”t Zijn zotten die werken’, schrijft Jean-Marie Dedecer na een week waarin de vakbonden drie dagen actie voerden. ‘Ze kronen zich weerom tot de absolute stakingskampioenen van Europa.’
We hebben terug een stakingsweek achter de rug. Volgens een studie van het Duitse onderzoeksinstituut WSI van de Hans-Böckler-Stichting in opdracht van Het Europees Vakbondsinstituut (ETUI), was ons landje in 2023 al voor het tiende jaar op rij stakingskampioen. Per 1.000 werknemers was er tussen 2013 en 2023 sprake van 102 stakingsdagen per jaar. Een absoluut record werd gevestigd in het jaar 2014 met 221 stakingsdagen, gevolgd door 2022 met 164 verloren arbeidsdagen. Daarmee liepen we zelfs voor op “vakbondsnatie” Frankrijk dat 99 dagen de werkkiel uittrok, en legden we vijf keer meer het werk neer dan de Nederlanders (19) en de Duitsers (18).
In absolute aantallen zijn er in België in die tienjarige periode meer dan 4,1 miljoen stakingsdagen geteld. Het aantal stakingsdagen per werknemer lag in links Wallonië twee keer hoger dan in Vlaanderen. Met 88 nu al bekende stakingsdagen in 2025 kronen de verschillende vakbonden zich vandaag al weerom tot de absolute stakingskampioen van Europa.
De “cheminots” lopen op kop want staken zit in de genen van de NMBS. Op blz. 148 van Churchill’s biografie schreef historica Ingrid Baraitre: “Op 16 mei 1940 besloot Churchill naar Parijs te gaan. Op elke vraag die hij stelde antwoordde de Franse legertop met een vertwijfelend schouderophalen. Hij vernam dat de Fransen een terugtrekking wensten op de lijn Namen-Waver. Bovendien was er in België een staking van de spoorwegarbeiders aan de gang. Dat bemoeilijkte het transport van de strijdkrachten. Waarop Churchill zei: schiet de stakers neer! “
Als een oorlog de vakbond al niet hindert, waarom zou een economische crisis het dan wel doen. De gemiddelde spoorman heeft een vast statuut en krijgt jaarlijks een rugzak met 53 vakantiedagen. Op 365 dagen wordt er hooguit 185 dagen effectief acht uren gewerkt. De vakbonden ACOD, ACV Transcom, VSOA, OVS ASTB-SACT… waken er angstvallig over dat de treinbestuurders op hun vijfenvijftigste de conducteurskepi al aan de pensioenwilgen mogen hangen.
Syndicaten sturen de locomotief en zijn onderling in een strijd gewikkeld om de macht. Hun vrijgestelden zijn corporatistisch benoemd, want vrije verkiezingen bestaan er niet, vazalliteit wordt beloond met directiefuncties en verhindert vooruitgang. Alle bevorderingen lopen langs het syndicale lidmaatschap, rood of geen brood of met groen moet je het doen. Een chantagemiddel waardoor 90% van de spoorlui zich noodgedwongen laat syndiceren om hogerop te kunnen komen. Lidmaatschap is gratis, want vakbondspremies worden integraal door de NMBS terugbetaald als afkoopgeld voor de valse sociale vrede. Machtsmisbruik en normvervaging tieren welig schreef ex-spoorbaas Marc Descheemaecker in zijn boek “Dwarsligger” al in 2014.Vakbonden zorgen voor pensioenpromotie. Een systeem waarbij iemand voor zijn opruststelling nog vlug in een hogere looncategorie gesalarieerd wordt, om zijn pensioen kunstmatig op te laten trekken. Een derde van de inapten, de langdurige arbeidsongeschikten, woont in Henegouwen. Mits controle op het misbruik zou dit volgens Descheemaecker een besparing opleveren van 30 miljoen euro.
Tien jaar later is de toestand nog hopelozer maar nog altijd niet ernstig, en niet alleen op het vlak van personeelsbeleid. Een mals regenbuitje en alle locomotieven beginnen te roesten en te hoesten. Twee vlokken sneeuw en alle seinen springen op schaamrood.
Iedereen voelt zich verongelijkt en vindt het gras groener aan de overkant. Volgens de OESO staan onze leerkrachten minder voor de klas dan hun collega’s in de 38 andere landen, en worden ze beter betaald dan het OESO-gemiddelde. In het secundair onderwijs geven ze gemiddeld 22 uur les per week, en met 600 uur per jaar en 3,5 maanden aan verlofdagen staat de Vlaamse leraar onderaan de prestatieladder. Maar we staken voor het pensioen dat het dubbele is van het gemiddelde nettopensioen van werknemers.
Onze ambtenaren behoren tot de best betaalde van de OESO-landen voor Duitsland, Nederland, Spanje en Frankrijk. Op Italië en Griekenland na hebben we de kortste loopbanen van Europa. De werkelijk gemiddelde arbeidstijd is 34 jaar, de rest wordt ingevuld door gelijkgestelde periodes.
Voor luiheid kijken we al naar het zuiden vanaf Frankrijk als gidsland, waar de pensioenleeftijd op 62 jaar ligt en de 35-urenweek heilig is. Voor noeste arbeid durven we niet naar het noorden gluren waar de Denen onlangs beslist hebben om tegen 2040 de pensioenleeftijd tot 70 jaar op te trekken, overeenkomstig de stijgende levensverwachting.
Ondertussen worden we in ons pamperlandje collectief doodziek: 529.000 Langdurig zieken waarvan 37% met psychische problemen, en 32% met moeilijk definieerbare nek- en rugpijn. Dit is evenveel als in Duitsland dat acht keer meer inwoners telt. Bij onze ambtenaren ligt het uitvallen door stress, burn-out of psychische problemen nog hoger: met 44% een absoluut record, en zelfs tachtig procent hoger dan 10 jaar geleden. Hoeveel er daarvan last hebben van een bore-out wordt in de Medex-rapporten niet vermeld.
In 2024 waren onze federale ambtenaren samen 1,5 miljoen dagen ziek. Sedert de afschaffing van het ziektebriefje voor één dag, is het aantal ééndagsafwezigheden in grote bedrijven gestegen met 44%. Eind 2024 waren er zelfs 259.636 mensen arbeidsongeschikt verklaard tot aan hun pensioen. Een derde omwille van mentale aandoeningen en nog een derde wegens musculoskeletale aandoeningen zoals de nagenoeg oncontroleerbare lage rugpijn.
Volgens een steekproef van het RIZIV zelf heeft het gros van die “eeuwige” zieken nochtans een pathologiecode die geen erkenning tot de pensioenleeftijd verrechtvaardigt. Amper 16,7% van de 768 bij steekproef onderzochte gevallen had effectief recht om al tot de pensioenleeftijd arbeidsongeschikt verklaard te worden.
Willen we wel nog werken? Volgens de FOD Sociale Zekerheid telt één op de negen gezinnen in ons land geen enkel lid dat meer dan een vijfde werkt. In Brussel zelfs één gezin op vijf. Een Europees record: 11,3% van onze huishoudens is “quasi-jobloos” terwijl het Europees gemiddelde op 7,9% afklopt, en de vacatures hier niet ingevuld geraken.
Alles wat een uitzondering is op een dagtaak van nine to five is ondertussen een knelpuntberoep geworden. Telkens er een ongemak of onregelmatige werklast, zoals nacht- of weekendwerk opduikt, wordt dit nochtans gecompenseerd met een loon- of vakantiebonus. Zorgverstrekkers krijgen bijvoorbeeld naargelang hun leeftijd tot drie extra verlofdagen per maand (36 dagen per jaar) om hun werkdruk leefbaarder te maken. Schaf de gesubsidieerde flexijobs af en de horeca vindt geen kelners meer.
De zondag is de dag des Heren en op zaterdag is het sabbat. Dan werk je niet. Maar daar houdt het niet meer op. Vrijdag wordt nu ook al een rustdag. Het was ooit eieren- en visdag. Vlees mocht op die christelijke dag niet gegeten worden. Nu wil men op die dag des heren blijkbaar ook niet meer werken. Op dinsdag en donderdag kun je in je blote kont door de winkelstraten van de stad lopen, op vrijdag loop je echter ook al over de koppen op de Antwerpse Meir of de Brugse Ezelstraat. Winkels draaien op vrijdag al circa 70 procent van de omzet die ze normaal op zaterdag hebben. Geen wonder, thuiswerken en viervijfden (4/5) of deeltijds werken is hot, en vrijdag als thuisblijfdag zorgt voor een driedaags verlengd weekend.
Als elk voor zijn eigen deur heeft wordt de stoep schoon. De klassenstrijd is gestreden, enkel de vakbonden hebben dat nog niet willen begrijpen, want zolang ze ingezet worden om de werklozensteun uit te betalen, verdedigen ze bij voorkeur het profitariaat in plaats van het proletariaat.