De afgelopen dagen vond er een doorbraak op vlak van solidariteit plaats in Europa. Niet zozeer van het Noorden naar het Zuiden - denk maar aan de afgeschoten coronabonds en het voor velen tekortschietend hulppakket dat op Europees niveau is overeengekomen - maar in een zuiders land zelf, Spanje. Daar werd immers door de Spaanse regering aangekondigd dat ze vaart wil maken met de invoering van een soort van basisinkomen, een maatregel waar ook hier de afgelopen jaren veel over gesproken werd.

De mogelijke invoering van een dergelijk basisinkomen toont aan dat overheden die een gebrekkige welvaartsstaat hebben, nu in deze crisis alle zeilen bijzetten om toch hun burgers te ondersteunen. Zo zie je over heel de wereld inkomensondersteunende en vervangende maatregelen als paddestoelen uit de grond schieten. Paddestoelen die vroeger als ongewenst werden beschouwd omdat ze de bevolking mogelijks in een onproductieve roes zouden houden, worden nu als de economische machine wat sputtert, als vitaal bekeken. Dat valt alleen maar toe te juichen en er valt ook te hopen dat deze dosis van welvaartsversterkende maatregelen na het einde van deze crisis niet wordt stopgezet.

Ook voor een land als België, met een continentaal model van welvaartsstaat, dient ons huidige goede vangnet geapprecieerd te worden en mag er zeker niet gedacht worden (onder het mom van post-coronabesparingen) aan een uitholling van deze automatische stabilisator, maar eerder aan een verbetering.

Een zuivere copy-paste van een basisinkomen zoals dit van Spanje, waarvan de plannen laten uitschijnen dat het niet universeel zal zijn (want niet elke burger zal er recht op hebben, het zal eerder een soort van minimuminkomen zijn), zou op dat vlak mogelijk geen goede maatregel zijn noch een meerwaarde bieden. Zeker als deze andere uitkeringen zou verdringen en men op het einde van de rit minder zou overhouden.

Wel kan het huidige systeem administratief vereenvoudigd worden, kunnen er op vlak van digitalisering uit deze tijden zeker ook wat lessen getrokken worden, kan men nadenken om lonen van bepaalde cruciale beroepen meer te valideren en kan het leefloon al opgetrokken worden tot boven de armoededrempel.

Waar er mijn inziens in plaats van een universeel basisinkomen (UBI, zoals dit in de literatuur genoemd wordt) tevens gepleit voor kan worden en waar hier over uitgeweid zal worden, is het recht op universele huisvesting.

Een tekort aan degelijke, betaalbare huisvesting voor iedereen komt in deze crisisperiode niet enkel in de rijke, ongelijke Angelsaksische wereld voor - denk bijvoorbeeld aan een recent artikel in de The Guardian of een artikel van de New York Times - maar ook in ons landje is er op dit vlak al heel wat inkt gevloeid. Denk maar aan de verhalen over grote gezinnen die het moeten stellen met een klein appartementje of daklozen die niet de luxe zich hebben om zich af te zonderen.

Mochten onze overheden zich wat meer focussen op het domein van huisvesting, worden er mijn inziens meerdere vliegen in één klap geslagen.

Pleit niet voor een universeel basisinkomen, maar voor universele huisvesting.

Zo kan men door het bouwen van meer sociale woningen of het renoveren van gebouwen om als sociale woning te gebruiken, niet alleen broodnodige (sociale) tewerkstelling creëren, men kan ook de grote leegstand in grootsteden als Brussel tegengaan.

Op vlak van het aan de slag houden van mensen, kan men ook denken aan het uitbreiden van de onderhoudsdiensten die er op toe kunnen zien dat het 'Not in my back yard'- of 'NIMBY'-effect van het hebben van sociale woningen in de buurt ook wat minder als een paardenvlieg steekt.

Daarenboven zorgt 'huiszekerheid' ervoor dat vele mensen met psychosociale problemen - en zeker mensen die op dit momenteel dakloos zijn - makkelijker te begeleiden zijn naar werk of naar een voor hen aangenaam leven, iets waar de 'housing first beweging' al heel lang pleitbezorger voor is.

Daarnaast kan men door met duurzame materialen te werken, deze nieuwe woonsten goed te isoleren, in te zetten op kleinere tuinen, maar voor meer publiek toegankelijk groen te zorgen eveneens een bijdrage leveren om die grote bromvlieg neer te meppen die de klimaatverandering heet.

Ook zal het ervoor zorgen dat deze kost van woonst, die de grootste hap uit het familiebudget van vele gezinnen is, hierdoor wordt verlaagd. Niet alleen zijn de huurprijzen van deze sociale woningen uiteraard lager dan de reguliere markt, dit groter aanbod drukt tevens de huurprijzen van de reguliere markt. Hierdoor kan een groter deel van het familiebudget besteed worden aan andere uitgaven wat op zich de reguliere economie ook weer ten goede komt.

Een bijkomend effect van meer sociale huisvesting dat vaak onder de radar blijft, is dat dit de solidariteit tussen de burgers kan vergroten en mogelijke verzuring kan tegengaan. Zo zijn er in onze samenleving veel mensen die net niet over voldoende middelen beschikken om dé Belgische droom waar te maken, met een name een huis bezitten, en net té veel middelen hebben om recht te hebben op een sociale woning. Zij kijken dan, zeker in de rand van grootsteden, vol afgunst naar de gekleurde, mobiele tweeverdieners die van de grootstad afzakken naar hun gemeente om daar een voor hen goedkoop huisje aan te schaffen. Ze kijken daarenboven ook vol ongeloof naar die nieuwkomers die dan nog vóór hun die sociale woning kunnen krijgen. Mochten de prijzen op de huizenmarkt gedrukt worden en/of mocht, door het grotere aanbod van sociale woningen de toegang ook wat verbreed kunnen worden, kan het virus van onverdraagzaamheid en de daarbij gepaard gaande groei van extreemrechtse partijen mede gefnuikt worden.

Tot slot kunnen deze minder snel stijgende huizenprijzen de stijgende intergenerationele ongelijkheid, die door economen als Piketty als probleem benadrukt worden, tussen de mensen met en deze zonder vermogen ook wat tegengaan.

Uiteraard zullen deze investeringen wat kosten, zijn hier heel wat operationele uitdagingen aan verbonden, maar het lijkt mij dat er sprake kan zijn van schuldig verzuim, indien de bevoegde beleidsmakers als geprivilegieerde thuiswerkers hier niet wat concreet over beginnen na te denken.

De afgelopen dagen vond er een doorbraak op vlak van solidariteit plaats in Europa. Niet zozeer van het Noorden naar het Zuiden - denk maar aan de afgeschoten coronabonds en het voor velen tekortschietend hulppakket dat op Europees niveau is overeengekomen - maar in een zuiders land zelf, Spanje. Daar werd immers door de Spaanse regering aangekondigd dat ze vaart wil maken met de invoering van een soort van basisinkomen, een maatregel waar ook hier de afgelopen jaren veel over gesproken werd. De mogelijke invoering van een dergelijk basisinkomen toont aan dat overheden die een gebrekkige welvaartsstaat hebben, nu in deze crisis alle zeilen bijzetten om toch hun burgers te ondersteunen. Zo zie je over heel de wereld inkomensondersteunende en vervangende maatregelen als paddestoelen uit de grond schieten. Paddestoelen die vroeger als ongewenst werden beschouwd omdat ze de bevolking mogelijks in een onproductieve roes zouden houden, worden nu als de economische machine wat sputtert, als vitaal bekeken. Dat valt alleen maar toe te juichen en er valt ook te hopen dat deze dosis van welvaartsversterkende maatregelen na het einde van deze crisis niet wordt stopgezet. Ook voor een land als België, met een continentaal model van welvaartsstaat, dient ons huidige goede vangnet geapprecieerd te worden en mag er zeker niet gedacht worden (onder het mom van post-coronabesparingen) aan een uitholling van deze automatische stabilisator, maar eerder aan een verbetering. Een zuivere copy-paste van een basisinkomen zoals dit van Spanje, waarvan de plannen laten uitschijnen dat het niet universeel zal zijn (want niet elke burger zal er recht op hebben, het zal eerder een soort van minimuminkomen zijn), zou op dat vlak mogelijk geen goede maatregel zijn noch een meerwaarde bieden. Zeker als deze andere uitkeringen zou verdringen en men op het einde van de rit minder zou overhouden. Wel kan het huidige systeem administratief vereenvoudigd worden, kunnen er op vlak van digitalisering uit deze tijden zeker ook wat lessen getrokken worden, kan men nadenken om lonen van bepaalde cruciale beroepen meer te valideren en kan het leefloon al opgetrokken worden tot boven de armoededrempel. Waar er mijn inziens in plaats van een universeel basisinkomen (UBI, zoals dit in de literatuur genoemd wordt) tevens gepleit voor kan worden en waar hier over uitgeweid zal worden, is het recht op universele huisvesting. Een tekort aan degelijke, betaalbare huisvesting voor iedereen komt in deze crisisperiode niet enkel in de rijke, ongelijke Angelsaksische wereld voor - denk bijvoorbeeld aan een recent artikel in de The Guardian of een artikel van de New York Times - maar ook in ons landje is er op dit vlak al heel wat inkt gevloeid. Denk maar aan de verhalen over grote gezinnen die het moeten stellen met een klein appartementje of daklozen die niet de luxe zich hebben om zich af te zonderen. Mochten onze overheden zich wat meer focussen op het domein van huisvesting, worden er mijn inziens meerdere vliegen in één klap geslagen. Zo kan men door het bouwen van meer sociale woningen of het renoveren van gebouwen om als sociale woning te gebruiken, niet alleen broodnodige (sociale) tewerkstelling creëren, men kan ook de grote leegstand in grootsteden als Brussel tegengaan. Op vlak van het aan de slag houden van mensen, kan men ook denken aan het uitbreiden van de onderhoudsdiensten die er op toe kunnen zien dat het 'Not in my back yard'- of 'NIMBY'-effect van het hebben van sociale woningen in de buurt ook wat minder als een paardenvlieg steekt.Daarenboven zorgt 'huiszekerheid' ervoor dat vele mensen met psychosociale problemen - en zeker mensen die op dit momenteel dakloos zijn - makkelijker te begeleiden zijn naar werk of naar een voor hen aangenaam leven, iets waar de 'housing first beweging' al heel lang pleitbezorger voor is. Daarnaast kan men door met duurzame materialen te werken, deze nieuwe woonsten goed te isoleren, in te zetten op kleinere tuinen, maar voor meer publiek toegankelijk groen te zorgen eveneens een bijdrage leveren om die grote bromvlieg neer te meppen die de klimaatverandering heet. Ook zal het ervoor zorgen dat deze kost van woonst, die de grootste hap uit het familiebudget van vele gezinnen is, hierdoor wordt verlaagd. Niet alleen zijn de huurprijzen van deze sociale woningen uiteraard lager dan de reguliere markt, dit groter aanbod drukt tevens de huurprijzen van de reguliere markt. Hierdoor kan een groter deel van het familiebudget besteed worden aan andere uitgaven wat op zich de reguliere economie ook weer ten goede komt.Een bijkomend effect van meer sociale huisvesting dat vaak onder de radar blijft, is dat dit de solidariteit tussen de burgers kan vergroten en mogelijke verzuring kan tegengaan. Zo zijn er in onze samenleving veel mensen die net niet over voldoende middelen beschikken om dé Belgische droom waar te maken, met een name een huis bezitten, en net té veel middelen hebben om recht te hebben op een sociale woning. Zij kijken dan, zeker in de rand van grootsteden, vol afgunst naar de gekleurde, mobiele tweeverdieners die van de grootstad afzakken naar hun gemeente om daar een voor hen goedkoop huisje aan te schaffen. Ze kijken daarenboven ook vol ongeloof naar die nieuwkomers die dan nog vóór hun die sociale woning kunnen krijgen. Mochten de prijzen op de huizenmarkt gedrukt worden en/of mocht, door het grotere aanbod van sociale woningen de toegang ook wat verbreed kunnen worden, kan het virus van onverdraagzaamheid en de daarbij gepaard gaande groei van extreemrechtse partijen mede gefnuikt worden.Tot slot kunnen deze minder snel stijgende huizenprijzen de stijgende intergenerationele ongelijkheid, die door economen als Piketty als probleem benadrukt worden, tussen de mensen met en deze zonder vermogen ook wat tegengaan.Uiteraard zullen deze investeringen wat kosten, zijn hier heel wat operationele uitdagingen aan verbonden, maar het lijkt mij dat er sprake kan zijn van schuldig verzuim, indien de bevoegde beleidsmakers als geprivilegieerde thuiswerkers hier niet wat concreet over beginnen na te denken.