op die manier snel groepsimmuniteit te bereiken, maar zowel Mark Rutte en Boris Johnson namen onder druk van wetenschappers en experts uiteindelijk toch verregaande maatregelen om het ziekenhuissysteem te beschermen.

Of dat de juiste beslissing is geweest, valt echter nog te bezien. Het virus uitroeien is niet mogelijk gebleken en het is intussen duidelijk dat dat ook met vaccins niet zal lukken. Vandaag is de wetenschappelijke consensus dat het virus sowieso endemisch zal worden, wat de verwoede pogingen in landen als Australië en Nieuw-Zeeland om naar nul besmettingen te streven hopelijk achterhaald doen lijken en het afwijzen van vaccins door gezonde mensen in een heel ander licht plaatst.

Wat debatten rond immuniteit vooral duidelijk maken is dat ook medische wetenschap door en door politiek is. Immuniteit is niet een louter medisch concept dat technisch moet worden benaderd. Het gaat niet zomaar om wat werkt en wat niet, of wat het meest efficiënt is. Immuniteit is ook een metafoor voor de relatie tussen mens en maatschappij en ligt mee aan de basis van welbepaalde visies over solidariteit en verantwoordelijkheid. Het heeft een politieke en ideologische lading die minstens teruggaat tot in de Oudheid en waar de medisch-wetenschappelijke benadering juist sterk door wordt getekend. Een beter inzicht in de relatie tussen de medische en politieke dimensie ervan kan helpen om de gepolariseerde situatie te ontmijnen.

***

Op Twitter schreef een filosofe dat het virus verder verspreiden vergelijkbaar is met het vervuilen van lucht en water, omdat je daar niet alleen jezelf mee schaadt maar ook anderen, maar die vergelijking snijdt geen hout. Contact met virussen is essentieel om ons immuunsysteem gezond te houden en in zeker zin dus zelfs voor het overleven van de menselijke soort. Dat inzicht is heel recent kracht bijgezet door een studie uitgevoerd in Israël, waaruit blijkt dat de bescherming tegen besmetting met Sars-Cov-2 sterker en duurzamer is na natuurlijke infectie dan na een Pfizer-vaccin. Hoewel het nog slechts om een 'pre-print' gaat is de studie door vooraanstaande epidemiologen al een potentiële bom genoemd. Verrassend is dit nochtans allerminst. Het is immers al langer bekend dat jongeren vaak minder beschermd zijn tegen nieuwe mutaties van griepvirussen dan mensen die al een griep met een oudere variant hebben doorgemaakt.

Dit maakt vaccineren uiteraard niet zinloos, maar dergelijke inzichten bevestigen wel dat wie vandaag pleit voor 'focused protection', niet zomaar kan worden weggezet als onwetend. De ideeën zijn niet fout, maar gaan terug op een andere visie op onze relatie met anderen en met de natuur. Ze nodigen uit tot debat over vragen die verder gaan dan de druk op de zorg. Ze raken aan de zin van het leven, en het fundament van onze relatie met zowel anderen als het bredere ecosysteem waarin we leven.

Dat behelst ook discussie over welke (sociale) offers we als samenleving bereid zijn te brengen voor het verlengen van het leven of het willen vermijden van de verdere verspreiding van dit specifieke virus, maar doorgaans worden hun ideeën simpelweg gereduceerd tot het streven naar vrijheid of het afwijzen van verantwoordelijkheid ten opzichte van de gemeenschap. Het wordt gekaderd als een wij-zij-vraagstuk - gevaccineerden tegenover niet-gevaccineerden, jongeren tegenover ouderen - terwijl het debat zou moeten gaan over welke samenleving we op lange termijn eigenlijk willen en ten koste waarvan we het vermijden van besmettingen op korte termijn kunnen blijven nastreven.

***

Er zijn redenen om aan te nemen dat juist de dominante visie op immuniteit, de visie die aan de basis ligt van lockdownbeleid en massale vaccinatie, gebaseerd is op een afwijzing van de gemeenschap. In die visie wordt de mens gereduceerd tot een geïsoleerde entiteit die van buitenaf wordt bedreigd door een vijandig pathogeen. Dit gaat terug op een diepgeworteld Westers denken, waarin het autonome en afgeschermde individu centraal staat - door Alfred Tauber in 1994 treffend 'the immune self' genoemd. Vandaag verklaart deze visie waarom oorlogsmetaforen zo alomtegenwoordig zijn in de beschrijving en de aanpak van het virus - waarom we 'strijden' tegen een vreemde 'indringer' die ons lichaam van buitenaf 'aanvalt' - en waarom er zoveel gelijkenissen zijn tussen onze angst voor de pandemie en angst voor terrorisme. De oorsprong ervan moet echter in de negentiende eeuw worden gezocht, waarin zowel het denken over het autonome individu als de moderne visie op pathogenen tot ontwikkeling kwam.

In de negentiende eeuw wezen chemici en biologen als Louis Pasteur (1822-1895) en Robert Koch (1843-1910) 'microben' aan als ziekteverwekkers. Ze identificeerden en isoleerden pathogenen en gingen ziekten toeschrijven aan de intrinsieke kenmerken ervan. Tegelijk echter werd het individu in het politieke en vooral economische denken herleid tot een geïsoleerde, autonome kern. De conservatieve idee dat de samenleving een organisch geheel is, werd meer en meer vervangen door progressieve visies waarin het individu en individuele keuzes centraal staan. Als politiek concept gaat het begrip immuniteit bovendien nog verder terug in de tijd. In het boek A body worth defending (2009) voert Ed Cohen het terug op het oude Rome, waar het vrijstelling van plichten ten opzichte van de gemeenschap betekende. Volgens Cohen entte dit politieke en juridische begrip van 'privileges' zich in de negentiende eeuw op het biologische en medische terrein en creëerde het samen met de zeventiende-eeuwse idee van Thomas Hobbes dat zelfbescherming een natuurlijk recht is mee de idee van 'immunity-as-defense'.

***

Het is mede onder invloed van zulke politiek-ideologische ideeën dat we onszelf tot op vandaag zien als afgescheiden van de rest van de wereld, als entiteiten met een binnenkant en een buitengrens die moet worden 'bewaakt'. Het politieke gevolg is dat immuniteit een vrijstelling van het doormaken van bepaalde ziekten kon gaan betekenen, net zoals het in het Oude Rome een vrijstelling betekende van bepaalde verplichtingen ten aanzien van de gemeenschap.

En dit is juist wat veel tegenstanders van streng lockdownbeleid en massale vaccinatie bekampen. Zij vallen terug op de idee dat onze individuele lichamen sowieso met elkaar verbonden zijn - en verbonden moéten zijn met het oog op een duurzame immuniteit waar uiteindelijk de hele gemeenschap beter van wordt.

In toenemende mate hebben ze daarmee bovendien de wetenschap aan hun kant, althans als we ons blikveld niet beperken tot de eng-technische kant van immunologie. In de zogenaamde 'philosophy of immunology' - een onderdeel van de filosofie van de biologie (en breder de filosofie van de wetenschap) - is de binaire tegenstelling tussen het af te schermen lichaam (of zelf) en de ziektemakende indringer de laatste decennia geleidelijk aan vervangen door een meer holistische focus op de constante interactie tussen menselijke lichamen enerzijds en externe micro-organismen anderzijds. Meer en meer wordt die interactie tussen organismen bovendien begrepen en onderzocht in de bredere ecologische context, waarin beide componenten ook voortdurend interageren met andere entiteiten in het ecosysteem - andere micro-organismen, andere lichamen, klimatologische elementen, enzovoort.

De een-op-een-relatie tussen lichaam en ziekteverwekker is vervangen door een relationele benadering, waarin de interactie tussen de verschillende entiteiten vanop verschillende niveaus begrepen kan worden. In medische zin verdwijnt daarmee de focus op het immuunsysteem als een louter defensiemechanisme. In de plaats ervan komt aandacht voor een dynamiek waarin ook rekenschap wordt gegeven van assimilatie en mechanismen van wederzijdse aanpassing, co-habitatie en het ontwikkelen van evenwicht. In de plaats van geïsoleerde lichamen en entiteiten komt een focus op de communicatie en de feedbackloops tussen de verschillende entiteiten in het kader van het bredere eco-systeem.

Vanuit dit perspectief is de dominante aanpak van de pandemie reductionistisch - en op langere termijn zou je de de vraag kunnen stellen of ze vanuit medisch oogpunt de meest succesvolle zal zijn. Terwijl al langer bekend was dat bescherming tegen bepaalde virussen na natuurlijke infectie decennialang verzekerd kan zijn, wordt nu zelfs onderzocht of en hoe organismen aanpassingen aan bacteriën en virussen epigenetisch worden doorgeven aan de volgende generatie. De idee om het virus vrij te laten circuleren onder gezonde mensen en jongeren, zeker nu iedereen de kans heeft gehad om zich te laten vaccineren, is dus vooral ingegeven door een wereldbeeld waarin mensen sowieso van elkaar en van de natuur afhankelijk zijn en dat bovendien gericht is op de langere termijn en op een meer duurzame vorm van immuniteit.

Hoe dan ook is immuniteit niet simpelweg een kwestie van medische wetenschap. Het is tegelijk een politiek concept, dat definieert welk soort gemeenschap we voor ogen hebben. De dominante invulling ervan vandaag staat in zekere zin juist op gespannen voet met échte solidariteit. In zijn boek The age of immunology (2003) kenmerkte David Napier onze bekommernis om het eigen 'zelf' immers als een onvermogen om het vreemde te incorporeren en met verschillen om te gaan. En als we Roberto Esposito mogen geloven is dat op langere termijn nefast, aangezien het 'collectieve lichaam' enkel maar tegen gevaar geïmmuniseerd kan worden door het gevaar binnen de beschermende grenzen toe te laten. In dit licht lijkt het me op z'n minst voorbarig om de tegenstanders van de dominante aanpak egoïsme of naïeve zweverigheid te verwijten. Zij richten zich immers niet op het eigen 'zelf', maar juist op de relatie met anderen en de natuur.

***

Een wetenschap-filosofische blik leert dus dat de logica ook kan worden omgedraaid en dat de gemeenschap niet zozeer onder druk komt te staan door tegenstanders van isolatiemaatregelen, maar juist door wie afscherming, isolatie en massale vaccinatie eist. Critici van politiek afgedwongen en integrale isolatiemaatregelen kan in ieder geval niet zomaar een gebrek aan solidariteit en verantwoordelijkheid worden verweten. Zij vertrekken vooral van een ander wereldbeeld, met een meer holistisch en ecologisch begrip van immuniteit, waarin de relatie tussen het zelf en de ander juist sterker is en de visie op immuniteit duurzamer. Verzetten doen ze zich tegen een wereldbeeld waarin individuen zich onttrekken aan het menselijke ecosysteem met het oog op de eigen veiligheid en daarbij van anderen hetzelfde eisen.

Sinds het begin van de pandemie staan in het debat erover twee begrippen centraal: immuniteit en solidariteit. Vandaag vertaalt zich dat in de idee dat wie zich laat vaccineren solidair is en anderen niet. Je werkt dan immers mee aan het opbouwen van immuniteit op gemeenschapsniveau. Wie echter wat dieper graaft merkt al gauw dat dit gebaseerd is op een heel eenzijdig begrip van zowel solidariteit als immuniteit. Tijd om het verband tussen beide begrippen kritisch tegen het licht te houden. ***In Frankrijk wordt al wekenlang betoogd tegen de zogenaamde covid-pas, en in landen waar halsstarrig wordt vastgehouden aan lockdowns zoals Australië zijn intussen traangas en zelfs rubberkogels nodig om ze af te dwingen. Politiek, media en intelligentsia kijken weg of houden vast aan de geruststellende idee dat het gaat om onwetenden of egoïsten met gebrek aan verantwoordelijkheidszin. Mensen die openlijk het vaccin weigeren worden echte outcasts: zij brengen anderen in gevaar en verdienen het volgens sommigen al niet meer om zelf verzorgd te worden als ze covid-19 zouden oplopen. Hoe gemakkelijk is het om de polarisatie louter toe te schrijven aan de domheid of het slechte karakter van anderen? Een vruchtbare dialoog kan enkel ontstaan als we ophouden dit te zien als een strijd tussen goed en kwaad en dit beginnen begrijpen als een politieke breuklijn die niet zal verdwijnen door mensen te beschuldigen en door maatregelen repressief af te dwingen.Het verschil tussen goed en kwaad en tussen solidair en niet-solidair wordt meestal gemaakt op basis van wetenschappelijke inzichten over immuniteit en hoe dat op groepsniveau te bereiken. In maart 2020 werd onder andere in Nederland en het Verenigd Koninkrijk nog overwogen om het virus vrij te laten circuleren onder jonge en gezonde mensen om op die manier snel groepsimmuniteit te bereiken, maar zowel Mark Rutte en Boris Johnson namen onder druk van wetenschappers en experts uiteindelijk toch verregaande maatregelen om het ziekenhuissysteem te beschermen.Of dat de juiste beslissing is geweest, valt echter nog te bezien. Het virus uitroeien is niet mogelijk gebleken en het is intussen duidelijk dat dat ook met vaccins niet zal lukken. Vandaag is de wetenschappelijke consensus dat het virus sowieso endemisch zal worden, wat de verwoede pogingen in landen als Australië en Nieuw-Zeeland om naar nul besmettingen te streven hopelijk achterhaald doen lijken en het afwijzen van vaccins door gezonde mensen in een heel ander licht plaatst.Wat debatten rond immuniteit vooral duidelijk maken is dat ook medische wetenschap door en door politiek is. Immuniteit is niet een louter medisch concept dat technisch moet worden benaderd. Het gaat niet zomaar om wat werkt en wat niet, of wat het meest efficiënt is. Immuniteit is ook een metafoor voor de relatie tussen mens en maatschappij en ligt mee aan de basis van welbepaalde visies over solidariteit en verantwoordelijkheid. Het heeft een politieke en ideologische lading die minstens teruggaat tot in de Oudheid en waar de medisch-wetenschappelijke benadering juist sterk door wordt getekend. Een beter inzicht in de relatie tussen de medische en politieke dimensie ervan kan helpen om de gepolariseerde situatie te ontmijnen.***Op Twitter schreef een filosofe dat het virus verder verspreiden vergelijkbaar is met het vervuilen van lucht en water, omdat je daar niet alleen jezelf mee schaadt maar ook anderen, maar die vergelijking snijdt geen hout. Contact met virussen is essentieel om ons immuunsysteem gezond te houden en in zeker zin dus zelfs voor het overleven van de menselijke soort. Dat inzicht is heel recent kracht bijgezet door een studie uitgevoerd in Israël, waaruit blijkt dat de bescherming tegen besmetting met Sars-Cov-2 sterker en duurzamer is na natuurlijke infectie dan na een Pfizer-vaccin. Hoewel het nog slechts om een 'pre-print' gaat is de studie door vooraanstaande epidemiologen al een potentiële bom genoemd. Verrassend is dit nochtans allerminst. Het is immers al langer bekend dat jongeren vaak minder beschermd zijn tegen nieuwe mutaties van griepvirussen dan mensen die al een griep met een oudere variant hebben doorgemaakt. Dit maakt vaccineren uiteraard niet zinloos, maar dergelijke inzichten bevestigen wel dat wie vandaag pleit voor 'focused protection', niet zomaar kan worden weggezet als onwetend. De ideeën zijn niet fout, maar gaan terug op een andere visie op onze relatie met anderen en met de natuur. Ze nodigen uit tot debat over vragen die verder gaan dan de druk op de zorg. Ze raken aan de zin van het leven, en het fundament van onze relatie met zowel anderen als het bredere ecosysteem waarin we leven. Dat behelst ook discussie over welke (sociale) offers we als samenleving bereid zijn te brengen voor het verlengen van het leven of het willen vermijden van de verdere verspreiding van dit specifieke virus, maar doorgaans worden hun ideeën simpelweg gereduceerd tot het streven naar vrijheid of het afwijzen van verantwoordelijkheid ten opzichte van de gemeenschap. Het wordt gekaderd als een wij-zij-vraagstuk - gevaccineerden tegenover niet-gevaccineerden, jongeren tegenover ouderen - terwijl het debat zou moeten gaan over welke samenleving we op lange termijn eigenlijk willen en ten koste waarvan we het vermijden van besmettingen op korte termijn kunnen blijven nastreven. ***Er zijn redenen om aan te nemen dat juist de dominante visie op immuniteit, de visie die aan de basis ligt van lockdownbeleid en massale vaccinatie, gebaseerd is op een afwijzing van de gemeenschap. In die visie wordt de mens gereduceerd tot een geïsoleerde entiteit die van buitenaf wordt bedreigd door een vijandig pathogeen. Dit gaat terug op een diepgeworteld Westers denken, waarin het autonome en afgeschermde individu centraal staat - door Alfred Tauber in 1994 treffend 'the immune self' genoemd. Vandaag verklaart deze visie waarom oorlogsmetaforen zo alomtegenwoordig zijn in de beschrijving en de aanpak van het virus - waarom we 'strijden' tegen een vreemde 'indringer' die ons lichaam van buitenaf 'aanvalt' - en waarom er zoveel gelijkenissen zijn tussen onze angst voor de pandemie en angst voor terrorisme. De oorsprong ervan moet echter in de negentiende eeuw worden gezocht, waarin zowel het denken over het autonome individu als de moderne visie op pathogenen tot ontwikkeling kwam. In de negentiende eeuw wezen chemici en biologen als Louis Pasteur (1822-1895) en Robert Koch (1843-1910) 'microben' aan als ziekteverwekkers. Ze identificeerden en isoleerden pathogenen en gingen ziekten toeschrijven aan de intrinsieke kenmerken ervan. Tegelijk echter werd het individu in het politieke en vooral economische denken herleid tot een geïsoleerde, autonome kern. De conservatieve idee dat de samenleving een organisch geheel is, werd meer en meer vervangen door progressieve visies waarin het individu en individuele keuzes centraal staan. Als politiek concept gaat het begrip immuniteit bovendien nog verder terug in de tijd. In het boek A body worth defending (2009) voert Ed Cohen het terug op het oude Rome, waar het vrijstelling van plichten ten opzichte van de gemeenschap betekende. Volgens Cohen entte dit politieke en juridische begrip van 'privileges' zich in de negentiende eeuw op het biologische en medische terrein en creëerde het samen met de zeventiende-eeuwse idee van Thomas Hobbes dat zelfbescherming een natuurlijk recht is mee de idee van 'immunity-as-defense'. *** Het is mede onder invloed van zulke politiek-ideologische ideeën dat we onszelf tot op vandaag zien als afgescheiden van de rest van de wereld, als entiteiten met een binnenkant en een buitengrens die moet worden 'bewaakt'. Het politieke gevolg is dat immuniteit een vrijstelling van het doormaken van bepaalde ziekten kon gaan betekenen, net zoals het in het Oude Rome een vrijstelling betekende van bepaalde verplichtingen ten aanzien van de gemeenschap. En dit is juist wat veel tegenstanders van streng lockdownbeleid en massale vaccinatie bekampen. Zij vallen terug op de idee dat onze individuele lichamen sowieso met elkaar verbonden zijn - en verbonden moéten zijn met het oog op een duurzame immuniteit waar uiteindelijk de hele gemeenschap beter van wordt. In toenemende mate hebben ze daarmee bovendien de wetenschap aan hun kant, althans als we ons blikveld niet beperken tot de eng-technische kant van immunologie. In de zogenaamde 'philosophy of immunology' - een onderdeel van de filosofie van de biologie (en breder de filosofie van de wetenschap) - is de binaire tegenstelling tussen het af te schermen lichaam (of zelf) en de ziektemakende indringer de laatste decennia geleidelijk aan vervangen door een meer holistische focus op de constante interactie tussen menselijke lichamen enerzijds en externe micro-organismen anderzijds. Meer en meer wordt die interactie tussen organismen bovendien begrepen en onderzocht in de bredere ecologische context, waarin beide componenten ook voortdurend interageren met andere entiteiten in het ecosysteem - andere micro-organismen, andere lichamen, klimatologische elementen, enzovoort.De een-op-een-relatie tussen lichaam en ziekteverwekker is vervangen door een relationele benadering, waarin de interactie tussen de verschillende entiteiten vanop verschillende niveaus begrepen kan worden. In medische zin verdwijnt daarmee de focus op het immuunsysteem als een louter defensiemechanisme. In de plaats ervan komt aandacht voor een dynamiek waarin ook rekenschap wordt gegeven van assimilatie en mechanismen van wederzijdse aanpassing, co-habitatie en het ontwikkelen van evenwicht. In de plaats van geïsoleerde lichamen en entiteiten komt een focus op de communicatie en de feedbackloops tussen de verschillende entiteiten in het kader van het bredere eco-systeem. Vanuit dit perspectief is de dominante aanpak van de pandemie reductionistisch - en op langere termijn zou je de de vraag kunnen stellen of ze vanuit medisch oogpunt de meest succesvolle zal zijn. Terwijl al langer bekend was dat bescherming tegen bepaalde virussen na natuurlijke infectie decennialang verzekerd kan zijn, wordt nu zelfs onderzocht of en hoe organismen aanpassingen aan bacteriën en virussen epigenetisch worden doorgeven aan de volgende generatie. De idee om het virus vrij te laten circuleren onder gezonde mensen en jongeren, zeker nu iedereen de kans heeft gehad om zich te laten vaccineren, is dus vooral ingegeven door een wereldbeeld waarin mensen sowieso van elkaar en van de natuur afhankelijk zijn en dat bovendien gericht is op de langere termijn en op een meer duurzame vorm van immuniteit.Hoe dan ook is immuniteit niet simpelweg een kwestie van medische wetenschap. Het is tegelijk een politiek concept, dat definieert welk soort gemeenschap we voor ogen hebben. De dominante invulling ervan vandaag staat in zekere zin juist op gespannen voet met échte solidariteit. In zijn boek The age of immunology (2003) kenmerkte David Napier onze bekommernis om het eigen 'zelf' immers als een onvermogen om het vreemde te incorporeren en met verschillen om te gaan. En als we Roberto Esposito mogen geloven is dat op langere termijn nefast, aangezien het 'collectieve lichaam' enkel maar tegen gevaar geïmmuniseerd kan worden door het gevaar binnen de beschermende grenzen toe te laten. In dit licht lijkt het me op z'n minst voorbarig om de tegenstanders van de dominante aanpak egoïsme of naïeve zweverigheid te verwijten. Zij richten zich immers niet op het eigen 'zelf', maar juist op de relatie met anderen en de natuur.***Een wetenschap-filosofische blik leert dus dat de logica ook kan worden omgedraaid en dat de gemeenschap niet zozeer onder druk komt te staan door tegenstanders van isolatiemaatregelen, maar juist door wie afscherming, isolatie en massale vaccinatie eist. Critici van politiek afgedwongen en integrale isolatiemaatregelen kan in ieder geval niet zomaar een gebrek aan solidariteit en verantwoordelijkheid worden verweten. Zij vertrekken vooral van een ander wereldbeeld, met een meer holistisch en ecologisch begrip van immuniteit, waarin de relatie tussen het zelf en de ander juist sterker is en de visie op immuniteit duurzamer. Verzetten doen ze zich tegen een wereldbeeld waarin individuen zich onttrekken aan het menselijke ecosysteem met het oog op de eigen veiligheid en daarbij van anderen hetzelfde eisen.