‘Echt het land op orde zetten kan vandaag enkel nog met een diepgaande staatshervorming’, schrijft Jan Wostyn van Vista over het akkoor dat de regering-De Wever bereikte over de begroting. ‘Het is opvallend dat met name bij de N-VA daar niemand nog over spreekt.’
Afgelopen maandag kondigden de onderhandelende partijen van Arizona een akkoord af over een meerjarenbegroting. Ruim voor de deadline van Kerstmis die premier De Wever zelf had ingesteld. Misschien ook niet toevallig vlak voor het begin van de driedaagse staking van de vakbond. De hele nacht doorwerken net voor zijn tegenstanders drie dagen het land proberen plat te leggen. Een typische De Wever-sneer?
Het akkoord kan op het eerste zicht best wel evenwichtig genoemd worden. Het was duidelijk dat enige creativiteit nodig zou zijn om zowel de sociale flank als de liberale flank van deze regering tegemoet te komen. Een aanpassing van de index ligt altijd gevoelig bij socialisten, maar een index in centen in plaats van procenten die enkel de salarissen boven de 4.000 euro een beetje treft kan men moeilijk asociaal noemen, zoals ik zelf ook al voorstelde in 2021, zij het met bevriezing van de index vanaf 5000 euro bruto. Het voelt ook wel wat vreemd aan dat vakbonden daar dan keihard tegen fulmineren alsof ze vooral strijden voor de koopkracht van de rijkste helft van de bevolking. Dat de Groenen hetzelfde doen, voelt dan weer minder vreemd aan. Hun kiespubliek zit waarschijnlijk vaker wel dan niet boven die drempel.
Voor de liberalen van de MR was het dan weer niet eenvoudig om een aantal belastingverhogingen te slikken die wel degelijk in dit akkoord zitten. Een verdubbeling van de effectentaks is dan wel geen miljonairsbelasting, maar aangezien enkel effectenrekeningen boven één miljoen euro in aanmerking komen, gaat deze belasting wel in die richting.
Het is ook een typisch voorbeeld van hoe belastingen evolueren in dit land: ze beginnen met een klein percentage en bij elke begrotingscontrole wordt het kraantje een beetje verder opengedraaid om de gaten te dichten.
Ook de verhoging van de BTW op gas is geen leuke maatregel, maar kan je desnoods nog als een verantwoorde klimaatmaatregel verkopen. Bovendien is de gasprijs de voorbije 10 maanden bijna gehalveerd, zodat consumenten die verhoging eigenlijk niet eens zullen voelen. Wat dan meteen ook wel de vraag doet rijzen hoeveel die ene maatregel dan wel zal opbrengen. De verhoging van de BTW van 6 naar 12% op hotels, frietkoten, festivals en meeneemmaaltijden inspireerde Vincent Van Quickenborne (Open VLD) op X dan weer tot een nogal dramatische “De horeca betaalt het gelag”. Als dit echter het grootste probleem is dat je ziet in deze meerjarenbegroting, had je perfect zelf ook in de regering kunnen zitten.
Tot slot is ook de symbolische maatregel om de lonen van ministers en federale parlementsleden niet te indexeren tot het einde van de legislatuur niet onbelangrijk. Ook het afschaffen van de partijfinanciering via de Senaat was eveneens een minimum minimorum, want er zit nog wel vet op de soep in het politieke apparaat. Wie besparingen doorvoert, mag zichzelf daarbij niet ontzien.
Arizona doet hiermee wel wat Vivaldi nooit kon: hervormen, de begroting bijsturen in de juiste richting én een klein beetje tegemoet komen aan het sentiment bij de bevolking over een politieke klasse die boven haar stand leeft. Of dit alles zal volstaan om de begroting effectief vlot te trekken, valt niettemin nog steeds te betwijfelen. Zo lijkt het aan het werk krijgen van 100.000 langdurig zieken op 5 jaar tijd toch een beetje budgettaire hocus pocus en wensdenken.
Tegelijkertijd kunnen we niet anders dan vaststellen dat ook deze meerjarenbegroting geen enkele structurele oplossing biedt voor een land in onevenwicht. Je kan blijven elk jaar wat BTW-tarieven aanpassen, een belastingkraantje links of rechts wat opendraaien en wat beknibbelen met wat kunstgrepen in de index of de pensioenen, maar dat is niet meer dan kicking the can down the road, zoals uitgerekend Bart De Wever dat vroeger altijd noemde vanuit de oppositie.
Echt het land op orde zetten kan vandaag enkel nog met een diepgaande staatshervorming. Het is opvallend dat met name bij de N-VA daar niemand nog over spreekt. Ten eerste krijg je de overheidsuitgaven globaal gezien nooit structureel naar beneden zonder het doorvoeren van verregaande fiscale autonomie voor de deelstaten. Die deelstaten zullen pas verantwoord omgaan met hun centen als ze ook afgerekend kunnen worden op hoe ze die centen gaan halen bij de burger. Vandaag krijgen ze gewoon hun geld van de federatie en delen ze dat uit naar eigen goeddunken, zonder al te veel getob over de effectiviteit en noodzakelijkheid van de uitgaven.
Ten tweede zal ook dit akkoord niets doen aan de structurele verwaarlozing van de federale kerntaken. De rekening blijft nagenoeg ongewijzigd: na aftrek van de sociale zekerheid, de rentelasten en de dotaties aan de deelstaten houdt de federale regering zo´n 20 miljard over, voor taken waar ze vandaag 40 miljard euro aan uitgeeft. Zo blijf je onvermijdelijk vastzitten met een weinig performante justitie en een gebrekkige politiecapaciteit. Ook de toekomstige financiering van defensie is hiermee helemaal niet opgelost.
De Wever hanteert voor zijn Arizona-project een mentale horizon van 10 jaar. Bij de meeste grote leiders valt die periode uiteen in 2 fases: de fase van de consolidatie en de fase van de expansie. De eerste termijn heeft dan als doel de federale macht van de N-VA verder te bestendigen en de nodige partners verder aan zich te binden. Vooruit en CD&V zijn vandaag al bijna satellieten van de N-VA geworden. Ze halen net voldoende binnen om de alliantie ook aan hun eigen achterban te blijven verkopen. Ook de MR en Les Engagés hebben hun kiespubliek inmiddels kunnen verzoenen met een Vlaams-nationalistische premier, wat 5 jaar geleden nog ondenkbaar leek.
In de tweede fase van de expansie vanaf 2029 zal De Wever niet anders kunnen dan eindelijk ook het land structureel om te vormen door middel van een zevende staatshervorming. Een oplossing voor de lamlendige financiering van de federale kerntaken is daarbij in ieders belang. Bovendien zal ook een oplossing voor Brussel moeten gevonden worden, dat waarschijnlijk volgend jaar al onder federale curatele zal komen. Tot slot zal vooral de Vlaamse kiezer niet eeuwig blijven aanvaarden dat de belastingen veel te hoog en de pensioenen te laag zijn. De Vlaamse kiezer zal echt niet blijven tolereren dat hij of zij voor elke mogelijkheid tot sparen of beleggen opnieuw langs de federale tollenaar moet passeren.
Laten we De Wever daarom toch ook eens aan zijn eigen woorden herinneren vóór de verkiezingen. In 2022 verkondigde De Wever nog plechtig: “Voor minder dan confederalisme moeten ze mij niet bellen”. Alle bevoegdheden moesten toen naar de deelstaten, anders had het allemaal geen zin.
De Wever zou niet de eerste premier zijn die alles wat hij voor de verkiezingen beloofde, ziet wegzinken in het alles verzwelgende Belgische moeras. Niemand is zich hier meer van bewust van De Wever zelf. Bij de oude Grieken was het noodlot onafwendbaar. Benieuwd hoe dat uitdraait bij de “Nieuw-Vlaamse Alliantie”.