De biografie, geschreven door Wim Peumans, de jongste zoon van Jan Peumans, wordt woensdag voorgesteld in het Vlaams Parlement. De biografie loodst de lezer via de familiegeschiedenis en jeugdjaren van Peumans naar zijn politieke activiteiten, eerst op lokaal en provinciaal vlak, later als parlementslid en parlementsvoorzitter.

De biografie bevestigt ook het beeld van Jan Peumans als eigenzinnige Vlaams-nationalist. Peumans mag dan bijzonder loyaal zijn aan de partij, toch neemt hij - zeker de laatste jaren en in het zicht van zijn pensioen - geen blad voor de mond als die partij of partijgenoten volgens hem uit de bocht gaan.

Zo is het een publiek geheim dat Peumans niet gelukkig was met de Vlaams Belangers die overstapten naar N-VA en ook de komst van Open VLD'ers zoals Annick De Ridder (in de biografie bestempeld als 'blauw-nationalisten') zag Peumans met lede ogen aan, om over Jean-Marie Dedecker maar te zwijgen.

Focus op veiligheid

De voorbije jaren kreeg Peumans het ook moeilijk met de sterke focus van zijn partij op veiligheid, met de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen en met de harde toon in het debat rond migratie en vluchtelingen. Peumans durft daarbij ook in te gaan tegen partijtoppers als Theo Francken en voorzitter Bart De Wever. Denk bijvoorbeeld aan het dossier van de doodgeschoten peuter Mawda, waar Peumans de uitspraken van De Wever (die had gezegd dat de ouders meer verantwoordelijk waren voor de dood van hun kind) bestempelde als 'ongepast'.

In de biografie laat Peumans ook optekenen dat hij niet begrijpt waarom zijn partij omwille van het VN-migratiepact uit de regering is gestapt. 'Ik begrijp niet waarom N-VA uit de regering is gestapt. Ik zit niet in de hoogste regionen van de partij, dus ik weet niet of het doorgestoken kaart was. Maar het leek alsof er iets werd opgebouwd. Eerst deed De Wever uitspraken als 'Er zit geen dash meer in deze regering', dan had Francken opvangbedden te kort en dreigde een asielcrisis en toen was er het migratiepact'.

'Als je twee jaar mee onderhandeld hebt en dan op basis van "voortschrijdende inzichten" je kar keert, moet je goede argumenten hebben om uit de regering te stappen. Je kan niet 4,5 jaar mee bewind voeren en het dan afbollen. Je moet achter je beleid van de voorbije jaren staan en die resultaten presenteren aan de kiezer', stelt Peumans.

Peumans is regelmatig kritisch voor zijn partij, maar wil ze ook niet helemaal afvallen. 'Je kunt uiteraard niet zeggen dat alles wat N-VA doet slecht is. Maar door de bank genomen is ze hardvochtiger geworden. Eigenlijk voel ik me in de partij niet meer zo thuis als vroeger', klinkt het nog.

Linksere vleugel van N-VA

Peumans wordt samen met onder meer Wilfried Vandaele en Piet De Bruyn tot de progressieve linksere vleugel van de partij gerekend, maar die vleugel lijkt gaandeweg aan soortelijk gewicht ingeboet te hebben. 'Alles wordt gedirigeerd vanuit de Koningsstraat 47, het hoofdkwartier van de N-VA. Er wordt steeds minder naar ons geluisterd en ik heb er ook steeds minder zin in.'

Dat Peumans geen blad voor de mond neemt, weet partijvoorzitter Bart De Wever maar al te goed. Hij verwoordt het in het boek treffend: 'Zoals Jan heb je er misschien één nodig in je partij, maar geen drie'.

In de biografie doet Peumans niet alleen opvallende uitspraken over zijn eigen partij. Hij herhaalt bijvoorbeeld ook zijn voorstel om het aantal parlementsleden in het Vlaams Parlement terug te brengen van 124 naar 80. En op de vraag wie hem best zou opvolgen als voorzitter van het parlement zegt hij: 'Weet ik veel. Als ik mocht kiezen, zou ik binnen mijn partij Philippe Muyters voorstellen en buiten mijn partij Bart Somers (Open VLD) of Björn Rzoska (Groen), die zouden dat goed doen. Björn moet dan wel een pak beginnen te dragen.'

De biografie, geschreven door Wim Peumans, de jongste zoon van Jan Peumans, wordt woensdag voorgesteld in het Vlaams Parlement. De biografie loodst de lezer via de familiegeschiedenis en jeugdjaren van Peumans naar zijn politieke activiteiten, eerst op lokaal en provinciaal vlak, later als parlementslid en parlementsvoorzitter. De biografie bevestigt ook het beeld van Jan Peumans als eigenzinnige Vlaams-nationalist. Peumans mag dan bijzonder loyaal zijn aan de partij, toch neemt hij - zeker de laatste jaren en in het zicht van zijn pensioen - geen blad voor de mond als die partij of partijgenoten volgens hem uit de bocht gaan. Zo is het een publiek geheim dat Peumans niet gelukkig was met de Vlaams Belangers die overstapten naar N-VA en ook de komst van Open VLD'ers zoals Annick De Ridder (in de biografie bestempeld als 'blauw-nationalisten') zag Peumans met lede ogen aan, om over Jean-Marie Dedecker maar te zwijgen. De voorbije jaren kreeg Peumans het ook moeilijk met de sterke focus van zijn partij op veiligheid, met de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen en met de harde toon in het debat rond migratie en vluchtelingen. Peumans durft daarbij ook in te gaan tegen partijtoppers als Theo Francken en voorzitter Bart De Wever. Denk bijvoorbeeld aan het dossier van de doodgeschoten peuter Mawda, waar Peumans de uitspraken van De Wever (die had gezegd dat de ouders meer verantwoordelijk waren voor de dood van hun kind) bestempelde als 'ongepast'. In de biografie laat Peumans ook optekenen dat hij niet begrijpt waarom zijn partij omwille van het VN-migratiepact uit de regering is gestapt. 'Ik begrijp niet waarom N-VA uit de regering is gestapt. Ik zit niet in de hoogste regionen van de partij, dus ik weet niet of het doorgestoken kaart was. Maar het leek alsof er iets werd opgebouwd. Eerst deed De Wever uitspraken als 'Er zit geen dash meer in deze regering', dan had Francken opvangbedden te kort en dreigde een asielcrisis en toen was er het migratiepact'. 'Als je twee jaar mee onderhandeld hebt en dan op basis van "voortschrijdende inzichten" je kar keert, moet je goede argumenten hebben om uit de regering te stappen. Je kan niet 4,5 jaar mee bewind voeren en het dan afbollen. Je moet achter je beleid van de voorbije jaren staan en die resultaten presenteren aan de kiezer', stelt Peumans. Peumans is regelmatig kritisch voor zijn partij, maar wil ze ook niet helemaal afvallen. 'Je kunt uiteraard niet zeggen dat alles wat N-VA doet slecht is. Maar door de bank genomen is ze hardvochtiger geworden. Eigenlijk voel ik me in de partij niet meer zo thuis als vroeger', klinkt het nog. Peumans wordt samen met onder meer Wilfried Vandaele en Piet De Bruyn tot de progressieve linksere vleugel van de partij gerekend, maar die vleugel lijkt gaandeweg aan soortelijk gewicht ingeboet te hebben. 'Alles wordt gedirigeerd vanuit de Koningsstraat 47, het hoofdkwartier van de N-VA. Er wordt steeds minder naar ons geluisterd en ik heb er ook steeds minder zin in.' Dat Peumans geen blad voor de mond neemt, weet partijvoorzitter Bart De Wever maar al te goed. Hij verwoordt het in het boek treffend: 'Zoals Jan heb je er misschien één nodig in je partij, maar geen drie'. In de biografie doet Peumans niet alleen opvallende uitspraken over zijn eigen partij. Hij herhaalt bijvoorbeeld ook zijn voorstel om het aantal parlementsleden in het Vlaams Parlement terug te brengen van 124 naar 80. En op de vraag wie hem best zou opvolgen als voorzitter van het parlement zegt hij: 'Weet ik veel. Als ik mocht kiezen, zou ik binnen mijn partij Philippe Muyters voorstellen en buiten mijn partij Bart Somers (Open VLD) of Björn Rzoska (Groen), die zouden dat goed doen. Björn moet dan wel een pak beginnen te dragen.'