Vrijdaggroep

‘Maatregelen die in rustige tijden efficiënt lijken, keren zich tegen ons zodra het onverwachte toeslaat’

Deze zomer belicht de Vrijdaggroep wekelijks een essentiële dimensie van de veerkracht van onze samenleving. Hoe kan een samenleving herstellen van een crisis? En vooral: hoe kan ze zich er doeltreffend op voorbereiden?

“Prestatie-indicatoren”, “efficiëntie”, “snelheid”, “flexibiliteit”: het zijn de toverwoorden van het neoliberale beleid. In die logica, die vandaag alomtegenwoordig is, moet de overheid tegelijk snel, productief en competitief zijn, en dat liefst tegen zo laag mogelijke kosten. In een land met een van de hoogste belastingdrukken ter wereld lijkt een ander model haast ondenkbaar.

De grenzen van prestatiedenken

Die fixatie op efficiëntie heeft de voorbije jaren haar tekortkomingen blootgelegd. Denk aan de vernietiging van mondmaskervoorraden vlak voor de pandemie, waardoor de nieuwe voorraden in allerijl tegen een hoge prijs aagenkocht moesten worden. Vergelijkbaar was het beschikbaar aantal ziekenhuisbedden, met als gevolg triage van patiënten. Allemaal voorbeelden van doorgedreven budgetoptimalisatie die in crisistijden averechts werkte.

Wat lang als “onproductief” werd bestempeld – reserves, redundantie – bleek juist levensnoodzakelijk. Die paradox is pijnlijk: maatregelen die in rustige tijden efficiënt lijken, keren zich tegen ons zodra het onverwachte toeslaat. Dat geldt niet enkel voor de gezondheidszorg, maar ook voor onderwijs, veiligheid, defensie en milieu.

Een eenzijdige verheerlijking van efficiëntie holt publieke dienstverlening uit. Ze botst frontaal met de kerntaak: gelijke toegang en continuïteit. In een wereld vol crisissen is pleiten voor minder “performant” maar robuuster beleid geen provocatie, maar pure noodzaak. Het gaat dus niet om de keuze tussen efficiëntie en inefficiëntie, maar om de erkenning dat schokbestendigheid de basis is waarop prestaties kunnen rusten.

Voor robuuste publieke diensten

Wat als we, in plaats van louter efficiëntie, zouden denken in termen van weerbaarheid? Verwant aan veerkracht, wordt er dan niet gemikt op “sneller en goedkoper”, maar op ingebouwde soepelheid om breuken te vermijden.

Onderzoeker Olivier Hamant zegt het treffend: “Er moet wat speling op de tandwielen zitten” om systemen zowel op korte als lange termijn stabiel en leefbaar te houden. Efficiëntie behoudt haar plaats, maar enkel in de juiste dosering binnen een robuust kader.

Robuuste gezondheidszorg

Neem de gezondheidszorg. Om voorbereid te zijn op pandemieën of hittegolven moeten we “noodzakelijke redundantie” aanvaarden: meerdere ziekenhuizen in dezelfde regio, strategische voorraden, voldoende personeel, soms lege bedden. Wat lange tijd als verspilling gold, is in feite een collectieve verzekering.

Diversiteit en samenwerking tussen actoren – ziekenhuizen, klinieken, wijkgezondheidscentra, verenigingen – versterken de lokale aanpassingskracht.

Robuustheid betekent ook erkenning van de mensen in de frontlinie: verpleegkundigen, zorgkundigen, maatschappelijk werkers, schoonmakers. Zij vormen de ruggengraat van het systeem. Hun dagelijkse inzet is de eerste verdedigingslinie in een crisis, en hun erkenning is cruciaal voor het voortbestaan van het geheel.

Bovendien stimuleert robuustheid complementariteit: digitale hulpmiddelen en AI enerzijds, menselijke en materiële middelen anderzijds. Bij een cyberaanval of een stroompanne kan net die veelzijdigheid het verschil maken.

Ten slotte denkt robuustheid op lange termijn: preventie via voeding, sport, stadsplanning en ruimtelijke ordening. Investeren aan de voorkant vermindert de druk op infrastructuur én financiën.

Anders evalueren

Moeten we publieke diensten dan helemaal niet meer meten? Integendeel. Maar prestatie-indicatoren moeten worden aangevuld – en soms vervangen – door instrumenten die sociale, menselijke en ecologische baten waarderen. Even belangrijk is de capaciteit om schokken op te vangen en het vertrouwen van burgers te behouden.

En wat met de verhouding tussen belastingen en dienstverlening? Bij nader inzien houdt die tegenstelling geen steek. Crisissen kosten handenvol geld: pandemieën, overstromingen, megabranden, droogtes. Elke euro die in preventie wordt geïnvesteerd, bespaart er meerdere bij een crisis. Robuuste diensten vermijden breuken, beschermen de meest kwetsbaren, garanderen continuïteit van de staat en drukken de collectieve factuur. Ze zijn dus een strategische – en zelfs rendabele – investering.

Een keuze voor de toekomt

Publiek beleid herdenken rond robuustheid versterkt ons sociaal contract. Het is kiezen voor een samenleving die zich beter kan aanpassen, meer veerkracht toont en samen sterker staat. In een onzekere wereld zijn robuuste publieke diensten misschien wel onze beste collectieve verzekering.

Tom Hick is Senior Research Fellow aan het Max Planck Instituut in Hamburg (Duitsland) en lid van de Vrijdaggroep.
 Gautier Rolland is wetenschappelijk medewerker aan de UCLouvain en lid van de Vrijdaggroep.
 Anne-Sophie Bouvy is doctoraatsstudente publiek recht aan de UCLouvain.

Partner Expertise