Zondag kregen de Oostendenaars twee overwinningstoespraken te horen. De ene op de tonen van Blauw van The Scene, de andere in het rode Achturenhuis. Oostende is dan ook de enige West-Vlaamse centrumstad waar het nog alle kanten op kan. In tegenstelling tot Roeselare, Kortrijk en Brugge, waar telkens één afgetekende winnaar is, eist zowel huidig burgemeester Johan Vande Lanotte (Stadslijst) als zijn uitdager Bart Tommelein (Open VLD) er de sjerp op. Dat komt doordat de liberalen net niet genoeg hebben gewonnen en de socialisten, die zich voor de gelegenheid als Stadslijst hadden vermomd, net niet genoeg verloren. De Stadslijst blijft nipt de grootste partij, maar Bart Tommelein heeft wel duizend voorkeurstemmen meer dan Vande Lanotte. Bovendien heeft hij de kloof met de socialisten van 20 tot 3 procentpunten weten terug te brengen. Dus willen Tommelein en Vande Lanotte allebei burgemeester worden.

Verwacht wordt dat John Crombez het in 2019 van Vande Lanotte zal overnemen.

Eén ding staat buiten kijf: de SP.A blijft afkalven. Had ze tot 2012 nog een absolute meerderheid, dan is ze vandaag niet eens meer incontournable. Ook de komst van voormalig minister en partijvoorzitter Johan Vande Lanotte heeft die neergang duidelijk niet kunnen afremmen. Integendeel, sommige Oostendenaars hebben nog altijd niet verteerd dat hij halfweg de voorbije bestuursperiode de fakkel overnam van de populaire burgemeester Jean Vandecasteele. De officiële versie was dat die er zelf voor had gekozen om een stap opzij te zetten, maar geen Oostendenaar die dat gelooft. Het gemor werd nog luider toen Vande Lanotte aankondigde dat hij niet onder de SP.A-vlag maar met een Stadslijst met ook verruimingskandidaten naar de kiezer zou trekken. Zijn traditionele achterban vond dat totaal niet kunnen, terwijl andere kiezers - niet geheel ten onrechte - amper een verschil zagen tussen de Stadslijst en de SP.A.

Hoewel het door socialisten gedomineerde bestuur de kuststad op verschillende vlakken nieuw leven heeft ingeblazen, zwol de kritiek de voorbije jaren aan. Niet het minst doordat de kinderarmoede is toegenomen, de diversiteit in de stad voor wrijvingen zorgt, en veel inwoners een eigentijdser mobiliteitsbeleid willen. Daarbij komt nog dat steeds meer Oostendenaars vinden dat de socialisten ondertussen toch wel erg lang aan de macht zijn. Niemand die het daar meer mee eens is dan Bart Tommelein, die sinds een dik jaar te pas en te onpas benadrukt hoezeer zijn stad naar verandering snakt. Begin oktober beschuldigde hij de socialisten in Knack zelfs van electoralisme en cliëntelisme naar PS-model. Dat zijn partij de voorbije jaren samen met de socialisten in het bestuur zat, schoof hij daarbij vlot aan de kant. En gek genoeg leken zijn kiezers daar geen graten in te zien.

Tommelein heeft de wind in de zeilen. Sinds zijn aantreden als viceminister-president en minister van Begroting, Financiën en Energie in de Vlaamse regering reed hij een zo goed als foutloos parcours. Hij komt constant in het nieuws, vaak met positieve boodschappen, en slaagt er ook in om zich geregeld in Oostende te laten zien. Burgemeester worden is een oude droom, en hij is ervan overtuigd dat het nu of nooit is. Over zes jaar kan hij al minister af zijn en bestaat de kans dat de SP.A een kopman in stelling heeft gebracht die veel populairder is dan Johan Vande Lanotte.

Waardeloze afspraken

Vandaar dat hij nu alles op alles zet om het burgemeesterschap binnen te halen. Maar de verkiezingsresultaten maken hem dat allesbehalve gemakkelijk. Zijn partij gaat wel vooruit en de SP.A achteruit, maar niet genoeg om vlot een coalitie zonder de socialisten in elkaar te kunnen boksen. Het helpt ook niet dat zo goed als alle partijen vooraf heel duidelijk hebben gezegd wat ze níét willen. Tommelein wil geen schepen worden onder Vande Lanotte, en vice versa. De Stadslijst wil niet met de N-VA besturen en de Open VLD stapt niet in een coalitie met de socialisten én Groen. Daar hebben ze het de voorbije maanden uitgebreid met elkaar over gehad.

Maar alle afspraken en eventuele voorakkoorden die daarbij zijn gemaakt, zijn sinds zondagavond geen cent meer waard. Dat komt vooral doordat de N-VA van Vlaams Parlementslid Björn Anseeuw, die in 2012 uit het niets 10 zetels veroverde, tegen de verwachtingen in meer dan 6 procentpunten moet prijsgeven - evenveel als de Open VLD bijwint. Daardoor wordt de meerderheid naar Mechels model, waar Tommelein al maanden openlijk van droomt, wel erg krap. Samen hebben de Open VLD, de N-VA en Groen maar 21 van de 41 zetels. Daarom begon Tommelein zondagnacht al te timmeren aan een comfortabelere coalitie waarbij ook het kleine CD&V wordt betrokken.

Het doet denken aan de manier waarop zijn partijgenoot Vincent Van Quickenborne zes jaar geleden de grootste partij uit het Kortrijkse bestuur zette. Maar was het in Kortrijk in één uur beklonken, dan zou Tommelein er wel eens veel langer over kunnen doen. Als het hem al lukt. De Oostendse Groen-voorman Wouter De Vriendt heeft immers weinig zin om als enige linkse partner in een centrumrechtse coalitie te stappen. En zonder de groenen heeft Tommelein geen meerderheid.

Net zoals Van de Lanotte geeft De Vriendt de voorkeur aan een paars-groene coalitie, maar dat ziet Tommelein niet zitten. Zelfs niet als hij burgemeester zou mogen worden. Alternatieven zijn er nochtans niet, want zonder de liberalen kan de Stadslijst niet aan een meerderheid komen. Dus wacht Vande Lanotte af terwijl Tommelein naarstig blijft proberen om een monstercoalitie tegen hem op de been te krijgen. Daarbij kijkt iedereen naar de groenen die, ondanks hun bescheiden verkiezingsoverwinning, de sleutel tot de coalitievorming in handen houden. Bij het ter perse gaan van Knack was de vraag nog altijd wie het been het langst stijf zou houden: Bart Tommelein of Wouter De Vriendt. Als ze niet willen dat Oostende onbestuurbaar wordt, zal een van hen uiteindelijk moeten inbinden.

Opvolging verzekerd

Wat er de komende dagen ook gebeurt, er staan de Oostendse socialisten moeilijke tijden te wachten. Ofwel worden ze veroordeeld tot een coalitie waarin ze een groot deel van hun macht moeten opgeven, ofwel belanden ze wellicht voor lange tijd in de oppositie. Beide scenario's vragen om een kordate en degelijke generatiewissel. Dat gaf Johan Vande Lanotte op de verkiezingsavond al aan toen hij verwees naar de bijzonder goede persoonlijke score van John Crombez. Vanaf een onmogelijke 29e plaats behaalde de nationale partijvoorzitter 2513 voorkeurstemmen. Het lijkt een uitgemaakte zaak dat hij straks, na bijzonder turbulente jaren als partijvoorzitter, in Oostende zal landen. Voor de gemeenteraadsverkiezingen had Crombez trouwens gezegd dat hij zou stoppen als de score van zijn partij in de steden tegenviel. Een uitspraak die hem in eigen rangen bijzonder kwalijk werd genomen. Niet alleen omdat hij daarmee de indruk gaf dat hij al bij voorbaat de handdoek in de ring gooide, maar ook omdat niemand wist wie het dan wel van hem zou moeten overnemen. Hoewel de SP.A het zondag in sommige steden erg slecht deed, blijft Crombez toch nog even aan. Wellicht tot na de federale en Vlaamse verkiezingen van mei. 'Op bepaalde plaatsen hebben we wat verloren, maar op andere plaatsen doen we het goed', zei hij op verkiezingsavond. Zijn transfer van het partijhoofdkwartier naar Oostende loopt dus wat vertraging op. Estimated time of arrival: ergens tegen de zomer van 2019.

Dit artikel verschijnt woensdag 17 oktober in Knack.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.