Maurits Vande Reyde

‘Manier waarop de rustperiode van minister Depraetere geregeld wordt, is democratisch zeer gevaarlijk’

Maurits Vande Reyde Vlaams Parlementslid en oprichter van Project Durf

‘Minister Depraetere verdient alle rust en begrip. De manier waarop ze vervangen wordt mogen we echter nooit toelaten’, schrijft onafhankelijk Vlaams parlementslid Maurits Vande Reyde van Project Durf. ‘Er is een zeer goede reden waarom er geen “vervangprocedure” voor ministers bestaat.’

Eerst en vooral: minister Melissa Depraetere verdient alle begrip, rust en respect voor haar zwangerschapsverlof. De online bagger over haar logische keuze is stuitend. Het is een beslissing die enkel haar en haar partner toekomt.

Alleen: de manier waarop haar rustperiode geregeld wordt, is democratisch echter zeer gevaarlijk. Dat mag en moet wél benoemd kunnen worden.

Officieel luidt de verklaring dat er een “interim-minister” in de plaats komt. Die wordt aangeduid door de partijvoorzitter, neemt voor enkele maanden de winkel over en geeft deze daarna netjes terug aan de echte minister.

Een parlement zou die methode nooit mogen aanvaarden. Ook al is de reden erachter in dit geval perfect begrijpelijk.

In de eerste plaats klopt het niet met de werkelijke gang van zaken. Er bestaat niet zoiets als een “interim-periode voor ministers”. De minister zal ofwel ontslag nemen, net zoals andere ministers dat in het verleden deden. Zij het doorgaans om minder fraaie redenen. Ofwel komt er een extra minister bij. Die krijgt dan officieel geen bevoegdheden, maar wordt een soort gedelegeerd afgevaardigde van de minister op rust. De persoon die in haar plaats komt, is in elk geval geen vervanger, maar een volwaardige minister. Hij of zij zal de eed afleggen in het parlement. Na enkele maanden zal die persoon de omgekeerde beweging doen

Er is een zeer goede reden waarom er geen “vervangprocedure” voor ministers bestaat. Een regering krijgt het vertrouwen van de bevolking, door de spreekbuis van het parlement. Je kan daarin alleen maar volledige ministers hebben, die ook volledig verantwoordelijk zijn voor het beleid en volledige verantwoording moeten afleggen in het parlement.

Een vervanger is niet mogelijk. Dat is exact om dit soort carrousels te voorkomen en het democratisch proces te beschermen.

Je schept daarmee een gigantisch democratisch vacuüm. Wie is er tijdens de “vervangperiode” verantwoordelijk? Je kan ervan uitgaan dat de vervangminister geen beslissingen neemt die niet afgetoetst zijn met de “echte” minister. Maar wie moet het parlement dan controleren? Wie kan ter verantwoording geroepen worden? De echte minister in elk geval niet. Officieel is die geen minister meer, tot ze weer terugkeert. En daarna is de vervangminister dan weer niet meer aansprakelijk. Het wordt ineens enorm troebel.

Dat zou potentieel tot een volledige uitholling van de democratische verantwoordelijkheid kunnen leiden.

Beeld je bijvoorbeeld de volgende, meer extreme situatie in.

Een minister komt in opspraak wegens ernstige aantijgingen van fraude op zijn kabinet of binnen zijn administratie. De maatschappelijke druk loopt op. Het wordt voor de minister onmogelijk in positie te blijven. Toch wil hij van geen wijken weten. Hij duidt tijdens een afkoelperiode een vertrouweling als vervangminister aan. Het is de interim-minister die de ministeriële schade van het schandaal opvangt. Goed gezien, want na afloop van de tussenpauze kan het parlement hem niet meer ter verantwoording roepen. Wanneer de plaatsvervanger de schade geruimd heeft, neemt de echte minister weer zijn plek in. De vertrouweling keert terug naar zijn vorige positie. Het parlement kan geen van beiden meer verantwoordelijk stellen.

Zo’n situaties zijn extreem en onwaarschijnlijk. Ze zijn echter niet uitgesloten wanneer we gaan knutselen met de fundamenten van de trias politica.

Bovendien wordt de “vervangminister” ook nog eens aangeduid door de partijvoorzitter, in samenspraak met de minister zelf. Dat verergert het democratisch deficit alleen maar. Een minister zou bij een officieel ontslag juist geen zeggenschap mogen hebben over wie hem of haar opvolgt.

Daar zijn we in ons land al zeer sterk in afgegleden. De laatste vier jaar hebben er drie ministers – Sammy Mahdi, Vincent Van Quickenborne en Sven Gatz – na ontslag hun eigen kabinetschef aangesteld als opvolger “die de continuïteit kan bewaren”. We zijn dat jammer genoeg veel te normaal beginnen vinden. Wanneer dat in Rusland of de VS gebeurt, zouden we dat als nepotisme bestempelen.

Uiteraard liggen zo’n democratische doemscenario’s lichtjaren verwijderd van de gerechtvaardigde redenen waarom minister Depraetere rust neemt. Dat neemt niet weg dat die poort best gesloten moet blijven. Het zou potentieel wel net op dezelfde manier gebruikt en misbruikt kunnen worden. Zeker wanneer er mensen aan de macht komen die het minder nauw nemen met democratische deontologie. Daarmee komen we in zeer gevaarlijk vaarwater terecht.

Wat zou er dan wel moeten gebeuren tijdens de rustperiode van de minister? De bevoegdheden moeten worden overgedragen naar zittende ministers. Daarvan heb je de zekerheid dat ze de ministeriële verantwoordelijkheid volledig en ondubbelzinnig dragen. Bij een zogezegde interim-minister heb je maar één zekerheid: na de rustpauze is hij of zij weg. In 2020 kon minister Jan Jambon bijvoorbeeld niet meer als minister verantwoordelijk worden gesteld voor de zaak Jozef Chovanec. Legitiem was dat toen: hij was inmiddels minister-president in een andere regering en een andere legislatuur. Toch werd dat aangevoeld als een democratisch deficit. Nu zouden we dat deficit dus zelf gaan organiseren.

Wegens het geringe onderlinge vertrouwen tussen de regeerpartijen ligt een overdacht van bevoegdheden tussen de huidige ministers momenteel te moeilijk. Maar dat is geen reden om een precedent te scheppen dat de ministeriële verantwoordelijkheid potentieel doet afbrokkelen.

Overal ter wereld zie je dat mensen die het minder hoog hebben met democratische spelregels dezelfde technieken toepassen. Poetin liet zich kort vervangen door zijn vertrouweling Medvedev om daarna volgens de regels van de grondwet eeuwig aan de macht te blijven. Daar noemen we het wel zoals het is: ondemocratisch. Natuurlijk is dat inhoudelijk in geen velden te vergelijken met een zwangerschapsperiode. Het is vanuit democratisch oogpunt wel de reden waarom we het als parlement nooit zouden mogen aanvaarden. Sommige poorten hou je beter op slot. Dit is er één van.

Maurits Vande Reyde zetelt als onafhankelijke in het Vlaams parlement. Hij is de oprichter van het nieuwe project Durf, een politieke actiegroep van mensen die strijden voor meer welvaart, door minder overheid.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise