Het leeuwendeel van de kosten in de rusthuizen komt neer op personeelskosten, die automatisch toenemen met de gezondheidsindex. Ook de sociale uitkeringen, met name de pensioenen, worden geïndexeerd. "Een stijging van de rusthuisprijzen als gevolg van de index is dus begrijpelijk en leidt niet tot een relatieve verarming van de bewoners", onderstreept de federatie. Er is echter een 'maar'. Gedurende vijftien jaar stegen de prijzen gelijk met de inflatie. Dat is de laatste vijf jaar niet meer het geval. De reële gecumuleerde groei is gestegen tot 17 procent, terwijl dat de drie voorgaande periodes van vijf jaar beperkt bleef tot respectievelijk 3,5 procent, 0,7 procent en -2,2 procent. In de openbare sector tekent het fenomeen zich iets minder scherp af. De forse prijsstijging is volgens de federatie onder meer een gevolg van de hogere woon- en grondprijzen. Ook is sprake van een inhaalbeweging nadat de reële prijzen waren gedaald tussen 1998 en 2003. Spelen ook mee: hogere architecturale normen en materialen, maar ook de opmars van grotere groepen op de markt. "Het fenomeen vormt een uitdaging voor de toegankelijkheid van de rusthuizen en kan problemen veroorzaken voor de lokale financiën, omwille van de sociale bijstand aan rusthuisbewoners die hun factuur niet kunnen betalen", benadrukt de federatie, die alternatieve pistes naar voren schuift. "Zonder gepast antwoord kan het rusthuis een luxeproduct worden voor iedereen, en nog het meest voor de meest kwestbaren". (Belga)