'Vijf minuten politieke moed.' Meer was er volgens Yves Leterme (CD&V) in 2010 niet nodig om het gerechtelijke arrondissement en de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen. Uiteindelijk volgden er nog vele crisissen in de Wetstraat voor de splitsing een feit was. En als je naar de pas benoemde procureur des Konings van Halle-Vilvoorde luistert, moet je wel concluderen dat de politieke wereld dat gesplitste parket vervolgens volledig aan zijn lot heeft overgelaten.
...

'Vijf minuten politieke moed.' Meer was er volgens Yves Leterme (CD&V) in 2010 niet nodig om het gerechtelijke arrondissement en de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen. Uiteindelijk volgden er nog vele crisissen in de Wetstraat voor de splitsing een feit was. En als je naar de pas benoemde procureur des Konings van Halle-Vilvoorde luistert, moet je wel concluderen dat de politieke wereld dat gesplitste parket vervolgens volledig aan zijn lot heeft overgelaten. Het Openbaar Ministerie houdt al vijf jaar kantoor in het OCMW-gebouw van Asse, met bijbehorend woonzorgcentrum en 'huis van het kind'. Erg 'openbaar' is het niet, want nergens staat aangeduid waar het parket zich precies bevindt. Een eigen onthaalbalie is er niet, het OCMW-personeel moet de bezoekers maar de weg wijzen. De procureur heeft ook geen enkele ruimte waar ze met haar team kan vergaderen. Er zijn geen cellen om een verdachte op te sluiten. Agenten in uniform mogen het gebouw niet betreden, om 'het cliënteel van het OCMW niet af te schrikken'. En omdat Halle-Vilvoorde geen eigen rechtbank heeft, moeten verdachten nog altijd naar Brussel om voor de rechter te verschijnen. 'Welkom in Absurdistan. Onze huisvesting is een parket onwaardig.' Ine Van Wymersch, tot voor kort vooral bekend als woordvoerder van het Brusselse parket, toont ons een kantoortje van zo'n acht vierkante meter groot. De beamer aan het plafond kan maar op een halve muur iets projecteren. 'Dit is dus onze vergaderzaal. Veel te klein voor een teamvergadering. Daarvoor moet ik elders een ruimte huren van het OCMW. (op fluistertoon:) Er circuleert hier een filmpje met een parodie in de stijl van De Ideale Wereld, waarin Kamerlid Servais Verherstraeten (CD&V) een rondleiding krijgt van mijn voorganger Thierry Freyne. Je hoort Verherstraeten in zijn bekende stijl vertellen dat met een laagje nieuwe linoleum en een likje verf alles wel in orde zal komen. En vervolgens struikelt hij in de gang. Hilarisch.' Hoe zit het met de beveiliging? Toen wij binnenkwamen, stonden we plots alleen in een gang waar gerechtelijke dossiers lagen. We hadden makkelijk een stapeltje kunnen meenemen. Ine Van Wymersch: De dossiers die naar de onderzoeksrechter in Brussel moeten, liggen daar onbewaakt, want we hebben geen andere opslagruimte. Maar als er in het Portalisgebouw, waar het parket van Brussel zit, een harde schijf wordt gestolen in het kantoor van een wetsdokter, staat het land wél in rep en roer. Zijn er plannen voor een nieuw gebouw? Van Wymersch: In mijn eerste vergadering als procureur vertelde de kabinetschef van minister van Justitie Koen Geens (CD&V) me dat het parket van Halle-Vilvoorde in het allerbeste geval in 2023 over een eigen gebouw zal beschikken. De plannen zijn er, maar in dit land krijg je zelfs geen tuinhuis gebouwd zonder vertraging. Ik had een constructief gesprek met de minister, maar we zijn twee maanden voor de verkiezingen, dus veel zal er niet meer gebeuren. Is er beveiliging voor de magistraten? Van Wymersch: Nauwelijks, op de badgecontrole na. Magistraten die aan strafbemiddeling doen, zitten met verdachte criminelen in een kleine kamer. Dat moet in een bijgebouw verderop, maar ook daar is geen bewaking of beveiliging. Er zijn ook geen cellen. Wat gebeurt er dan als iemand moet worden opgesloten in afwachting van ondervraging door een parketmagistraat?Van Wymersch: Dan moet die persoon naar Brussel worden overgebracht. Wij stellen de vordering op voor de onderzoeksrechter, versturen die digitaal naar het Brusselse parket en daar wordt de verdachte dan voorgeleid. Als procureur heb je het recht iemand persoonlijk te ondervragen, maar omdat we hier geen cellen hebben en politie in uniform niet binnen mag, kan dat dus niet. Wordt het gebouw 's nachts beveiligd? Van Wymersch: (kort) Er is een alarmsysteem, maar daar ga ik u uiteraard geen verdere uitleg over geven. Ik wil niemand op ideeën brengen. Minister Geens stelt voor om in de volgende regeerperiode 750 miljoen euro extra uit te trekken voor justitie. Van Wymersch: Die middelen hadden al vroeger mogen komen. Ik ben het eens met procureur-generaal Johan Delmulle dat de volgende minister van Justitie ook vicepremier moet zijn. Zo kan die meer gewicht in de politieke weegschaal leggen en impact hebben op de begroting. De splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde was jarenlang hét politieke thema in de Wetstraat, en toch hebben de politici het nieuwe arrondissement niet voldoende middelen gegeven. Van Wymersch: Niet alles is slecht. De wetgever heeft dit gerechtelijk arrondissement opgericht omdat hij vond dat de criminaliteit in de Vlaamse rand een andere aanpak nodig had dan in de hoofdstad. De bedoeling was om justitie dichter bij de burger te brengen. Maar nu is er hier dus niet eens een onthaal op het parket. De burger en de parketmagistraat zien elkaar nog altijd alleen op de rechtbank in Brussel. Dat is het gevolg van de asymmetrische splitsing. Ik kan alleen maar vaststellen dat er op dat punt niets is veranderd. Halle-Vilvoorde heeft ook geen eigen rechtbank van eerste aanleg. Van Wymersch: De splitsing is asymmetrisch omdat de wetgever de rechtbank in Brussel heeft gesplitst in een Nederlandstalige en een Franstalige kamer. Maar dat lost ons probleem niet op, want ze hebben ook een bijzondere taalwet bedacht voor Halle-Vilvoorde. Daardoor kan een verdachte uit Brussel die hier een crimineel feit pleegt, ervoor kiezen om in het Frans vervolgd te worden. Zijn zaak wordt dan behandeld door een Franstalige onderzoeksrechter. Dat is een politieke keuze waar ik me niet over uitspreek. Het probleem is dat we hier niet met tweetalige politiediensten werken. Ik hoef er geen tekening bij te maken dat Nederlandstalige dossierstukken overleggen aan een Franstalige onderzoeksrechter gepaard gaat met vertaalkosten en dus ook vertraging. Toch was u erop gebrand om hier aan de slag te gaan? Van Wymersch: Het zou misschien makkelijker zijn met een eigen rechtbank, een eigen gebouw en zonder taaluitzonderingen, maar ik ga me daar ook niet door laten tegenhouden om doortastend beleid te voeren. Is dat de koppigheid en de ambitie die Ine Van Wymersch kenmerkt? Van Wymersch: (lachend) Dit is mijn streek, ik hou van Halle-Vilvoorde. Die kafkaiaanse toestanden glijden doorgaans van me af als water van een eend, net zoals bij mijn team. Dat is onze mentaliteit: wij nemen onze verantwoordelijkheid op, ook als de politiek dat niet doet. Bovendien kun je in een kleiner parket echt wel het verschil maken. De lijnen met de korpschefs en de gemeentebesturen zijn kort en overzichtelijk. Als ik in een gemeente een nieuw crimineel fenomeen zie, kan ik snel actie ondernemen. Kunt u daar een voorbeeld van geven? Van Wymersch: In Dilbeek zien we in het verlengde van de Ninoofsesteenweg allerlei louche vennootschappen opduiken waarvan we vermoeden dat het dekmantels voor illegale praktijken zijn. Om die aan te pakken zijn geïntegreerde acties nodig met inspectiediensten, het gemeentebestuur, de federale politie enzovoort. Hier is dat geen onoverkomelijke zaak omdat iedereen zich concreet aangesproken voelt. Op de sociale media was er beroering over uw interview in Het Nieuwsblad waarin u vooral vragen kreeg over hoe u deze job zou combineren met uw gezin. Van Wymersch: Die vraag is wel relevant, maar ze is dat niet alleen voor vrouwen en blijkbaar wordt ze bijna nooit aan mannelijke managers gesteld. Is er een glazen plafond in justitie? Van Wymersch: Ja, want als straks Anne-Marie Gepts als procureur van Antwerpen met pensioen gaat, ben ik de enige vrouw in de raad van veertien procureurs des Konings. Er zijn gelukkig veel vrouwelijke magistraten, maar te weinig op directieniveau. U bent ook nog politiek actief geweest. In 2006 deed u mee met de gemeenteraadsverkiezingen op de lijst Jong Overijse Politiek (JOP). Van Wymersch: JOP was een burgerinitiatief van vooral onafhankelijke jongeren. Ik kreeg 412 voorkeurstemmen. Niet eens zo slecht, maar net te weinig om verkozen te worden. U woont in Overijse, in de Vlaamse rand. Bent u flamingant? Van Wymersch: (lacht) Misschien wel, als u daarmee bedoelt dat ik gevoelig ben voor de Vlaamse zaak, maar niet als dat betekent dat je tegen Franstaligen bent. Ik heb heel graag in Brussel gewerkt en voelde me thuis in die Brusselse context waar taal volgens mij geen issue mag zijn. Ik schakel in een gesprek snel over van de ene op de andere taal. Dat is een meerwaarde. Hebt u nog politieke ambities? Van Wymersch: Toen ik in 2006 meedeed met de gemeenteraadsverkiezingen was dat niet echt politiek geïnspireerd. Ik was toen actief in de lokale jeugdwerking en we hadden het gevoel dat we als jongerengroep een stempel zouden kunnen drukken op het lokale beleid. Ik heb nooit gedacht: ik wil later in de politiek gaan en minister van Justitie worden. U doet dit werk liever? Van Wymersch: Dit is voor mij de beste combinatie om iets te kunnen veranderen vanuit een sleutelpositie zónder aan politiek te doen. Leidinggeven en mensen een hecht team laten vormen, dat zit wel in mij. U bent de dochter van de vroegere korpschef van de Brusselse politie Guido Van Wymersch. U bent dus opgegroeid met wilde verhalen over criminaliteit in Brussel? Van Wymersch: Dat viel nogal mee. Thuis werd er weinig over het werk gesproken. Mijn ouders hadden een druk professioneel leven. Mijn moeder was milieumanager bij Tetra Pack. Op een bepaald ogenblik was ze verantwoordelijk voor Centraal- en Zuid-Europa. In het vijfde leerjaar ging ik al alleen van school naar huis. Ik was trots op die zelfstandigheid. Mijn ouders waren er als ik ze nodig had. Zij zijn het bewijs dat professionele ambitie en gezin wél te combineren zijn. Zou u de Brusselse politiezones laten fuseren als u minister was? Van Wymersch: Ik ben gelukkig geen minister, maar ik weet uit ervaring dat de politiezones in Brussel vrij goed samenwerken. Het probleem zit op het bestuursniveau met negentien burgemeesters en daarboven nog eens het Hoofdstedelijk Gewest. Zolang de gemeenten niet gefuseerd zijn, lost een eengemaakt politiecommando niets op. Dat is de rivier proberen over te steken terwijl je met één been op de oever blijft staan. Een onmogelijke spreidstand. U hebt vroeger op het jeugdparket van Brussel gewerkt. Daar spreekt u nog altijd met veel liefde over. Van Wymersch: Dat deel van justitie wordt vaak stiefmoederlijk behandeld. Jeugdmagistraten werden lang niet ernstig genomen, ook niet door andere magistraten, die vonden dat werken met minderjarigen minder belangrijk was dan hun werk met 'echte' criminaliteit. Jeugdmagistraten zijn de generalisten van de magistratuur, want ze krijgen te maken met zedenmisdrijven, geweldsdelicten en alles daartussen. Halle-Vilvoorde is een klein arrondissement, maar in Zaventem bent u bevoegd voor de grootste binnengrens van België. Hoe veilig is de luchthaven vandaag, drie jaar na de aanslagen?Van Wymersch: Voor de passagiers maak ik me niet meer zorgen dan op andere luchthavens. Er zijn belangrijke lessen getrokken uit die aanslagen, maar verbeteringen zijn altijd mogelijk. Voor Zaventem moeten we een duidelijk beeld krijgen van de verschillende vormen van criminaliteit in en rond de luchthaven en goed afspreken wie wat gaat aanpakken. Airport crime gaat zeer breed. Van smokkel van drugs en wapens tot illegale invoer van bedreigde planten- en diersoorten. Elke vorm vraagt specifieke kennis en een gerichte aanpak. Daarvoor zitten we samen met de luchthavenpolitie, onze federale gerechtelijke politie, de Staatsveiligheid, de douane en de uitbater van de luchthaven. De uitbater heeft uiteraard enorme commerciële belangen en vertegenwoordigt ook de privéveiligheidsdiensten die op de luchthaven actief zijn. Je moet zicht krijgen op wie met welke badge toegang heeft tot welke delen van het luchthavencomplex, enzovoort. De luchthavenpolitie kan bijvoorbeeld drugkoeriers aanpakken en de federale gerechtelijke politie de georganiseerde netwerken die cocaïne smokkelen in orchideeën. Er zijn zeker al stappen gezet, maar nog niet genoeg. U bent een vurig bepleiter van de 'slachtofferreflex': wat bedoelt u daar precies mee? Van Wymersch: Bij elke stap die je als magistraat zet, moet je je afvragen of die zinvol is voor het slachtoffer. Bij een controle op vervoersbewijzen in het openbaar vervoer bijvoorbeeld, kan het gebeuren dat we op een verboden wapen stoten. Een vrouw die laat op de avond van haar werk komt en een pepperspray bij zich heeft. Een pepperspray is een verboden wapen. Strikt gezien stelt die vrouw zich bloot aan vervolging, maar daar ligt mijn prioriteit niet. Mocht diezelfde pepperspray aangetroffen worden bij jongeren die stenen gooien naar de politiediensten en zich met een pepperspray verzetten tegen hun arrestatie, dan zou ik wel vervolgen. In se gaat het om dezelfde pepperspray, maar een goed vervolgingsbeleid heeft niet alleen met strikt juridische regels te maken, ook met gezond verstand. Een ander voorbeeld zijn slachtoffers die inzage vragen in het onderzoeksdossier. In plaats van een standaardbrief te sturen dat zoiets niet kan in het belang van het onderzoek, moet je als magistraat nadenken of je onderzoek echt in het gedrang komt als je wél inzage geeft. Magistraten hebben vaak de houding: de burger moet ons laten werken en erop vertrouwen dat we dat goed doen. Wel, die tijd is voorbij. Het is omgekeerd: wij moeten aanvaarden dat we het vertrouwen van de burger moeten verdienen. Burgers hebben recht op informatie over wat we doen. Als je een zaak seponeert, wat belet je dan om een slachtoffer daarover uitleg te geven, al ben je daar wettelijk niet toe verplicht? Als je je beslissing toelicht, leert de ervaring me, zullen slachtoffers de seponering sneller aanvaarden. Dat geeft ze meer een gevoel van rechtvaardigheid, dan wanneer ze tegen een muur van stilzwijgen botsen. Uw prioriteiten zijn woninginbraken, verkeersveiligheid, intrafamiliaal geweld en radicalisme. Waarom? Van Wymersch: Ik moet een evenwicht zoeken tussen de prioriteiten van het nationale veiligheidsplan, de plannen van lokale politiezones en de richtlijnen van het parket-generaal. De kunst bestaat erin om dat te vertalen naar je eigen arrondissement. Neem woninginbraken. Als bij een bedrijf een bedrijfswagen wordt gestolen, zal de fleetmanager wellicht een andere auto bestellen en dat afhandelen. De werknemer die met dat voertuig reed, zal daar geen trauma aan overhouden. Als de privéauto van die werknemer uit zijn garage wordt gestolen, zal hij zich wél slachtoffer voelen en is de impact veel groter. In mijn vervolgingsbeleid zal ik meer belang hechten aan de woninginbraken dan aan de bedrijfsinbraken, zonder de bedrijfsinbraken te banaliseren. Maar wanneer je een beperkte capaciteit hebt op het niveau van politie en parket, moet je keuzes maken. De individuele burger gaat voor? Van Wymersch: Voor wie werken we anders dan voor die burger? Neem drugs. Als lokaal parket moeten we niet het grote drugskartel uit Colombia proberen op te rollen. Ik zet in op drugs op de scholen in Halle-Vilvoorde. Mijn rol is niet zozeer preventie, dat is een opdracht voor de bestuurlijke politie. Maar ik ondersteun mee politieacties in scholen en voer dan een aangepast vervolgingsbeleid. Ik vind het belangrijk dat er iemand van het parket aanwezig is bij dat soort acties om een juiste inschatting te maken van welk gevolg we moeten geven aan het gepleegde feit: de minderjarige oriënteren richting hulpverlening, dagvaarden of voorleiden bij de jeugdrechter? Een jongere met een gebruikershoeveelheid op zich zullen we eerder oriënteren naar de hulpverlening. Als er aanwijzingen zijn dat een jongere drugs verkoopt, zullen we hem voorleiden bij de jeugdrechter en strenge maatregelen eisen. Dat is mijn war on drugs. Als je naar drugs zoekt, zul je ze ook vinden en komen ze dus in je statistieken terecht. Het is makkelijker om níét te zoeken, dan kun je beweren dat je gemeente geen drugsprobleem heeft. Maar zo werk ik niet. Ik zoek samenwerking met de scholen en de lokale politie om jongeren te informeren en te waarschuwen voor de gevaren van druggebruik en hoe je daardoor kunt afdwalen richting criminaliteit. Uw parket heeft een onvolledig personeelsbestand. Welke gevolgen heeft dat voor uw werk? Van Wymersch: Bij de afsplitsing werd vastgelegd dat we in Halle-Vilvoorde 20 procent van het bestand van Brussel kregen. Die verdeelsleutel houdt geen rekening met de reële werklastmeting. Ik stel in de praktijk vast dat een personeelsuitbreiding nodig is als we echt doeltreffend willen kunnen optreden. Het bestand van 25 magistraten is door een recente inhaalbeweging bijna volledig aangevuld. Het blijft krap, maar we werken hard. Ook andere diensten zijn onderbezet. Het parket heeft recht op acht ondersteunende juristen, we hebben er vier. Met de helft van het personeel kun je onmogelijk honderd procent presteren. Een ander probleem is de capaciteit bij de lokale en de federale politie. De gerechtelijke directeur van de federale gerechtelijke politie liet me weten dat slechts 65 procent van zijn personeelsbestand is ingevuld. De federale gerechtelijke politie van Halle-Vilvoorde heeft ook geen volwaardig laboratorium, want daar zijn geen middelen voor. Ze kregen wel een tijdje hulp van andere labs, maar die steun is niet eindeloos. Als ik de criminaliteit in mijn arrondissement doeltreffend wil bestrijden, heb ik een volwaardig lab nodig, met goed opgeleide mensen die een bereikbare dienst kunnen verzekeren en tijd, ruimte en materiaal krijgen om kwaliteitsvol werk af te leveren. Hoe evalueert u het justitiebeleid van de voorbije vijf jaar? Van Wymersch: Er is veel bespaard op justitie en de gevolgen daarvan heeft men onvoldoende ingeschat. Anderzijds werden we overspoeld met nieuwe wetgeving. Men ziet ergens een nieuw fenomeen, en hopla er wordt meteen een nieuwe strafwet aangenomen. Er is gewoon geen tijd om dat allemaal te verwerken. Op den duur ben je geneigd te denken dat al die potpourriwetten vaak pourri blijken te zijn, zeker als die wetten na een tijdje ook nog eens worden vernietigd door het Grondwettelijk Hof. Eerst hadden we assisen, dan werd assisen nagenoeg afgeschaft, dan werd die wet vernietigd en nu hebben we dus weer assisen. Dat soort zaken maken we op veel vlakken mee. Ik ben het eens met de procureur-generaal die pleit voor een pauze, zodat we eerst kunnen verwerken wat er nu al is. Voor nieuwe strafwetten zou eerst moeten worden overlegd met de mensen die ze zullen moeten toepassen en uitvoeren. Samengevat: justitiebeleid was vooral een kwestie van kwantiteit en niet van kwaliteit? Van Wymersch: Ja, en in combinatie met de besparingen ondergraaft dat een van de fundamenten van onze democratische samenleving, de rechterlijke macht. Vanuit politieke hoek komt de kritiek dat de rechterlijke macht bij elke vernieuwing of verandering de hakken in het zand zet. Van Wymersch: Dat zal soms kloppen, maar dat geldt zeker niet voor het geheel van de rechterlijke macht. Als magistraten kritiek hebben op bepaalde ingrepen, is die vaak ingegeven door de bezorgdheid dat hun onafhankelijkheid in het gedrang komt. Is dat defensief? Nee, dat is scrupuleus de scheiding der machten in de gaten houden. Als we daar aan laten tornen, belanden we heel vlug op een hellend vlak.