De manier waarop medische zorg tot bij de patiënt komt heeft een hele geschiedenis achter de rug. Van oudsher werd de arts beschouwd als een autoriteit, die door zijn studies en ervaring heel goed wist wat voor zijn patiënten de beste behandeling was. Er was geen enkele reden om aan die autoriteit te twijfelen.

Op het einde van vorige eeuw werd meer en meer duidelijk dat niet elke arts-autoriteit eenzelfde beleid voerde bij typische ziektebeelden, en werden wetenschappelijke analyses ingeroepen om de meest efficiënte en veilige behandelingen te kunnen onderscheiden van 'kwakzalverij'.

Patiënten hebben het recht te weten welk risico hun niet-gevaccineerde zorgverstrekker inhoudt.

Deze evidentie-gebaseerde-geneeskunde vond snel zijn weg in de klinische praktijkvoering en vormt tot op vandaag nog steeds een hoeksteen van de geneeskundige zorg. Er bleef in de zuivere evidentie-gebaseerde-geneeskunde echter nog altijd een zweem van autoriteit aanwezig, alleen was het nu niet meer 'Mijnheer Doktoor' maar de wetenschap die bepaalde hoe het voor iedereen moest.

Inspraak

Het is pas sedert het begin van deze eeuw dat meer en meer aandacht is gekomen voor de mening van de patiënt over de eigen behandeling, en ruimte werd gemaakt voor inspraak en autonomie. Men spreekt nu van een 'evidentie-geïnformeerde-en-geïndividualiseerde-geneeskunde': na correct te zijn geïnformeerd, heeft iedereen het recht in te stemmen met een welbepaalde behandeling, of deze te weigeren. Dit staat ook zo omschreven in de Wet Patiëntenrechten van 22 augustus 2002: 'De patiënt heeft het recht om geïnformeerd, voorafgaandelijk en vrij toe te stemmen in iedere tussenkomst van de beroepsbeoefenaar...De patiënt heeft het recht om de toestemming voor een tussenkomst te weigeren of in te trekken.'

De wet geeft zorgverstrekkers het recht om een coronavaccin te aanvaarden of te weigeren.

Het is deze bepaling die het recht geeft aan zorgverstrekkers om - los van de publieke opinie of deze van de werkgever - een coronavaccin te aanvaarden of te weigeren. Als ontvanger van een vaccin zijn zij immers niet in de positie van zorgverstrekker, maar in deze van patiënt. Als de aangereikte wetenschappelijke informatie en motivatie tot vaccinatie niet overtuigen, mag de patiënt-zorgverstrekker rechtmatig het vaccin weigeren.

Anders wordt het wanneer de niet-gevaccineerde zorgverstrekker in functie treedt en andere patiënten gaat verzorgen en/of behandelen. Dan is de patiëntenrechtenwet van toepassing voor de verzorgden en dus niet meer de verzorgers. En in deze patiëntenrechtenwet staat óók omschreven dat 'de patiënt recht heeft op kwaliteitsvolle dienstverstrekking die beantwoordt aan zijn behoeften'.

Kan nu de niet-gevaccineerde status van de zorgverstrekker een inbreuk betekenen op de kwaliteit van de zorg van de betrokken patiënt? Zorgverstrekkers kunnen inderdaad een bron van covidbesmetting vormen voor de patiënten die ze behandelen: in juli 2020 publiceerde de Britse Academie van Medische Wetenschappen dat minstens 10 procent van alle covidbesmettingen in het Verenigd Koninkrijk in het voorjaar 2020 plaatsvonden tijdens zorgcontact, waarbij de overdracht gebeurde van zorgverstrekker naar patiënt. Deze cijfers dateren uiteraard van lang vóór er sprake was van vaccins of vaccinaties, maar ze tonen onomwonden dat de zorgsector een belangrijke bijdrage levert in de verspreiding van het virus.

Niemand twijfelt eraan dat de vaccins besmettingen terugdringen, al is het ondertussen ook duidelijk dat dit effect niet absoluut is.

Besmetting ondanks vaccin

Is er hierin sedert de lopende vaccinatiecampagne iets veranderd? Niemand twijfelt er nog aan dat de coronavaccins efficiënt zijn gebleken in het terugdringen van het aantal besmettingen en de gerelateerde ziekenhuisopnames en sterftes, al is het ondertussen ook duidelijk dat dit effect niet absoluut is. Iemand die gevaccineerd is kan nog steeds besmet raken door covidvarianten en deze kiemen overdragen aan anderen. Het blijkt dat vooral de leeftijdsgroep 65+ hiervoor gevoelig is. Het verloop van zulke nieuwe besmetting is echter veel minder dramatisch ná dan vóór vaccinatie, wat een sterk argument is pro vaccinatie.

Is de overdracht van het virus van een besmet naar een niet-besmet persoon ook verschillend tussen gevaccineerde en niet-gevaccineerde dragers ? De resultaten van een recent gepubliceerde Schotse studie zijn duidelijk: de kans dat een kwetsbaar individu in familieverband besmet raakt door een gevaccineerd iemand is 30 procent lager dan door een niet-gevaccineerd persoon. Anders gesteld: het weigeren van een vaccin maakt 1/3 méér besmettelijk.

Dat gegeven is uiterst belangrijk vanuit het standpunt van de patiënt tegenover de zorgverstrekker: een hogere graad van besmettelijkheid zou voor sommige kwetsbare patiënten wel eens het verschil kunnen betekenen tussen verzorging krijgen in de thuisomgeving of in het ziekenhuis, of voor het al dan niet ontwikkelen van covidsymptomen bovenop de reeds aanwezige ziekte.

Een patiënt mag weigeren om verzorgd te worden door een niet-gevaccineerd persoon.

Risico

Heeft de patiënt het recht over dit extra risico te worden geïnformeerd? Uiteraard wel, de patiëntenrechtenwet is hierover zeer duidelijk: een patiënt, die elk risico tot covidbesmetting tot een minimum wil beperken, heeft het recht te weten of diegene die hem verzorgt aan deze wens tegemoet komt. Bovendien mag, in geval van niet-vaccinatiestatus of twijfel, de patiënt weigeren om verzorgd te worden door een niet-gevaccineerd persoon, en de zorgverstrekker in functie heeft deze weigering zonder meer te respecteren.

Voor de werkgevers in de zorgsector is de situatie meer ingewikkeld. Enerzijds is er het respect voor de persoonlijke opinie van werknemers om zich al dan niet te laten vaccineren, anderzijds is er de plicht om een zo veilig mogelijk klimaat te creëren waarbinnen zorg voor kwetsbare personen kan worden gegarandeerd. In welke mate is een werkgever medeverantwoordelijk wanneer een niet-gevaccineerde zorgverlenende werknemer een patiënt besmet tijdens de uitvoering van de zorg ? Juristen en verzekeraars hebben hieraan ongetwijfeld een vette kluif.

In elk geval is het zo dat het recht van de zorgverstrekker om zich niet te laten vaccineren dient gerespecteerd. Maar omgekeerd dient het recht van de patiënt die weigert zich te laten verzorgen door een niet-gevaccineerde zorgverstrekker óók te worden gerespecteerd.

Een mogelijke oplossing voor dit spagaat in de patiëntenrechtenwet ligt mogelijk in de tewerkstelling van niet-gevaccineerde zorgverstrekkers in dié zorg-activiteiten waar er geen rechtstreeks interpersoonlijk contact is met de patiënt: administratie, bereiding van medicatie, uitvoeren van labo-testen, enzovoorts.

Zonder meer mag het duidelijk zijn dat de verzorger die om respect vraagt voor de eigen mening tot weigering van het vaccin, op zijn minst verwacht mag worden eenzelfde mate van respect te tonen voor die patiënt die vraagt om maximaal veilige zorg.

De manier waarop medische zorg tot bij de patiënt komt heeft een hele geschiedenis achter de rug. Van oudsher werd de arts beschouwd als een autoriteit, die door zijn studies en ervaring heel goed wist wat voor zijn patiënten de beste behandeling was. Er was geen enkele reden om aan die autoriteit te twijfelen. Op het einde van vorige eeuw werd meer en meer duidelijk dat niet elke arts-autoriteit eenzelfde beleid voerde bij typische ziektebeelden, en werden wetenschappelijke analyses ingeroepen om de meest efficiënte en veilige behandelingen te kunnen onderscheiden van 'kwakzalverij'. Deze evidentie-gebaseerde-geneeskunde vond snel zijn weg in de klinische praktijkvoering en vormt tot op vandaag nog steeds een hoeksteen van de geneeskundige zorg. Er bleef in de zuivere evidentie-gebaseerde-geneeskunde echter nog altijd een zweem van autoriteit aanwezig, alleen was het nu niet meer 'Mijnheer Doktoor' maar de wetenschap die bepaalde hoe het voor iedereen moest. Het is pas sedert het begin van deze eeuw dat meer en meer aandacht is gekomen voor de mening van de patiënt over de eigen behandeling, en ruimte werd gemaakt voor inspraak en autonomie. Men spreekt nu van een 'evidentie-geïnformeerde-en-geïndividualiseerde-geneeskunde': na correct te zijn geïnformeerd, heeft iedereen het recht in te stemmen met een welbepaalde behandeling, of deze te weigeren. Dit staat ook zo omschreven in de Wet Patiëntenrechten van 22 augustus 2002: 'De patiënt heeft het recht om geïnformeerd, voorafgaandelijk en vrij toe te stemmen in iedere tussenkomst van de beroepsbeoefenaar...De patiënt heeft het recht om de toestemming voor een tussenkomst te weigeren of in te trekken.'Het is deze bepaling die het recht geeft aan zorgverstrekkers om - los van de publieke opinie of deze van de werkgever - een coronavaccin te aanvaarden of te weigeren. Als ontvanger van een vaccin zijn zij immers niet in de positie van zorgverstrekker, maar in deze van patiënt. Als de aangereikte wetenschappelijke informatie en motivatie tot vaccinatie niet overtuigen, mag de patiënt-zorgverstrekker rechtmatig het vaccin weigeren. Anders wordt het wanneer de niet-gevaccineerde zorgverstrekker in functie treedt en andere patiënten gaat verzorgen en/of behandelen. Dan is de patiëntenrechtenwet van toepassing voor de verzorgden en dus niet meer de verzorgers. En in deze patiëntenrechtenwet staat óók omschreven dat 'de patiënt recht heeft op kwaliteitsvolle dienstverstrekking die beantwoordt aan zijn behoeften'. Kan nu de niet-gevaccineerde status van de zorgverstrekker een inbreuk betekenen op de kwaliteit van de zorg van de betrokken patiënt? Zorgverstrekkers kunnen inderdaad een bron van covidbesmetting vormen voor de patiënten die ze behandelen: in juli 2020 publiceerde de Britse Academie van Medische Wetenschappen dat minstens 10 procent van alle covidbesmettingen in het Verenigd Koninkrijk in het voorjaar 2020 plaatsvonden tijdens zorgcontact, waarbij de overdracht gebeurde van zorgverstrekker naar patiënt. Deze cijfers dateren uiteraard van lang vóór er sprake was van vaccins of vaccinaties, maar ze tonen onomwonden dat de zorgsector een belangrijke bijdrage levert in de verspreiding van het virus.Is er hierin sedert de lopende vaccinatiecampagne iets veranderd? Niemand twijfelt er nog aan dat de coronavaccins efficiënt zijn gebleken in het terugdringen van het aantal besmettingen en de gerelateerde ziekenhuisopnames en sterftes, al is het ondertussen ook duidelijk dat dit effect niet absoluut is. Iemand die gevaccineerd is kan nog steeds besmet raken door covidvarianten en deze kiemen overdragen aan anderen. Het blijkt dat vooral de leeftijdsgroep 65+ hiervoor gevoelig is. Het verloop van zulke nieuwe besmetting is echter veel minder dramatisch ná dan vóór vaccinatie, wat een sterk argument is pro vaccinatie. Is de overdracht van het virus van een besmet naar een niet-besmet persoon ook verschillend tussen gevaccineerde en niet-gevaccineerde dragers ? De resultaten van een recent gepubliceerde Schotse studie zijn duidelijk: de kans dat een kwetsbaar individu in familieverband besmet raakt door een gevaccineerd iemand is 30 procent lager dan door een niet-gevaccineerd persoon. Anders gesteld: het weigeren van een vaccin maakt 1/3 méér besmettelijk. Dat gegeven is uiterst belangrijk vanuit het standpunt van de patiënt tegenover de zorgverstrekker: een hogere graad van besmettelijkheid zou voor sommige kwetsbare patiënten wel eens het verschil kunnen betekenen tussen verzorging krijgen in de thuisomgeving of in het ziekenhuis, of voor het al dan niet ontwikkelen van covidsymptomen bovenop de reeds aanwezige ziekte. Heeft de patiënt het recht over dit extra risico te worden geïnformeerd? Uiteraard wel, de patiëntenrechtenwet is hierover zeer duidelijk: een patiënt, die elk risico tot covidbesmetting tot een minimum wil beperken, heeft het recht te weten of diegene die hem verzorgt aan deze wens tegemoet komt. Bovendien mag, in geval van niet-vaccinatiestatus of twijfel, de patiënt weigeren om verzorgd te worden door een niet-gevaccineerd persoon, en de zorgverstrekker in functie heeft deze weigering zonder meer te respecteren. Voor de werkgevers in de zorgsector is de situatie meer ingewikkeld. Enerzijds is er het respect voor de persoonlijke opinie van werknemers om zich al dan niet te laten vaccineren, anderzijds is er de plicht om een zo veilig mogelijk klimaat te creëren waarbinnen zorg voor kwetsbare personen kan worden gegarandeerd. In welke mate is een werkgever medeverantwoordelijk wanneer een niet-gevaccineerde zorgverlenende werknemer een patiënt besmet tijdens de uitvoering van de zorg ? Juristen en verzekeraars hebben hieraan ongetwijfeld een vette kluif. In elk geval is het zo dat het recht van de zorgverstrekker om zich niet te laten vaccineren dient gerespecteerd. Maar omgekeerd dient het recht van de patiënt die weigert zich te laten verzorgen door een niet-gevaccineerde zorgverstrekker óók te worden gerespecteerd. Een mogelijke oplossing voor dit spagaat in de patiëntenrechtenwet ligt mogelijk in de tewerkstelling van niet-gevaccineerde zorgverstrekkers in dié zorg-activiteiten waar er geen rechtstreeks interpersoonlijk contact is met de patiënt: administratie, bereiding van medicatie, uitvoeren van labo-testen, enzovoorts.Zonder meer mag het duidelijk zijn dat de verzorger die om respect vraagt voor de eigen mening tot weigering van het vaccin, op zijn minst verwacht mag worden eenzelfde mate van respect te tonen voor die patiënt die vraagt om maximaal veilige zorg.