Hij is iemand uit de magere jaren van het Belgisch voetbal. Philippe Clement debuteerde in 1996 in eerste klasse en zwaaide af als Rode Duivel in 2007. Dat is ruwweg de periode tussen het afscheid van Michel Preud'homme en de eerste interlands van Eden Hazard. In die jaren leek niets goed aan het Belgisch voetbal. De Belgen hadden geen techniek, geen snelheid, geen frivoliteit. Speelden de Rode Duivels uit, dan waren de meegereisde fans vaak op één hand te tellen. Het is verleidelijk om de voetballer Philippe Clement te zien als exponent van die ijstijd in het Belgisch voetbal. Hij was een bonkige centrale verdediger, zonder technische franje. Maar dat was niet het voetbal waar hij zelf van droomde.
...

Hij is iemand uit de magere jaren van het Belgisch voetbal. Philippe Clement debuteerde in 1996 in eerste klasse en zwaaide af als Rode Duivel in 2007. Dat is ruwweg de periode tussen het afscheid van Michel Preud'homme en de eerste interlands van Eden Hazard. In die jaren leek niets goed aan het Belgisch voetbal. De Belgen hadden geen techniek, geen snelheid, geen frivoliteit. Speelden de Rode Duivels uit, dan waren de meegereisde fans vaak op één hand te tellen. Het is verleidelijk om de voetballer Philippe Clement te zien als exponent van die ijstijd in het Belgisch voetbal. Hij was een bonkige centrale verdediger, zonder technische franje. Maar dat was niet het voetbal waar hij zelf van droomde. 'Van Philippe Clement herinner ik me vooral zijn niet te stuiten winnaarsdrang', vertelt Aimé Anthuenis, coach van Clement bij Racing Genk en de nationale ploeg. 'Verliezen, zelfs bij een stom oefeningetje op training, maakte hem razend. Maar zijn grote kwaliteit was zijn aandacht voor het collectief. Veel voetballers concentreren zich alleen op hun eigen taak. Als ze in positie lopen en min of meer uitvoeren wat je hen opdraagt, mag je al blij zijn als trainer. Clement coachte, ook door zijn goede positiespel, het hele team. Hij was de dienende speler die de boel bewaakte, zodat de anderen konden schitteren. En hij kon zelf ook sjotten, hè, vergeet dat niet: Philippe Clement was een van de beste koppers die ik ooit heb gezien, zowel offensief als defensief.' De Antwerpenaar begon met voetballen bij Sint-Anneke Sport, stapte over naar Berchem en versierde dan een transfer naar Beerschot, het team waar hij vurig voor supporterde. Hij werd er opgepikt door Racing Genk, toen een tweedeklasser met grote ambities. Clement koos voor Genk omdat hij aan de Hogeschool van Hasselt zijn studie industrieel ingenieur kon voortzetten. Genk trainde immers 's avonds, om de arbeiders binnen de kern ter wille te zijn. Twee maanden later werd de coach ontslagen. De nieuwe trainer, Aimé Anthuenis, eiste dat er overdag zou worden getraind. Clement was zo van zijn melk dat hij een auto-ongeluk veroorzaakte. Tot op vandaag spijt het de huidige coach van Racing Genk dat hij zijn studie niet heeft afgemaakt. Genk promoveerde en werd meteen een sensatie in eerste klasse. Het sterke spitsenduo Branko Strupar-Souleymane Oulare is nog altijd een begrip, maar ook Thordur Gudjonsson, Jacky Peeters, Daniel Kimoni, Besnik Hasi, Ronny Gaspercic, Marc Hendrikx en Davy Oyen waren of werden international. Met die groep wonnen de Limburgers in 1998 de beker, een jaar later volgde de landstitel, maar de kampioenenviering maakte Clement niet meer mee. Vlak voor de bekerfinale tekende hij bij Coventry, toen een Premier League-club. Daar hangt een verhaal aan vast met ironische parallellen. Clement probeerde in de winterstop van '98 een transfer te forceren. Coventry bood een reusachtig loon. Clement speelde het spel hard en Genk kon de centen goed gebruiken. Een woeste Anthuenis viel binnen in de bestuurskamer van Genk: onder geen beding mocht Clement worden verkocht. 'Laat je een sleutelspeler gaan, dan vervliegt het momentum. Terwijl ik voelde dat we op de drempel van het succes zaten', vertelt Anthuenis. 'Alle lof voor het toenmalige bestuur van Genk. Coventry bood een smak geld. Er kleefde letterlijk een prijskaartje aan de beker die we later dat seizoen hebben gewonnen, want de uitgestelde transfer van Clement leverde veel minder op. Of Philippe ontgoocheld was? Niet in die mate dat het zijn prestaties beïnvloedde.' De gelijkenis met de recente stennis rond Alejandro Pozuelo, die een transfer naar Toronto FC forceerde, ligt voor de hand. Met het verschil dat Pozuelo niet inbond en zelfs terugkwam op een gegeven woord. 'Hij wilde niet naast zijn euromillions grijpen', zei Clement daarover. De transfer naar Coventry werd geen succes. Clement kampte voortdurend met blessures. Maar een Belgische voetballer in het buitenland was in die jaren een rariteit en dat krikte wel zijn status bij de Rode Duivels op. Clement maakte zijn debuut bij de nationale ploeg in maart '98. Eén maand later tekende hij bij Coventry, nog eens drie maanden later was hij basisspeler op het WK in Frankrijk. In de 0-0 tegen Nederland stak hij Jimmy Floyd Hasselbaink, tweevoudig topscorer in de Premier League, in zijn broekzak. Zijn hoogtepunt als Rode Duivel beleefde hij in 2002: Philippe Clement was de uitblinker van de barragematchen tegen Tsjechië, een topteam rond Pavel Nedved en Karel Poborsky. Zijn laatste match als international was de 2-0 nederlaag in Finland, een van de zwakste interlands die de Belgen ooit hebben gespeeld. Die wedstrijd moest worden stilgelegd toen een uil zich neervlijde op de deklat. Aan de nationale ploeg dankte Clement zijn transfer naar Club Brugge. De internationals van Club - Gert Verheyen, Eric Deflandre, Dany Verlinden - herkenden Clement als een van hen en drongen aan op zijn komst. De Antwerpenaar werd gehaald als opvolger voor Franky Van der Elst, maar Timmy Simons verdrong hem later op die positie. Club had 40 miljoen Belgische frank betaald voor Clement. Voor die tijd een forse som. Nog voor het woord miskoop viel, schoolde Clement zich om tot centrale verdediger. 'Wat me bij Philippe trof, was hoe minutieus hij zich voorbereidde, zoals een trainer zou doen', zegt Sven Vermant, destijds zijn ploegmakker bij Club. 'De meeste voetballers komen naar het trainingscentrum en voeren dan uit wat de coach heeft voorbereid. Phil wou een training beléven, wou er 100 procent klaar voor zijn. Die gedrevenheid straalde af op de anderen. Iedereen wist dat Philippe ooit trainer zou worden.' De Antwerpenaar speelde uiteindelijk tien jaar bij Club Brugge. Veelzeggend detail: Philippe Clement zou heel zijn Brugse periode in een huurhuis wonen. In het voetbal bestaan er geen zekerheden, redeneerde Clement. Elke wedstrijd kan de laatste zijn. Hij bouwde een huis in Waasmunster: centraal in het land, vlak aan de E17. Veel Belgische voetbalclubs zijn vanuit het Waasland vlot bereikbaar. Zijn huidige werkgever Genk is een uitzondering op de regel. Clement huurt nu een maandelijks opzegbaar appartement in het Kempense Geel, aangezien de Kennedytunnel een te grote hap uit zijn dagen neemt. Na twee uitzwaaiseizoenen bij Germinal Beerschot ging Clement in 2011 aan de slag als beloftetrainer bij Club Brugge. Dat duurde exact drie maanden. Na het ontslag van Adrie Koster werd Clement bij de A-ploeg gehaald. Club sukkelde in die jaren met zijn trainers. Clement was hoofdcoach ad interim na het ontslag van Georges Leekens, en opnieuw nadat Juan Carlos Garrido de laan uit was gestuurd. Pas onder Michel Preud'homme kwam de Brugse trein onder stoom. Clement gaf zijn ogen de kost in de Preud'homme-jaren. Hij noemt de huidige coach van Standard 'zijn sportieve vader.' Het voetbal van Genk onder Clement lijkt op het versmachtende spel van Club onder Preud'homme, maar dan nóg gedurfder. Opmerkelijk is dat Genk niet teert op balbezit, leren de statistieken. Van alle teams in play-off I heeft Genk het minst de bal, op Antwerp na. Genk gunt de tegenstand geen moment rust. Het team jaagt en sluit in, om de bal zo hoog mogelijk op het terrein te veroveren. Het gevolg: teams durven er niet vol voor te gaan tegen Genk. Balverlies is dodelijk. In dat opzicht lijkt het wat op de Rode Duivels onder Roberto Martínez. 'Laat ik een geheim verklappen: eigenlijk wil elke trainer aantrekkelijk, positief voetbal brengen', analyseert Aimé Anthuenis. 'Maar het moet iets opleveren of je ligt eruit: daar zit de angel. Clement beschikt in Genk over snelheid, individueel talent en techniek: hij zou wel gek zijn als hij dat niet benutte. Ik snap waarom men verwijst naar het Club Brugge onder Preud'homme, maar zelf zie ik meer gelijkenissen met mijn Racing Genk van eind jaren negentig. Zoals flankverdediger Joakim Maehle de ploeg aanstuurt, dat doet mij denken aan de voorzetten van Jacky Peeters. Clement zijn grote verdienste is dat hij die spelers overtuigd heeft van hun mogelijkheden. Zijn people management is indrukwekkend, dat bewees hij toen Alejandro Pozuelo vertrok. Binnen Genk zal men gedacht hebben: oei, nu zinken we de dieperik in. Vandaag praat niemand nog over Pozuelo.' In 2017 zocht Club Brugge een opvolger voor Preud'homme. Met Clement en Vermant werkten er twee ambitieuze, jonge coaches achter de schermen bij Club, toch koos men voor de evenmin ervaren Ivan Leko. Met succes: Leko speelde in zijn eerste seizoen kampioen. Maar was er bij de achterblijvers niet het gevoel: waarom ik niet? 'Ik weet zeker dat Philippe jarenlang ontzettend blij was dat hij assistent kon zijn onder Michel Preud'homme', vertelt Sven Vermant. 'Werken onder Preud'homme: dat is een masterclass, hè. Maar in 2017 voelde hij aan dat het tijd was om zelf de lijnen uit te zetten. Kon dat niet bij Club, dan maar bij Waasland-Beveren.' Zijn eerste contract als hoofdcoach betekende voor Clement een halvering van het loon dat hij bij Club Brugge had als assistent. 'Ik begrijp waarom Club Philippe toen geen hoofdcoach heeft gemaakt', zei Timmy Simons in Knack over zijn oude strijdmakker. 'Het is niet evident om met een schone lei te beginnen wanneer je zo lang in een andere rol hebt gewerkt. Ooit keert Philippe door de grote poort terug naar Club.' Simons is nu zelf assistent bij Club Brugge. Clement maakte een knalstart bij Waasland-Beveren, al zat er al vanaf de eerste weken ruis op de relatie. Clement verloor spits Zinho Gano, op dat moment zijn topscorer, aan KV Oostende. Hij was daar bijzonder ontgoocheld over. Dat ging niet over Gano zelf: die speelt nu bij Genk en raakt onder Clement zelden van de bank. De trainer verfoeide het signaal dat dit gaf aan zijn groep. De focus moest liggen op matchen winnen, niet op uitblinken in de hoop te kunnen vertrekken. Ironisch genoeg vertrok Clement zélf al na enkele maanden. Hij werd opgevolgd door zijn oude ploegmakker Sven Vermant, ook toe aan een nieuwe stap. Bij Genk trok Clement de lijn door van bij Waasland-Beveren. Frivool, snel, aanvallend, voetbal. De eerste regel die hij in Limburg invoerde, was dat iedereen elkaar een hand geeft 's ochtends. Later werd dat een vuistje, tegen ziektekiemen. Het idee is dat elke speler, coach of materiaalman even de gelegenheid krijgt om iets te delen. Opdat niemand het gevoel krijgt dat hij op een eiland zit. Het kwikzilveren spel van de Limburgers kwam er niet vanzelf: er wordt pittig getraind bij Genk. En niet alleen tijdens de gezamenlijke trainingsessies. Clement vertelde in de kleedkamer het verhaal van hoe hij als tiener de trappen van het Beerschotstadion opliep om kracht te kweken. Hij verwacht van zijn spelers dat ze nablijven om zich bij te schaven met individuele trainingen. Of het nu is uit groepsdruk of verantwoordelijkheidszin: veel spelers stappen erin mee. De ene werkt aan zijn voorzetten, een ander duikt dieper in de tactische bespreking. Wie geen zin heeft in extra's wordt daarom niet aan de kant geschoven. Dat heeft Clement opgepikt bij Trond Sollied, vijf jaar zijn coach bij Club Brugge. In Het Belang van Limburg vertelde Clement deze anekdote. 'Toen (de Peruaanse spits, nvdr) Andrés Mendoza arriveerde, bleek hij een bon vivant. Als hij niet trainde zoals het hoorde, pakten Timmy Simons, Gert Verheyen of ik hem aan. Tot Trond Sollied me kwam vragen om daarmee te stoppen: "Geef me twee maanden en ik zorg dat hij rendeert." Ik heb toen ingezien dat niet elke speler op dezelfde manier benaderd moet worden. Je moet er geen robotten van maken.' Op één vlak zat het Clement mee bij Genk: de Limburgers kampen al jaren voortdurend met blessures, maar dit seizoen zijn die er niet of amper. Was dat geluk of máákte Clement zijn geluk door sterk aan te dringen op de komst van high performance manager Bram Swinnen? Het heeft er alle schijn van dat trainer Ivan Leko vertrekt bij Club Brugge. Assistent Timmy Simons lijkt zijn logische opvolger, maar die zit er blijkbaar zelf niet zo om te springen. Keert Philippe Clement terug naar de club waar hij in totaal zestien jaar aan de slag is geweest? Het geruchtencircuit zegt van wel, al zweren alle betrokkenen dat er geen onderhandelingen lopen. 'De leegloop bij Racing Genk zal moeilijk te vermijden zijn, toch zou ik Philippe niet per se aanraden om te vertrekken', zegt Aimé Anthuenis. 'Het verschil met mijn tijd is dat elk contract tegenwoordig vol clausules staat. Een voetballer die weg wil, kun je bijna niet meer tegenhouden. Maehle, Berge, Samatta, Trossard en Malinovski zullen op een ander veel meer kunnen verdienen. Hen ervan overtuigen dat het in hun eigen belang is om te blijven, kan alleen als ze geloven dat je ze nog iets te leren hebt. Van de kampioenenploeg vertrekken er sowieso minstens drie. Heb je vervangers waarmee je even goed of zelfs beter kunt doen? Misschien wel. Niemand kent de horizon van Genk beter dan Philippe. Áls hij vertrekt, dan zal het zijn omdat hij er weinig toekomst ziet.' Philippe Clement heeft bij Racing Genk een contract van onbepaalde duur. Daar valt makkelijker onderuit te komen dan een contract met einddatum. Genk wil verder met Clement, maar de besprekingen staan on hold. Meestal is dat codetaal voor: beide partijen weten dat ze niet met elkaar verder gaan. 'De filosofie van Racing Genk en die van Philippe lijken enorm goed met elkaar te matchen', meent Sven Vermant. 'Daarom moet je volgens mij niet noodzakelijk scheiden wanneer een belangrijk deel van de ploeg vertrekt. Genk is een club met een consequente visie. De vervangers zullen passen bij de stijl die Philippe aanhangt. Ik ken de interne werking van de club niet goed genoeg om te weten hoe nauw Clement betrokken wordt bij de opbouw van het nieuwe Genk, maar indien wel: waarom zou hij dan weggaan?'