Groen beschikt over meerdere dossiervreters, maar kan onder meer door interne problemen het verschil (nog) niet maken. Gezocht: een partijvoorzitter die Groen een smoel kan geven.
Het is een curieuze paradox. Terwijl de gevolgen van de klimaatverstoring zienderogen toenemen, verkeert het ecologisme als politieke beweging in zwaar weer. Voor Groen is dat niet anders. Na de teleurstellende verkiezingsuitslag vlogen de Groenen na enkele jaren regeringsdeelname opnieuw naar de oppositiebanken. ‘En met zeven verkozenen zijn we met te weinig om alles af te dekken, dus moeten we keuzes maken’, zegt fractieleider Stefaan Van Hecke.
Nog een paradox: ondanks die kleine ploeg krijgen de groene parlementsleden hoge scores wanneer we de meerderheid vragen naar sterke oppositieleden. Drie namen vallen: naast Van Hecke zelf zijn dat Dieter Vanbesien en Matti Vandemaele. Onbekenden voor het grote publiek, maar in het parlement staan ze te boek als dossiervreters.
Voorlopig koopt Groen weinig met die lof. De partij is een stuurloos schip – of toch eerder een sloep. Na het vertrek van de onbekende voorzitter Bart Dhondt – amper een jaar na aantreden – worstelt Groen met zichzelf. Opnieuw. De existentiële vraagstukken doemen weer op. Zoals: moet Groen meer dan een milieu- en klimaatpartij zijn, of volstaat het pure ecologisme?
De vraag is nog relevanter nu Groen samen met de PVDA oppositie voert tegen Arizona, en in het bijzonder tegen Vooruit (in belangrijke mate ook tegen de CD&V). Groen kan de PVDA niet overschreeuwen, de marxisten zullen altijd dat tikje radicaler zijn. Kunnen de Groenen het verschil maken op belangrijke sociaal-economische dossiers als de pensioenen en fiscaliteit? ‘Ze zitten in de verkeerde zakken’ is ondertussen een slogan van Groen, maar wordt ze ook opgepikt door het brede publiek?
Groen kan de PVDA niet overschreeuwen, de marxisten zullen altijd dat tikje radicaler zijn.
Het helpt niet dat Ecolo, de zusterpartij waarmee ze een unitaire fractie vormt, ook met zichzelf overhoop ligt. Met slechts twee Kamerleden is ze amper een troef.
Volgens Van Hecke bieden de socio-economische dossiers wel degelijk kansen. ‘Het klassieke antwoord van links is altijd: haal al het geld bij de vermogens. Uiteraard is dat een deel van het antwoord, maar de PVDA geeft die verhoopte inkomsten soms al tien keer uit voor ze binnen zijn. Daarom hebben wij gefocust op de misbruiken met de managementvennootschappen en de uitwassen door flexi-jobs. Een goede huisvader herstelt de lekken door de oorzaken aan te pakken.’ Dat CD&V-vicepremier Vincent Van Peteghem de kritiek ter harte begon te nemen, zag de partij als bewijs dat ze gevoelige snaren raakte.
En het klimaat? De partij merkt dat communiqués over het thema amper worden opgepikt. Onder druk van de terugkeer van Donald Trump als Amerikaans president en het veiligheidsvraagstuk in Europa heeft het thema aan belang verloren. Maar volgens Groen is het een kwestie van tijd totdat het thema opnieuw op de agenda verschijnt. En dan zal de partij die al jarenlang op dezelfde nagel klopt aan relevantie winnen, klinkt het hoopvol.
Maar ook dan moet de boodschap ‘pakken’. Met gewezen vicepremier Petra De Sutter had de partij een kopstuk die ook niet-traditionele Groen-kiezers kon charmeren. Na haar vertrek naar het rectoraat van de UGent in oktober, ontbreekt het opnieuw aan bekende koppen. Het doet het belang van de voorzittersverkiezingen in maart alleen maar toenemen.