Jinnih Beels

‘Ondubbelzinnig veroordelen van geweld is geen politiek statement’

Jinnih Beels Gedeputeerde in het Antwerps provinciebestuur, voormalig politiecommissaris en schepen van jeugd

‘Wie grenzen overschrijdt, moet daarop aangesproken en veroordeeld worden. Alleen zo zetten we een eerste stap richting een samenleving waarin geen enkele vorm van geweld een plaats heeft én we zorgen voor zij die voor ons zorgen’, schrijft Jinnih Beels na de rellen op oudejaarsnacht.

Oudejaarsnacht staat traditioneel voor gezelligheid, een glaasje bubbels en vuurwerk. Maar in onze grootsteden krijgt dat vuurwerk de voorbije jaren steeds vaker een andere bestemming: niet de lucht in, maar richting veiligheidsdiensten en hulpverleners. Auto’s worden vernield, speeltuigen in brand gestoken, en de daders blijken almaar jonger. Dat is geen losstaand incidentenverhaal, maar een uiterst verontrustende trend.

En toch blijft het voor sommigen moeilijk om dit crapuleus gedrag ondubbelzinnig te veroordelen.

Zo stelde voormalig Groen-voorzitter Jeremie Vaneeckhout op X dat wie onder-investeert in jeugdzorg, niet verbaasd mag zijn dat deze cyclus van geweld zich bij elke jaarwisseling herhaalt – telkens in steeds hevigere vormen. Dat is niets minder dan platte politieke recuperatie, op de kap van onze veiligheidsdiensten en, bij uitbreiding, van de hele samenleving. Meer nog: het is een uitspraak die een beleidsmaker onwaardig is en in deze totaal naast de kwestie, mits “er nog nooit zoveel is geïnvesteerd in jeugdwerk als vandaag”. Bovendien vergoelijkt hij zo niet alleen het geweld richting zij die hun leven riskeren, ook ontslaat hij ouders én jongeren van hun individuele verantwoordelijkheid om zich als fatsoenlijke burgers te gedragen.

Zoals gezegd: niets meer dan ideologisch geïnspireerde nonsens. Maar zelfs binnen die zogenaamd ‘beschermende’ redenering zitten fundamentele denkfouten. Sta mij toe die te benoemen.

De eerste – en misschien wel meest fundamentele -is deze: door jongeren geen duidelijke normen aan te reiken en niet ondubbelzinnig te stellen dat dit gedrag onaanvaardbaar is, geef je impliciet toe dat je hen hebt opgegeven. Wie dit gedrag goedpraat, motiveert niemand om het beter te doen. Integendeel. Alleen in wie men nog gelooft, investeert de samenleving de moeite om te corrigeren, bij te sturen en te verbeteren. Reacties zoals die van Jeremie Vaneeckhout zijn dus niet gebaseerd op empathie, maar op paternalisme – ironisch genoeg afkomstig van de groep die juist beweert dat iedereen recht heeft op een gelijke behandeling en gelijke verwachtingen.

Ten tweede treft het vandalisme precies die plekken waar preventie zo cruciaal kan zijn. Pleintjes, speeltuigen en straatmeubilair worden vernield in dichtbevolkte wijken waar publieke ruimte schaars is en waar jeugd- en straathoekwerk net actief hoort te zijn. Ook de wagens die in Deurne en Borgerhout worden vernield – niet in Schilde – behoren toe aan de werkende klasse van diezelfde buurten. Wie consequent zou redeneren, zou in de eerste plaats oog hebben voor de slachtoffers van dit fysieke vandalisme, niet voor het ideologisch vergoelijken van de daders.

Wat mij bij een derde, bijzonder kwalijk gevolg brengt: de stigmatisering van hele gemeenschappen die zich geenszins herkennen in normvervaging en geweld. Door dit gedrag politiek te relativeren, bevestigt men het frame dat een degelijke opvoeding niet tot bepaalde groepen zou behoren – en dat anderen zich voortdurend moeten verantwoorden voor daden die niet de hunne zijn. Wie om electorale redenen meent onaanvaardbaar gedrag te moeten minimaliseren, doet er goed aan stil te staan bij de gevolgen daarvan voor de hele gemeenschap.

Dat het beleid gefaald heeft, is een verdedigbare stelling. Maar dan wel in de eerste plaats ten aanzien van onze politie- en hulpverleningsdiensten, die jaar na jaar worden geconfronteerd met toenemend geweld. Zij worden letterlijk én figuurlijk in de vuurlinie geplaatst omdat er te vaak wordt nagelaten om consequent en effectief op te treden. Wie hen wel naar voren stuurt om orde te handhaven, maar nalaat hen structureel te beschermen en te ondersteunen, laat hen in de steek, en ondergraaft tegelijk het gezag van de overheid zelf.

Moet een deel van dat optreden inzetten op preventie? Absoluut. Maar is het luid en ondubbelzinnig afkeuren van deviant gedrag een eerste, cruciale voorwaarde voor elke preventieve aanpak? Zonder twijfel. Alleen wanneer duidelijk is welke normen en waarden gelden, kunnen sancties ook begrepen, geplaatst en aanvaard worden. Duidelijke normen zijn geen eindpunt van beleid, maar het vertrekpunt.

Die sancties mogen zich wat mij betreft – naast het vergoeden van de aangerichte schade -sterker richten op gemeenschapswerk. Wie het nieuwe jaar inzet door zijn of haar wijk te vernielen, kan datzelfde jaar ook verantwoordelijkheid opnemen voor die gemeenschap. Wie straten beschadigt, mag ze mee helpen reinigen. Een concrete vorm van verantwoordelijkheid, die duidelijk maakt dat daden gevolgen hebben: voor jezelf én voor anderen.

Respect veronderstelt ook duidelijkheid, meneer Vaneeckhout. Wie grenzen overschrijdt, moet daarop aangesproken en veroordeeld worden. Alleen zo zetten we een eerste stap richting een samenleving waarin geen enkele vorm van geweld een plaats heeft én we zorgen voor zij die voor ons zorgen.

Jinnih Beels maakt als gedeputeerde deel uit van het Antwerps provinciebestuur. Ze is voormalig politiecommissaris en schepen van Jeugd.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise