Parlementslid Paul Van Tigchelt waarschuwt voor de gevolgen van een wetsontwerp waarin het mogelijk zou worden dat de uitvoerende macht – en dus niet de rechterlijke- verenigingen buiten de wet kan stellen. ‘
Artikel 27 van onze Grondwet bepaalt: “De Belgen hebben het recht van vereniging; dit recht kan niet aan enige preventieve maatregel worden onderworpen.”
Ondermeer dit artikel maakt dat onze Grondwet nog steeds kan schitteren als liberaal en vooruitstrevend, waar de vrijheid van elkeen tegen een autoritaire en te bemoeizuchtige overheid vooropstaat.
Dat artikel riskeert echter alle glans, en meer nog, alle bestaansrecht, te verliezen, als de regering verdergaat met het wetsontwerp, dat goedgekeurd werd op de laatste ministerraad van juli, om groeperingen administratief te kunnen verbieden.
Deze wet maakt het mogelijk dat de ministerraad, op voorstel van de minister van binnenlandse zaken, en na advies van de nationale veiligheidsraad (NVR), een groepering, die geacht wordt gevaarlijk te zijn voor de nationale veiligheid, administratief verbiedt.
Met dit wetsontwerp zou het dus de uitvoerende macht zijn, en niet de rechterlijke, die verenigingen buiten de wet kan stellen. Dat hiermee tegen een essentiële stelregel van de rechtsstaat wordt ingegaan, is niet onschuldig: het brengt ons op een hellend vlak waarbij verenigingen, die een boodschap verkondigen die niet naar de zin is van de regering, te vrezen hebben voor hun bestaansrecht. Het volstaat om even rondom ons te kijken, naar figuren als Trump of dichter bij ons Orban, waar men politieke tegenstanders monddood wil maken, om te weten dat dit geen denkbeeldig gevaar is.
Het wetsontwerp blijft (met opzet?) bijzonder vaag over de gronden voor zulk verbod. Naast terrorisme en extremisme, begrippen die netjes zijn gedefinieerd in de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, en die de bevoegdheid van onze inlichtingendienst en het OCAD afbakenen, is er ook sprake van “gewelddadig radicalisme”, een wettelijk niet gedefinieerd begrip.
Verder maakt men zich er vanaf met te stellen dat de noodzakelijkheid en evenredigheid van de beoogde maatregelen moeten zijn vastgesteld. Dit zijn inderdaad essentiële begrippen in onze rechtsstaat, maar het komt niet aan politieke organen toe om deze begrippen te handhaven en te interpreteren. Dat is een ongrondwettelijke tang op een varken.
De premier hechtte bovendien totnogtoe géén enkele waarde aan de Nationale Veiligheidsraad, want hoe anders kan je verklaren dat dit voor onze veiligheid belangrijkste orgaan nog geen enkele keer werd samengeroepen?
Het Regeerakkoord, waarvan het nieuwe wetsontwerp de uitvoering is, verwijst naar Samidoun, een radicale pro-Palestijnse organisatie. Laat mij duidelijk zijn: ik heb geen greintje sympathie voor een organisatie als Samidoun. Maar een behoorlijk kaduk wettelijk kader creëren met enkel deze vereniging voor ogen neigt naar pure maar staatsgevaarlijke symboolpolitiek.
Het staat bovendien in schril contrast met hoe de regering omgaat met Nizar Trabelsi. De veroordeelde terrorist wordt toegelaten op ons grondgebied. Samidoun wordt overigens al een behoorlijke tijd door onze veiligheidsdiensten gevolgd en zo hoort het ook.
Dat men extremistische, terroristische of racistische groeperingen wil aanpakken, verdient alle steun. Die hebben geen enkele plaats in onze samenleving. Dat gebeurde al in het verleden, denk aan Sharia4Belgium waarvan de topman is veroordeeld en tot op vandaag in de cel zit.
Maar dat men daarbij lapidair en met een bot potlood buiten de lijnen van onze rechtsstaat wil kleuren, moet ons zeer ongerust maken.
Binnenkort zal de Raad van State met haar advies komen over het wetsontwerp. Dat rechtscollege zal tussen droom en daad komen te staan en waken over onze grondwet.
Ik hoop dan ook dat de regering tot haar zinnen komt en dat we een debat over zinvolle wetgeving kunnen voeren in het parlement. Laat ons justitie en het strafrechtelijk arsenaal versterken, ter verdediging en versterking van onze rechtsstaat. En geen wetten invoeren die die rechtsstaat onderuit halen.
En wie toch de illusie zou hebben dat wetten die onze grondwet ondergraven een oplossing zijn: de hardware (de extremistische groepering) uitschakelen betekent niet dat de software (het ideeëngoed, de ideologie) wordt uitgeschakeld, wel integendeel.
Paul Van Tigchelt zetelt voor Open VLD in de Kamer.