De politieke zelfbediening draaide de voorbije weken op volle toeren, zowel in de federale als in de Vlaamse regering. De Open VLD en de N-VA bekvechtten openlijk over wie de nieuwe gouverneur van Oost-Vlaanderen mocht leveren. Een paar dagen eerder was er commotie ontstaan nadat de CD&V 'onder de tafel' had beslist dat haar ex-minister Steven Vanackere directeur bij de Nationale Bank moest worden. De volgende dagen is er nog meer op komst. In plaats van 'jobs, jobs, jobs' gaat het om 'postjes, postjes, postjes'.
...

De politieke zelfbediening draaide de voorbije weken op volle toeren, zowel in de federale als in de Vlaamse regering. De Open VLD en de N-VA bekvechtten openlijk over wie de nieuwe gouverneur van Oost-Vlaanderen mocht leveren. Een paar dagen eerder was er commotie ontstaan nadat de CD&V 'onder de tafel' had beslist dat haar ex-minister Steven Vanackere directeur bij de Nationale Bank moest worden. De volgende dagen is er nog meer op komst. In plaats van 'jobs, jobs, jobs' gaat het om 'postjes, postjes, postjes'. Politieke benoemingen lijken in ons land onuitroeibaar. De partijen willen overal hun pionnen en spionnen plaatsen. Zij moeten de partijbelangen verdedigen, het beleid een bepaalde richting uit sturen en cruciale informatie doorspelen. Daarnaast zijn de partijen voortdurend op zoek naar jobs voor ongelukkige en nukkige politici. Ze zijn niet meer verkozen, hebben naast een functie gegrepen, zijn uitgekeken op hun job, moeten beloond worden voor geleverd werk enzovoort. 'Alle partijvoorzitters maken gretig gebruik van de aalmoezenpot die wordt gevoed door mandaten om ontgoochelde partijleden te sussen. Hij stut de voorzitterszetel', schreef voorzitter van de FOD Sociale Zekerheid Frank Van Massenhove, zelf jarenlang kabinetschef, ooit. Een parlementslid verdient vandaag ongeveer 3750 euro netto per maand, plus een forfaitaire vergoeding van 2131 euro, een reiskostenvergoeding enzovoort. Een minister krijgt rond de 10.500 euro netto per maand, plus een onkostenvergoeding van 2000 euro, een auto met chauffeur enzovoort. Een partijvoorzitter ontvangt doorgaans evenveel als een minister. Als zo'n politieke carrière in het slop raakt, wat moet je dan, als je niet kunt terugvallen op bijvoorbeeld een eigen advocaten- of artsenpraktijk of een baan aan een universiteit? Natuurlijk wordt niet elke topfunctie politiek ingevuld, zoals ook niet elke politiek benoemde onbekwaam is. En niet elke jacht op een topjob wordt gedreven door pecuniaire driften - ongetwijfeld zijn veel politici doordrongen van verantwoordelijkheidszin en maatschappelijk engagement. Maar als zo'n 'nieuwe uitdaging' in zicht komt, is het toch altijd weer manoeuvreren en soms zelfs hard vechten. Daarna volgt meestal een koehandel tussen de regeringspartijen om de beschikbare jobs te verdelen. Het belang van de betrokken instellingen of bedrijven staat daarbij nooit voorop. De bekwaamheid van de kandidaat is ondergeschikt. De politieke kleur is doorslaggevend: dát is de essentie van een politieke benoeming. Al decennia vangt de Senaat gezakte politici op. Want naast de rechtstreeks verkozen senatoren en hen die worden aangeduid door de gemeenschappen, bestaan er ook gecoöpteerde senatoren. De politieke partijen kunnen hen uitkiezen. In theorie gidsen ze zo bekwame mensen naar de Senaat, in de praktijk vissen ze politici op die weinig stemmen behaalden of niet verkozen raakten. Recente voorbeelden zijn Etienne Schouppe (CD&V), Caroline Gennez (SP.A), Huub Broers (N-VA), Guido De Padt (Open VLD) of Bart Laeremans (Vlaams Belang). Tot in 2014 had een senator een jaarinkomen van 103.794 euro bruto, met een onkostenvergoeding van 1748 euro per maand. In 2014 werd de Senaat hervormd. De rechtstreeks verkozen senatoren werden afgeschaft. Vandaag zitten in de Senaat vooral door de gemeenschappen aangeduide politici, die daarvoor geen bijkomende vergoeding krijgen. De gecoöpteerde senatoren zijn behouden, maar hun aantal is verminderd. Er zijn er nog 10, van wie 6 uit Vlaanderen: Bert Anciaux (SP.A), Jan Becaus (N-VA), Petra De Sutter (Groen), Steven Vanackere (CD&V), Pol Van Den Driessche (N-VA) en Lode Vereeck (Open VLD). Hun loon werd beperkt: ze krijgen nog de helft van een normale parlementaire vergoeding, wat neerkomt op 43.895,07 euro bruto per jaar, plus een forfaitaire vergoeding van 28 procent op de basisvergoeding. Een gecoöpteerd senator krijgt dus 55.000 euro bruto per jaar. Voor fractieleiders, zoals Vanackere en Anciaux, ligt dat rond de 80.000 euro. Senatoren maken gratis gebruik van het openbaar vervoer. Ook bij de provincie zijn er mooie banen. Tot voor kort waren er in Vlaanderen 30 gedeputeerden, nu zijn er nog 20. Bruto verdienen ze elk ruim 90.000 euro per jaar, maar de provinciegouverneur spant natuurlijk de kroon. Het jaarsalaris van een gouverneur bedraagt 121.154 euro bruto. Hij krijgt ook een woning aangeboden: als hij daar niet op ingaat, krijgt hij een forfaitaire, belastingvrije vergoeding van 2073 euro per maand. De representatiekosten bedragen 3718 euro per maand. Meestal staat ook een auto met chauffeur op de gouverneur te wachten. De Vlaamse gouverneurs worden niet verkozen maar aangesteld door de Vlaamse regering, na een positief advies van de federale ministerraad. Vrijwel altijd komen er politici uit de bus. Een uitzondering is Lodewijk De Witte, die gouverneur van Vlaams-Brabant is sinds het ontstaan van de provincie in 1995. Niet dat de politieke wereld hem vreemd was: De Witte was adjunct-kabinetschef van Louis Tobback (SP.A), tussen 1988 en 1994 minister van Binnenlandse Zaken. Volgend jaar gaat hij met pensioen. De eerste naam van een kandidaat-opvolger circuleert al: Open VLD-voorzitter Gwendolyn Rutten. De meeste gouverneurs zijn gepokt en gemazeld in de politiek. Zo was in West-Vlaanderen ex-Vlaams minister Paul Breyne (CD&V) enige tijd gouverneur en werd hij opgevolgd door zijn partijgenoot Carl Decaluwé, die een paar keer naast een ministersfunctie had gegrepen. In Antwerpen is Cathy Berx gouverneur, ooit CD&V-vicevoorzitter en Vlaams Parlementslid. Wijlen SP.A-voorzitter en Vlaams minister Steve Stevaert was de Limburgse gouverneur van 2005 tot 2009. Na hem kwam Herman Reynders (SP.A), in een vorig leven Vlaams Parlementslid en burgemeester van Hasselt. In Oost-Vlaanderen was André Denys (Open VLD) negen jaar gouverneur, tot in 2013 Jan Briers overnam. Briers is de échte uitzondering: hij kwam niet uit de politiek, maar was topman van het Festival van Vlaanderen en werd door de N-VA voorgedragen als onafhankelijk kandidaat. Hij moet nu worden afgelost, wat de voorbije weken tot de aangehaalde commotie leidde. De Open VLD schoof Carina Van Cauter naar voren, die al meer dan 10 jaar Kamerlid is, maar zij trok haar kandidatuur in. Rond de provincies en gemeenten is er ook nog een jungle aan intercommunales. Dat waren altijd al interessante parkeerplaatsen voor gepasseerde politici. Je kon er, ver weg van de spotlights, makkelijk geld verdienen. De voorbije jaren braken daarover enkele schandalen los. Zo bleken politici bij de Waalse intercommunale Publifin presentiegeld te krijgen voor vergaderingen die ze niet bijwoonden. Bij de Vlaamse intercommunale Publipart bleken de bestuurders dan weer hoge vergoedingen op te strijken waar nauwelijks prestaties tegenover stonden. In ons land zijn er zo'n 19.000 betaalde mandaten. Die van politici worden gepubliceerd in het Staatsblad en zijn online te vinden. Uit de lijst die in augustus verscheen, blijkt dat de CD&V de partij met de meeste betaalde mandaten is. Zakenkrant De Tijd turfde ze en kwam tot het besluit dat CD&V-mandatarissen vorig jaar samen 4190 betaalde postjes hadden, gevolgd door PS (3155), MR (2703), N-VA (1929), Open VLD (1896), CDH (1820), SP.A (1618), Ecolo (537), Groen (375), Défi (153) en Vlaams Belang (31). De rest wordt verdeeld onder lokale partijen. Vooral provincieraadsleden duiken op in intercommunales. Zo is Geert Versnick (Open VLD), die jarenlang gedeputeerde in Oost-Vlaanderen was, ondervoorzitter van Eandis en Elia, voorzitter van Publi-T en Synductis, en bestuurder bij Fluxys. Een ander voorbeeld is Tom Dehaene (CD&V), de zoon van wijlen premier Jean-Luc Dehaene. Hij is gedeputeerde in Vlaams-Brabant, gemeenteraadslid, ondervoorzitter van De Vlaamse Waterweg, bestuurder en lid van het directiecomité van de intercommunale Havicrem, bestuurder en directielid van de Provinciale Brabantse Energiemaatschappij, en heeft daarnaast nog een drietal betaalde bestuursmandaten. Ook kleinere garnalen komen aan de bak. Zo hebben de provincieraadsleden Freija Dhondt (SP.A), Nicole Van Duyse (CD&V), Sylvia Van Meirvenne (Open VLD) en Joop Verzele (CD&V) een bezoldigd mandaat bij Rattenbestrijding Oost-Vlaanderen. De Vlaamse mandatenkampioen is de Antwerpse schepen Koen Kennis (N-VA), met 18 betaalde functies. Hij is bijvoorbeeld voorzitter van ParticipatieMaatschappij Vlaanderen en bestuurder bij intercommunales als FINEA, IMEA, Integan, de haven van Antwerpen, Telenet Vlaanderen. Ten tijde van de trammelant rond de intercommunales liet Kennis weten: 'Ik heb geen probleem met transparantie over mijn bezoldiging. Mijn gemiddeld maandelijks netto inkomen op basis van de belastingaangifte van 2015 bedraagt 7237,15 euro.' Dat is na aftrek van de beroepskosten. Vlaanderen heeft maar vijf provincies: de kans om provinciegouverneur te worden, is klein. En de mogelijkheden om als gedeputeerde, gecoöpteerd senator of bij een intercommunale aan de slag te gaan, zijn de jongste jaren geslonken. Maar sinds enige tijd dient zich een andere interessante piste aan: Europa. De functie van Europarlementslid is een mooie bestemming voor politici die het op nationaal of regionaal vlak voor gezien houden - of die worden buitengekeken. Ex-ministers als Annemie Neyts (Open VLD), Guy Verhofstadt (Open VLD), Jean-Luc Dehaene (CD&V) en Louis Michel (MR) waren of zijn Europarlementslid, net als Kathleen Van Brempt (SP.A), Frank Vanhecke (Vlaams Belang, sinds eind 2011 onafhankelijke) en Gerolf Annemans (Vlaams Belang). Nu al wordt gefluisterd dat Kris Peeters, CD&V-kopstuk in Antwerpen bij de voorbije verkiezingen, zich in 2019 kandidaat zal stellen voor het Europees Parlement, om dan zonder al te veel gezichtsverlies het nationale politieke toneel te verlaten. Europarlementsleden hebben een bezoldiging van 6710 euro netto per maand. Ze krijgen ook een vergoeding van hun reiskosten (maximaal 4264 euro per jaar) en voor hun aanwezigheden op vergaderingen (313 euro per dag). Met hun vaste onkostenvergoeding van 4416 euro per maand betalen ze onder meer de huur van hun kantoor buiten het Europees Parlement. Uit een onderzoek van Knack bleek in 2017 dat 9 van de 21 Belgische Europarlementsleden geen extern kantoor hebben. Bovendien was onduidelijk waarvoor de onkostenvergoeding mag worden gebruikt. Het verzoek van journalisten om daarin inzage te krijgen, werd door het Europees Parlement en de rechtbank geweigerd. Volgens het Hof van Justitie zouden details daarover te persoonlijk zijn, waardoor de privacy van de Europees Parlementsleden zou worden geschonden. En de documenten anonimiseren zou dan weer te veel werk vragen. Veel Europarlementsleden verdienen nog wat bij naast hun functie. Uit een studie van Transparency International EU blijkt dat Guy Verhofstadt, de liberale fractieleider in het Europees Parlement, een van de drie parlementsleden is die de meeste nevenactiviteiten aangeven. Tussen 2014 en 2018 verdiende hij, boven op zijn parlementaire bezoldiging van afgerond 13.000 euro, tussen de 920.614 en 1.425.000 euro bij. Een deel daarvan kreeg hij voor lezingen, maar hij is bijvoorbeeld ook bestuurder bij de Solvay-holding Sofina, waar hij vorig jaar 135.684 euro opstreek. Een prestigieuze functie is die van Europees commissaris: ze is financieel aantrekkelijk en geeft veel macht. Een commissaris wordt altijd door de regering van een lidstaat aangeduid. De afgelopen 35 jaar waren voor ons land achtereenvolgens Willy De Clercq (Open VLD), Karel Van Miert (SP.A), Philippe Busquin (PS), Louis Michel (MR), Karel De Gucht (Open VLD) en nu Marianne Thyssen (CD&V) uitverkoren - allemaal ex-partijvoorzitters, die trouwens altijd goed terechtkomen. De aanduiding van Marianne Thyssen viel in 2014 samen met de vorming van de regering-Michel, en illustreert hoe het in zijn werk gaat. Karel De Gucht had zichzelf graag opgevolgd, Gwendolyn Rutten toonde ook interesse, maar Didier Reynders (MR) maakte volgens waarnemers de meeste kans. Een Eurocommissaris weegt in ons land even zwaar als een vicepremier. De Open VLD vond de Europese functie geen prioriteit, en aangezien Charles Michel (MR) voor het premierschap koos, kwam de Europese baan een CD&V'er toe. Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker zag, omwille van het genderevenwicht, het liefst een vrouw naar de Europese Commissie komen. En dat werd Thyssen, waardoor de CD&V meteen afzag van het premierschap voor Kris Peeters. Thyssen was al sinds 1991 Europarlementslid, en haar promotie werd gezien als een beloning: als CD&V-voorzitster had ze haar partij tussen 2008 en 2010 door een woelige periode geloodst, toen er banken moesten gered en de regeringen-Leterme I, -Van Rompuy en -Leterme II elkaar snel opvolgden. Een Eurocommissaris verdient ruim 20.000 euro bruto per maand. Daar komen nog een aantal vergoedingen bij, bijvoorbeeld van de reiskosten. Knack achterhaalde ooit dat de Europese Commissie in de eerste twee maanden van 2016 in totaal voor 492.249 euro aan reiskosten maakte. Per Eurocommissaris was dat gemiddeld 8790 euro per maand. Marianne Thyssen declareerde toen ook de onkosten voor zeven nieuwjaarsrecepties van de CD&V, het ging alles samen om een luttele 230 euro. 'Evenementen bijwonen is een integraal deel van de job', luidde het. Toen de regering-Michel besliste om Karel De Gucht zichzelf niet te laten opvolgen als Eurocommissaris was hij not amused. Een terugkeer naar de Belgische politiek zat er niet meteen in. Daarbij kwam dat zijn zoon Jean-Jacques na de verkiezingen evenmin een vooraanstaande rol kon opeisen. De familie De Gucht moest worden gepaaid, en na veel duwen en trekken werd Karel De Gucht bestuurder bij Proximus, waar de overheid aandeelhouder is. 'Dat gebeurt niet in het belang van het overheidsbedrijf', becommentarieerde De Tijd, 'maar dient om een intern probleempje van Open VLD op te lossen.' De Gucht was niet de eerste politicus die zo tevreden werd gehouden. In 2013 was ex-minister en -partijvoorzitter Stefaan De Clerck (CD&V) al tot voorzitter van Proximus gebombardeerd, zonder enige ervaring in de telecomsector, nadat hij de burgemeesterssjerp in Kortrijk was kwijtgespeeld. Hij kreeg vorig jaar 186.244 euro bruto voor acht vergaderingen van de raad van bestuur en elf bijeenkomsten van comités bij Proximus. De Gucht ontving 72.000 euro voor acht vergaderingen van de raad van bestuur en twee bijeenkomsten van comités. Hij had van Europa trouwens nog voor drie jaar een overgangspremie van minstens 8333 euro per maand gekregen. Die premie is bedoeld om belangenvermenging te vermijden, maar dat stond de functie van Proximus-bestuurder niet in de weg. Er is nog een ander circuit waar politici terechtkunnen: de talrijke instellingen die België rijk is. De Nationale Bank, bijvoorbeeld, al is daar in het recente verleden maar één rasechte politicus benoemd: Norbert De Batselier (SP.A). Toen hij in 2006 directeur werd, ontstond er commotie omdat hij daarvoor zelf ontslag nam als voorzitter van het Vlaams Parlement en vasthield aan zijn uittredingsvergoeding van 225.600 euro, hoewel een directeur bij de Nationale Bank goed verdient. 'Ik snap niet dat mijn wedde nu ineens een punt van discussie moet vormen', reageerde De Batselier bitter. 'Enkele gefrustreerde mensen spelen spelletjes. (...) Bij de Nationale Bank zal ik zo'n 10.000 euro netto verdienen, nu bedraagt mijn parlementaire wedde zo'n 9000 euro. Is dat dan het einde van de wereld? Ik word gedreven door mijn inzet voor de maatschappij, niet door iets anders.' De meeste directeurs of gouverneurs bij de Nationale Bank hebben op een ministerieel kabinet gewerkt. Dat gold vroeger bijvoorbeeld al voor Fons Verplaetse (CD&V), Luc Coene (Open VLD) en Peter Praet (MR) en geldt vandaag voor Jan Smets (CD&V), Jean Hilgers (CDH), Vincent Magnée (PS), Tim Hermans (Open VLD) en de toekomstige gouverneur Pierre Wunsch (MR). Met de voordracht van Steven Vanackere komt de CD&V nog eens met een echte politicus. Zijn naam circuleerde eerder als gouverneur van West-Vlaanderen, als topman van het christelijke ziekenfonds, van de katholieke onderwijskoepel en van Beweging.net, het vroegere ACW. Bij de Nationale Bank zal hij als directeur afgerond 340.000 euro bruto per jaar verdienen, een onkostenvergoeding krijgen, en in een auto met chauffeur rondgereden worden. Een andere mogelijkheid is een benoeming voor het leven bij het Grondwettelijk Hof, dat onder meer toeziet op de naleving van de grondrechten. Daar zijn ex-minister Erik Derycke (SP.A), CD&V-parlementslid Trees Merckx en ex-minister Fientje Moerman (Open VLD) rechter. Ze ontvangen 8600 euro bruto per maand.Moermans aanstelling viel begin 2018, enkele weken na die van haar partijgenote Annemie Turtelboom, eveneens ex-minister, bij de Europese Rekenkamer in Luxemburg, die de begrotingen van de EU controleert. Daar gelden de benoemingen voor een verlengbare termijn van zes jaar. Turtelboom trad er in de voetsporen van ex-minister Karel Pinxten (eerst CD&V, daarna Open VLD) nadat het Europese agentschap OLAF een onderzoek wegens fraude naar hem had geopend. Turtelboom mag rekenen op een maandelijks basissalaris van 21.472 euro bruto. Nog een Europees vehikel is de Europese Investeringsbank (EIB) in Luxemburg, die leningen verstrekt 'voor projecten die bijdragen tot de EU-doelstellingen'. Voor België is Marc Descheemaecker, ex-NMBS-topman en nu voorzitter van De Lijn, er sinds 2015 bestuurder. Hij was in 2014 N-VA-kandidaat voor het Europees Parlement, maar raakte niet verkozen. België moet al bijna een jaar een naam doorspelen voor het vicevoorzitterschap van de EIB, maar de regering-Michel raakt er niet uit. Descheemaecker zelf wordt genoemd. 'Maar u weet', zo verklaarde hij, 'dat voor zo'n belangrijke post een naam soms wordt genoemd om er een andere naam mee te verbergen.' Daarmee verwees hij subtiel naar twee geïnteresseerde N-VA-ministers: Philippe Muyters en Johan Van Overtveldt. Eerst deed ook de naam van Didier Reynders de ronde, maar hij wil alleen maar naar de EIB gaan als hij er voorzitter kan worden. Premier Michel zou het liefst een Franstalige aanduiden. De EIB-vicevoorzitter krijgt een jaarloon van 276.000 euro bruto. Nog in de internationale sfeer is er de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) in Parijs. In 2011 werd ex-premier Yves Leterme (CD&V) er adjunct-secretaris-generaal. Hij kon rekenen op 11.286,90 euro per maand, belastingvrij, plus extra's, zoals 14 procent van zijn salaris als expattoelage. In 2014 werd hij voorzitter van IDEA, de internationale organisatie voor de promotie van de democratie met hoofdkwartier in Stockholm. Hij verdient er ongeveer 14.500 euro per maand, waarop hij in afspraak met zijn werkgever geen belasting hoefde te betalen. De Belgische fiscus wil niettemin dat hij daarop in ons land belasting betaalt. De raad van bestuur van IDEA zou recent hebben beslist om Letermes voorzitterschap niet te verlengen. Internationaal zijn er tal van instellingen waar nu en dan een post vrijkomt. Sommige, zoals IDEA, zijn nauwelijks bekend, andere hebben een naam die klinkt als een klok, zoals de NAVO. Daar was ex-minister Willy Claes (SP.A) ooit secretaris-generaal, maar de Agusta-smeergeldaffaire dwong hem om af te treden. Op dezelfde functie had ex-minister Pieter De Crem (CD&V) een paar jaar geleden zijn zinnen gezet - tevergeefs. Voor zo'n internationale topjob zijn er natuurlijk ook altijd kandidaten uit andere landen, en dan moet de internationale benoemingspuzzel in je voordeel werken. Dichter bij huis zijn er nog mogelijkheden. Bijvoorbeeld bij de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij, waar binnenkort de topfunctie vacant wordt. Of bij de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen, waar Koen Kennis zoals gezegd voorzitter is. Of bij de GIMV, waar Marc Descheemaecker bestuurder is. Of bij Flanders Investment & Trade, waar Jan Verfaillie (CD&V) regeringscommissaris is. Of de VRT, waar ex-Vlaams minister-president Luc Van den Brande (CD&V) voorzitter is en ex-senator Freya Piryns (Groen) en ex-Vlaams Parlementslid Jan Roegiers (SP.A) bestuurders zijn. Of bij de havenbedrijvenvan Antwerpen, Zeebrugge, Gent en Oostende. En dan heeft elke Vlaamse provincie ook nog zijn Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij, waar telkens heel wat politici bestuurder zijn. Ook bij bedrijven waar de overheid aandelen of een vinger in de pap heeft, zoals Proximus, Bpost, de NMBS, Infrabel, De Lijn, de Nationale Loterij, Belgocontrol enzovoort, kunnen de partijen hun mensen droppen. Tot slot vinden we nog een opvallende reeks SP.A-tenoren terug als voorzitters van universiteiten: Caroline Gennez bij de Universitaire Associatie Brussel, Robert Voorhamme bij de Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen, Willy Claes bij de Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg en Luc Van den Bossche bij de Associatie Universiteit Gent. De voorzitter van de Universiteit Gent is dan weer Sas van Rouveroij, jarenlang Vlaams volksvertegenwoordiger voor de Open VLD. Net als Van den Bossche krijgt hij een jaarlijkse vergoeding van 39.000 euro bruto. Bij de Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg krijgt de voorzitter jaarlijks 62.416 euro plus een onkostenvergoeding van 7000 euro. *** We eindigen met een quote van Wim Moesen. 'Zijn wij een samenleving van grabbelaars die cliëntelisme in stand willen houden? Of zijn wij een samenleving die wordt aangestuurd door staatsmannen en -vrouwen die het algemeen belang dienen? Het antwoord is duidelijk het eerste', zegt de Leuvense professor publieke financiën telkens weer. Politieke benoemingen geven burgers de indruk dat alles zomaar kan, en leidt tot normvervaging. Wat er mis mee is? Alles.