Elke federale ex-minister heeft er recht op: twee voltijdse medewerkers gedurende de volgende regeerperiode. Officieel begeleiden ze de gewezen excellenties bij het afronden van hun administratie of bij het archiveren.
...

Elke federale ex-minister heeft er recht op: twee voltijdse medewerkers gedurende de volgende regeerperiode. Officieel begeleiden ze de gewezen excellenties bij het afronden van hun administratie of bij het archiveren.Maar die invulling is in belangrijke mate theoretisch. In de praktijk worden de 'lakeien van de Wetstraat' ingezet voor alledaagse werkzaamheden, bijvoorbeeld wanneer de ex-minister in de Kamer blijft als parlementslid. In sommige gevallen fungeren ze als chauffeur.Dat gebeurt op kosten van de staat. Volgens de regering-De Croo maken negen ex-regeringsleden nog gebruik van het systeem, de maximale kostprijs op jaarbasis bedraagt op dit moment zo'n 485.000 euro. Het gaat om Open VLD'ers Philippe De Backer, Maggie De Block, CD&V'ers Nathalie Muylle, Pieter De Crem en Koen Geens en MR-politici Daniel Bacquelaine, Denis Ducarme, Philippe Goffin en Didier Reynders. Opvallend: ondanks zijn functie als Eurocommissaris zet Reynders nog steeds één voltijdse medewerker in. De royale regeling kan op weinig applaus rekenen. 'Dit kost de geloofwaardigheid van de politiek méér dan de kostprijs van 100.000 euro per ex-minister per jaar', zei bestuurskundige Bram Verschuere (UGent) eerder in Knack.De Vivaldi-meerderheidspartijen zijn nu van plan om de regeling op z'n minst tegen het licht te houden. Dat blijkt uit parlementaire tussenkomsten van CD&V, Groen en PS. Op vraag van oppositiepartijen N-VA en Vlaams Belang bekijkt de Kamer het systeem na het zomerreces.Er is vooral animo om de regeling gelijk te trekken met die van de Brusselse en Vlaamse regering. Zo kunnen in Vlaanderen enkel ex-ministers die niét verkozen zijn in het parlement een beroep doen op één voltijdse medewerker voor maximaal twee jaar. In Brussel is men op weg naar een gelijkaardig kader. N-VA-fractieleider Peter De Roover wil dat de federale regering volgt: 'We moeten deze aberratie wegwerken.'Volgens CD&V-fractieleider Servais Verherstraeten is het belangrijk dat de regels coherent zijn over de verschillende beleidsniveaus heen. 'Unanimiteit in plaats van een lappendeken', zegt hij. Ook de PS wil kijken naar Vlaanderen en Brussel, onder meer om een race to the bottom te vermijden.Groen-Kamerlid Kristof Calvo legde als lid van de werkgroep Politieke Vernieuwing in 2017 al een resolutie neer die sterk gelijkt op het Vlaamse systeem. Hij blijft achter die tekst staan. 'Het lijkt me nodig dat we deze regeling aanpassen', zegt hij aan Knack. 'Vivaldi heeft van democratische vernieuwing een prioriteit gemaakt en dan hoort dit er zeker bij.'Eerder deze week verklaarde premier Alexander De Croo (Open VLD) dat de regeling voor uittredende regeringsleden zou opgenomen worden in het dialoogplatform, waarin onder andere burgers, middenveld en academici vanaf het najaar hun zegje kunnen doen over politieke vernieuwing. Volgens de oppositie heeft Vivaldi de mening van de burger niet nodig om te weten dat de huidige regeling onpopulair is.Ondanks de voornemens van de meerderheid blijft Vlaams Belang-fractieleider Barbara Pas sceptisch. 'Elke legislatuur hoor ik dat de meerderheid de regeling wil herbekijken', zegt ze. Tot nu toe zonder resultaat. Haar partij wil de volledige regeling op de schop.