'De politieke benoemingen hebben in dit land zulk een burgerrecht verworven, dat het hoogst eigenaardig voorkomt hiertegen nog te willen protesteren', schreef de Leuvense professor Luc Huyse in 1975 in De Nieuwe Maand, het tijdschrift voor politieke vernieuwing. Vandaag tieren zulke benoemingen nog altijd welig, ook al roepen partijvoorzitters graag: 'Er moet een einde aan komen!' Zeker nadat een zoveelste schandaal rond gegraai aan het licht is gekomen.
...

'De politieke benoemingen hebben in dit land zulk een burgerrecht verworven, dat het hoogst eigenaardig voorkomt hiertegen nog te willen protesteren', schreef de Leuvense professor Luc Huyse in 1975 in De Nieuwe Maand, het tijdschrift voor politieke vernieuwing. Vandaag tieren zulke benoemingen nog altijd welig, ook al roepen partijvoorzitters graag: 'Er moet een einde aan komen!' Zeker nadat een zoveelste schandaal rond gegraai aan het licht is gekomen. De voorbije weken is de Open VLD opgetreden als makelaar in functies voor partijgetrouwen. Twee uitgerangeerde politici kregen zomaar een goedbetaalde baan in de schoot geworpen. De eerste was Annemie Turtelboom, die begin deze eeuw van de CD&V naar de Open VLD overliep. Ze was toen gecharmeerd door de liberale voorman Guy Verhofstadt, die riep dat hij paal en perk zou stellen aan zaken als, jawel, politieke benoemingen. Turtelboom heeft gedurende haar carrière politiek noch electoraal veel indruk gemaakt. Terwijl ze Vlaams minister van Begroting, Financiën en Energie was - haar laatste bevoegdheid - noemden collega's haar 'Alice in Wonderland'. In 2016 ging ze ten onder aan de commotie rond de Vlaamse energieheffing, de zogenoemde 'Turteltaks'. Na haar ontslag trok ze naar de Verenigde Staten om aan de Yale-universiteit te studeren, wat haar niet belette om Kamerlid te blijven. Vorig week werd ze geroepen om partijgenoot Karel Pinxten te vervangen bij de Europese Rekenkamer, die de begrotingen van de Europese instellingen controleert. De tweede die een mooi geschenk kreeg van Open VLD-voorzitster Gwendolyn Rutten, was ook een vrouw: Fientje Moerman. Zij schopte het tot minister in de federale en viceminister-president in de Vlaamse regering. Uit die laatste regering nam ze in 2007 ontslag, na een affaire rond consultancyopdrachten op haar kabinet. Ze bleef daarna nog volksvertegenwoordiger, maar bij de verkiezingen van 2014 stelde ze zich niet meer kandidaat, uit onvrede met de plaats die haar op de kieslijst was aangeboden. Ook Fientje Moerman trok naar de VS. Als Europees ambtenaar ging ze naar het European Parliament Liaison Office in Washington. Ze werd er ook 'cowgirl' en leerde 'stressvrij koeien drijven', zo vertelde ze. Vorige week werd Moerman opgevist om Etienne De Groot, eveneens van liberale signatuur, op te volgen bij het Grondwettelijk Hof, dat toeziet op de naleving van de Grondwet door de wetgevers in België. Vaak worden de politieke benoemingen goedgepraat met het argument dat voor deze of gene instelling 'het politieke evenwicht moet worden bewaard'. Daarbij rijst de vraag: kan iemand die een controlefunctie uitoefent niet beter géén politieke kleur hebben? Hoe onafhankelijk kunnen mensen als Turtelboom en Moerman hun controlefunctie uitoefenen? Hoe schatplichtig zijn ze, bijvoorbeeld, aan diegenen aan wie ze hun job te danken hebben? Daarnaast kun je, zeker voor belangrijke functies als het lidmaatschap van de Europese Rekenkamer en het rechterschap bij het Grondwettelijke Hof, beter via een examen nagaan wie de beste kandidaten zijn. In het geval van Turtelboom en Moerman luidt de vraag: zijn beide uitverkorenen het meest geschikt voor hun job? Of meer zelfs: zijn ze wel geschikt? Wat weet Turtelboom van begrotingen? Wat weet Moerman van staatsrecht? Eigenlijk moet in dezen één simpele regel gelden: aanwerven en promoveren gebeurt op basis van kwaliteit. Niet op basis van politieke kleur, en zeker niet volgens de inzichten van een partijvoorzitter. In zijn laatste blog schrijft Frank Van Massenhove, voorzitter van de FOD Sociale Zekerheid, dat de benoemingen van Turtelboom en Moerman een cadeau zijn van hun partijvoorzitter als 'een vorm van gutmachung, na de kille manier waarop ze door hun partij politiek kaltgestellt zijn'. Hij voegt eraan toe: 'Hoe jammer toch dat ze niet via de grote poort kunnen binnenkomen als een reële erkenning van hun talenten in een open strijd na het publiekelijk openstellen van de functie. Hoe schandalig ook dat overheidsgeld wordt gebruikt om problemen in een politieke partij op te lossen.' Politieke benoemingen zijn een vorm van graaien. Alle partijvoorzitters maken er graag gebruik van om ontgoochelde partijleden te sussen, trouwe bondgenoten te belonen en politieke vazallen te kweken. Dat ze hun poppetjes blijven plaatsen, leidt niet alleen tot enorme inefficiëntie, het geeft de bevolking ook de indruk dat alles zomaar kan. En zo wordt het normbesef ondergraven.