Marc Van Ranst (°1965) was nog een prille tiener toen hij, tussen de indertijd populaire 'Jongens en Wetenschap'-boekenreeks door, een biografie las van de Duitse onderzoeker Robert Koch, ontdekker van de tuberculosebacterie. De twaalfjarige Van Ranst was gefascineerd. Zo veel indruk maakte Kochs biografie dat hij in de kelder van de ouderlijke woning in Boom eigenhandig een lab inrichtte, inclusief microscoop, reageerbuisjes en distillatie- apparaten.
...

Marc Van Ranst (°1965) was nog een prille tiener toen hij, tussen de indertijd populaire 'Jongens en Wetenschap'-boekenreeks door, een biografie las van de Duitse onderzoeker Robert Koch, ontdekker van de tuberculosebacterie. De twaalfjarige Van Ranst was gefascineerd. Zo veel indruk maakte Kochs biografie dat hij in de kelder van de ouderlijke woning in Boom eigenhandig een lab inrichtte, inclusief microscoop, reageerbuisjes en distillatie- apparaten. 'Ik ging wekelijks bij de apotheker producten schooien om daar experimenten mee te doen', vertelde Van Ranst in een gesprek met Humo. Toen enkele jaren later bleek dat zijn microscoop niet krachtig genoeg was om bacteriën goed te observeren, trok hij zijn stoute schoenen aan. Hij stapte naar het ziekenhuis van Boom, 'met het excuus dat ik mijn maturiteitsproef van het middelbaar over resistentie van bacteriën tegen antibiotica wou maken. En of ik daar in het lab wat kon werken. Dat mocht.' Marc Van Ranst, zoon van een onderwijzer en kleinzoon van een metaalarbeider, was de eerste in zijn familie die universitaire studies aanvatte. Hij studeerde tijdens de jaren tachtig geneeskunde aan de universiteiten van Hasselt en Leuven. Maar nog veel bepalender voor zijn verdere carrière noemt hij zelf zijn jaren in New York, begin jaren negentig. In die periode werkte en doctoreerde Van Ranst aan het Albert Einstein College of Medicine. Professor Robert Burk, die daar nog altijd doceert, is Van Ransts passage nog niet vergeten. 'Na zijn geneeskundestudies en tijdens zijn doctoraat vroeg Marc me of hij in mijn lab mocht komen werken', vertelt professor Burk aan de telefoon. 'Ik bestudeerde toen de evolutie van virussen. Ik zag Marc groeien in zijn onderzoek. Die periode is belangrijk geweest voor de rest van zijn carrière. Hij verwierf inzicht in de genetische evolutie van virussen, hoe de natuurlijke selectie werkt, maar ook hoe virussen van dieren op mensen overgaan.' 'Marc bestudeerde het papillomavirus. Dat veroorzaakt bij mensen wratten en baarmoederhalskanker, maar het komt ook voor bij chimpansees, schildpadden en eekhoorns. Hij wilde het in al die soorten bestuderen, want hij was toen al geïnteresseerd in hoe virussen zich verspreiden. Hij ontwikkelde hier inzichten over één virus, maar die inzichten zouden hem later bij SARS of de Mexicaanse griep, goed van pas komen.' Robert Burk typeert de jonge Van Ranst als een gepassioneerde, zeer harde werker, op het maniakale af. 'Marc leerde van mij, van iedereen eigenlijk', vertelt Burk. 'Hij was hongerig naar kennis, hij wilde zich ontwikkelen. Ooit leidde ik een collega op een zaterdagavond om elf uur rond in het lab. En wie zat daar nog te werken? Marc.' 'We deelden een grote liefde voor wetenschap. Hij kon verrukt zijn over een kleine doorbraak. En je kon ook plezier met hem maken. Op een avond had ik hem uitgenodigd bij mij thuis voor een etentje. In plaats van de metro te nemen, heeft hij de hele weg van The Bronx naar Connecticut gewandeld. Dat is echt ver, dat ligt in een andere staat. Niet normaal, maar ook dat is Marc.' Van Ranst zou in 1994 doctoreren in de virologie. Na een verdere specialisatie en doctoraat in de klinische biologie werd hij in 1999 hoogleraar aan de geneeskundefaculteit van de KU Leuven. In datzelfde jaar stond hij mee aan de wieg van het Laboratorium Klinische en Epidemiologische Virologie, een nieuwe afdeling aan het Leuvense Rega Instituut. 'Marc en ik hebben samen die afdeling opgestart', zegt professor Anne-Mieke Van Damme, van het Rega-instituut. 'Wij waren er de eerste hoogleraren. Marc was aanvankelijk vooral gespecialiseerd in de varianten van het papillomavirus. Hij wilde nagaan of het virus was overgegaan van dier op mens of al in de gemeenschappelijke voorouders aanwezig was geweest. Dat sluit nauw aan bij alle vragen die je kunt stellen over de huidige mondiale virusuitbraken.' 'Marc heeft altijd een erg brede interesse gehad. Waar ik mij verdiepte in specifieke virussen, bleef hij heel veel verschillende soorten bestuderen. Hij kon zijn onderzoeksgroep erg enthousiast maken om daarin mee te stappen. Hij legde van in het begin het verband met diagnoses. En voor hem lag ook samenwerken met bedrijven voor de hand. Hij keek naar het grotere plaatje.' Met vele tientallen publicaties in peer reviewed tijdschriften gold Van Ranst begin deze eeuw al als een onbetwiste autoriteit in zijn vakgebied. Maar een publieke figuur zou hij pas worden vanaf 2009, toen ons land maandenlang in de ban was van de Mexicaanse griep. Twee jaar eerder was Van Ranst Piet Vanthemsche opgevolgd als 'interministerieel commissaris influenza', de kopman van een toen nieuw orgaan dat het hoofd moest bieden aan de gevolgen van pandemieën in ons land. Van Ranst kweet zich van die taak op de manier die we inmiddels van hem kennen. 'We moeten bezorgd zijn, ' verklaarde hij, nadat in de lente van 2009 de eerste Europese gevallen van Mexicaanse griep werden gesignaleerd, 'maar we mogen zeker niet in paniek raken.' In de weken en maanden daarna verscheen Van Ranst bijna dagelijks in de media. De 'interministerieel commissaris influenza', die al snel 'de griepcommissaris' zou gaan heten, wijzigde zijn communicatielijn niet. En daar werd hij aan het eind van de crisis voor gefeliciteerd door de immer kritische epidemioloog Luc Bonneux. Dat de Belg zo koelbloedig bleef, was volgens Bonneux voor een belangrijk deel de verdienste van de griepcommissaris. 'De overheidscommunicatie krijgt van mij een 9 op 10', verklaarde Bonneux toen, 'Van Ranst verdient 10 op 10. ' Dat Van Ranst ook tijdens de veel zwaardere coronacrisis aan die communicatielijn - 'wees bezorgd, raak niet in paniek' - vasthoudt, ontlokt ook bij specialisten kritiek. Had hij al niet in een veel vroeger stadium alarm moeten slaan? Pierre Van Damme, hoogleraar epidemiologie aan de Universiteit Antwerpen en 'schaduwexpert' van Van Ranst, vindt zulke vragen legitiem. 'Wetenschappelijke discussie is goed en nodig, maar het is niet geruststellend als verschillende experts verschillende meningen in de krant verkondigen. We hebben beslist nog wel wetenschappelijke discussie te voeren, maar onderling, niet in de krant.' Van Damme pleit om die reden voor een 'taskforce corona', aangevoerd door 'coronacommissaris' Marc Van Ranst. 'Zodat we met één stem spreken. Marc is de geknipte persoon om het woord te voeren. Hij heeft alle competenties. Hij heeft ervaring, kent de Belgische structuren, is diplomatisch genoeg en vooral: hij ziet het grotere geheel. Hij weet dat je ook moet denken aan beddencapaciteit, de rol van de apotheken, de laboratoria, de scholen, noem maar op. Voor die functie moet je breed kunnen kijken en dat kan hij. Als je maatregelen neemt, moet je ook nadenken over de economische impact. Hoe kan je bijvoorbeeld de horeca ondersteunen, als je de cafés sluit? Marc heeft managerscapaciteiten, maar onderschat hem ook niet als wetenschapper. Hij kan steunen op een geweldig team en hij absorbeert en onthoudt heel snel nieuwe informatie.' Van Ransts benoeming tot griepcommissaris was volgens professor Anne-Mieke Van Damme de logische keuze. 'Het sloot aan bij zijn interesses en hij was altijd al een uitstekende communicator. Wat vooral opviel, was dat hij de maatschappij van bij het begin wilde betrekken bij zijn onderzoek. Hij gaf altijd een antwoord op gelijk welke vraag die mensen hem stelden. Hij gaf erg vaak lezingen in parochiezalen over zijn vakgebied. Omdat hij zo goed de vinger aan de pols hield, weet hij nu welke informatie mensen nodig hebben. Hij is erg toegankelijk, hij vindt niemand te min om naar te luisteren. Toen hij vaker in de pers opdook, werd hij door sommige fundamentele wetenschappers eerst wat scheef bekeken. Maar toen hij griepcommissaris werd, groeide het inzicht dat het zinvol is dat academici uit hun ivoren toren komen en hun inzichten vertalen naar het politieke niveau en de samenleving. Nu worden alle wetenschappers aangemoedigd om dat te doen, hij was daar een voorloper in.' Jan Eyckmans, woordvoerder van de Federale overheidsdienst Volksgezondheid, werkte tijdens de griepcrisis van 2009 soms dag en nacht met Van Ranst samen. 'Ik ben al 18 jaar woordvoerder van deze dienst', zegt hij. 'Dat betekent dat ik voortdurend moet samenwerken met experts en wetenschappers. Als ik hen een vraag stel krijg ik in de regel een antwoord dat bestaat uit een Engelstalig rapport van driehonderd bladzijden. Als ik aan Marc een vraag stel komt het antwoord meestal in de vorm van een slagzin of een heldere vergelijking. Ik zal bijvoorbeeld nooit vergeten hoe hij me ten tijde van de Mexicaanse griep uitlegde waarom oudere mensen nauwelijks door dat virus getroffen werden. Het kwam erop neer dat het virus heel sterk leek op een uitloper van de Spaanse griep die deze mensen in hun kindertijd hadden gekregen. Marc vatte dat samen in één, onvergetelijk beeld. "Een virus is voor je lichaam als je eerste lief: het vergeet dat nooit."' Net als tijdens de crisis van 2009 moet Van Ranst ook nu kritiek slikken. Had hij vroeger de noodklokken moeten luiden? Of heeft hij, omgekeerd, net te hard met die klokken geluid? 'Dat is onvermijdelijk, ' zegt Eyckmans, 'en Marc weet dat ook. Je zit in een situatie die per definitie onzeker is. Virussen passen zich aan en kunnen muteren. "Het zijn slimme beestjes", zoals Marc zegt. Ondanks die onzekerheid moet je duidelijke, heldere maatregelen nemen en communiceren. Dat maakt je bijzonder kwetsbaar voor kritiek. Ofwel is de aanpak te drastisch, ofwel net niet drastisch genoeg.' Zijn naaste medewerkers zijn unaniem: kritiek op zijn werk als griepcommissaris lijkt makkelijk van hem af te glijden. Boos wordt Van Ranst slechts bij hoge uitzondering. 'Tijdens de crisis van 2009 heb ik hem één keer echt kwaad zien worden', vertelt Eyckmans. 'Op het hoogtepunt van die crisis kregen we te maken met een race naar de vaccins. Omdat de industrie onmogelijk de hele wereld kon bedienen, vroeg de wetenschap om eerst kwetsbare groepen te vaccineren. Toch schreven een aantal artsen vaccins voor aan fitte topvoetballers. Marc sprak toen op tv de hoop uit dat het spuitje in de voetballersbillen dagenlang pijn zou doen. Zulke uitspraken blijven hangen. En ze hebben er mee voor gezorgd dat de bevolking vandaag beter dan toen begrijpt waar de prioriteit moet liggen.' Samenwerken met Marc Van Ranst: wellicht is niemand meer geschikt om daar iets over te vertellen dan Elke Wollants, zijn labmanager. 'Ik kreeg ooit les van hem', vertelt ze. 'Hij kon studenten echt begeesteren met zijn verhalen over virussen. Zijn presentaties trokken ook de aandacht: veel vieze foto's over afschuwelijke virale ziektes. Een beetje sensationeel, maar bij mij werkte dat wel. (lacht) Toen ik ooit twintig op twintig haalde op zijn examen, waarvoor ik heel hard had gestudeerd, vroeg hij of ik voor hem wilde werken. Die vakantiejob is uitgemond in een echte job. Twintig jaar later werk ik nog altijd voor hem.' Het beeld dat Elke Wollants van Van Ranst schetst, is een beeld dat altijd weer terugkeert: een workaholic, als geen ander gepassioneerd, en niet alleen als het over zijn vakgebied gaat. 'Hij kan niets weggooien, het neigt naar hamsteren', lacht Wollants. 'Zelfs stalen van patiënten van tien jaar geleden wil hij per se bewaren, om - je weet nooit - misschien ooit eens een interessante studie mee te maken. Hij verzamelt ook ongelooflijk veel oude boeken, documenten en schilderijen. Professor Jan Desmyter, zijn voorganger en grote voorbeeld, had veel oude boeken over microbiologie. Hij heeft die na zijn overlijden allemaal geërfd: meer dan tweehonderd stuks die hier allemaal op mijn werkplek - zijn vroegere bureau - stof lagen te vergaren. Op een bepaald moment stond mijn bureau zo vol dat ik hem vroeg om die weg te gooien. Maar dat kon hij niet. Dus heb ik alles in een bestelwagen gestoken en bij hem thuis afgezet. Daar ligt alles nu nog altijd.' Van Ranst profileert zich op sociale media graag als een man met een groot sociaal hart. Het is meer dan een pose, zegt Wollants. 'Ik was laborante, maar hij heeft mij altijd op dezelfde manier behandeld als de doctoraatsstudenten. Toen ik mijn eigen onderzoeksprojecten en promoties kreeg, heeft hij mij heel erg gesteund. Als iemand liet uitschijnen dat ik maar de laborante was, kwam hij tussenbeide. Dat bewonderde ik wel. Het typeert hem ook: hij vindt iedereen evenwaardig, van de schoonmaakster tot de minister. Hij let op de kleintjes, kan niet tegen onrechtvaardigheid. Als iemand weg moet omdat er geen financiering meer is, zal hij alles doen om te zorgen dat die persoon toch elders aan de slag kan. Hij zou nog liever zijn laatste geld uitgeven dan iemand zomaar op straat te zetten. Zo had hij helemaal in het begin nog geen onderzoeksfondsen en toen heeft hij ons uit eigen zak betaald.' En dan is er nog dat olifantenvel, nog zo'n karaktertrek die tijdens gesprekken met medewerkers altijd weer terugkomt. 'Hij oogst geregeld kritiek, ' vertelt Wollants, 'zeker op zijn politieke standpunten op Facebook, maar daar trekt hij zich weinig van aan. Ik hoor hem zelf ook liever praten over virussen dan over politiek. Als wetenschapper is hij altijd opbouwend en probeert hij gerust te stellen, in politieke discussies vind ik dat hij kan overdrijven of te negatief is. Hij kent mijn standpunt: hij is links, ik ben eerder rechts. Maar dat is geen probleem. Ik kan hem alles zeggen. Het enige waar hij niet tegen kan, is dat iemand onrust zaait. Toen Geert Noels tweette dat Marc informatie achterhield, raakte hem dat oprecht. Omdat veel mensen dat lazen, geloofden en onterecht ongerust werden. Dat stoort hem dan wel. Maar tegen andere kritiek is hij wel gepantserd.'